Posts tonen met het label Pompei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pompei. Alle posts tonen

27 januari 2021

Het Antiquarium van Pompei opengesteld voor het publiek

Het Antiquarium, het museum dat op de site van Pompei staat, opent na 40 jaar eindelijk weer zijn deuren.

Het werd al opgericht in 1873, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een hele zaal weggebombardeerd. Gelukkig kon het museum in 1948 weer geopend worden voor het publiek maar de zware aardbeving van 1980 leidde tot een nieuwe sluiting.

Pas in 2016 ging het museum eindelijk weer open, maar dan alleen voor bepaalde tijdelijke tentoonstelling. 

Nu is het eindelijk helemaal opengesteld en dankzij de foto’s van het Smithsonian Museum kunnen we ons een idee vormen van de prachtige voorwerpen die ons te wachten staan!

[Meer foto's zijn te bekijken in het artikel van Smithsonian Museum]

5 september 2020

Uitgelicht: Een symfonieorkest in de oudheid?


Het idee ontstond tijdens mijn bezoek aan een speciale tentoonstelling over muziek en muziekinstrumenten die gehouden werd in het Museum van Louvre-Lens.


Natuurlijk heb ik me lopen vergapen aan de hoeveelheid muziekinstrumenten of delen daarvan die honderden en soms zelfs duizenden jaren oud zijn. Opvallend ook dat er in werkelijkheid niet zo heel veel veranderd is. Er bestonden al vroeg trommels en sistra (een soort rammelaars), luiten en lieren, en uiteraard een ruime keus aan allerlei blaasinstrumenten of mondstukken daarvan.

Deze luit uit Egypte en daterend uit 664 – 332 v.C is gemaakt van hout en huiden en is een heel herkenbaar voorbeeld.

En wat denkt U van deze bronzen cornu, ttz. een soort bronzen trompet, die in de 1ste eeuw in Pompei gevonden is? Een bekend plaatje van marcherende Romeinen nietwaar?

In een zaal met allerlei kleine beelden en voorwerpen, meestal uit terracotta gemaakt, vond ik dit leuke groepje dat me meteen deed denken aan een symfonieorkest. De figuurtjes bespelen een hele verscheidenheid aan instrumenten zoals tamboerijnen, cimbalen, timpanen, luiten, dubbele hobo’s, de Pan fluit, lieren en klappers. Ze zijn afkomstig uit heel uiteenlopende landen, zoals Cyprus, Israel, Iran, Irak of Syrië. De oudste instrumenten dateren ruwweg uit 2000 v.C en de meest recente uit 300 n.C.

Daar zit met recht muziek in!

19 maart 2020

Napels, het Archeologisch Museum

Van zodra de eerste vondsten rond steden als Pompei en Herculaneum aan het licht kwamen, ontstond er een meten een grote verzamelwoede. Vooral de mensen met geld waaronder de rijke adel van het Koninkrijk Napels deden er alles aan om elkaar de loef af te steken.

De uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 heeft een enorme hoeveelheid kunstwerken en gebouwen in de tijd bevroren. Dat gold niet alleen voor Pompei en Herculaneum, maar ook voor een heel aantal kleinere nederzettingen waar de gegoede burgers van Rome hun optrekje gebouwd hadden om daar tijdens de hete zomermaanden wat verkoeling te vinden. Zo ontstonden er aan de voet van de Vesuvius lieflijke oorden zoals Boscoreale, Oplontis, Stabiae, Baiae, Cumae, en Pozzuoli, om er een paar te noemen.

Een van de grootste verzamelaars – misschien wel DE grootste - waren de leden van de Farnese familie. De collectie begon in de 16de eeuw onder Paus Paulus III geboren als Alessandro Farnese die vooral in Rome opgravingen liet uitvoeren. Andere familieleden zoals de hertogen van Parma, Piacenza, Castro, en de graven van Ronciglione, haalden hun kunstwerken in de pas ontdekte steden aan de voet van de Vesuvius. In de tweede helft van de 18de eeuw belandde hun enorme collectie in Napels.

Gezien de veelzijdige en welbewaarde stukken uit de regio, is het Archeologisch Museum van Napels een unicum en biedt een uiterst rijke verzameling van marmeren en bronzen beelden, kleurrijke mozaïeken, natuurgetrouwe fresco’s, juwelen en munten, evenals veel voorwerpen voor dagelijks gebruik zoals schalen, bekers, potten, vazen, lampen, allerhande meubilair, en zelfs hele bibliotheken.

