Posts tonen met het label Roxane. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roxane. Alle posts tonen

16 april 2011

Verborgen Afghanistan, De Nieuwe Kerk in Amsterdam

Dit is de tentoonstelling die momenteel nog tot 20 april 2008 in Amsterdam te zien is. De titel zelf, “Verborgen Afghanistan” werpt volgens mij wel een aantal vragen op want wat weten wij nu eigenlijk van Afghanistan? Elke dag of daaromtrent is dit land wel in het nieuws met weer een aantal aanslagen en een aantal doden. Wie wil er dan nog iets horen over wat er verborgen is? Kan daar iets moois zijn? Kan er iets bestaan dat de moeite van het ontdekken waard is? Misschien schrikt de titel van deze tentoonstelling wel veel mensen af? Moeilijk te achterhalen, lijkt me, maar voor mij is dit het land van het oude Bactrië waar Alexander de Grote doorgetrokken is en zijn sporen heeft achterlaten. Geen wonder dus dat ik hier een kijkje moet nemen. Ik heb er trouwens een hele dag voor uitgetrokken!

De tentoonstelling is gecentreerd rond vier archeologische vindplaatsen die een tijdsspanne bestrijken van twee duizend jaar vóór Christus tot de derde eeuw na Christus, ruwweg een periode van 2.500 jaar – toch niet mis.

Ik had natuurlijk al het nodige gehoord over het afschuwelijke lot van de vruchtbare opgravingen van Russen en Fransen in Afghanistan die grotendeels in het Museum van Kabul waren ondergebracht. De Russische inval van 1978 heeft zo bij voorbeeld in Ai Khanoum, een stad die door de Grieken gesticht werd, een abrupt einde gemaakt aan de opgravingen en toen de fransman Paul Bernard een paar jaar geleden terug ging kijken was de plek totaal leeggeplunderd! Maar het is vooral de Taliban die grote schade heeft aangericht en elk beeld, fresco of schilderij dat mensen voorstelde finaal aan gruzels gehakt. We kennen allemaal het lot van de reuze Boeddha beelden in Bamian, maar in het Kabul Museum hebben ze echt wel de boel kort en klein geslagen. Zonde dat ik het zeg! Voorwerpen die duizenden jaren getrotseerd hebben worden dan in één klap grondig vernietigd!

Bactrië, om de oude naam maar te gebruiken, ligt in Centraal Azië op het kruispunt van oude karavaanroutes die later uitgroeien tot de Zijde Route, waar alle handelswegen tussen Oost en West elkaar kruisen. Geen wonder dus dat Alexander de Grote zoveel tijd en energie in de verovering van dit gebied gestoken heeft. Hij moest hier gewoon heer en meester zijn, niet alleen om zijn achterhoede veilig te stellen op weg naar India, maar ook uit economisch oogpunt want Bactrië was uiterst strategisch gelegen. Misschien was zijn huwelijk met Roxane, de dochter van het plaatselijke opperhoofd toch eerder een berekende zet dan een impulsieve liefde. Wie weet?

Meteen bij het binnenkomen in de Nieuwe Kerk word ik geconfronteerd met een drietal beelden uit het Musée Guimet in Parijs, uit de boeddhistische tijd maar met zuivere hellenistische trekken. Heel indrukwekkend in de spotlights gezet op een zwarte achtergrond, je kunt er niet naast kijken, en het is meteen een juiste onderdompeling in wat je als bezoeker te wachten staat. Een prachtige Genius met bloemenkrans in hoog reliëf uit de 4de-5de eeuw is puur hellenistisch van uiterlijk, ofschoon gevonden in het boeddhistisch klooster van Hadda, in het uiterste noorden van Afghanistan.

En dan staat er een grote vitrine waarop trapsgewijs op kijkhoogte een honderdtal boeddhistische kopjes geschikt zijn, van klein onderaan tot groot op de bovenste trede. Het is een fascinerend geheel want al naargelang ik ze recht in hun gezin kijk of van opzij, lijkt het alsof ze naar me kijken of gewoon dromerig voor zich uit staren. Ook hier zijn heel duidelijke hellenistische trekken te herkennen, en ik neem er de tijd voor om ze stuk voor stuk te keuren en te bewonderen.

Van hier uit word je bijna automatische de filmzaal ingeloodst, zeer de moeite waard en zeker voor diegenen die hier onbeslagen ten ijs komen. Duidelijk met kaarten, een blik achter de schermen, en met prachtige vergezichten over het schitterende landschap van Afghanistan!

