Posts tonen met het label Alexander. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alexander. Alle posts tonen

8 juli 2021

Beeld van een Parthische edelman

Hoe uniek kan een vondst wel zijn? Dit meer dan levensgrote beeld van een Parthische man is in 1931 in stukken opgegraven bij een heiligdom in Shemi. 

Gezien zijn postuur en voorkomen wordt hij doorsnee beschreven als “Prins van Shemi” en dat is niet overdreven. Hij is een van de pronkstukken van het Nationaal Museum van Iran in Teheran en verlaat het land eigenlijk nooit. Voor de Alexander-tentoonstelling in Mannheim (Duitsland) en de bijzondere tentoonstelling van Iranese kunst in Assen (Nederland) werd een kopie getoond. 

Weinig is bekend over de Parthische kunst maar de voorbeelden die opgegraven zijn bewijzen dat de Parthen een hoge cultuur hadden. Het is moeilijk om deze edelman precies te dateren. 

Het Parthische Rijk ontstond rond 250 v.C, toen het zich losmaakte van de Seleuciden die zich een groot deel van Alexanders imperium in oosten hadden toegeëigend. Hun bloei hadden zij te danken aan het feit dat ze de Zijderoute naar China volledig controleerden. 

Na 500 jaar, in 224 n.C. viel het Parthische Rijk in handen van de oprukkende Sassaniden.

25 september 2019

Het Museum van Thasos

Klein maar fijn, typeert het Museum van Thasos. Hier zijn de vondsten uit Thasos zelf tentoongesteld, ttz van het eiland en in het bijzonder van de antieke stad.

De collectie is zeer uiteenlopend, van grafurnen en -giften tot de rijke getuigenissen uit de Hellenistische en Romeinse tijd.

Bij aankomst in het museum, wordt de bezoeker meteen begroet door een 2,50 meter grote Kouros die een geit draagt. Het beeld dateert uit 600 v.C. en is nooit helemaal voltooid, maar details zoals zijn haar zijn bijzonder goed weergegeven.

Maar er zijn heel wat uitschieters zoals het hoofd van Alexander de Grote uit de 2de eeuw n.C., een fijn uitgewerkt hoofd van Dionysos uit het gelijknamig heiligdom uit de 4de eeuw v.C, een paardenhoofd afkomstig van het heiligdom van Heracles gedateerd tussen 470-460 v.C. of de Pegasus uit de Tempel van Heracles van 500 v.C. Een zeldzame vondst is dan weer de stenen maatbank voor het controleren van vloeistoffen afkomstig van de Agora die uit de 3de eeuw n.C. stamt.

Verder zijn er juwelen, vazen, munten, terracotta hoofdjes, grafsteles en mozaïeken te bewonderen - allemaal de moeite waard!

[Klik hier om alle foto's te bekijken]

30 april 2019

Het vernieuwde Museum van Philippi

Het Museum van Philippi is een aantal jaren gesloten geweest voor restauratie zoals dat heet, maar nu is het weer open voor het publiek en zeker de moeite waard.


De doorsnee bezoeker stopt bij de geijkte punten zoals het theater van Philippi, de gevangenis van Paulus en de Byzantijnse Basilieken. Weinig mensen of gidsen vinden het de moeite waard om even het museum binnen te lopen. Jammer is dat!

Natuurlijk is dit “maar” een plaatselijk museum want zoals altijd en overal gaan de mooiste stukken naar de hoofdstad. Dat neemt niet weg dat er toch wel een paar blikvangers te zien zijn.

Zo ligt hier een mooie serie munten van Philippi die geslagen zijn door Alexander de Grote en zijn vader Philip II van Macedonië. Verder staan er een paar elegante Nike’s van de westelijke tempel of Curia uit de 2de eeuw na Christus en een Tyche gekroond met de stadswallen van Philippi uit de dagen van Keizer Hadrianus.

Ook wordt het plan van het theater grondig uit de doeken gedaan, vanaf het oorspronkelijk Griekse concept tot en met de opeenvolgende Romeinse aanpassingen. Hier staan bv. ook de originele reliëfs van de bijbehorende portiek opgesteld (vervangen door kopies ter plaatse).

Alles keurig netjes gepresenteerd, met goede verlichting en voldoende uitleg.

16 januari 2016

Een kijkje in het nieuwe Acropolis Museum

Eindelijk heb ik zelf een kijkje kunnen nemen in het nieuwe Acropolis Museum in Athene – echt de moeite waard.

Natuurlijk draait alles rond de friezen en reliëfs van het Parthenon die hier een veilig onderdak gevonden hebben, maar dat geldt ook voor reliëfs uit het tempeltje van Niké dat nu bijna helemaal gerestaureerd is, en voor de Kariatiden van het Ereichteion.

Veel stukken, zoals de friezen van het Parthenon die nu ongeveer op ooghoogte staan kun je nu uiteindelijk veel beter zien dan voorheen boven de tien meterhoge zuilen en in het fronton. De mankerende panelen, en dat zijn er toch heel wat, zijn vervangen door blekere copies. De originele friezen staan grotendeels in het British Museum in Londen en ook een paar in het Louvre in Parijs. Maar hier is dus het hele verhaal echt wel duidelijk af te lezen.