Jammer genoeg zijn er veel stukken uit hun context gehaald. Fresco’s en mozaïeken werden “uitgezaagd” en voorzien van een houten lijst om zo in een of andere luxe villa of paleis een ereplaats te krijgen. Later werden ze dan weer verspreid om wereldwijd een plekje te veroveren in bekende en minder bekende musea. Kleine voorwerpen zijn nooit deskundige geïnventariseerd en we weten dus weinig of niets over hun herkomst.

Al met al bezit het Archeologisch Museum van Napels een kostbare en zeldzame verzameling om duim en wijsvinger bij af te likken.

14 juli 2019

Herculaneum krijgt toch zijn eigen museum

Het heeft dan wel 44 jaar geduurd, maar nu is het zg. Antiquarium in Herculaneum eindelijk (sinds december 2018) opengesteld voor het publiek.


Om te beginnen loopt er een tijdelijke tentoonstelling, SplendOri die tot 30 september 2019 toegankelijk blijft. Hierin worden voorwerpen getoond die in de loop van de 20ste eeuw opgegraven zijn. Het gaat hier om juwelen, munten, kandelaars, bronzen en glazen voorwerpen die al lang opgeslagen waren, alsmede stukken uit het Nationaal Archeologisch Museum van Napels en zilverschatten uit de Moregine Villa in Pompei.

Ofschoon het Antiquarium al in 1974 klaar was, heeft men nu dan toch besloten om het te openen om het 280ste jaar dat de eerste opgravingen in Herculaneum begonnen, ttz in 1738.

Binnenkort zal er in Villa Campolieto, het moderne gedeelte van Ercolano, een tentoonstelling georganiseerd worden over ebbenhout en houten meubels. In de herfst zal er in het vroegere paleis van naburig Portici een selectie van 2.000 jaar oud voedsel getoond worden – verkoold en zodoende goed bewaard na de vulkaanuitbarsting.

Nou ja, allemaal een beetje rommelig maar er valt wat te zien. De Italianen kennende, zal dit nog wel even duren.

20 juli 2017

Pompei anders bekeken

Vanaf 24 juni 2017 loopt er in Oregon (U.S.A.) een bijzondere tentoonstelling over Pompei – bijzonder omdat de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.C. er in centraal staat.


Er is hier veel aandacht besteed aan:
  1. een vergelijking tussen de uitbarsting van de Vesuvius en wat er zou gebeuren als de vulkanen van de naburige Cascades tot uitbarsting zouden komen
  2. het leven van de mensen in het oude Pompei en hun plaats in de geschiedenis van de stad
  3. het levensecht ervaren van een vulkaanuitbarsting dankzij een “4-dimensionaal” theater a.d.h. beelden, geluiden en aardbevingen
  4. de audio apparaten die niet alleen de voorwerpen beschrijven maar ook vertellen waar en wanneer ze gevonden werden
  5. interactie van de bezoeker i.v.m. vulkanologie en Pompei zelf
Het gaat hier dus duidelijk om meer dan archeologie want het is een gelegenheid om zich ook in de vulkanologie te verdiepen.


De tentoonstelling “Pompeii” loopt van 24 juni t/m 22 oktober 2017 in het Oregon Museum of Science and Industry (OMSI).

14 juni 2017

Amo Amorini

Dit was een van mijn eerste zinnetjes Italiaans toen ik jaren geleden Pompei en Herculaneum bezocht, met aansluitend uiteraard het Nationaal Archeologisch Museum van Napels.

De “Amorini” of cupidootjes staan nu in de schijnwerpers in dit museum na een grondige restauratie en schoonmaakbeurt.


Onder de titel “Amori divini” (goddelijke liefde) worden zo een tachtigtal kunstwerken tentoongesteld, variërend van schilderijen, beeldhouwwerken, juwelen en andere ornamenten uit de oudheid en Magna Graecia (Groot Griekenland) tot schilderijen en beelden uit de 16de en 17de eeuw.

Als extra kers op de taart mag de bezoeker nu zelfs over de originele mozaïekvloeren uit de Villa dei Papiri in Herculaneum (die Paul Getty in Malibu, Californië getrouw heeft nagebouwd) lopen die in de bestaande marmeren vloeren met geometrische motieven ingelegd zijn! Schone mozaïeken die stralen met hun originele kleuren, als dat nu geen traktatie is!


Deze bijzondere tentoonstelling loopt van 7 juni tot en met 16 oktober 2017.

1 april 2017

Pompei en de Grieken

Pompei wordt uiteraard gezien als een Romeinse stad bij uitstek waar het leven in 79 n.C. plots tot stilstand kwam met de catastrofale uitbarsting van de Vesuvius. Over de Griekse invloed wordt bijna nooit gerept en de aangekondigde tentoonstelling Pompei e i Graeci is zeker bedoeld om dit recht te zetten.

