Posts tonen met het label Rome. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rome. Alle posts tonen

19 maart 2020

Napels, het Archeologisch Museum

Van zodra de eerste vondsten rond steden als Pompei en Herculaneum aan het licht kwamen, ontstond er een meten een grote verzamelwoede. Vooral de mensen met geld waaronder de rijke adel van het Koninkrijk Napels deden er alles aan om elkaar de loef af te steken.

De uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 heeft een enorme hoeveelheid kunstwerken en gebouwen in de tijd bevroren. Dat gold niet alleen voor Pompei en Herculaneum, maar ook voor een heel aantal kleinere nederzettingen waar de gegoede burgers van Rome hun optrekje gebouwd hadden om daar tijdens de hete zomermaanden wat verkoeling te vinden. Zo ontstonden er aan de voet van de Vesuvius lieflijke oorden zoals Boscoreale, Oplontis, Stabiae, Baiae, Cumae, en Pozzuoli, om er een paar te noemen.

Een van de grootste verzamelaars – misschien wel DE grootste - waren de leden van de Farnese familie. De collectie begon in de 16de eeuw onder Paus Paulus III geboren als Alessandro Farnese die vooral in Rome opgravingen liet uitvoeren. Andere familieleden zoals de hertogen van Parma, Piacenza, Castro, en de graven van Ronciglione, haalden hun kunstwerken in de pas ontdekte steden aan de voet van de Vesuvius. In de tweede helft van de 18de eeuw belandde hun enorme collectie in Napels.

Gezien de veelzijdige en welbewaarde stukken uit de regio, is het Archeologisch Museum van Napels een unicum en biedt een uiterst rijke verzameling van marmeren en bronzen beelden, kleurrijke mozaïeken, natuurgetrouwe fresco’s, juwelen en munten, evenals veel voorwerpen voor dagelijks gebruik zoals schalen, bekers, potten, vazen, lampen, allerhande meubilair, en zelfs hele bibliotheken.

Jammer genoeg zijn er veel stukken uit hun context gehaald. Fresco’s en mozaïeken werden “uitgezaagd” en voorzien van een houten lijst om zo in een of andere luxe villa of paleis een ereplaats te krijgen. Later werden ze dan weer verspreid om wereldwijd een plekje te veroveren in bekende en minder bekende musea. Kleine voorwerpen zijn nooit deskundige geïnventariseerd en we weten dus weinig of niets over hun herkomst.

Al met al bezit het Archeologisch Museum van Napels een kostbare en zeldzame verzameling om duim en wijsvinger bij af te likken.

27 augustus 2017

Uitgelicht, de Romeinse mijlpaal

Naar het schijnt zijn het de Romeinen die de mijlpaal uitgevonden hebben. Het woord “mijl” is trouwens afgeleid van het Latijnse milia passuum, duizend stappen, een afstand van 1476 meter. Een mijlpaal of miliarium was typisch een ronde zuil rustend op een vierkante sokkel die anderhalve meter hoog was en 50 centimeter in doorsnee.

Hierop kom men aflezen hoever het nog was naar een bepaalde bestemming, afhankelijk van de weg waarop hij stond. Bovendien stond hier ook wel informatie op over de wie de weg had aangelegd of ervoor betaald had en wie de weg onderhield of repareerde.

Vanuit het historisch oogpunt dus, zijn mijlpalen zeer belangrijk, al zijn het niet de meest opvallende getuigenissen uit het verleden. Als je niet oplet, loop je er al gauw aan voorbij, tenzij ze in een museum zijn ondergebracht – en dan nog!

Een van de meest opvallende voorbeelden is de zg Tadiasmus Patarensis, het Monument van de Wegen in Patara, Turkije. Dit is een vierkante pilaar met daarop een kaart van Lycië en de lijst van 63 steden met de onderlinge afstand van elkaar.


Turkije is nog zeer rijk aan mijlpalen waarvan sommige nog op hun oorspronkelijke plaats staan zoals deze langs de Sebastian Way (foto genomen tijdens een van mijn reizen met Peter Sommer)

of deze die verhuisd is naar de ingang van een wegrestaurant in het Taurus Gebergte.

In Istanbul is dan weer zonder al teveel moeite deze Mijlpaal van Constantijn te vinden

In Italië is een ruime keuze aan mijlpalen te vinden langs het uitgebreide netwerk van de Romeinse wegen die allen naar Rome leidden. Ze zijn uiteraard over heel het Romeinse Rijk te vinden, van Engeland tot Syrië en van Spanje tot Noord Afrika.


Zo ben ik er onverwachts ook eentje tegengekomen in het Museum van Apamea, Syrië dat ondergebracht is in een oude karavanserai.