Het museum is modern van opzet, met heel veel glazen buitenwanden die een zee van licht binnenlaten. Van hier binnen (en buiten van op het terras waar je kunt verpozen voor een koffie of een verfrissing) heb je trouwens mooi zicht op de Acropolis zelf.

In de afdeling archaïsche kunst mag niet gefotografeerd worden. Dat is jammer, zeker omdat daar ook een aantal koré’s en kourossen staan samen met een kopie die helemaal ingekleurd is zoals het origineel er ooit uit heeft moeten zien. Wel heel erg bijzonder om zoiets te zien natuurlijk.

Hier staat ook het overbekende trireem reliëf tentoon dat al in de 5de eeuw v.C. gemaakt werd. En natuurlijk het hoofd van de jeugdige Alexander dat op de Kerameikos (begraafplaats) van Athene gevonden werd, waarschijnlijk gemaakt door Leochares tussen 340 en 330 v.C. Er is ook een aparte kamer ingericht voor de vondsten uit het heiligdom geweid aan de Grote Goden in Samothrace met interessante toewijdinginscripties van Arsinoe III, dus zus van de beroemde Cleopatra, maar ook van Alexander IV (zoon van Alexander de Grote) en Philippus III Arrhideus (de achterlijke halfbroer van Alexander de Grote) die beiden na de dood van Alexander de Grote in naam tot koning gepromoveerd werden zonder ooit zelf te regeren.

Het entreekaartje is trouwens gecombineerd met dat van de Acropolis zelf.

27 december 2015

Het Numismatisch Museum in Athene

Dit museum wordt jammer genoeg meestal overgeslagen bij een bezoek aan Athene. Uiteraard zijn de Acropolis en het Nationaal Museum de hoogtepunten, maar dit intieme museum dat ondergebracht is in de voormalige residentie van Heinrich Schliemann (ja, de man die Troje op de kaart zette) is een juweeltje op zich!


Hier ligt de meest complete verzameling Griekse munten te pronken en niet alleen met munten afkomstig uit Schliemann’s privé collectie maar ook van verschillende andere privé verzamelingen en een eigen uitgebreide verzameling. De privé collecties werden als een geheel behouden en zijn ook zo uitgestald, maar in andere kamers zijn de munten bij voorbeeld chronologisch uitgestald, of samengebracht per stad (iedere stad had zo zijn eigen symbool), dan weer met de afbeeldingen van heersers uit de hellenistische wereld of met afbeeldingen van bijzondere gebouwen zoals de vuurtoren van Alexandrië of de tempels van Epidaurus of Selge.

Mijn belangstelling gaat natuurlijk uit naar de uitgebreide sortering munten van Philippus II en Alexander de Grote (in koper, zilver en goud), maar ook die van zijn opvolgers in Egypte, Bactrië en Thracië krijgen al mijn aandacht.

Mijn hoogtepunten zijn te bekijken in deze album, Numismatic Museum (klikken).

7 december 2015

Kies eens voor het Archeologisch Museum van Firenze, Italië

Wie naar Firenze vertrekt, bezoekt steevast het Museum van de Uffizi, maar nu ben ik eindelijk eens naar het Archeologisch Museum geweest – een juweeltje op zich.

Het overgrote deel van de voorwerpen stamt uit de privécollecties van de Medici en dus is de herkomst dikwijls duister of niet meer te achterhalen, maar dat neemt niet weg dat dit zeker de moeite van het bewonderen waard is. De Medici hadden niet alleen geld maar ook smaak.

De Egyptische verzameling is de grootste, niet meteen mijn ding maar het zijn inderdaad allemaal wel bijzondere stukken, zoals bij voorbeeld de vele grafsteles waar de originele kleuren nog op te zien zijn en dateren uit het 2de-3de millennium v.C. en een Egyptisch wagen die voor de jacht gebruikt werd en gedateerd wordt tussen 1550 en 1291 v.C.

Maar er staat ook een zeer kleurrijke aarden sarcofaag uit Magna Graecia (Zuid-Italië) met taferelen die zo zijn gekopieerd van het beroemde Mausoleum in Halicarnassos. Verder nog aarden en zilveren vazen, kannen en amforen al dan niet geïmporteerd uit Griekenland, en ook schalen, kommen en andere gebruiksvoorwerpen afkomstig uit Etruskische graven (7de-6de eeuw v.C.) waar de grote gouden fibulae de echte blikvangers zijn.


Bijzonder boeiend vind ik dan de uitgebreide verzameling kleine bronzen beeldjes uit de periode tussen de 4de eeuw v.C. en de 1ste eeuw n.C. Zo staat hier een Zeus, kopie van een origineel werk van Phidias of Miro, een Romeinse kopie van Tyche uit Antiochië, een niet erg lijkende buste van Alexander en eentje van een van zijn opvolgers, een beeldje dat makkelijk verward kan worden met dat van Alexander in het Museum van Napels maar wel Etruskisch is en uit de 4de eeuw v.C. dateert, een uiterst sierlijke Minerva van Etruskische makelij, en tenslotte een verzameling munten waartussen ik natuurlijk die van Alexander en Ptolemeus uitpik.


Veel volk loopt hier niet rond in dit voormalige klooster, maar juist daarom is het heerlijk genieten!