De oudste vondsten (2.000 v.C.) komen uit Tepe Fullol. Het zijn er maar een paar: gouden schalen en bekers in dun geslagen goud die me ergens aan het oude Mycene en het dodenmasker van Agamemnon doen denken. Archeologen zijn het er trouwens niet over eens waar de oorspronkelijke inspiratiebron lag of tot welke stijl ze behoren. Het grootste deel van de schat is bovendien verdwenen, eerst omdat de vondst onder de stamhoofden van Noord Afghanistan verdeeld werd, later omdat de hele collectie van het Museum in Kabul uit elkaar gevallen is. Ze liggen een beetje verloren, achteraf in deze expositieruimte - jammer, want ze mogen toch zeker wel in het zonnetje gezet worden na vierduizend jaar in de grond gezeten te hebben?

Het deel dat gewijd is aan Ai Khanum is voor mij uiteraard de grote trekpleister, in feite de hele reden van mijn bezoek want zoals gezegd werd deze stad gebouwd in het kielzog van Alexander de Grote die in 328-327 v.C. dit gebied veroverde. Ik vind het toch wel wat hoor om helemaal aan de grens met Oezbekistan, aan de oevers van de Oxus Rivier een stad te vinden die op Griekse wijze is opgezet, compleet met Gymnasium, Theater en tempels. Er werd zelfs een Paleis gebouwd, een on-Grieks concept want de Grieken kenden geen Koninklijke paleizen. Dit is dan opgetrokken volgens Perzisch model maar wel met monumentale Korinthische kapitelen bovenop de zuilen en platte daken versierd met zg. antefixen. Die staan hier dus te pronken, samen met voorwerpen zoals een waterspuwer in de vorm van een theatermasker, of een paar zonnewijzers (wat je dus echt niet verwacht!), een Hermeszuil van bijzondere kwaliteit, een gezicht waarvan men zelfs niet met zekerheid kan zeggen of dit nu een man of een vrouw moet voorstellen, bewerkte bronzen handvatten, etc. Echte blikvanger is toch wel de Schijf van Cybele van verguld zilver uit de derde eeuw v.C. waarop de Griekse figuranten in symbiose met verschillende oosterse invloeden staan uitgebeeld. Waar ik helemaal opgewonden van raak is de sokkel waar de deugden van de Griekse man op zijn uitgebeiteld. Deze spreuk komt oorspronkelijk uit Delphi en was al bekend in de 5de eeuw v.C. Ruwweg komt het hier op neer: Als kind leer je goede manieren, als jongeling moet je je leren beheersen, op rijpere leeftijd hoor je rechtvaardig te zijn, als ouderling dien je wijze raad te geven, en als je sterft zorg dan dat je nergens spijt van hebt. Kun je je voorstellen dat deze wijsheid 2 ½ duizend jaar geleden zijn weg gevonden heeft helemaal van uit Griekenland naar de rand van deze woestijnsteppe om daar nu weer heel onverwacht voor den dag te komen! Daar word ik dan wel even stil van hoor!

Verder zijn er de schatten uit Begram, een stadje iets ten noorden van Kabul. Hier werden net voor de Tweede Wereldoorlog twee verzegelde vertrekken blootgelegd waarin ivoren meubels uit India gevonden werden, maar ook een grote hoeveelheid glaswerk en gipsen gietvormen van zuiver hellenistisch herkomst. Ook hier houdt elke archeoloog er blijkbaar zijn eigen theorie op na. Is dit nu een opslagruimte omdat netjes brons bij brons, glas bij glas en ivoor bij ivoor gezet was, of is dit een religieus geschenk, of misschien gewoon een verborgen schat?

Nou het glaswerk alleen al is hoogst uitzonderlijk te noemen en zeer gevarieerd van vorm, kleur en versiering. Neem nu de drie beschilderde drinkbekers (het lijken wel vazen zo groot!). Heel zijn ze natuurlijk niet meer maar als je op de kleur van deze vis- en jachttaferelen af gaat zou je denken dat ze gisteren pas beschilderd zijn. Bovendien zou dit kunstige werk uit Alexandrië komen, dus helemaal uit Egypte naar Kabul gereisd zijn en dat in de 1ste eeuw van onze jaartelling! Je weet wel dat er goederen over en weer verhandeld werden, maar als je er zelf op deze manier mee geconfronteerd wordt, sta je echt met grote ogen te kijken! Dan zijn er de glazen drinkbekers in de vorm van vissen, blauwe en matkleurige, met glinsterende ogen en opstaande vinnen – zoiets heb ik nog nooit gezien! Verder geblazen vazen met honingratenmotief of met een “kanten” omhulsel, ook van glas. Uiteraard ontbreekt de geslepen glazen kom niet, ofschoon die toch een beetje uit de toon valt tussen deze sierlijke vazen en kannen. Er staat ook een pracht van een slanke zwart glazen kan met een elegante handgreep naast eentje van matglas bedekt met puur gouden motieven. Wat een pronkstukken!

