Posts tonen met het label Delphi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Delphi. Alle posts tonen

26 december 2014

De Villa Whitaker in Mozia, het antieke Motya

Je moet er wel wat voor over hebben, maar de oversteek naar het eilandje Mozia aan de westkust van Sicilië is absoluut de moeite waard. Het eiland werd in 1888 opgekocht door de excentrieke Engelsman, Joseph (Pip) Whitaker, een amateurarcheoloog en familie van de bekende wijnhandelaars in Marsala. Vanaf 1913 heeft hij op zijn eiland en omgeving opgravingen verricht en zijn collectie heeft hij in zijn villa ondergebracht. Na de dood van zijn dochter is de collectie in handen van een stichting beland en de villa is nu een museum.

Het eiland werd al in de achtste eeuw voor Christus gekoloniseerd door de Feniciërs en de Carthagenen hebben hier 200 jaar later een stad opgericht waarvan nu nog de 2,5 kilometer lange omwalling met twee meter dikke muren te zien is. Buiten de resten van straten en behuizing is er ook een bijzondere Carthaagse necropool, met vooral kinderen die blijkbaar aan hun goden geofferd werden. Getuigen hiervan zijn trouwens in de villa te zien, een heel eigenaardige aanblik moet ik zeggen.

Het is nog duidelijk te zien dat Whitaker de hand had in deze verzameling en sommige vondsten staan nog in hun oude vitrines en zijn nog voorzien van handgeschreven etiketten. Het houdt het midden tussen amateur en professioneel maar is daardoor juist heel intrigerend. Er staan dus ook een aantal opvallende stukken tussen en ik kan er slechts een greep uit doen.

Zo zijn er bij voorbeeld Punische (van Carthago) grafsteles uit de 6de-5de eeuw v.C., Punische terracotta figuurtjes, een aantal dito kinderkopjes en maskers uit dezelfde periode. Een aantal proto-Korinthische vaasjes uit de 7de eeuw v.C., allerliefste lekythoi met zeepaardjes en palmetten uit de 5de-4de eeuw v.C., allemaal afkomstig uit de lokale graven. Uit het naburige Lilybaeum zijn er een paar stukken mozaïekvloer te zien die uit de Hellenistisch-Romeinse tijd dateren en een grote glazen pot met gebalsemde resten. Opvallende, bijna modern aandoende gouden oorbellen en andere juwelen zijn ook tentoongesteld. Verder nog veel reliëfs, allerhande onbeschilderde potten, kannen en vazen die mij dan weer niet kunnen bekoren maar natuurlijk wel veelal teruggaan tot de Punische overheersing, niet mis.

Het klapstuk echter staat al meteen bij het binnenkomen: een groot marmeren beeld van een man, gekleed in een lang geplisseerd gewaad die een zeer uitdagende houding aanneemt. Volgens sommige deskundigen zou hij de Fenicische god Melkert uitbeelden, de hoofdgod van Tyre, maar volgens andere theorieën zou het gaan om een wagenmenner of een atleet of een onbekende Carthaagse held. Deze “jongeling van Motya" zou heel waarschijnlijk door een Griekse kunstenaar gemaakt zijn, misschien wel door Phidias zelf rond 440 v.C. Het beeld werd gevonden op de weg naar het heiligdom en lag met zijn gezicht naar boven, vandaar dat het wat gehavend is door het verkeer dat er de eeuwen door overheen ging. Hoe dan ook, ik vind dit een heel sexy beeld met de kleding die aan zijn lichaam plakt en zijn houding met de hand in de zij, heel zelfbewust ook. Op een manier doet het me denken aan de bronzen wagenmenner uit Delphi al is die dan wel veel meer statisch. Maar toch!

In elk geval is deze jongeling op zich de reis naar Motya alleszins waard! Wat een geweldig stuk!

[Klik hier om alle foto’s van het Museum van Motya te bekijken]

12 oktober 2012

Cyrene, Libië

Naar wat ik gelezen heb, was Cyrene in de oudheid een van de grootste steden van Noord-Afrika (reeds in de 5de eeuw v.C. waren er al tienduizenden inwoners) samen met Leptis Magna (allicht) en Sabratha, Volubilis in Marokko en Dougga en El Jem in Tunesië.

Ik arriveer bij een lange witte muur waar ik zou gauw geen bordje zie staan over een museum of zo. Binnen de poort ligt een binnenplein waar een dubbele ijzeren deur links wordt ontsloten; de neon lampen flikkeren aan en ik mag deze ruime kale zaal binnen.