25 oktober 2015

Het Nationaal Museum van Iran in Teheran

Dit museum herbergt een zeer uitgebreide collectie voorwerpen, uiteenlopend van het paleolithische en prehistorische tijdperk tot het Achaemeniden- en Sassanidenrijk, gevolgd door de Islamitische overheersing en alle latere beschavingen. Het is een hele hap, die geschiedenis van Iran, het oude Perzië en ik ben niet overtuigd dat een bezoek aan dit museum hier veel duidelijkheid in brengt. Het is eerder een “proeven” van de verschillende tijdperken, die je mentaal dan ergens hoopt te kunnen plaatsen.

Het blijft een open vraag of je een museum als dit aan het begin of aan het einde van de (rond)reis moet bezoeken. Ik zou zeggen beide, maar dat is natuurlijk niet haalbaar, zeker als men zoals hier een tijdspanne van duizenden jaren beslaat.

Zelf heb ik me in mijn voorbereidingen beperkt tot de periode lopende van Cyrus de Grote in de 6de eeuw v.C. tot het einde van het Sassanidenrijk in de 7de eeuw n.C. – t.t.z. de opkomst van de Islam. Dat is al meer dan duizend jaar, en ik ben heel blij dat ik toch een aantal stukken zo een plaats kan geven. Die behoren voornamelijk tot het paleizencomplex van Persepolis. Zo vindt men hier bij voorbeeld een kapiteel in de vorm van een hoofd dat op elk van de vier zuilen van het Tripylon prijkte, en het trappenhuis met versierde zijwanden uit hetzelfde gebouw. Verder nog het zo genaamde Audiëntie reliëf dat middenin de noordelijke trappenwand van de Apadana stond en later, waarschijnlijk door Xerxes, verhuisd werd naar de Schattenkamer, en nu dus hier een onderkomen gevonden heeft. Dit is wel het pronkstuk van de hele tentoonstelling volgens mij, misschien ook omdat het zo een bekend tafereel voorstelt waarbij de koning zijn Chiliarch (bevelhebber) ontvangt die hem zoals gebruikelijk groet met een kushand.


Ook interessant is het basalten beeld van Koning Darius I uit Egypte met inscripties in het Oud-Perzisch, Elamitisch en Babylonisch aan de ene kant en in Egyptische hiëroglyfen aan de andere. Waarschijnlijk werd het tijdens het bewind van Xerxes naar Susa overgebracht.

Een ander opvallend stuk is het bijna twee meter grote bronzen beeld van een Parthische edelman, dat gedateerd wordt tussen 200 voor en 200 na Christus – een ruime marge. Dit bijzondere beeld was ook te zien op de tentoonstelling over Alexander de Grote in Mannheim, het voelde dus echt als een wederzien! Een leuk detail is dat dit beeld door niemand minder dan Aurel Stein gevonden werd in 1930.

Handig zijn ook de verschillende kaarten, zoals die van het oude Perzische Rijk toen het kersvers aangezwollen was door de verovering van de Meden onder Cyrus de Grote of een plattegrond van het Koninklijk paleis van Susa.


Dit museum is zeker een uitstekende aanvulling voor wie naar Persepolis op zijn programma heeft staan.

[Klik hier alle foto's uit het museum van Teheran te bekijken]

3 juli 2015

Het Museum van Skanderberg, de nationale held van Albanië, in Krujë

Nee, daar had ik ook nooit eerder van gehoord, maar Skanderberg heeft zich in de 15de eeuw verzet tegen de Ottomaans-Turkse bezetting van zijn land en tegen de Islam die zijn landgenoten opgelegd kregen – vandaar dit heldendom.

Skanderberg heette eigenlijk George Kastrioti Skanderberg, afgeleid van het Turkse Iskender Bey wat zoveel betekent als Heer Alexander, en leefde van 1405 tot 1466. De heersende Sultan Murat II nam hem als jonge man mee als gijzelaar, en kwam zodoende in dienst van het Ottomaanse Rijk voor de volgende 20 jaar. In 1443 deserteerde hij samen met 300 Albanezen en veroverde hij de versterkte stad Krujë
waar hij de vlag met het wapen van zijn familie hees, de dubbele adelaar op een rode achtergrond (dezelfde vlag die het huidige Albanië voert). Een jaar later werd hij benoemd tot leider van de Albanese Liga en verdedigde hij de regio Albanië tegen de Ottomanen 25 jaar lang. Dank zij zijn militaire kennis kon hij de Ottomaanse expansie tegenhouden waardoor hij voor velen een voorbeeld is van Christelijke verzet tegen de Ottomaanse Moslims. Voor de Albanezen was en is hij de sleutelfiguur van de Nationale Albanese Renaissance.

Gewapend met deze informatie beland ik in het Etnografisch en Skanderberg Museum waar zo hoog over opgegeven wordt en binnen de muren van het Krujë fort ligt waar Skanderberg drie opeenvolgende Turkse belegeringen wist te weerstaan.

Meteen bij het binnenkomen wordt men geconfronteerd met een meer dan levensgroot beeld van Skanderberg omringd door zijn soldaten die ten aanval trekken. Hij ziet er uit als een Wodanfiguur met zijn zwierige snor en voortvarende houding. De hele zaal is gevuld met schilderijen, wapenuitrusting en andere voorwerpen die betrekking hebben op zijn leven en zijn militaire carrière. Begrijpelijk natuurlijk, maar ik heb nu eenmaal niet zoveel op met deze man – sorry.