In een andere vitrine zijn de ivoren voorwerpen uit India met hellenistische invloed uitgestald, ook al daterend uit de 1ste eeuw n.C. Opvallend zijn hier de ongeveer 45 cm hoge Riviergodinnen met duidelijke boeddhistische trekken, kundig opengewerkte tafereeltjes van Indische dames in exotische tuinen met fonteinen en bijgebouwen, een paar monsterfiguren ook uit India, etc. Raar vind ik de kruik van blauwgroen geglazuurd aardewerk die een vogelvrouw moet voorstellen want qua stijl kan ik die eigenlijk niet goed plaatsen.

De kast met brons kan me niet zo bekoren, behalve misschien het lieve figuurtje van Amor met een lamp in de hand en de jonge ruiter die gezien zijn houding aan Alexander de Grote doet denken, maar dit blijft een vraagteken.

Helemaal apart is een rij gipsen medaillons uitgestald, zo een 15 cm doorsnede en ook uit de 1ste eeuw n.C. Deze werden blijkbaar gebruikt als basisvorm voor de bodem van zilveren borden en schalen. Het zijn net overmaatse mallen voor geldstukken, maar er zitten echt wel juweeltjes tussen, zoals de gevleugelde Amor of het hoogreliëf van een jongeling. Je moet je dan inbeelden dat deze portretten je aanstaren vanuit de bodem van je zilveren kom, wellicht gevuld met water of met wijn? Zou ik wel eens willen uitproberen hoor!

Tot slot is er dan de goudschat van Tillya-Tepe, een heuvel die net buiten de muren van de Grieks-Bactrische stad Emshi-Tepe ligt, in de oase van Sherberghan. Het gaat hier om de inhoud van zes graftombes die nog net voor de inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan in 1979 geborgen zijn en naar het Museum in Kabul overgebracht werden. Dit is met recht een samensmelting van steppekunst (wat ik de Scytische kunst zou noemen) Grieks, Indiaas en Chinees. Er lag nog een zevende graf onder deze grafheuvel aan de Turkmeense grens, maar daar hadden de archeologen geen tijd en gelegenheid meer voor; toen ze onlangs eindelijk gingen kijken was de plek finaal leeggeroofd. Zonde hé? De archeoloog die toen de leiding had, de Rus Sarianidi, is gelukkig in de jaren 1980 naar Kabul gereisd om alle 20.000 opgegraven objecten te laten fotograferen en ze in een schitterend boek te publiceren. Zo weten we wel precies wat er gevonden is.

Uiteindelijk hebben we het aan een handjevol dappere Afghanen te danken dat deze schat een veilig onderkomen gekregen heeft in de kluis van het presidentieel paleis. Met veel moeite is de plek geheim gebleven. Het Museum zelf heeft veel te lijden gehad van de burgeroorlog, er werd gestolen en geplunderd, en in 1994 werd het getroffen door een raket waardoor het in brand vloog. Eeuwig zonde zoiets! Maar het ergste kwam nog toen in 2001 de Taliban besloot om niet alleen de reuze Boeddha beelden van Bamian op te blazen maar ook 2.500 kunstwerken uit het Museum in Kabul kort en klein te slaan. Pas in 2003 vond de regering van Afghanistan de situatie veilig genoeg om de goudschat weer te voorschijn te halen en aangezien het zwaar beschadigde Museum van Kabul ze nog niet kan herbergen ontstond het idee om deze collectie op reis te sturen. Na Parijs en Turijn was hij in Amsterdam te zien, om daarna naar de Verenigde Staten te vertrekken en verder rond de wereld.