Pompei is, zoals vele steden in de regio, nauw verbonden met de Grieken die zich sinds eeuwen langs de kust van de middellandse zee gevestigd hebben. Deze tentoonstelling is samengesteld uit 600 stukken afkomstig uit Pompei zelf, maar ook uit Sorrento, Cumae, Capua, Poseidonia (Paestum), Metapontum en Torre di Satriana. Inscripties getuigen van de verschillende talen die in deze steden gesproken werden, zoals Grieks, Etruskisch en Paleoitalisch. Voorwerpen, afkomstig uit verschillende Italiaanse musea zijn onderverdeeld in 13 thematische afdelingen die elk een beeld schetsen van het leven en de monumenten aan de voet van de Vesuvius.

De tentoonstelling Pompei e i Greci loopt van 13 april tot 27 november 2017 op het terrein van het antieke Pompei .

Jammer genoeg zijn we te laat om de pas gerestaureerde Venus in Bikini op haar oorspronkelijke pel terug te zien. Ter gelegenheid van de Dag van Vrouw stond deze marmeren godin voor één dag terug in haar eigen domus. Dat was dus alleen op 8 maart jl. en je moest dus wel toevallig in de buurt zijn om dit te mogen beleven. De schitterende Venus in Bikini is nu weer vertrokken naar het Archeologisch Museum van Napels (MANN).


Dit beeld werd gevonden in de kast van een van de antieke huizen van Pompei  waar het opgeborgen werd tijdens de werken die daar uitgevoerd werden n.a.v. de aardbeving van 62 n.C. Het diende heel waarschijnlijk als decoratie in het impluvium, het water bassin in het midden van het atrium. Dit soort beeldjes is van Griekse oorsprong waar ze in de 3de eeuw v.C. zeer populair waren.

[Beide foto's van Pompeii] 

30 maart 2013

Leven en dood in Pompei en Herculaneum

Onder the titel “Life and death in Pompeii and Herculaneum” is zojuist een nieuwe tentoonstelling geopend in het British Museum in Londen, die nog loopt tot 29 september 2013.

Vreemd genoeg is het voor het eerst dat er een dergelijke tentoonstelling plaats vindt in het British Museum, en het is zelfs de eerste in veertig jaar in Londen. We kunnen dus massa’s mensen verwachten.

Gelukkig hebben wij hier dichter bij de deur al iets van die aard gezien in 2007 toen er in Nijmegen een tentoonstelling liep onder de naam “De laatste dagen van Herculaneum”.

De Engelsen hebben nu in nauwe samenwerking met de musea van Napels en Pompei meer dan 250 fascinerende voorwerpen samen gebracht, waarvan sommige nog nooit buiten Italië te zien waren. De bedoeling is om een idee te krijgen van het Romeinse huis en van de mensen die in Herculaneum en Pompei leefden toen de Vesuvius in het jaar 79 tot uitbarsting kwam. Beide steden werden toen bedolven onder een dikke laag as en puin, maar elk op een verschillende manier aangezien in Pompei een verwoestende brand gewoed heeft en Herculaneum onder een dikke laag puimsteen bedolven werd.


Ondanks de angstaanjagende berichten over de huidige verwaarlozing van Pompei, blijkt men in Herculaneum toch nog te werken. Recente vondsten worden dus nu voor het eerst aan het publiek getoond, zoals o.a. fijn uitgewerkte marmerreliëfs en ivoren panelen, maar ook boeiende voorwerpen die in de grote afvoerbuizen van de stad gevonden zijn.

De bezoeker zal een goede indruk krijgen van het dagelijkse leven van de mensen uit die tijd. In tegenstelling tot menig andere tentoonstelling komt nu de gewone man aan bod, de zakenman, de invloedrijke vrouwen, de bevrijde slaven en de kinderen. Voorwerpen uit het dagelijkse leven, waaronder zes stuks houten meubilair uit Herculaneum zijn hier te zien met nog andere objecten die allemaal zwaar verkoold zijn door de hoge temperatuur van de as die de stad bedekte. Vandaar dus de reden om beide steden samen te laten zien omdat dergelijke voorwerpen bij voorbeeld de ramp van Pompei niet overleefd hebben.

Ook zullen er afgietsels van slachtoffers te zien zijn uit Pompei en omgeving, zoals twee volwassenen en hun twee kinderen die onder de trappen van hun villa beschutting gezocht hebben – tevergeefs. Het afgietsel van een hond op het moment dat hij verstikte is ook zeer aangrijpend.