Nee, ik verwonder mij daarentegen om ook hier een knappe buste van Koning Pyrrhus, een neef van Olympias, de moeder van Alexander de Grote te zien. Hij is vast voor of naast Skanderberg, een nationale held van het oude Illyrië. Uit die tijd dateert trouwens ook het schitterende schild, dat net als dat uit Apollonia heel erg Macedonisch aandoet, alleen is hier in het midden geen Gorgo maar een soort Macedonische ster aangebracht. Verder liggen er een aantal speer- en pijlpunten en zowaar een heuse Illyrische helm. In een andere vitrine vind ik dan weer een aantal munten: Macedonische geldstukken uit de 3de-2de eeuw v.C., Romeinse munten uit de 2de-3de eeuw n.C. uit Krujë, bronzen munten uit de 2de eeuw v.C. gevonden in Apollonia en bronzen munten uit de 3de eeuw v.C. afkomstig uit Shkodre. Tja, dat vind IK dan weer interessant!

Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat dit museum niet alleen een toeristische attractie is voor de Albanezen maar ook een bron van inspiratie.

11 mei 2015

Het eigenaardige museum van Tirana in Albanië

Het meest opvallende aan het Nationaal Historisch Museum van Tirana is de voorgevel, een uitbeelding van de geschiedenis van dit land die teruggaat tot de Illyriërs, de oorspronkelijk bewoners die eerst door Philippus en Alexander van Macedonië onderworpen werden en daarna door de Romeinen. Onze gids is helemaal weg van het tafereel op de façade, zelf vind ik het zoiets als communistisch propagandamateriaal. Ieder zijn meug natuurlijk.

Mij gaat het uiteraard om wat er binnen te zien is, voornamelijk uit de tijd van de Illyriërs, Macedoniërs en zelfs van de Romeinen. Wat er verder met dat land gebeurd is door de eeuwen heen is een heel ander verhaal natuurlijk. Het viel eerst onder het bewind van de Ottomanen, dan van de held Skanderberg die zijn land een eigen nationaliteit wilde geven (einde 15de eeuw), gevolgd door het nationalistisch reveil in de 19de eeuw dat bij het uitbreken van de WO1 onderdrukt werd door de invallende Oostenrijkers, Fransen en Italianen. Na WO1 was het land korte tijd onafhankelijk tot WO2 uitbrak en het de zijde van de partizanen koos die ook in Joegoslavië en Griekenland actief waren. Na de oorlog verging het Albanië niet beter en kwam het land onder het strenge communistische bewind van Enver Hoxha. Sinds diens dood in 1989 heeft Albanië het nog steeds moeilijk om zijn identiteit terug te vinden.



Dit is de geschiedenis van Albanië heel in het kort samengevat, maar dit is ook wat er in het Museum van Tirana terug te vinden is in de verschillende paviljoenen met als thema: de Oudheid, de Middeleeuwen, de Renaissance van Albanië, de Iconografie, de Cultuur van Albanië (o.a. folklore en literatuur), het Albanese Verzet tijdens WO2, de Communistische genocide en tenslotte een paviljoen gewijd aan Moeder Theresa wiens familie uit Albanië stamt. Dit zijn stuk voor stuk heel interessante periodes, maar ik beperk me zoals gezegd tot de oudheid.


Ik verbaas me hier vooral over het erfdeel van de vroege Illyriërs want ik had niet verwacht dat ze tastbare bewijzen achtergelaten hadden. Meteen al aan de ingang hangt een uitvergrote gesp van een ceintuur afkomstig uit een graf van Selca, valkbij het antieke Pelion. De gesp dateert uit ongeveer 230 v.C. en stelt een oorlogstafereel voor, een schitterend stuk trouwens. In een vitrine wat verderop staat dan een mal voor een Illyrisch schild tentoon, samen met een Illyrisch helm en een aantal speer- en pijlpunten – die allemaal ontzettend veel op hun Macedonische broertjes lijken.

Er liggen ook een aantal munten, de oudste teruggaand tot de 5de eeuw v.C. die allemaal geslagen zijn ter ere van Illyrische koningen. Vreemd genoeg, vind ik zelf, staat hier een hoofd van Demosthenes uit de 1ste eeuw n.C. dat in Apollonia gevonden is. Ook een beetje verloren ligt een stukje mozaïekvloer uit Dyrrhachium (huidige Dürres) waar de “schone van Dürres” op uitgebeeld is en gedateerd wordt op 350 v.C. Verder het hoofd van Artemis uit de 3de eeuw v.C. en onvermijdelijk een heel aantal vazen en kommen. Natuurlijk is hier veel uit de Romeinse tijd te zien want zoals altijd komen de mooiste stukken uit de opgravingen naar de hoofdstad en in dit geval dus naar Tirana.

5 april 2015

Griekse definitie van schoonheid nu in Londen

Griekse beelden hebben net als Griekse tempels een perfectie bereikt die niet te evenaren is en die dus ook nooit verbeterd kon worden. Reeds de Romeinen waren er zo gek op dat ze hun beelden veelvuldig kopieerden, al dan niet met goede resultaten want perfectie is nu eenmaal niet voor herhaling vatbaar. Eigenlijk zou men over “Hellenistische” beelden moeten spreken, Griekse beelden die gemaakt werden na de tijd van Alexander de Grote toen de Griekse kennis en kunst tot diep in zijn rijk wisten door te dringen.