De graven staan prachtig opgesteld als hoge rechthoekige kisten bedekt met een glasplaat waarop de contouren van de overledene is aangeven zodat de juiste vindplaats van elk object precies op het lichaam is terug te voeren. Oorspronkelijk mat elk graf twee bij tweeënhalve meter en lag het twee meter onder de grond. In het midden stond dan een kist waarin de overledene lag, in totaal vijf vrouwen en één krijger. De man lag op de top van de heuvel tussen de twee rijkst getooide vrouwen, de andere drie vrouwen lagen in de flank van heuvel die feitelijk volgens nomadengebruik een koergan had moeten voorstellen. Dankzij een bijgezette munt waarop Keizer Tiberius is afgebeeld (die regeerde van 14 tot 37 n.C.), heeft men deze tombes dus kunnen dateren.

Het is hier overduidelijk dat Noord Afghanistan echt wel een smeltkroes geweest is van verschillende culturen want de invloeden van China en Griekenland zijn op een heel eigen manier vermengd met oude gewoontes van dit steppevolk. Ik moet onwillekeurig terugdenken aan wat ik van de Scythen gezien heb in Berlijn (de stukken waren afkomstig uit St. Petersburg), vooral door de gouden blaadjes, hartjes, bloemetjes en knoopjes, al dan niet ingelegd met turkoois, die op de kleding vastgenaaid waren. Hier is elk graf een bezienswaardigheid op zich, waar allerlei voorwerpen uit verschillende stijlen broederlijk bij elkaar liggen en een adembenemend geheel vormen. Natuurlijk dragen ze allemaal armbanden en enkelbanden van massief goud al dan niet ingelegd met halfedelstenen. Maar dan zie je dat een paar vrouwen een Chinese spiegel bij zich hebben, uit de Han-dynastie nog wel, gouden spelden met als knop een kunstig uitgewerkte gouden bloem met stampers en al, haarversieringen zoals ik die van de geisha’s ken maar hier uitgevoerd in flinterdunne goudvlokken en kleine pareltjes, zegelringen (o.a. met een afbeelding van Athena er op!) en ringen met edelstenen ingelegd; gouden sieraden voor de hals van hun gewaad ingelegd met turkoois, almandien (een paars-rode granaat), kornalijn en pyriet; gouden oorbellen liefst ingelegd met turkoois; gouden gespen met turkoois; een paar hangers in een mengeling van Chinees, Indiaas en Grieks ook ingelegd met turkoois, lapis lazuli, almandien, kornalijn en parels; gouden broches zoals het stel Amorfiguren op een dolfijn met turkoois en parelmoer; zelfs gouden zooltjes liggen er!

De krijger, waarvan we aannemen dat het een prins is, draagt een ijzeren dolk en zwaard waarvan het gouden heft en schede versierd is met kunstige diermotieven ingelegd met turkoois. Zijn ceintuur was van gevlochten goud strengetjes die schakels vormden tussen de negen gouden medaillons waarop een ruiter in volle galop is uitgebeeld! Onder zijn hoofd is een schaal gevonden van puur gouden, een zogenaamde phiale, 23 cm in diameter a.u.b.!

Verder nog een aantal munten, hangers en versierselen. Ik raak helemaal opgewonden als ik hier eindelijk oog in oog sta met de zogenaamde “Aphrodite van Bactrië” een gouden applique ingelegd met turkoois. Ze is maar 5 cm hoog maar ik ga er voor op mijn knietjes zitten, even goed kijken! Een ander pronkstuk is zeker de gouden kroon met lovertjes en bloemetjes. Dit is eigenlijk een reiskroon die uit vijf delen bestaat en uit elkaar genomen kan worden. Het zijn net kleine platte boompjes waarvan de dunne stammetjes in de kroon gestoken werden – nou ja, klein, toch wel 45 cm hoog!

Hoe groot deze smeltkroes van beschavingen nu echt is of bij welke nomadenstam de graven uit Tillya Tepe horen blijft voorlopig nog een raadsel. Men denkt aan stammen uit Noordwest China, of uit het Rijk van de Parthen (nu deel van Iran en Turkmenistan), wie zal het zeggen?

Het blijft een boeiend onderwerp natuurlijk, want als je alleen maar bedenkt dat de jade uit China kwam, de granaten uit India, het turkoois uit oostelijk Iran en het lapis lazuli uit de mijnen van Badakhsan (huidige Afghanistan), dan bestrijk je al een heel territorium, om dan nog maar te zwijgen over de handelaars en kunstenaars die rondtrokken tussen China, India en het Romeinse Rijk om deze kunstwerken te produceren! Dan zeggen we nu dat de wereld klein is, wat zouden ze toen gedacht hebben?

In elk geval ben ik zeker dat dit zonder Alexander de Grote niet mogelijk geweest zijn!

