Posts tonen met het label Rila. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rila. Alle posts tonen

16 juli 2012

Het Klooster van Baskovo, BU

Vandaag staat het Klooster van Baskovo op het programma, het tweede klooster van Bulgarije na dat van Rila, dat in 1083 gebouwd werd door twee broers die militair commandant waren in het leger van de Byzantijnse Keizer Alexis Commenus. De bus zet ons aan de voet van een schuine hobbelstraat af, die we zelf ad pedibus naar boven moeten lopen. Langs de kant staan er heel wat fonteinen die hun water uit veelvuldige kraantjes laten lopen. Het doet me denken aan de landelijke wegen in Italië van vroeger waar ook regelmatig een verkoelende waterplaats stond.

Ook dit klooster is verre van streng en sober, maar warm en levendig met kleurrijke fresco’s binnen en buiten met fijn houtsnijwerk. Er zijn nog maar vier monniken in dit complex, ooit onderdak verlenend aan een 140 van hen. We mogen hier de refter binnen, een lang smal vertrek met middenin een lange stenen tafel met aan weerskanten dito banken. De muurschilderingen lijken wel die van een kerk te zijn, met alle standaardelementen er in, en dit blijkt ook de opzet want de monniken moesten zo dikwijls ter kerke gaan voor hun gebeden dat ze anders niet aan eten toe kwamen. Ze waren toch wel slim, hoor! De aangrenzende keuken is uiteraard veel kleiner dan van Rila maar ruikt ook weer naar rook en roet. Het trekgat boven in de tuitvormige koepel is trouwens niet zo groot, weer een donkere business, niets voor mij.

Het klooster van Baskovo telt maximaal twee verdiepingen en, net als in Rila, staat de kerk uit 1604 midden in het complex. Hij is gewijd aan St. Nikolaas en bevat een schitterende icoon van Maria met Kind, waarschijnlijk Grieks aangezien hij in zilver gevat is. Deze icoon, uit ongeveer 1310, schijnt miraculeus te zijn want het is herhaaldelijk voorgekomen dat Maria het klooster en de monniken voor onheil behoed heeft. Ze wordt dus in grote eer gehouden en er zijn dan ook vele plaatselijke bedevaartgangers die aan de stalletjes een doekje kopen als offergave, buiten de kaarsjes die natuurlijk alom branden. Hier ligt ook, heel uitzonderlijk, de laatste patriarch en abt van het klooster begraven. De muurschilderingen zijn niet te zien in deze donkere ruimte, maar wel die van de onderste kerk gewijd aan de Aartsengelen Michaël en Gabriël waar, vreemd genoeg, de mensen gezellig tegenaan leunen!

Het klapstuk is toch het fresco buiten aan de muur van de refter dat het grootste van het land heet te zijn. De artiest geeft een ideale visie van het klooster weer, zelfs met gebouwen die ooit op de bouwplannen gestaan hebben maar nooit verwezenlijkt werden. Middenin prijkt een afbeelding van de icoon van Maria met het Kind die op het klooster neerdaalt. In een lange monnikenprocessie, waarin zelfs moslims meelopen, wordt de icoon drie maal rond de kerk gedragen. Het is een prachtige schildering, zo fris en kleurrijk alsof hij pas gisteren gemaakt werd. Het geheel wordt geflankeerd door twee medaillons, links met de afbeelding van St. Joris en rechts met die van St. Dimitri. Ongetwijfeld een schitterend geheel.

Ook rond het binnenplein staan hier de nodige fonteinen en daar wordt vooral door de pelgrims, grif gebruik van gemaakt.

[Klik hier om alle foto's van het klooster te bekijken]

1 januari 2012

Het Rila Klooster, BU

Te midden van een landschap dat steeds woester wordt, waar de bergen steeds steiler en hoger worden, met dichte bossen en snelstromende riviertjes ligt daar ineens op 1147 meter hoogte het Rila Klooster. Het heeft de eeuwen getrotseerd en fascineert iedere bezoeker nog steeds (mij incluis) door de pure harmonie en verfijnde lijnen van de vele zuilen, bogen en nissen.