Heel bijzonder is het dus om een hele collectie van deze unieke beelden bij elkaar te zien, zoals dat nu het geval is in het British Museum in Londen. Tot 5 juli 2015 loopt daar een speciale tentoonstelling “Defining Beauty, the body in ancient Greek art”.

De bezoeker wordt hier niet alleen getrakteerd op schitterende kunstwerken maar krijgt ook een aantal beelden te zien zoals die er in hun oorspronkelijke kleurentooi hebben uitgezien. Tijdens de laatste decennia wordt hier steeds meer aandacht aan besteed en het is allang geen geheim meer dat de beelden (of de tempels) niet in puur wit marmer stonden te pronken. Aan de hand van de rondreizende Duitse collectiestukken wordt hier nu op interessante wijze getoond hoe dit allemaal in zijn werk ging.

Zeker de moeite van een bezoek waard natuurlijk en gelijk een gelegenheid om opnieuw kennis te maken met de rijke verzameling van het British Museum.

10 maart 2015

Een nieuw archeologisch museum in Alexandrië?

Alexander zou zich in zijn graf omdraaien moest hij weten date er zo slordig omgegaan wordt met het rijke verleden van Alexandrië!


Natuurlijk kun je het Archeologische Museum van Alexandrië niet vergelijken met de ooit zo beroemde Bibliotheek en Museum waar alle wijzen uit de hele wereld bijeen kwamen, maar een museum is en blijft bijzonder voor zijn verzameling kunst en cultuur. Gezien de recente onrust in Egypte is er natuurlijk weinig animo voor musea of voor oudheden, maar in dit Archeologische Museum liggen wel meer dan 40,000 voorwerpen die teruggaan tot de derde eeuw v.C.

De situatie in Alexandrië is nu zo wanhopige dat geleerden en archeologen de handen in elkaar geslagen hebben om dit museum uit 1892 uit te breiden. Er ligt namelijk een stuk land naast het museum dat aangekocht kan worden en waar, na de nodige opgravingen (het oude Alexandrië is nog overal aanwezig), een dependance gebouwd kan worden.

Het huidige museum is al sinds 2005 wegens plaatsgebrek gesloten, ofschoon ik toch zou denken dat ze hun kostbare verzameling kunnen rouleren als ze dat willen. In elk geval is intussen het land aangekocht en het wachten is nu op de bouwvergunning die natuurlijk veel voeten in de aarde heeft. Het plan is om de grandeur van de Alexandrijnse Bibliotheek uit de oudheid te evenaren. Nou ja, de UNESCO zal helpen om het geld bijeen te brengen.

Iedereen met wat gezond verstand kan op zijn vingers uittellen dat het vele jaren zal duren eer dit museum werkelijkheid wordt. 

[Foto van Wikipedia.de]

10 januari 2015

“From Agamemnon to Alexander the Great” Tentoonstelling in Noord Amerika

“The Greeks – Agamemnon to Alexander the Great” is een tentoonstelling die onlangs geopend werd in het Montreal Archaeology and History Museum in Pointe-à-Callière, Canada (12 December 2014 – 26 April 2015). Van hieruit reist hij naar het Canadian Museum of History in Gatineau, Canada (5 Juni 2015 – 12 Oktober 2015), gevolgd door het Field Museum in Chicago, U.S.A. (26 November 2015 – 17 April, 2016) en eindigt in het National Geographic Museum in Washington DC, U.S.A. (tot 9 Oktober 2016).

Deze tentoonstelling beslaat een periode van meer dan 5.000 jaar Griekse geschiedenis, vanaf de bakermat van onze westerse beschaving tot het fascinerende tijdperk van Alexander de Grote. Er worden over de 500 voorwerpen getoond, afkomstig uit 21 verschillende Griekse musea.

We kunnen er kennis maken met beroemde figuren die Griekenland groot gemaakt hebben, zoals Homerus, Leonidas van Sparta, Plato, Koning Philippus II van Macedonië, Aristoteles, en natuurlijk Alexander de Grote. Hun nalatenschap is nog steeds terug te vinden in onze politiek, filosofie, kunst, architectuur, rekenkunde, medicijnen en sport.

Al gauw gaat de aandacht naar de legendarische figuren uit de Trojaanse Oorlog, met Agamemnon die naar Troje voer om zijn schone Helena terug te halen. Een 12-jaar durende oorlog waar natuurlijk veel meer op het spel stond dan een knappe vrouw. Uiteraard wordt er stilgestaan bij Heinrich Schliemann met zijn ontdekking van de schatten van Troje en de Koninklijke Graven van Mycene.

Hierna belandt de bezoeker bij Alexander de Grote, die zijn vader, Koning Philippus II van Macedonië op 20-jarige leeftijd opvolgde. Hij veroverde het grootste deel van de toenmalige wereld en liet een totaal nieuwe wereld achter rijk aan nieuwe ideeën en gebruiken. Zijn invloed is tot op heden, 2.500 jaar later nog voelbaar.