[Alle foto's zijn afkomstig van The Australian]

12 november 2010

De Onsterfelijke Alexander de Grote. Het Hermitage Museum in Amsterdam

Een mens krijgt heel wat te verwerken op zo een tentoonstelling, ik in elk geval, vooral aan indrukken. Dat was te verwachten natuurlijk, want Alexander de Grote is zeker “onsterfelijk” en met regelmatige tussenpauzes steekt hij in de geschiedenis steeds weer de kop op. We weten dat de Romeinse Keizers een grote bewondering voor Alexander hadden. Naar verluidt moest Caesar een traantje wegpinken toen hij aan zijn graf stond en Caligula zowel als Caracalla presteerden het zelfs zich te verkleden met Alexanders wapenuitrusting! In de Middeleeuwen ontstond dan de Alexander Roman, een bundel met de meest fantastische verhalen die grotendeels verzonnen waren. De Perzen beelden hem daarna af als “Iskander met de Twee Horens” in hun met kleurige tekeningen verluchtte geschriften. Dichter bij huis waren het Catharina de Grote van Rusland en Lodewijk XIV van Frankrijk die zijn naam en daden verheerlijkten.

Vandaag de dag ontleden we Alexanders leven en erfenis met een uiterst kritisch oog dat dikwijls weinig ruimte voor verbeelding of zelfs waardering overlaat, maar dit alles neemt niet weg dat Alexander de toenmalige wereld wel op zijn kop gezet heeft en voor altijd zijn stempel heeft gedrukt op de landen waar hij doorheen getrokken is. Helemaal bewust zal dat niet geweest zijn volgens mij, want wie kon nu zo een ommekeer als het Hellenisme voorspellen? Dagelijks en bijna onopgemerkt zien wij de vele sporen van dit Hellenisme, een “vergrieking”, vooral in de bouwkunst. Kijk maar eens naar de gevels van kerken, kathedralen, villa’s, musea, paleizen e.d. Hoe dikwijls zien we daar niet volgens Grieks model zuilen met bijpassend fronton aan de voorgevel? Hoeveel beeldhouwers van Europa tot China tot Amerika hebben hun figuren niet afgekeken van de Grieken? Hoezeer beroerden deze invloeden het dagelijkse leven van toen en nu!

Onnodig om te zeggen dat mijn verwachtingen hooggespannen zijn als ik ‘s ochtends als eerste om 10 uur ’s ochtends het Hermitage Museum binnen ga, een oud 17de-eeuws gebouw dat van binnen heel modern is ingericht, alles keurig verzorgd en met zeer vriendelijk personeel – ook wel prettig.
Nou, daar staat me wel voor zeven stuivers hoor! De tentoonstelling begint met De Mythe van Alexander de Grote. De 17de-eeuwse schilderijen met Alexander, ter illustratie van de mythe die hij achterliet, kunnen mij gestolen worden want in mijn ogen geven deze voorstellingen een overdreven en misvormd beeld. Pietro Antonio Rotari die Alexander met Roxane portretteert. Sebastiano Ricci die het waagt om Alexanders hofschilder Apelles neer te zetten terwijl deze Campaspe schildert. Charles Le Brun een uitstekend schilder uiteraard en Lodewijk XIV wist ook wel wat mooi was, maar het beantwoordt gewoon niet aan wat IK van Alexander zie of wil zien. Aan de tegenovergestelde wand hangen gravures van Antoine Marie Melotte (een Luikenaar nog wel) die de taferelen van Le Brun in hout weergegeven. Achter in de zaal pronkt dan nog een schitterend wandtapijt van Brusselse makelij (1661-1695) met daarop Alexander en de familie van Koning Darius, maar voor mij begint het feest pas echt bij de Hellenistische en Romeinse beelden. Hier gaan mijn ogen met recht op steeltjes staan!

Dit is het deel dat gaat over Alexanders werkelijkheid. Er wordt een beeld geschetst van de wereld waarin Alexander opgroeide in Macedonië, te midden van zijn goddelijke voorvaders en zijn heldenvoorbeelden. De twee reuze beelden, Romeinse kopies van Griekse originele, zijn de grote blikvangers, het ene van Heracles met de appels (2de eeuw) en het andere van Dionysus/Bacchus (ook 2de eeuw n.C. volgens een Grieks origineel uit de 4de-3de eeuw v.C.). Zelf vind ik de kleinere Heracles die een Nemeïsche leeuw de nek omdraait (2de-3de eeuw n.C.) nog mooier, zo gespierd, zo echt. Verder staat hier een vrij volledig marmeren beeld van de jeugdige Eros die op het punt staat om de pijl van zijn gespannen boog te schieten. Ook dit is een Romeinse kopie, net als het dito beeldje dat ik ken uit het Louvre in Parijs. Leuk om zo zijn broertje tegen te komen! En achteraan kom ik twee voor Alexander bekende namen tegen, namelijk Aischinos die hier op een marmeren medaillon uitgebeeld staat uit 150 n.C., en de onvermijdelijke kop van Demosthenes, een Romeinse kopie uit 100-125 naar een Grieks origineel van Polyeuktes.