Bij aankomst is het nog rustig, al is dit de drukst bezochte plek van Bulgarije. Ik ga eerst de kerk binnen gewijd aan de Maagd Maria met haar schitterende fresco’s, die zowel de binnenmuren als de muren van de buitengalerij volledig bedekken. Ik weet nu de twaalf apostelen te vinden en ook de iconostase met Christus, Maria, aartsengel Michael en die van de stichter van het klooster, Jan Rila. Ongeveer in het midden van de kerk staat, heel ongebruikelijk, een hoge gouden preekstoel. Wat ook heel ongewoon is, is dat er een graf in de kerk ligt, nl. dat van Tsaar Boris, de vader van de huidige President en ex-koning Simeon. Wel zijn graf, maar niet zijn lichaam want dat is sinds 1948 spoorloos; ook zijn hart dat apart was bijgezet is verdwenen. Tsaar Boris had in 1943 aan de Duitsers, noodgedwongen, doorgang verleend voor hun tocht van Roemenië naar Griekenland, maar toen bleek dat er 80.000 Joden in Bulgarije zaten kwamen de Nazi’s er natuurlijk op af. De koning heeft het klaargespeeld om in twee dagen tijd alle Joden officieel de Bulgaarse nationaliteit te geven, uiteraard tot grote ergernis van de Duitsers. Onder valse voorwendsels nodigden zij hem daarna uit in Berlijn en op zijn terugreis is hij overleden, waarschijnlijk vergiftigd. Hij is thans de enige Bulgaarse koning die binnen de muren van een kerk begraven ligt.

Het klooster zelf dateert uit de 10de eeuw, oorspronkelijk een houten kerk, die echter al snel door brand verwoest werd en pas 300 jaar later weer opgebouwd werd. In die tussentijd trokken de monniken door het land (er horen 9.000 ha land bij het klooster!) om geld in te zamelen voor de wederopbouw en gelijk om nieuwe monnikenzieltjes te winnen. In 1335 staat het klooster weer overeind met bovendien in het midden naast de kerk, een verdedigingstoren (Hrelyo Toren), een verschansing voor het geval de Turken zouden aanvallen. Maar het klooster blijft gespaard en de voorrechten die verleend werden door de Bulgaarse koningen werden door de plaatselijk sultans bevestigd, al was het alleen maar als waardering voor zijn schitterende ligging. De Turkse Pasja die rond 1850 het klooster bezocht was zo onder de indruk dat hij een oorkonde overhandigde voor het behoud van Rila. Dit document is trouwens te zien in het bijbehorende museum dat in de kelders is ondergebracht. Einde van de 18de eeuw werd het klooster nogmaals verwoest en pas in de eerste helft van vorige eeuw weer opgebouwd.

Op hoogtijdagen zaten hier wel duizend monniken, nu nog een tiental. Deze monniken mochten niet trouwen, terwijl de priesters (die alleen in Griekenland en in Rusland “popes” genoemd worden) getrouwd moeten zijn. Het is maar een weet.

Voor deze grote gemeenschap moest er natuurlijk gekookt worden en dat gebeurde in een enorme keuken, naar het schijnt uit de 19de eeuw. Nou ja, keuken is een groot woord want de ruimte lijkt meer op een grot met zwartgeblakerd plafond met boven in de steile ronde overkoepeling, een trekgat. Het is hier erg donker en ik vraag me af of ze wel konden zien wat ze deden, ofschoon ze de “monnikensoep” (bonensoep) in deze enorme potten misschien wel op de tast konden koken. Het ruikt hier naar roet en een beetje muf zelfs.

Om nog even op die verdedigingstoren op het binnenplein terug te komen, deze telt maar liefst vijf verdiepingen en in geval van nood was er voor de monniken eten en slaapgelegenheid. Er onder ligt een waterput en helemaal bovenin zijn schietgaten voorzien om de vijand te kunnen afslaan. De geweren waren trouwens de laatste nieuwe modellen, gestolen van de Turken. Dat mocht dus wel.

Ik kan tot de bovenste verdieping van de kloostergangen lopen over krakende houten trappen en vloeren. Hier en daar hangt er een soort prieeltje aan de gaanderij dat schitterend uitzicht verleent over het complex en de omliggende bergen. Ik krijg ruim de tijd om hier rond te dolen en de sfeer te proeven en toch lijkt het alsof ik maar net mijn rondje heb kunnen maken.

Het is een absoluut hoogtepunt om dit klooster te bezoeken – de ongemakken van de lange afstand moet je zeker voor lief nemen.
[Klik hier om alle foto's van Rila te bekijken]