Twaalf eeuwen scheiden Agamemnon van Alexander, en ondertussen kende Griekenland zijn Gouden Eeuw toen Pericles de democratie “uitvond”. Tijdens de 5de en 4de eeuw v.C. vinden we de eerste grote filosofen in Griekenland, met name in Athene. Ook het theater en de kunst in het algemeen rees tot een ongekend hoog niveau. Er is ook aandacht besteed aan de Olympische Spelen die in 776 v.C. voor het eerst gehouden werden en die alle vier jaar atleten uit heel Griekenland aantrokken.

Sommige bijzondere voorwerpen worden voor het eerst buiten Griekenland getoond. Zo zien we gouden offergaven uit de Graven van Mycene inclusief het beroemde gouden masker dat aan Agamemnon toegeschreven wordt, een typisch figuurtje van het Cycladen eiland Amorgos dat uit 3.000 v.C. dateert, een schitterende Minoische vaas uit Kreta, bronzen helmen en gouden grafmaskers uit Beotië, en een prachtig beschilderde grafvaas uit Delos waarop te zien is hoe Achilles wraak neemt op de dood van zijn vriend Patrocles. Het geheel zou niet compleet zijn zonder een beeld van Homerus en van andere beroemde historische figuren, een overtuigend votief reliëf van Asclepius met de slang rond zijn staf (een logo dat we heden nog kennen), en een fijne gouden krans met levensechte takken mirte, dat symbool staat voor Aphrodite.


Voor de Alexanderliefhebbers staan hier dan twee beelden uit het Museum van Pella te pronken: Alexander als Pan en het Hoofd van de Jonge Alexander.

26 oktober 2014

Schatten van Macedonië in het Museum van Pella

Van 5 september 2014 tot en met 30 september 2015 pakte het Nieuwe Archeologische Museum van Pella uit met een unieke collectie voorwerpen afkomstig uit verschillende graftombes onder de titel Macedonian Treasures.


Met name worden de necropolissen van Aiges en Archontiko genoemd, maar over het algemeen gaat het om opgravingen van de laatste 25 jaar die voor het grootste deel nooit eerder tentoongesteld werden. Goud voert de hoofdtoon natuurlijk met de vele kronen, maskers en wapens, maar er zijn ook unieke beelden en vaatwerk van albast, metaal en terracotta. Naar het schijnt zijn sommige voorwerpen in 2011 naar Oxford gegaan voor de speciale tentoonstelling in het Ashmolean Museum en ook naar het Louvre in Parijs voor Alexandre le Macédonien, maar die zijn nooit aan het Griekse publiek getoond.

De bedoeling is om een coherent overzicht te geven van het Macedonië uit de Archaïsche en Klassieke periode die aan de basis ligt van de latere welvaart van dit land.


Klik hier om een aantal van de prachtige foto’s te bewonderen die gepubliceerd werden door Proto Thema News.

25 maart 2014

NAUTILUS tentoonstelling met Alexander als klapstuk!


Tot 25 april 2014 loopt deze bijzondere NAUTILUS tentoonstelling nog in de BOZAR in Brussel. De titel verwijst naar de nauwe banden die Griekenland onderhield en nog onderhoudt met de Middellandse Zee – een zeer begrijpelijke relatie en dus voldoende reden om een kijkje te gaan nemen. Er zijn “maar” een honderdtal voorwerpen te zien maar die zijn wel voor de gelegenheid bij elkaar gebracht en sommige voorwerpen hebben ook voor het eerst hun thuismuseum verlaten.

Het is niet verwonderlijk dat er om te beginnen beeldjes en potscherven uit de Cycladen te zien zijn die uit rond 3.000 v.C. dateren. Hierna volgen vazen, schalen, tekeningen, reliëfs en kleine bronzen stukken uit de Minoische en Myceense periode. Eén van de pronkstukken is zeker de levensgrote muurschildering van een visser uit 1600-1500 v.C. die voor de gelegenheid uit het Archeologisch Museum van Thera overgekomen is. In de Myceense periode passen de twee schitterende gouden drinkbekers met krulfiguren die in een graf gevonden zijn en in het Archeologisch Museum van Pylos thuishoren. Van de ene knusse ruimte naar de volgende komt de bezoeker langs Griekse voorwerpen uit de archaïsche, klassieke en Hellenistische periode – meer in mijn straatje natuurlijk. Ik bewonder een paar theatermaskers, een aantal reliëfs uit kleine maar niet minder interessante musea, en zelfs een sierlijk bronzen beeldje van een jonge die op de rug van een dolfijn meerijdt en uit het Acropolis Museum van Athene komt.

Maar dan ineens sta ik als aan de grond genageld, want ik kijk Alexander de Grote pal in zijn gezicht! Nee maar, wat doet hij hier? Op deze vraag krijg ik geen antwoord, maar ik herken natuurlijk meteen het hoofd van de jonge Alexander uit het Museum van Pella dat dus bij mijn laatste bezoek niet aanwezig was. Nou, mijn dag kan niet meer stuk natuurlijk, en mijn museumbezoek dus ook niet. Hier liggen ook een aantal munten waaronder een zilveren tetradrachme van Alexander, een gouden stater ook met de beeltenis van Alexander en daarnaast een gouden stater met het profiel van Ptolemeus I Soter.