In de vitrines zijn wapens en wapenuitrustingen te zien met o.a. een opvallend 16de-eeuws stalen kuras bedekt met benen schubben en versierd met soldaten- en leeuwenkoppen, een patroon dat tot de oudheid is terug te brengen. Als contrast pronkt hier dan een enorme Griekse borstplaat met in het midden een vervaarlijk kijkende Medusa kop, een juweel daterend uit de 5de-4de eeuw v.C. dat gevonden is het noordelijke Zwarte Zeegebied.

Verder een geselecteerde verzameling Griekse vazen, meestal van het type met figuren op een zwarte ondergrond, zoals de hydria uit ong. 500 v.C. met Achilles en Polyxena of de volutenkrater met een offerscene die in Apulië (Zuid-Italië) gevonden is en uit 340-330 v.C. dateert. De figuur van Achilles staat natuurlijk centraal, zoals op de bijzondere hydria met zwarte figuren die op terracotta ondergrond te zien zijn, en waar hij zich over het lichaam van Hector buigt, afkomstig uit Attica rond 510 v.C., een overbekend tafereel.

Hoogtepunt in dit onderdeel van de tentoonstelling wordt bestempeld als zijn reis, een woord dat blijkbaar de voorkeur heeft op “veroveringen”. Via interactieve kaarten en computers kan de tocht van Alexander op een groot scherm gevolgd worden, maar voor mij gaat dit echt te snel en ik vraag me dus af of iemand die hier voor het eerst kennismaakt met Alexander de Grote dit wel kan volgen. Dat betwijfel ik hoor!

Gelukkig is men hier wel chronologisch tewerk gegaan, beginnend bij Alexanders overtocht naar Klein-Azië, het huidige Turkije, via Syrië naar Egypte, en vandaar naar Perzië en Babylonië, om uiteindelijk in Bactrië (in het noordoosten van Afghanistan) en zelfs India te belanden. We zien niet alleen wat Alexander gezien kan hebben, maar eerder de sporen die hij achtergelaten heeft, t.t.z. de Griekse invloed op de plaatselijke kunst en op de plaatselijke levensstijl en gebruiken. Hier staan stukken die ik natuurlijk nooit eerder gezien heb, want daar moet je echt voor naar de Hermitage in St. Petersburg gaan en dan nog maar hopen en bidden dat je ze daar daadwerkelijk te zien krijgt!

Ik kan hier slechts een paar voorbeelden uit naar voren brengen. Zo bij voorbeeld een klein marmeren kopje van Alexander zelf uit de 1ste eeuw v.C. uit Klein-Azië, uiteraard een Romeinse kopie van een Grieks origineel (heel waarschijnlijk Lysippos) en hoewel vrij gehavend toch heel sprekend. Dan een zogenaamde portretstudie van een der Ptolemeërs uit Egypte (3de-1ste eeuw v.C.) als illustratie van de stempel die Alexander en zijn generaal Ptolemeus en nazaten op Egypte hebben gedrukt. Er ligt ook een keur aan camee’s van sardonyx, en dat zijn er nogal wat! Ik herinner me bij voorbeeld Alexander op everzwijnenjacht uit de 1ste eeuw n.C. (uit Italië), die van Alexander Helios, zoon van Cleopatra VII en Marcus Antonius, in de gedaante van Horus-Harpocrates ook uit de 1ste eeuw v.C. (uit Egypte), het dubbelportret van Ptolemeus II Philadelphos met Arsinoë II uit de 3de eeuw v.C. de zg. Gonzaga camee (uit Alexandrië), de triomf van Dionysus uit de 1ste eeuw v.C. (ook uit Alexandrië) en de uiterst fijn uitgewerkte Zeus met bruin krulhaar uit de 3de eeuw v.C. (ook weer uit Alexandrië). Plaatjes van al deze pronkstukken zijn te vinden bij het Beeldmateriaal van de Hermitage.