Genoeg facetten voor iedereen om zijn gading te vinden.

29 februari 2012

Alexander-tentoonstelling in het Louvre, Parijs.

« Au Royaume d’Alexandre le Grand. La Macédoine Antique. »

Een mondvol voor een tentoonstelling, maar wel eentje die zijn naam eer aan doet. Eigenlijk liep deze tentoonstelling vrij kort (van 13 oktober 2011 tot 16 januari 2012) en aangezien ik er zelf pas een van de laatste dagen naartoe kon gaan, heb ik hier niet eerder over verteld. Het was toch al meteen verleden tijd.

Van zodra het met Alexander de Grote te maken heeft, ga ik er natuurlijk op af. De titel hier was vrij verwarrend: ging het nu om Alexander of om Macedonië? Nou ja, uiteindelijk om allebei natuurlijk, maar het accent lag wel op het antieke Macedonië – een welverdiende aanbeveling. Niet alleen in de oudheid maar ook in recentere tijden wordt Macedonië als een soort stiefkind behandeld, maar de opgravingen van de laatste dertig jaar of zo werpen daar een totaal ander licht op.

In feite dateren de eerste serieuze opgravingen uit 1861 toen twee Fransen (ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, hé!) Léon Heuzey en Henri Daumet met toestemming van de toenmalige Ottomaanse regering hun eerste ontdekkingen deden, met o.a. het Koninklijk Paleis van Aegae, zonder te weten dat dit Aegae was, de oude hoofdstad van Macedonië – in wat nu Vergina heet. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd de draad weer opgepakt en ging Konstantinos Rhomaios daar in 1920 aan de slag. Hij lokaliseerde Pella, de tweede hoofdstad van Macedonië, die door aanslibbing van de Axios Rivier nu bijna 25 kilometer verder landinwaarts is komen te liggen. Hij was het ook die een aantal graven in de buurt van Vergina blootlegde. De klap op de vuurpijl was natuurlijk in 1977 toen Manolis Andronicos het ongeschonden Graf van Koning Philippus II ontdekte. Daar werd een weelde aan grafgiften blootgelegd net als in de aanpalende graven die onder dezelfde tumulus lagen. In het kielzog van deze ontdekkingen, werden verdere opgravingen gestart en werden er elders veelbelovende sites blootgelegd.

Uit al deze ontdekkingen blijkt bij voorbeeld dat de archaïsche Macedonische kunst veel verwantschap vertoont met die van Mycene, alleen honderd jaar later. Duidelijke sporen hiervan zijn in het bijzonder terug te vinden in het gebied van Piëria in de westelijke regio. Maar het staat intussen wel vast dat wat wij Hellenistische kunst noemen, zich eerst en vooral in Aegae en in Pella heeft ontwikkeld aan het hof van de koningen en de rijke Macedonische elite. Reeds in de 5de eeuw v.C. trok het Macedonische hof artiesten van naam en faam aan, zoals Zeuxis van Heraclea die het paleis van Koning Archelaos decoreerde, of Euripides die hier zijn Iphigenia in Aulis, Archelaus en De Bacchanten heeft geschreven. Daarna kwamen meer bekende artiesten naar het hof van Pella, zoals Lysippos, de officiële portrettist van Alexander en Apelles, zijn hofschilder, maar er waren nog meer topschilders zoals Aristides van Thebe of Philoxenus van Eretria. De namen waren dan wel bekend, maar men had geen idee van hun werk totdat in de tumulus van Vergina de fresco’s in de Tombe van Persephone daar een totaal onverwacht beeld van toonden, een oeuvre dat toegeschreven wordt aan Nicomachus van Thebe – een unicum. Uiteindelijk blijkt ook dat men in Pella muurschilderingen gevonden heeft die duidelijke voorlopers zijn van de zogenaamde “Pompeaanse” stijl die pas vijf eeuwen later in Pompei gebruikt werd.

Het Louvre heeft inderdaad grondig werk verricht en niet zo maar wat voorwerpen uit Griekenland hierheen gehaald. Meteen bij aankomst op de tentoonstelling wordt men geconfronteerd met een schitterende kopie van het kiezelmozaïek uit Pella waarop een leeuwenjacht te zien is met links Alexander en rechts Craterus. Je bent meteen thuis hé?