In de laatste expositieruimte zijn drie schitterende bronzen beelden te zien, waarschijnlijk uit zee opgevist. Daterend uit de tweede eeuw van onze jaartelling zien we achtereenvolgend het beeld van een onbekende man, a prachtig hoofd van een man met ingelegde ogen die een Macedonische kausia draagt, en de voorste helft van een levensgrote dolfijn.

Tussen de antieke stukken door staan ook moderne oeuvres, in mijn ogen nietszeggende voorwerpen die bovendien niets toevoegen aan de tentoonstelling. Alleen de foto’s van de zeezichten geven een vleugje van Griekenland weer, toen en nu – de Middellandse Zee blijft tenslotte wat hij was.

26 december 2013

India belichaamd, in het kader van Europalia India

Deze tentoonstelling focust op het lichaam zoals dat in door de eeuwen heen in India benaderd werd. Alle facetten worden hierin belicht en toegelicht, van geboorte tot de dood tot wedergeboorte; ook de lotsbestemming, de menselijke krachten en zwaktes, tot in de uiterste ascese. 

Europalia India loopt in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel t/m zondag 5 januari 2014, dus wie belangstelling heeft voor dit land en zijn intrigerende cultuur kan er nog terecht want er zijn kunstwerken te zien die nooit eerder het land verlaten hebben.



Zelf ben ik er met een heel andere bedoeling naartoe gegaan, en wel om naar de sporen van het Hellenisme in India (dank zij Alexander de Grote) te vinden, want die zijn er al moet je met een kritisch oog rondlopen. Ik heb dus alle geschriften, tekeningen en schilderingen links laten liggen en me alleen geconcentreerd op de beelden en de reliëfs. De oudste gaan terug tot de 2de eeuw voor Christus en de meest recente waar ik Hellenistische trekken in terug gevonden heb dateren uit de 4de eeuw na Christus, wat ongeveer overeenstemt met de laatste invloeden in de Romeinse tijd in het westen.

Het ligt gewoon aan de gelaatsuitdrukking, de houding van een beeld rustend op één been, de weergave van de tunica of lendendoek, een randje met palmetten en vier-bladerige bloemen zoals die op de caissons in Griekse gebouwen voorkomen, of een fries met allerlei actieve figuurtjes in de stijl van de Pompeiaanse amorini bij voorbeeld. Er staan o.a. een paar schitterende beelden van Boeddha en Bodhisattva die zo uit de smeltkroes van de Indo-Griekse beschaving komen. Een lust voor het oog.

Maar, zoals gezegd, dit is mijn zienswijze. Wie meer wil weten over yoga, ayurveda en kamasutra komt hier absoluut aan zijn trekken. De uitleg is zeer volledig, de objecten heel goed gepresenteerd en de verlichting optimaal.

15 december 2013

Petra, een openluchtmuseum als geen ander

Petra is het erfgoed van de Nabateeërs, een nijvere Arabische stam die zich meer dan 2.000 jaar geleden in zuidelijk Jordanië vestigde. Gelegen op het kruispunt van oude handelsroutes, leefde Petra van het tolgeld dat de kameelkaravanen op hun doortocht naar de Middellandse Zee moesten betalen voor hun specerijen, wierook en mirre. De goederen waren afkomstig uit Arabia Felix, het Arabische schiereiland, en werden via verschillende havens aan de Rode Zee aangevoerd. In ruil daarvoor gaven de Nabateeërs kleding, gekleurd met Fenicisch purper, en andere luxeproducten door. Ze exploiteerden ook het asfalt van de Dode Zee dat ze aan de Egyptische balsemers verkochten.

Het waren de nazaten van Alexander de Grote die de hellenistische stempel op Petra drukten en het hoogtepunt van de Nabateeërs zelf werd tussen 312 v.C. en 106 n.C. bereikt, toen de Romeinen de stad inlijfden bij de Provincia Arabia. Dit zette vreemd genoeg het verval van Petra in. Vanaf de 3de eeuw zochten de christenen hier nog beschutting maar ten tijde van de Islam raakte de stad al in de vergetelheid. Pas in 1812, hoorde de Zwitserse ontdekkingsreiziger, J.L. Burckhardt, via een aantal plaatselijke bedoeïenen van het bestaan van Petra. Grondige opgravingen kwamen eerst in het midden van vorige eeuw op gang en sinds de jaren 1990 staat Petra op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Een dertigtal jaren geleden is men bovendien begonnen met de Bedoeïenen die toen nog in deze oude tempels en graven huisden, onder te brengen in nieuwe woningen in de buurt om zodoende deze unieke gebouwen te bewaren voor het nageslacht. Gelukkig maar.

Ik ben helemaal in mijn element als ik zo bijna alleen door de Siq loop, t.t.z. de smalle sleuf in de 80 meter hoge rotswand die naar het hart van Petra voert. Ik geniet van de stilte en de steeds veranderende lichtval op de rotsen met weerkaatsingen op de tegenoverliggende wand. Ik zie nu allerlei details die me ontgaan zijn tijdens mijn vorig bezoek. Af en toe kan ik ook flink doorstappen, geen getreuzel van andere toeristen die voor mijn voeten lopen. Ik ben nu ook weer betoverd door de verrassende blik op de beroemde Schattentempel (het Al Khazneh) aan het einde van de spelonk. Vandaag staat de zon er nog net en ik zie meteen de uitgehouwen holtes opzij van het gebouw, daar waar de bouwers een steunpunt voor hun voeten hadden tijdens het hakken en beitelen. Het is duidelijk een erfstuk van het Hellenisme en de rozerode rots lijkt in het volle zonlicht wel op doorschijnend albast. Ik werp natuurlijk ook binnen even een blik waar de opeenvolgende lagen van wit en rozerood een uniek patroon schetsen.