Ergens tussen al deze opwinding wordt mijn aandacht verstoord door een gids die drie zalen verder luidkeels zijn uitleg aan het geven is. Moet dat nu zo keihard?! Vreselijk zoiets, want ik kan mezelf niet meer verstaan! Ik ben helemaal ontnuchterd en uit de ban van mijn verhaal en besluit dan maar even een pauze in te lassen en de koffiekamer op te zoeken.

Als ik terugkom is de storm gelukkig geluwd en kan ik de draad weer oppakken. Het wordt weer spannend! Bij de Egyptische afdeling kom ik uiteraard Cleopatra VII van Egypte tegen, een lieflijk basalten beeldje uit 51–30 v.C. met zeer duidelijke Hellenistische trekken. Dit is natuurlijk de Cleopatra die we allemaal kennen en die algemeen als Egyptische koningin betiteld wordt, terwijl ze toch echt Macedonisch bloed van de eerste Ptolemeus in haar aderen had. Ik verneem hier ook dat ze buiten Caesarion, de zoon die ze met Caesar had, nog drie kinderen gehad heeft en dan van Marcus Antonius: een zoon Alexander Helios (zie hierboven) en een tweeling, een meisje en een jongen. Na haar dood zijn die kinderen opgevoed door de zus van Octavianus, de keizerlijke overwinnaar, waarna ze helemaal in het niet verdwijnen. Dat weet ik dus ook weer.

Ik kijk ook heel verwonderd naar een bronzen kopje van “een hellenistische heerser met helm”, dat Egyptisch aan doet maar het niet is. Het is waarschijnlijk afkomstig uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied en zou uit de 2de–1ste eeuw v.C. dateren.

En dan sta ik onverwachts tussen levensgrote koppen, Romeinse kopies uiteraard zoals de marmeren buste van Achilles die wel iets van Alexander weg heeft naar een origineel uit 170-160 v.C., en de kop van Meleagros naar een Grieks origineel uit 350-340 v.C. Frappant en duidelijk Hellenistisch is ook de marmeren kop van Mithridates VI Eupator uit Pergamon die uit 90-80 v.C. dateert. Het fragment van een reliëf afkomstig uit Iran vraagt ook om aandacht: het stelt een bewaker van het koninklijk paleis voor uit ong. 500 v.C. behorend tot Xerxes of Darius. Mooi om zoiets nu eens van dichtbij te zien.

Tussen al die beelden en beeldjes ligt natuurlijk ook een hele collectie munten verspreid uit alle hoeken van Alexanders Rijk. Eerst en vooral munten met afbeeldingen van Alexander zelf met ramshorens, leeuwenkop of olifantenhuid, en van zijn opvolgers en latere afstammelingen in vergelijkbare uitrusting. De gouden stater met Alexander uit Macedonië is een onvermijdelijke blikvanger. De Bactrische munt waar de koning een soort tropenhelm draagt is meteen een bekende houvast voor mij. Oorspronkelijk werden er natuurlijk goden en godinnen op de geldstukken afgebeeld en er ligt dan ook een heel bijzonder zilveren stuk waar het hoofd van Zeus op prijkt, maar als je goed kijkt zie je dat zijn haar allemaal eikenbladen zijn! Als dat nu niet apart is!

Verder was de overwinningsgodin Nike heel populair, niet alleen op de munten (er ligt een schitterend gouden exemplaar!) maar ook in de juwelen zoals de gouden gevleugelde oorbellen uit het midden van de 4de eeuw v.C., een typische Griekse voorstelling waarvan men vermoedt dat hij gebaseerd is op een dito monumentaal beeldhouwwerk. Allerliefst vind ik de gouden oorbellen waar een hangertje aan bengelt met daarop een duifje dat bij elke beweging heen en weer balanceert. Het duifje is bekleed met gekleurd glas en hessoniet (soort kaneelkleurig kwarts). Dit juweel zou uit Alexandrië komen, 2de eeuw v.C. Nou dat zou ik wel willen hebben hoor! Wat een schatje!

De godin Athena is uiteraard ook vertegenwoordigd en bij de juwelen ligt er dan een soort zegelring waarop Athena Nikeforos staat afgebeeld. Ook dit is zuiver Grieks en afkomstig uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied, eind 4de eeuw v.C. Wat een vakmanschap in die dagen!

