Posts tonen met het label Murat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Murat. Alle posts tonen

3 juli 2015

Het Museum van Skanderberg, de nationale held van Albanië, in Krujë

Nee, daar had ik ook nooit eerder van gehoord, maar Skanderberg heeft zich in de 15de eeuw verzet tegen de Ottomaans-Turkse bezetting van zijn land en tegen de Islam die zijn landgenoten opgelegd kregen – vandaar dit heldendom.

Skanderberg heette eigenlijk George Kastrioti Skanderberg, afgeleid van het Turkse Iskender Bey wat zoveel betekent als Heer Alexander, en leefde van 1405 tot 1466. De heersende Sultan Murat II nam hem als jonge man mee als gijzelaar, en kwam zodoende in dienst van het Ottomaanse Rijk voor de volgende 20 jaar. In 1443 deserteerde hij samen met 300 Albanezen en veroverde hij de versterkte stad Krujë
waar hij de vlag met het wapen van zijn familie hees, de dubbele adelaar op een rode achtergrond (dezelfde vlag die het huidige Albanië voert). Een jaar later werd hij benoemd tot leider van de Albanese Liga en verdedigde hij de regio Albanië tegen de Ottomanen 25 jaar lang. Dank zij zijn militaire kennis kon hij de Ottomaanse expansie tegenhouden waardoor hij voor velen een voorbeeld is van Christelijke verzet tegen de Ottomaanse Moslims. Voor de Albanezen was en is hij de sleutelfiguur van de Nationale Albanese Renaissance.

Gewapend met deze informatie beland ik in het Etnografisch en Skanderberg Museum waar zo hoog over opgegeven wordt en binnen de muren van het Krujë fort ligt waar Skanderberg drie opeenvolgende Turkse belegeringen wist te weerstaan.

Meteen bij het binnenkomen wordt men geconfronteerd met een meer dan levensgroot beeld van Skanderberg omringd door zijn soldaten die ten aanval trekken. Hij ziet er uit als een Wodanfiguur met zijn zwierige snor en voortvarende houding. De hele zaal is gevuld met schilderijen, wapenuitrusting en andere voorwerpen die betrekking hebben op zijn leven en zijn militaire carrière. Begrijpelijk natuurlijk, maar ik heb nu eenmaal niet zoveel op met deze man – sorry.

Nee, ik verwonder mij daarentegen om ook hier een knappe buste van Koning Pyrrhus, een neef van Olympias, de moeder van Alexander de Grote te zien. Hij is vast voor of naast Skanderberg, een nationale held van het oude Illyrië. Uit die tijd dateert trouwens ook het schitterende schild, dat net als dat uit Apollonia heel erg Macedonisch aandoet, alleen is hier in het midden geen Gorgo maar een soort Macedonische ster aangebracht. Verder liggen er een aantal speer- en pijlpunten en zowaar een heuse Illyrische helm. In een andere vitrine vind ik dan weer een aantal munten: Macedonische geldstukken uit de 3de-2de eeuw v.C., Romeinse munten uit de 2de-3de eeuw n.C. uit Krujë, bronzen munten uit de 2de eeuw v.C. gevonden in Apollonia en bronzen munten uit de 3de eeuw v.C. afkomstig uit Shkodre. Tja, dat vind IK dan weer interessant!

Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat dit museum niet alleen een toeristische attractie is voor de Albanezen maar ook een bron van inspiratie.

9 oktober 2011

Topkapi Museum, Istanbul

In het Topkapi complex beland ik in het zg. Derde Hof. De ingang ervan is de prachtig versierde Poort der Gelukzaligheid. Hier is de onderkant van het dak met goudmotieven gedecoreerd en op de witte wanden boven de bogen en zuilen zijn kleine landschaptafereeltjes geschilderd, eigenlijk heel modern en fris. In dit hof kom ik ogen tekort, maar mijn prioriteit is toch wel vanzelfsprekend, de schatkamer waar DE reuzendiamant hoort te liggen.

Deze Schatkamer blijkt onderverdeeld te zijn in vier aparte zalen. In de eerste zaal valt een met diamanten ingelegde maliënkolder op, uiteraard alleen voor ceremonieel gebruik, en een schattig met parels ingelegd beeldje van een prins onder een baldakijntje, een diplomatiek geschenk uit India. Misschien de mooiste voorwerpen staan in de tweede zaal, met o.a. de Topkapı-dolk uit 1714, door de eigen goudsmeden van de sultan vervaardigd met 3 enorme smaragden er in. Hij was bedoeld als cadeau voor de sjah van Perzië, maar die stierf voordat de dolk af was. Er staan ook een aantal “aigrettes” te pronken, een soort reuzenpin met pluimen van reigers of paradijsvogels, versierd met robijnen, smaragden, diamanten en parels op een gouden ondergrond, die de sultan voor op zijn tulband prikte. Wat een dingen! Net als in de vorige zaal staar ik vol bewondering naar de schrijfdoosjes, kruiken en kannen van rotskristal bekleed met robijnen en smaragden. Hoe konden ze in ’s hemelsnaam rotskristal uitsnijden, uithouwen en uithollen, vraag ik me af?  Het klapstuk, de 86-karaat grote diamant, ligt in de derde zaal, naast een paar “kleinere” diamanten van 58 en 45 karaat. Hier staat ook een vergulde troon, die sultan Murat III in 1574 van de gouverneur van Egypte ontving en die gebruikt werd voor staatsceremoniën. Een raar ding in onze Westerse ogen, groot en breed op korte poten, en je moet je indenken dat er een enorm kussen in lag waarop de sultan dan met gekruiste benen en een wijde pofbroek in plaatsnam. In de vierde zaal staat nog zo een troon, ingelegd met diamanten en edelstenen, een geschenk van de sjah van Perzië die in ruil hiervoor genoemde Topkapı-dolk zou krijgen. Opvallend is wel dat er geen vrouwenjuwelen te zien zijn maar ik verneem dat die eigendom van de vrouwen bleven terwijl de juwelen van de sultans terug aan de staat vervielen. Aardig toch!

Na de Schatkamer loop ik langs de schitterende Bibliotheek van Ahmet III uit 1719 met haar mooie tegels en inlegwerk van parelmoer en ivoor naar de overkant. Daar pronkt het Paviljoen van de Heilige Mantel, dat enkele van de heiligste relieken van de islam bevat (en ik maar denken dat die in Mekka te zoeken zijn!). De heiligste schat is de mantel die ooit door de profeet Mohammed werd gedragen, en die mag je alleen van verre bewonderen want hij ligt in een gouden kist, achter glas bovendien. Aan de standaard voor de kist hangen ook twee zwaarden van Mohammed en zijn pijl en boog (toch niet zo vredelievend?). Ook achter glas uiteraard, worden nog een tand en wat haar en baardhaar van de profeet bewaard, alsmede een brief die hij met eigen hand geschreven zou hebben. Dit is een bedevaartsoord voor de moslims en het is ook niet verwonderlijk dat een geestelijke hier dag en nacht passages uit de Koran reciteert. Hier kom ik ook de meeste vrouwen met hoofddoekjes tegen.

Ik heb nog even tijd om terug te lopen naar het museum met de kostuumcollectie dat naast de Schatkamer ligt. Ik had nl. gelezen dat het traditie was dat als een sultan overleed zijn gewaden opgevouwen werden en in afgesloten zakken bewaard werden. Het is een verrassende collectie van geweven en bedrukte kledingstukken, uiteenlopend van zijde tot katoen en gewone grijze serge, met echt enorme broeken. Een bezoek aan de zaal met de portretten van de sultans zit er niet meer in.