Opvallend is dat hier een stèle staat van de oprichters van Cyrene, daterend uit de 4de eeuw voor Christus waarop te lezen valt dat de inwoners van Thera (het huidige Santorini) zich hier in de 7de eeuw v.C. vestigden zoals opgedragen door het Orakel van Delphi. Jonge mensen werden er toe aangezet om zich hier te vestigen en Battos werd aangesteld als hun leider en koning. Bijzonder toch dat zo een oud document bewaard gebleven is. En dan moet ik plots  aan Delphi denken als ik het beeld van een sfinx op een Ionische krulzuil midden in de ruimte zie staan. Die lijkt als twee druppels water op de sfinx die in het Museum van Delphi staat en die tussen 570 en 560 v.C. door de rijke inwoners van Naxos aan de tempel geschonken werd en op een 10 meter hoge zuil stond te pronken. Dat moet dus hier dus ook het geval geweest zijn. Niet te geloven hoe dingen soms bij elkaar passen.

Vlakbij de ingang word ik gewezen op een indrukwekkende marmeren Romeinse sarcofaag uit de 4de eeuw, waar op de lange kant dansende Menaden staan uitgebeeld en op de korte kant een gevleugelde leeuw met menselijk hoofd. Bovenop de deksel zit een echtpaar in de stijl die we kennen van de Etrusken, maar die in die tijd erg in zwang was. Het is een beetje overdadig, maar toch toont de decoratie sporen van verfijning.

Er staan hier een groot aantal goed bewaarde beelden: Aphrodite met een dolfijn aan haar zijde, een knappe jongeling die me aan Apollo doet denken, Heracles ten voeten uit en een damesfiguur met prachtig gedrapeerd gewaad, een kleine Isis helemaal beschilderd, een driehoofdige Hekate met nog verfsporen rond de ogen (uit het heiligdom van Apollo), de alom vertegenwoordigde Drie Gratiën (waarvan er twee nog hun hoofd hebben bewaard) en een heel aantal bustes waaronder die van Marcus Aurelius en van de zuurpruim Demosthenes. Deze laatste zou ik bijna zeggen dat hij de smoor in heeft omdat Alexander de Grote ook in de zaal staat! Ja hoor, heuselijk waar! Ten voeten uit nog wel en duidelijk herkenbaar, met naast hem de povere resten van zijn geliefd paard Bucephales. Nou ja, mijn dag kan niet meer stuk hé? Alexander had ik hier helemaal niet verwacht, moet je weten! Maar ja, het is wel heel logisch dat hij hier staat omdat de Griekse steden van de Cyrenaica samen met Egypte aan hem toekwamen tot ze later geregeerd werden door Ptolemeus en zijn dynastie. Ik wring me uiteraard in alle mogelijke bochten om toch maar een goede foto van Alexander te schieten. De rest van de zaal valt ineens helemaal in het niet. Ik ga zo intens op in mijn foto’s dat ik maar half merk dat het licht plots uit gaat. Ja, hallo? Ik moet toch de rest nog even zien hoor! Achterin staat er bij voorbeeld een heel rijtje met reliëfs waarop paardenrennen en menners zijn uitgebeeld. De paarden van Cyrene waren namelijk beroemd omdat ze sterk waren in de oorlog en snel tijdens de races – dat weet ik dan ook weer.

Maar dan hoor ik de metalen deur dichtslaan en een sleutel die knarsend in het slot omgedraaid wordt. Nee, nou moeten ze me toch niet opsluiten hé? Ik sprint dus meteen naar de deur en klop met mijn vuist op de holle plaat. Gelukkig, ze hebben me gehoord en onder algemene hilariteit word ik uit mijn sombere ruimte bevrijd.

[Klik hier om alle foto's van Cyrene te bekijken]

15 november 2011

Cyrene, Libië

Naar wat ik gelezen heb, was Cyrene in de oudheid een van de grootste steden van Noord-Afrika (reeds in de 5de eeuw v.C. waren er al tienduizenden inwoners) samen met Leptis Magna (allicht) en Sabratha, Volubilis in Marokko en Dougga en El Jem in Tunesië.