En nu we het toch over goud hebben, wil ik even stil blijven staan bij een paar uitschieters. Zo bij voorbeeld een uiterst gave gouden kom met handvatten in de vorm van dieren uit Perzië uit de 5de-4de eeuw v.C.; of de gouden pijlkoker (gorytos) met taferelen uit het leven van Achilles die ook uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied komt en gedateerd wordt op 350-325 v.C.; en tenslotte een van de vele gouden Griekse olijfkransen uit hetzelfde gebied, midden 4de eeuw v.C. – er moeten er heel wat geweest zijn, want je komt ze toch heel regelmatig tegen! Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht.

Verder zijn hier allerhande gebruiksvoorwerpen te zien zoals bronzen en zilveren serviesgoed, met o.a. een zeer fijn uitgewerkte zilveren drinkschaal (kylix) met in de bodem een afbeelding van Helios op zijn strijdwagen of een bronzen versiersel van een strijdwagen met daarop een zuiver Hellenistisch gezicht (beide uit de 3de eeuw v.C.). Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht. Al met al gewoon teveel om op te noemen, maar absoluut de moeite van het bekijken waard. Tja, ik ben natuurlijk helemaal in mijn knollentuin!

Het vervolg van de tentoonstelling is op de bovenverdieping ondergebracht. Dit deel gaat, uitsluitend over Alexanders erfenis, ofschoon ik hier meer overtuigend materiaal had verwacht. Er zijn een aantal papyrusteksten te zien die in het Grieks geschreven zijn ter ondersteuning van het feit dat de Griekse taal tot na de algemene islamisering van het Midden-Oosten nog gebruikt werd. Aansluitend gaat men dan over naar de middeleeuwse geschriften met o.a. de Alexander Roman en de miniatuurillustraties van Iskander in de Perzische literatuur in de 15de en 16de eeuw – bijzonder omdat de documenten zo oud zijn en toch zo goed bewaard, maar verre van het “Griekse” beeld dat algemeen van Alexander bekend is.

En zo belanden we onwillekeurig in de pracht en praal van het Russische Hof, die ik zelf overdreven vind zoals bij voorbeeld het Alexanderbeeldje dat eind 18de eeuw uit walrusbeen gesneden is – een miezerig ventje hoor! Beter geslaagd is dan de enorme pronkklok van gegoten brons uit het einde van de 19de eeuw waar Alexander (zeer idealistisch) uitgebeeld wordt terwijl hij aan het lezen is. De anekdote die hierbij hoort vertelt hoe hij met zijn boek in de ene hand, in de andere hand een ijzeren bal hield die wanneer zijn aandacht verslapte of wanneer hij in slaap dreigde te vallen met luid kabaal in de onderstaande kom viel waardoor hij weer klaarwakker werd en zijn lectuur kon voortzetten. Leuk gevonden hoor, maar het is een sierlijke, lieftallige en knappe Alexander die hier uitgebeeld wordt. Alle foto’s en plaatjes laten alleen zijn gezicht zien, jammer want ik vergaap me aan zijn hele houding, zijn fijne sandalen, zijn elegante stoel met ertegen leunende wapenuitrusting, om nog maar te zwijgen van de reliëfs die rondom het voetstuk lopen!

Om te tonen dat Alexander de Grote ook nu nog actueel is, wordt hier tenslotte gelukkig verwezen naar de film die Oliver Stone in 2004 maakte. Ik zeg wel “gelukkig” want die film is door vele kenners en leken afgekeurd en danig bekritiseerd, zeer ten onrecht volgens mij. De oude film met Richard Burton heeft lang zoveel kritiek niet gekregen en die is echt vreselijk om aan te zien!

Nou dat was het dan. In de brede gang terug naar beneden hangen een viertal monumentale foto’s, fotografische interpretaties van Alexander gemaakt door Erwin Olaf. Deze man heeft volgens mij helemaal begrepen waar het om ging toen hem gevraagd werd om voorwerpen van de tentoonstelling samen te smelten met foto’s van een echt model. Dit is grote kunst en verdient dan we hier even bij blijven stilstaan… Trouwens een van de foto’s staat ook op het affiche van de tentoonstelling. Moest hij het weten, dan zou Alexander best gevleid zijn!

Deze tentoonstelling doet zijn naam echt wel eer aan: De onsterfelijke Alexander de Grote. Deze man heeft met recht de eeuwen getrotseerd en 2.300 jaar na zijn dood leeft hij nog steeds voort in onze verbeelding. Als dat niet “onsterfelijk" is ...
oktober 2010