31 januari 2015

Tentoonstelling over Carthago in Leiden

In het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden (Nederland) loopt momenteel een grandioze tentoonstelling over Carthago (tot 7 mei 2015), voor mij aansluitend op mijn recente bezoek aan Motya op Sicilië waar een groot aantal Punische voorwerpen en een Tophet (begraafplaats) te vinden zijn.

Carthago wordt aangemeld zijnde de derde stad van het Romeinse Rijk, na Rome en Alexandrië, en dat is toch niet niks. Carthago lag in Noord-Afrika aan de kust van het huidige Tunesië, maar was oorspronkelijk een kolonie die waarschijnlijk in de 9de eeuw v.C. gesticht werd door de Feniciërs afkomstig uit het huidige Libanon. Carthago had een machtige vloot die er toe bijdroeg om een uitgestrekt netwerk rond de Middellandse Zee op te bouwen, tot groot verdriet van de Romeinen. Vanaf de 5de eeuw werd over de macht van Carthago gevochten, en pas in 146 v.C. lukte het de Romeinen om Carthago te verslaan. Ruim een eeuw later groeide stad uit één van de drie machtigste steden, dankzij Keizer Augustus die de stad weer opbouwde. Drie eeuwen later werd Carthago, net als zoveel andere steden in Noord-Afrika, ingenomen door de Vandalen en vanaf de 7de eeuw raakte de stad in verval. Pas begin 19de eeuw werd Carthago herontdekt en staat nu op de Wereld Erfgoedlijst van de UNESCO.

De tentoonstelling in Leiden is in twee delen opgebouwd: van 900 tot 146 v.C., de strikt Carthaagse periode, en na 146 v.C. als het Romeinse Carthago, elke periode op zijn eigen verdieping. De tentoongestelde voorwerpen zijn afkomstig uit musea in Tunesië, maar ook uit het Louvre en het British Museum waar men normaal aan voorbij loopt.

Punische kunst is op zijn minst gezegd intrigerend en nooit meteen herkenbaar zoals bv. Griekse of Egyptische voorwerpen. Er is altijd wel een invloed van buitenaf te merken, Egyptisch, Afrikaans, Syrisch (hun thuisland) en soms met een snuifje Grieks wanneer de artiest uit Griekenland blijkt te komen. Opvallend is bv. het marmeren deksel van een sarcofaag uit de 4de-3de eeuw v.C. afkomstig uit de Necropool van Rabs in Carthago, die een dame toont in een Grieks aandoend gewaad terwijl de voorstelling eerder bij de Etrusken te vinden is. Van Egyptische invloed zijn dan weer de slang op haar voorhoofd en haar kapsel, alsook de vleugels rond haar lichaam. Dit zou een priesteres van Isis kunnen voorstellen, maar zeker is dat niet. Een ander opvallend beeld is dat van een Godin met Leeuwinnenhoofd dat van terracotta is gemaakt.

Het dateert uit de 1ste eeuw n.C., de Romeinse periode, maar het geheel doet nog sterk denken aan de Punische godheid Tanit, ofschoon het ook de Egyptische Sekhmet zou kunnen voorstellen. Het lijkt alsof het hoofd niet bij het lichaam past, het gewaad doet Grieks aan ofschoon de veermotieven dan weer verwijzen naar het Midden-Oosten. Dit beeld werd gevonden in Tinissut en is voor de gelegenheid afgestaan door het Bardo Museum in Tunis.

Maar er zijn natuurlijk veel meer bijzondere stukken, zoals de Punische grafsteles, het schitterende bronzen Punische kuras, de uitgewerkte zilveren Fenicische schalen uit de 7de eeuw v.C., een aantal wierookbranders bovenop terracotta hoofden die heel Grieks aan doen en uit de 3de-2de eeuw v.C. dateren, of de unieke marmeren zonnewijzer (scaphe) uit Carthago uit de 1ste-2de eeuw n.C. en door het Louvre is uitgeleend.

Op de tweede verdieping, gewijd aan de Romeinse tijd, vinden we beelden en voorwerpen die er al heel Romeins uitzien. Opvallend hier zijn een aantal die voor de kust van Tunesië opgedoken zijn uit het zg. scheepswrak van Mahdia, met o.a. twee allerliefste bronzen beeldjes van Eros met de lamp en een dansende Sater uit ong. 100 v.C. Klapstuk is dan wel het gave bronzen scheepsram van een Fenicische trireem, een unicum!


Op een speciale pagina van het Rijksmuseum voor Oudheden is een aantal topstukken te zien (klik hier), en mijn eigen topstukken staan in dit album, Carthago in Leiden 2015.