Ook hier beginnen we met het museum. Dat heeft zo zijn voordeel omdat je dan in één oogopslag de rijkdom van de stad kunt overzien, maar dat heeft ook zo zijn nadeel wanneer je op de site zelf rondloopt en plots in gedachten terug moet grijpen naar dat ene beeld of dat ene mozaïek. Vandaag is het gewoon omdat het beter in het programma past, zodat we aansluitend kunnen lunchen om daarna Cyrene zelf in te trekken.

Ons busje stopt bij een lange witte muur waar ik zou gauw geen bordje zie staan over een museum of zo. Binnen de poort ligt een binnenplein waar we verwelkomd worden door onze plaatselijke gids, een gulle figuur in een kraakheldere witte trui. De dubbele ijzeren deur links wordt ontsloten, de neon lampen flikkeren aan en we mogen deze ruime kale zaal binnen. Gidsen hebben zo hun eigen manier om hun verhaal te doen, iets waar ik meestal moeite mee heb gewoon omdat ik op mijn eigen manier selectief te werk ga. Maar ik wil de brave man natuurlijk niet voor het hoofd stoten en probeer dus te schipperen.

Opvallend is dat hier een stèle staat van de oprichters van Cyrene, daterend uit de 4de eeuw voor Christus waarop te lezen valt dat de inwoners van Thera (het huidige Santorini) zich hier in de 7de eeuw v.C. vestigden zoals opgedragen door het Orakel van Delphi. Jonge mensen werden er toe aangezet om zich hier te vestigen en Battos werd aangesteld als hun leider en koning. Bijzonder toch dat zo een oud document bewaard gebleven is. En dan moet ik plots  aan Delphi denken als ik het beeld van een sfinx op een Ionische krulzuil midden in de ruimte zie staan. Die lijkt als twee druppels water op de sfinx die in het Museum van Delphi staat en die tussen 570 en 560 v.C. door de rijke inwoners van Naxos aan de tempel geschonken werd en op een 10 meter hoge zuil stond te pronken. Dat moet dus hier dus ook het geval geweest zijn. Niet te geloven hoe dingen soms bij elkaar passen.

Vlakbij de ingang worden we gewezen op een indrukwekkende marmeren Romeinse sarcofaag uit de 4de eeuw, waar op de lange kant dansende Menaden staan uitgebeeld en op de korte kant een gevleugelde leeuw met menselijk hoofd. Bovenop de deksel zit een echtpaar in de stijl die we kennen van de Etrusken, maar die in die tijd erg in zwang was. Het is een beetje overdadig, maar toch toont de decoratie sporen van verfijning.

Er staan hier een groot aantal goed bewaarde beelden: Aphrodite met een dolfijn aan haar zijde, een knappe jongeling die me aan Apollo doet denken, Heracles ten voeten uit en een damesfiguur met prachtig gedrapeerd gewaad, een kleine Isis helemaal beschilderd, een driehoofdige Hekate met nog verfsporen rond de ogen (uit het heiligdom van Apollo), de alom vertegenwoordigde Drie Gratiën (waarvan er twee nog hun hoofd hebben bewaard) en een heel aantal bustes waaronder die van Marcus Aurelius en van de zuurpruim Demosthenes. Deze laatste zou ik bijna zeggen dat hij de smoor in heeft omdat Alexander de Grote ook in de zaal staat! Ja hoor, heuselijk waar! Ten voeten uit nog wel en duidelijk herkenbaar, met naast hem de povere resten van zijn geliefd paard Bucephales. Nou ja, mijn dag kan niet meer stuk hé? Alexander had ik hier helemaal niet verwacht, moet je weten! Maar ja, het is wel heel logisch dat hij hier staat omdat de Griekse steden van de Cyrenaica samen met Egypte aan hem toekwamen tot ze later geregeerd werden door Ptolemeus en zijn dynastie. Ik wring me uiteraard in alle mogelijke bochten om toch maar een goede foto van Alexander te schieten. De rest van de zaal valt ineens helemaal in het niet. Ik ga zo intens op in mijn foto’s dat ik maar half merk dat het licht plots uit gaat. Ja, hallo? Ik moet toch de rest nog even zien hoor! Achterin staat er bij voorbeeld een heel rijtje met reliëfs waarop paardenrennen en menners zijn uitgebeeld. De paarden van Cyrene waren namelijk beroemd omdat ze sterk waren in de oorlog en snel tijdens de races – dat weet ik dan ook weer.