Het dal wemelt van de necropolen in de rotswanden aan weerszijde, ook wel Koningsgraven genoemd omdat ze zo majestueus zijn - niet omdat er ooit enige koning in begraven werd. Soms liggen de gevels op verschillende hoogtes of langs paden die naar hoger gelegen tombes lopen. Iedereen vindt er wel zijn gading, met eigen stijl, vorm en grootte. Typisch eigen aan deze rots mausoleums zijn de reliëfs in trapvorm met een of twee rijen trapkantelen of treden die dan van beide kanten naar de midden ingang van de tombe liepen. Hierdoor kon de ziel van de overledene zijn weg naar het hiernamaals makkelijker vinden.

Ik loop verder, richting Theater dat helemaal in de rots uitgehouwen is en waarschijnlijk uit de tijd van Keizer Augustus dateert. Hier besluit ik om rechts naar boven de weg in te slaan naar de Basilica. Deze is vrij ruim, breder dan hij diep is, en pronkt met drie gewelfde ingangen. Jammer dat de muren en het plafond helemaal zwartgeblakerd zijn. Het uitzicht over Petra beneden is de klim op zich absoluut waard.

Nu gaat het bergafwaarts en dan rechts aanhoudend in de richting van een dak dat over een uitgegraven mozaïekvloer is gezet. Hier blijken resten van een Byzantijnse kerk te liggen met een centraal koor ooit met marmer geplaveid en gescheiden van de zijbeuken door een rij zuilen waar nu alleen nog de funderingen van overeind staan. Beide zijbeuken zijn volledig met mozaïeken bedekt, links met vogel- en bloemmotieven, rechts met die van dieren en mensen (heiligen?). Goed bewaard, maar een beetje grof zoals al het Byzantijnse werk. In de halfronde apsis zie ik nog een paar stukken van de originele marmerbekleding. Terug in het voorportaal beland ik bij een soort atrium dat met zuilen omzoomd was met in het midden de resten een waterput. Knap gedaan en goed gerestaureerd.

Hiervandaan loop ik nu helemaal naar beneden richting Decumanus met zijn Romeinse bestrating, dwars door de droge wadi, naar de grote tempel aan de overkant van de weg. Dit is de Tempel van Zeus waar lange tijd aan gewerkt werd en die nu voor de bezoekers is vrijgegeven. Het complex is stukken groter dan ik me kon inbeelden, met een majestueuze entreetrap alsof de god in persoon hier boven op de troon moest gaan zitten! Nou ja, waarschijnlijk was dat ook wel de bedoeling. Over de jaren heen is de tempel herhaaldelijk verbouwd en vergroot, met zelfs een klein theatertje achteraan met een heuse spil as voor het ronddraaiende toneeltje. Helemaal achterin word ik verrast door resten van fresco’s en stucwerk op de muren - een onverwacht stukje luxe. We zijn zo gewend om kale muren en zuilen te zien dat we gewoon vergeten hoe de gebouwen er oorspronkelijk uitzagen met hun veelkleurige versieringen. Mijn dag is weer goed!

De Decumanus eindigt hier bij de monumentale Temenos Poort, net iets voorbij het Nympheion dat de stad van drinkwater voorzag. Buiten het centrum van Petra ligt dan de geelkleurige Tempel van Qasr el Bint, de enige losstaande constructie van Petra waar ik nu ook binnen mag. Enorm hoog blijken deze muren te zijn, en halverwege zijn nog duidelijk de vierkanten uitsparingen te zien waar de balken voor de vloer van de bovenverdieping in zaten.

Naast het lunchadres ligt een klein museum, een beetje stoffig en verouderd, maar het is toch de moeite waard om er een kijkje te nemen. Wat vaasjes en potjes, een aarden trechter, een beeldje van Venus, een marmeren hoofd van Keizer Hadrianus (ja, hij is er ook weer bij!), wat geldstukken en votief beeldjes – gewoon leuk omdat het hier helemaal bij past.

Dan start ik de lange klim naar het klooster boven, 800 treden en gladde door zand gepolijste vloertjes verder. Dat zal niet meevallen, maar ik vertik het gewoon om een ezeltje te nemen dat me regelmatig wordt aangeboden. Ik sta liever met beide benen op de grond hoor, als is die nog zo ongemakkelijk en vermoeiend.

De Tempel van El Deir, op latere leeftijd tot klooster bevorderd, ligt te pronken in de middagzon. Het is een broertje van het Schattenhuis, alleen niet zo overdadig versierd maar wel met puur Hellenistische invloeden. Ik loop nog even door tot aan de rand van de hoogvlakte voor een kijkje over de Wadi Araba die helemaal naar Israel loopt.

Nou dat was me de tippel wel! Blijkt achteraf dat mijn rondje wel 14 km lang was, maar goed dat ik dit niet van te voren wist!

[Klik hier om alle foto's van Petra te bekijken]