Ik was nog onlangs zelf in Macedonië voor een rondje musea en ik had het gevoel dat ik allemaal oude vertrouwde voorwerpen terugzag. Hier even een losse greep, zo uit mijn blote hoofd want je mocht daar jammer genoeg geen foto’s nemen.
  • Uit het Museum van Aiani (Piëria), kleifiguren en vaasjes;
  • Uit Vergina, zilveren kruiken, een bronzen lamp, gouden kronen met tere bladeren en bloemen of de knoop van Heracles;
  • Uit Amphipolis, een kleurrijke vaas, een zwierige terracotta danser en een levendig beschilderd vrouwenkopje;
  • Uit Polygoros, een van de pijlpunten waar de woorden “Philippou” op gekrast zijn, m.a.w. met de groeten van Philippus (gebruikt tijdens het beleg van Olynthus);
  • Uit Veroia, de wonderlijke buste van Olganos uit Kopanos die meteen aan Alexander doet denken;
  • Uit Pella, mallen voor terracotta beeldjes en afgewerkte terracotta beeldjes, potjes en vaasjes afkomstig van de Agora, wat aardewerken dakrandversieringen en overblijfselen van grafmeubilair in hout, been of ivoor;
  • Uit Dion, een sprekend reliëf met het hoofd van Demeter;
  • Uit Thessaloniki uiteraard het leeuwenaandeel met goudmaskers in de stijl van Agamemnon, bronzen helmen al dan niet afgezet met een gouden rand, een aarden pyxis met bloemenrand op een zwarte ondergrond, gouden juwelen als armbanden, kettingen, oorbellen, fibulae, etc., gouden, zilveren en bronzen munten, een schitterend bronzen medaillon van Athena in hoogreliëf, de binnenpanelen van een beschilderd graf, etc.
  • Uit het Louvre zelf, een voor mij niet herkenbare (kleine) bronzen Alexander met speer, een aantal voetstukken en kapitelen van de zuilen uit Aegae (meegebracht door Heuzey en Daumet maar nooit echt tentoongesteld) die nu in hun context geplaatst worden in een levensgrote tekeningreconstructie van de zuilengang rond het centrale plein van het Paleis van Aegae. Ja, alsof je weer loopt hoor! Hier staat ook de kop van een jonge Alexander te pronken die in het Museum van Pella thuishoort.

Verder foto’s van een aantal muurschilderingen uit verschillende graven in en rond Vergina, Pella en Lefkadia. Een vitrine vol met Griekse vazen, schalen, drinkbekers, potten en kannen ontbreekt natuurlijk ook niet, allemaal uitgelezen stukken.

En het Louvre heeft nog meer verborgen schatten: resten van het Paleis van de Romeinse Keizer Galerius (305-311 n.C.) die van Thessaloniki de hoofdstad van zijn tetrarchie gemaakt heeft. Het gaat om een aantal vierkanten marmeren pilaren, ongeveer twee meter hoog, met aan de voor- en achterkant telkens een figuur in reliëf: een Menade, de Overwinning, Dionysos, Aura, Ariane, één van Dioscuren, Leda met de Zwaan en Ganymedes. Dit geheel hoort onder de roepnaam “Incantada” thuis en zou aan de noordzijde van Agora van Thessaloniki gestaan hebben. Zo leer je elke dag toch weer bij.

Ik vraag me nu alleen af waarom Alexander de Grote hier centraal hoort te staan want behalve de kop uit Pella en het miezerige bronzen beeldje van hem met zijn verloren lans, heb ik hem niet gezien. Dat blijkt dan de verrassing te zijn, waarschijnlijk bedoeld als hoogtepunt van de tentoonstelling … niet erg geslaagd, vind ik.

Helemaal aan het einde van de tentoonstelling, als ik dus al klaar ben om naar buiten te gaan, zie ik plots nog een vrij kleine vitrine waar Alexander me staat op te wachten. Moest dat nu zo krampachtig achter dat ene venster? Ze hadden hier toch wel een glas helemaal rondom kunnen maken want hier staan de echte pronkstukken – nou ja, in mijn ogen dan – Alexander in hoogsteigen persoon. De bekende Azara Hermes uit het Louvre heeft hier een plaatsje gevonden (toch wel naar een origineel van niemand minder dan Lysippos!), Alexander als Pan uit het museum van Pella, de Guimet Alexander uit het Louvre, een torso dat aan hem wordt toegeschreven en een inscriptie uit Thessaloniki waar ik de betekenis niet meer van weet. En dan helemaal op de hoek, echt buiten zicht alsnog een paar gouden medaillons van zijn Koninklijke ouders, Koning Philippus II van Macedonië en Koningin Olympias – ware pronkstukken die zo maar in een hoekje geschoven zijn. Dat is toch durven hoor!