Maar dan hoor ik de metalen deur dichtslaan en een sleutel die knarsend in het slot omgedraaid wordt. Nee, nou moeten ze me toch niet opsluiten hé? Ik sprint dus meteen naar de deur en klop met mijn vuist op de holle plaat. Gelukkig, ze hebben me gehoord en onder algemene hilariteit word ik uit mijn sombere ruimte bevrijd.
juni 2010
[Alle foto's zijn te bekijken op Cyrene, Libië]

28 oktober 2011

Qasr al-Libya, Libië

Qasr al-Libya, het antieke Olbia werd in de 6de eeuw omgedoopt in Theodora ter ere van de gelijknamige keizerin. In die tijd werden er twee uiteraard Byzantijnse kerken gebouwd. De westelijke kerk, die later bij het fort van de Ottomanen getrokken werd (het woord qasr betekent fort), is vrij goed bewaard gebleven. In het voorbijgaan vang ik er een glimp van op, een op het eerste zicht nietszeggende bouwval. Raar toch. De oostelijk kerk, met een rechthoekige plattegrond, is praktisch volledig ingestort maar hierdoor zijn de onderliggende mozaïekvloeren keurig bewaard gebleven tot ze in 1957 ontdekt werden. Het grote mozaïek van het middenschip bestaat uit 49 panelen, plus een paneel met de inscriptie dat deze Basilica gebouwd werd in opdracht van bisschop Makarios in zijn derde ambtsjaar, t.t.z. in 539. Om deze bijzonder gave collectie veilig te stellen, zijn de paneeltjes stuk voor stuk uitgezaagd en naar het nabijgelegen museum overgebracht. Alleen jammer dat de tafereeltjes nu in een beetje willekeurig volgorde aan de wand hangen en niet volgens het oorspronkelijke patroon. (Voor wie hier echt meer details over wil weten kan terecht op de site Theodosias waar alle mozaïekpanelen op hun juiste plaatst staan).

Hoe dan ook, de samenhang van de picturale uitbeeldingen laat veel ruimte voor speculatie en interpretatie. Duidelijk herkenbaar (en leesbaar dankzij de Griekse teksten) zijn bij voorbeeld de vier paradijsrivieren uit de Genesis: Gion (Nijl?), Phison, Eufraat en Tigris. Drie vrouwenfiguren worden aangeduid als ktisis, kosmesis en ananeosis, wat zou kunnen verwijzen naar de stichting, versiering en vernieuwing van de kerk of naar symbolen voor de schepping, de wijding en de eucharistie. Er zitten zelfs nog heidense figuren tussen zoals Kastalia, de nimf van de bron in Delphi. Verder een pauw als symbool van het vroege christendom, een aantal gebouwen die mogelijk verwijzen naar de uitbreiding van Olbia, en een stoere stadspoort afgebeeld met de tekst Polis Nea Theodorias, ongetwijfeld een verwijzing naar keizerin Theodora in Olbia. Wat mij betreft is de blikvanger de uitbeelding van de vuurtoren van Alexandrië – dat denkt men tenminste uitgaande van de toelichtende tekst O Pharos (de vuurtoren). Deze vuurtoren is tenslotte een van de Zeven Wereldwonderen die in de stad van Alexander de Grote stond!

Interessant is het dan om na afloop even te gaan kijken naar de plek in de Basilica (nu niets meer dan een schamele schuur) waar deze paneeltjes uit de vloer gezaagd werden. Het is een povere en stoffige aanblik – maar goed dat de tafereeltjes veilig en wel (en schoon) in het museum zijn ondergebracht!

Middenin het museum ligt ook nog een mozaïek met zogenaamde Nijltaferelen afkomstig uit de zijbeuk van dezelfde westelijke kerk. Hierop is o.a. te zien hoe een boer zijn kostbare koe uit de bek van een krokodil probeert te houden. Het Byzantijns mozaïek behoort niet tot de meest verfijnde, maar deze stukken zijn wel opmerkelijk gaaf en dus zeker de moeite van het bekijken waard.

[Klik hier voor alle foto's van Qasr al-Libya]

16 april 2011

Verborgen Afghanistan, De Nieuwe Kerk in Amsterdam

Dit is de tentoonstelling die momenteel nog tot 20 april 2008 in Amsterdam te zien is. De titel zelf, “Verborgen Afghanistan” werpt volgens mij wel een aantal vragen op want wat weten wij nu eigenlijk van Afghanistan? Elke dag of daaromtrent is dit land wel in het nieuws met weer een aantal aanslagen en een aantal doden. Wie wil er dan nog iets horen over wat er verborgen is? Kan daar iets moois zijn? Kan er iets bestaan dat de moeite van het ontdekken waard is? Misschien schrikt de titel van deze tentoonstelling wel veel mensen af? Moeilijk te achterhalen, lijkt me, maar voor mij is dit het land van het oude Bactrië waar Alexander de Grote doorgetrokken is en zijn sporen heeft achterlaten. Geen wonder dus dat ik hier een kijkje moet nemen. Ik heb er trouwens een hele dag voor uitgetrokken!

De tentoonstelling is gecentreerd rond vier archeologische vindplaatsen die een tijdsspanne bestrijken van twee duizend jaar vóór Christus tot de derde eeuw na Christus, ruwweg een periode van 2.500 jaar – toch niet mis.

Ik had natuurlijk al het nodige gehoord over het afschuwelijke lot van de vruchtbare opgravingen van Russen en Fransen in Afghanistan die grotendeels in het Museum van Kabul waren ondergebracht. De Russische inval van 1978 heeft zo bij voorbeeld in Ai Khanoum, een stad die door de Grieken gesticht werd, een abrupt einde gemaakt aan de opgravingen en toen de fransman Paul Bernard een paar jaar geleden terug ging kijken was de plek totaal leeggeplunderd! Maar het is vooral de Taliban die grote schade heeft aangericht en elk beeld, fresco of schilderij dat mensen voorstelde finaal aan gruzels gehakt. We kennen allemaal het lot van de reuze Boeddha beelden in Bamian, maar in het Kabul Museum hebben ze echt wel de boel kort en klein geslagen. Zonde dat ik het zeg! Voorwerpen die duizenden jaren getrotseerd hebben worden dan in één klap grondig vernietigd!

Bactrië, om de oude naam maar te gebruiken, ligt in Centraal Azië op het kruispunt van oude karavaanroutes die later uitgroeien tot de Zijde Route, waar alle handelswegen tussen Oost en West elkaar kruisen. Geen wonder dus dat Alexander de Grote zoveel tijd en energie in de verovering van dit gebied gestoken heeft. Hij moest hier gewoon heer en meester zijn, niet alleen om zijn achterhoede veilig te stellen op weg naar India, maar ook uit economisch oogpunt want Bactrië was uiterst strategisch gelegen. Misschien was zijn huwelijk met Roxane, de dochter van het plaatselijke opperhoofd toch eerder een berekende zet dan een impulsieve liefde. Wie weet?

Meteen bij het binnenkomen in de Nieuwe Kerk word ik geconfronteerd met een drietal beelden uit het Musée Guimet in Parijs, uit de boeddhistische tijd maar met zuivere hellenistische trekken. Heel indrukwekkend in de spotlights gezet op een zwarte achtergrond, je kunt er niet naast kijken, en het is meteen een juiste onderdompeling in wat je als bezoeker te wachten staat. Een prachtige Genius met bloemenkrans in hoog reliëf uit de 4de-5de eeuw is puur hellenistisch van uiterlijk, ofschoon gevonden in het boeddhistisch klooster van Hadda, in het uiterste noorden van Afghanistan.

En dan staat er een grote vitrine waarop trapsgewijs op kijkhoogte een honderdtal boeddhistische kopjes geschikt zijn, van klein onderaan tot groot op de bovenste trede. Het is een fascinerend geheel want al naargelang ik ze recht in hun gezin kijk of van opzij, lijkt het alsof ze naar me kijken of gewoon dromerig voor zich uit staren. Ook hier zijn heel duidelijke hellenistische trekken te herkennen, en ik neem er de tijd voor om ze stuk voor stuk te keuren en te bewonderen.

Van hier uit word je bijna automatische de filmzaal ingeloodst, zeer de moeite waard en zeker voor diegenen die hier onbeslagen ten ijs komen. Duidelijk met kaarten, een blik achter de schermen, en met prachtige vergezichten over het schitterende landschap van Afghanistan!

De oudste vondsten (2.000 v.C.) komen uit Tepe Fullol. Het zijn er maar een paar: gouden schalen en bekers in dun geslagen goud die me ergens aan het oude Mycene en het dodenmasker van Agamemnon doen denken. Archeologen zijn het er trouwens niet over eens waar de oorspronkelijke inspiratiebron lag of tot welke stijl ze behoren. Het grootste deel van de schat is bovendien verdwenen, eerst omdat de vondst onder de stamhoofden van Noord Afghanistan verdeeld werd, later omdat de hele collectie van het Museum in Kabul uit elkaar gevallen is. Ze liggen een beetje verloren, achteraf in deze expositieruimte - jammer, want ze mogen toch zeker wel in het zonnetje gezet worden na vierduizend jaar in de grond gezeten te hebben?

Het deel dat gewijd is aan Ai Khanum is voor mij uiteraard de grote trekpleister, in feite de hele reden van mijn bezoek want zoals gezegd werd deze stad gebouwd in het kielzog van Alexander de Grote die in 328-327 v.C. dit gebied veroverde. Ik vind het toch wel wat hoor om helemaal aan de grens met Oezbekistan, aan de oevers van de Oxus Rivier een stad te vinden die op Griekse wijze is opgezet, compleet met Gymnasium, Theater en tempels. Er werd zelfs een Paleis gebouwd, een on-Grieks concept want de Grieken kenden geen Koninklijke paleizen. Dit is dan opgetrokken volgens Perzisch model maar wel met monumentale Korinthische kapitelen bovenop de zuilen en platte daken versierd met zg. antefixen. Die staan hier dus te pronken, samen met voorwerpen zoals een waterspuwer in de vorm van een theatermasker, of een paar zonnewijzers (wat je dus echt niet verwacht!), een Hermeszuil van bijzondere kwaliteit, een gezicht waarvan men zelfs niet met zekerheid kan zeggen of dit nu een man of een vrouw moet voorstellen, bewerkte bronzen handvatten, etc. Echte blikvanger is toch wel de Schijf van Cybele van verguld zilver uit de derde eeuw v.C. waarop de Griekse figuranten in symbiose met verschillende oosterse invloeden staan uitgebeeld. Waar ik helemaal opgewonden van raak is de sokkel waar de deugden van de Griekse man op zijn uitgebeiteld. Deze spreuk komt oorspronkelijk uit Delphi en was al bekend in de 5de eeuw v.C. Ruwweg komt het hier op neer: Als kind leer je goede manieren, als jongeling moet je je leren beheersen, op rijpere leeftijd hoor je rechtvaardig te zijn, als ouderling dien je wijze raad te geven, en als je sterft zorg dan dat je nergens spijt van hebt. Kun je je voorstellen dat deze wijsheid 2 ½ duizend jaar geleden zijn weg gevonden heeft helemaal van uit Griekenland naar de rand van deze woestijnsteppe om daar nu weer heel onverwacht voor den dag te komen! Daar word ik dan wel even stil van hoor!

Verder zijn er de schatten uit Begram, een stadje iets ten noorden van Kabul. Hier werden net voor de Tweede Wereldoorlog twee verzegelde vertrekken blootgelegd waarin ivoren meubels uit India gevonden werden, maar ook een grote hoeveelheid glaswerk en gipsen gietvormen van zuiver hellenistisch herkomst. Ook hier houdt elke archeoloog er blijkbaar zijn eigen theorie op na. Is dit nu een opslagruimte omdat netjes brons bij brons, glas bij glas en ivoor bij ivoor gezet was, of is dit een religieus geschenk, of misschien gewoon een verborgen schat?

Nou het glaswerk alleen al is hoogst uitzonderlijk te noemen en zeer gevarieerd van vorm, kleur en versiering. Neem nu de drie beschilderde drinkbekers (het lijken wel vazen zo groot!). Heel zijn ze natuurlijk niet meer maar als je op de kleur van deze vis- en jachttaferelen af gaat zou je denken dat ze gisteren pas beschilderd zijn. Bovendien zou dit kunstige werk uit Alexandrië komen, dus helemaal uit Egypte naar Kabul gereisd zijn en dat in de 1ste eeuw van onze jaartelling! Je weet wel dat er goederen over en weer verhandeld werden, maar als je er zelf op deze manier mee geconfronteerd wordt, sta je echt met grote ogen te kijken! Dan zijn er de glazen drinkbekers in de vorm van vissen, blauwe en matkleurige, met glinsterende ogen en opstaande vinnen – zoiets heb ik nog nooit gezien! Verder geblazen vazen met honingratenmotief of met een “kanten” omhulsel, ook van glas. Uiteraard ontbreekt de geslepen glazen kom niet, ofschoon die toch een beetje uit de toon valt tussen deze sierlijke vazen en kannen. Er staat ook een pracht van een slanke zwart glazen kan met een elegante handgreep naast eentje van matglas bedekt met puur gouden motieven. Wat een pronkstukken!

In een andere vitrine zijn de ivoren voorwerpen uit India met hellenistische invloed uitgestald, ook al daterend uit de 1ste eeuw n.C. Opvallend zijn hier de ongeveer 45 cm hoge Riviergodinnen met duidelijke boeddhistische trekken, kundig opengewerkte tafereeltjes van Indische dames in exotische tuinen met fonteinen en bijgebouwen, een paar monsterfiguren ook uit India, etc. Raar vind ik de kruik van blauwgroen geglazuurd aardewerk die een vogelvrouw moet voorstellen want qua stijl kan ik die eigenlijk niet goed plaatsen.

De kast met brons kan me niet zo bekoren, behalve misschien het lieve figuurtje van Amor met een lamp in de hand en de jonge ruiter die gezien zijn houding aan Alexander de Grote doet denken, maar dit blijft een vraagteken.

Helemaal apart is een rij gipsen medaillons uitgestald, zo een 15 cm doorsnede en ook uit de 1ste eeuw n.C. Deze werden blijkbaar gebruikt als basisvorm voor de bodem van zilveren borden en schalen. Het zijn net overmaatse mallen voor geldstukken, maar er zitten echt wel juweeltjes tussen, zoals de gevleugelde Amor of het hoogreliëf van een jongeling. Je moet je dan inbeelden dat deze portretten je aanstaren vanuit de bodem van je zilveren kom, wellicht gevuld met water of met wijn? Zou ik wel eens willen uitproberen hoor!

Tot slot is er dan de goudschat van Tillya-Tepe, een heuvel die net buiten de muren van de Grieks-Bactrische stad Emshi-Tepe ligt, in de oase van Sherberghan. Het gaat hier om de inhoud van zes graftombes die nog net voor de inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan in 1979 geborgen zijn en naar het Museum in Kabul overgebracht werden. Dit is met recht een samensmelting van steppekunst (wat ik de Scytische kunst zou noemen) Grieks, Indiaas en Chinees. Er lag nog een zevende graf onder deze grafheuvel aan de Turkmeense grens, maar daar hadden de archeologen geen tijd en gelegenheid meer voor; toen ze onlangs eindelijk gingen kijken was de plek finaal leeggeroofd. Zonde hé? De archeoloog die toen de leiding had, de Rus Sarianidi, is gelukkig in de jaren 1980 naar Kabul gereisd om alle 20.000 opgegraven objecten te laten fotograferen en ze in een schitterend boek te publiceren. Zo weten we wel precies wat er gevonden is.

Uiteindelijk hebben we het aan een handjevol dappere Afghanen te danken dat deze schat een veilig onderkomen gekregen heeft in de kluis van het presidentieel paleis. Met veel moeite is de plek geheim gebleven. Het Museum zelf heeft veel te lijden gehad van de burgeroorlog, er werd gestolen en geplunderd, en in 1994 werd het getroffen door een raket waardoor het in brand vloog. Eeuwig zonde zoiets! Maar het ergste kwam nog toen in 2001 de Taliban besloot om niet alleen de reuze Boeddha beelden van Bamian op te blazen maar ook 2.500 kunstwerken uit het Museum in Kabul kort en klein te slaan. Pas in 2003 vond de regering van Afghanistan de situatie veilig genoeg om de goudschat weer te voorschijn te halen en aangezien het zwaar beschadigde Museum van Kabul ze nog niet kan herbergen ontstond het idee om deze collectie op reis te sturen. Na Parijs en Turijn was hij in Amsterdam te zien, om daarna naar de Verenigde Staten te vertrekken en verder rond de wereld.

De graven staan prachtig opgesteld als hoge rechthoekige kisten bedekt met een glasplaat waarop de contouren van de overledene is aangeven zodat de juiste vindplaats van elk object precies op het lichaam is terug te voeren. Oorspronkelijk mat elk graf twee bij tweeënhalve meter en lag het twee meter onder de grond. In het midden stond dan een kist waarin de overledene lag, in totaal vijf vrouwen en één krijger. De man lag op de top van de heuvel tussen de twee rijkst getooide vrouwen, de andere drie vrouwen lagen in de flank van heuvel die feitelijk volgens nomadengebruik een koergan had moeten voorstellen. Dankzij een bijgezette munt waarop Keizer Tiberius is afgebeeld (die regeerde van 14 tot 37 n.C.), heeft men deze tombes dus kunnen dateren.

Het is hier overduidelijk dat Noord Afghanistan echt wel een smeltkroes geweest is van verschillende culturen want de invloeden van China en Griekenland zijn op een heel eigen manier vermengd met oude gewoontes van dit steppevolk. Ik moet onwillekeurig terugdenken aan wat ik van de Scythen gezien heb in Berlijn (de stukken waren afkomstig uit St. Petersburg), vooral door de gouden blaadjes, hartjes, bloemetjes en knoopjes, al dan niet ingelegd met turkoois, die op de kleding vastgenaaid waren. Hier is elk graf een bezienswaardigheid op zich, waar allerlei voorwerpen uit verschillende stijlen broederlijk bij elkaar liggen en een adembenemend geheel vormen. Natuurlijk dragen ze allemaal armbanden en enkelbanden van massief goud al dan niet ingelegd met halfedelstenen. Maar dan zie je dat een paar vrouwen een Chinese spiegel bij zich hebben, uit de Han-dynastie nog wel, gouden spelden met als knop een kunstig uitgewerkte gouden bloem met stampers en al, haarversieringen zoals ik die van de geisha’s ken maar hier uitgevoerd in flinterdunne goudvlokken en kleine pareltjes, zegelringen (o.a. met een afbeelding van Athena er op!) en ringen met edelstenen ingelegd; gouden sieraden voor de hals van hun gewaad ingelegd met turkoois, almandien (een paars-rode granaat), kornalijn en pyriet; gouden oorbellen liefst ingelegd met turkoois; gouden gespen met turkoois; een paar hangers in een mengeling van Chinees, Indiaas en Grieks ook ingelegd met turkoois, lapis lazuli, almandien, kornalijn en parels; gouden broches zoals het stel Amorfiguren op een dolfijn met turkoois en parelmoer; zelfs gouden zooltjes liggen er!

De krijger, waarvan we aannemen dat het een prins is, draagt een ijzeren dolk en zwaard waarvan het gouden heft en schede versierd is met kunstige diermotieven ingelegd met turkoois. Zijn ceintuur was van gevlochten goud strengetjes die schakels vormden tussen de negen gouden medaillons waarop een ruiter in volle galop is uitgebeeld! Onder zijn hoofd is een schaal gevonden van puur gouden, een zogenaamde phiale, 23 cm in diameter a.u.b.!

Verder nog een aantal munten, hangers en versierselen. Ik raak helemaal opgewonden als ik hier eindelijk oog in oog sta met de zogenaamde “Aphrodite van Bactrië” een gouden applique ingelegd met turkoois. Ze is maar 5 cm hoog maar ik ga er voor op mijn knietjes zitten, even goed kijken! Een ander pronkstuk is zeker de gouden kroon met lovertjes en bloemetjes. Dit is eigenlijk een reiskroon die uit vijf delen bestaat en uit elkaar genomen kan worden. Het zijn net kleine platte boompjes waarvan de dunne stammetjes in de kroon gestoken werden – nou ja, klein, toch wel 45 cm hoog!

Hoe groot deze smeltkroes van beschavingen nu echt is of bij welke nomadenstam de graven uit Tillya Tepe horen blijft voorlopig nog een raadsel. Men denkt aan stammen uit Noordwest China, of uit het Rijk van de Parthen (nu deel van Iran en Turkmenistan), wie zal het zeggen?

Het blijft een boeiend onderwerp natuurlijk, want als je alleen maar bedenkt dat de jade uit China kwam, de granaten uit India, het turkoois uit oostelijk Iran en het lapis lazuli uit de mijnen van Badakhsan (huidige Afghanistan), dan bestrijk je al een heel territorium, om dan nog maar te zwijgen over de handelaars en kunstenaars die rondtrokken tussen China, India en het Romeinse Rijk om deze kunstwerken te produceren! Dan zeggen we nu dat de wereld klein is, wat zouden ze toen gedacht hebben?

In elk geval ben ik zeker dat dit zonder Alexander de Grote niet mogelijk geweest zijn!

[Alle foto's zijn afkomstig van The Australian]