Posts tonen met het label Istanbul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Istanbul. Alle posts tonen

27 augustus 2017

Uitgelicht, de Romeinse mijlpaal

Naar het schijnt zijn het de Romeinen die de mijlpaal uitgevonden hebben. Het woord “mijl” is trouwens afgeleid van het Latijnse milia passuum, duizend stappen, een afstand van 1476 meter. Een mijlpaal of miliarium was typisch een ronde zuil rustend op een vierkante sokkel die anderhalve meter hoog was en 50 centimeter in doorsnee.

Hierop kom men aflezen hoever het nog was naar een bepaalde bestemming, afhankelijk van de weg waarop hij stond. Bovendien stond hier ook wel informatie op over de wie de weg had aangelegd of ervoor betaald had en wie de weg onderhield of repareerde.

Vanuit het historisch oogpunt dus, zijn mijlpalen zeer belangrijk, al zijn het niet de meest opvallende getuigenissen uit het verleden. Als je niet oplet, loop je er al gauw aan voorbij, tenzij ze in een museum zijn ondergebracht – en dan nog!

Een van de meest opvallende voorbeelden is de zg Tadiasmus Patarensis, het Monument van de Wegen in Patara, Turkije. Dit is een vierkante pilaar met daarop een kaart van Lycië en de lijst van 63 steden met de onderlinge afstand van elkaar.


Turkije is nog zeer rijk aan mijlpalen waarvan sommige nog op hun oorspronkelijke plaats staan zoals deze langs de Sebastian Way (foto genomen tijdens een van mijn reizen met Peter Sommer)

of deze die verhuisd is naar de ingang van een wegrestaurant in het Taurus Gebergte.

In Istanbul is dan weer zonder al teveel moeite deze Mijlpaal van Constantijn te vinden

In Italië is een ruime keuze aan mijlpalen te vinden langs het uitgebreide netwerk van de Romeinse wegen die allen naar Rome leidden. Ze zijn uiteraard over heel het Romeinse Rijk te vinden, van Engeland tot Syrië en van Spanje tot Noord Afrika.


Zo ben ik er onverwachts ook eentje tegengekomen in het Museum van Apamea, Syrië dat ondergebracht is in een oude karavanserai.

26 juli 2016

De gouden eeuw van Koning Midas

Iedereen kent intussen wel het verhaal van Koning Midas die zijn wens in vervulling zag gaan dat alles wat hij aanraakte in goud veranderde.

Zijn wens werkte echte zo goed dat zijn paard, zijn bed en zelfs zijn eten prompt in goud veranderd werd zodra hij het aanraakte. Gelukkig had de sater Silenus begrip voor zijn ellende en vertelde de koning dat hij zich moest gaan wassen in de Pactolus rivier. Daarmee werd alles weer normaal, alleen vinden de gelukzoekers nu nog steeds stukjes goud in het snelstromende water.

Koning Midas regeerde over Frygië in de 8ste eeuw voor Christus en in zijn tumulus graf in Gordion heeft men ontelbare kostbare voorwerpen gevonden die nu over verschillende musea verspreid zijn: Gordion, Ankara, Istanbul en zelfs Antalya.

Een rijke selectie uit deze verzameling is momenteel te zien in het Penn Museum in Philadelphia. Zowel ivoren meubelpanelen uit de 8ste eeuw v.C. uit Irak als gouden juwelen uit de Caucasus (5de eeuw v.C.) bewijzen hoe uitgebreid het contact van Frygië was met haar buurlanden. Van eigen bodem zijn er juwelen, beelden, potten en pannen te zien, maar ook het oudst bekende mozaïek dat ooit gemaakt werd.

De tentoonstelling “The Golden Age of King Midas” loopt van 13 februari tot 27 november 2016.

28 juli 2015

Byzantijnse mozaïeken in Istanbul

Hoe vreemd het ook mag klinken, Istanbul heeft geen museum gewijd aan Byzantijnse kunst, maar daar tegenover vinden we wel twee kerken uit die tijd die bewaard gebleven zijn en waar de mozaïeken en de fresco’ s nog op hun oorspronkelijke plaats te bewonderen zijn.


De best bekende kerk is de Chora-Kerk waarvan de binnenmuren letterlijk bedekt zijn met mozaïeken en fresco’s uit het begin van de 14de eeuw. Meteen bij het betreden van de voorhal zien we de mozaïek waar Theodorus Metochites “zijn” kerk aan Christus schenkt afgebeeld, zoals alle mozaïeken hier, op een gouden ondergrond. Deze voorhal heeft twee koepels: de een met Christus als centrale figuur omringd door twee rijen voorvaderen van Adam tot Jacob en diens zonen, de andere met Maria en kind omringd door de koningen van het huis van David en minder prominente voorvaderen. Op de muren rondom worden verschillende Bijbelse momenten uitgebeeld uit het leven van Maria, de jeugd van Christus (inclusief de Volkstelling en de Drie Wijzen) en de wonderen die Christus verricht heeft. Opvallend is het Deesis-mozaïek van Christus en Maria, geflankeerd door de apostelen Petrus en Paulus langs de koepelrand.

Via een halvemaanmozaïek van Christus in typisch Byzantijnse houding bereikt men het Paracclesion, dat waarschijnlijk vlak na de voltooiing van de mozaïeken beschilderd werd. Het kleurenpalet is meteen heel anders. Centraal staat hier Christus als overwinnaar van de dood die Adam en Eva uit hun graf optrekt. Satan is onder zijn voeten te zien, aan de poorten van de hel. In het koepelgewelf staan ook hier Maria en het kind centraal omgeven door het engelenrijk.

Niet al te ver hier vandaan ligt de Kerk van Pammakaristos, ook wel Fethiye Museum genoemd, die heel weinig bezocht wordt maar toch ook zeker de moeite waard is. Het hoofdgebouw is tegenwoordig een moskee, maar de mozaïeken uit de 14de eeuw bevinden zich in het zijgebouw dat apart te bezichtigen is. Centraal is hier het Deesis-mozaïek boven het altaar waarin Christus op een gouden ondergrond staat afgebeeld. Aan weerszijden zijn de portretten van Maria en Johannes de Doper te zien, op hun beurt aanschouwd door vier aartsengelen. In de centrale koepel van de kerk is ook hier een Christus Pantocrator op gouden ondergrond uitgebeeld omringd door profeten uit het Oude Testament. Beeltenissen van verschillende andere heiligen zijn op de wanden en steunmuren terug te vinden. Klein maar fijn.

3 februari 2013

Troje. Stad, Homerus en Turkije

Troje heeft zowel een magische als een mysterieuze klank. Wat we weten komt uit de overlevering van Homerus die in zijn Ilias dan nog maar de laatste vier dagen van de 12-jaar durende oorlog tussen de Grieken en de Trojanen heeft beschreven. Een fascinerend verhaal dat de jonge Heinrich Schliemann al op vroege leeftijd wist te boeien. Hij was vastbesloten om de stad te vinden en dat is bij zijn opgravingen aan de kust van noordwest Turkije gelukt. Hij leverde het bewijs dat hij de stad gevonden had. Achteraf blijkt hij wel de plek van Troje gelokaliseerd te hebben maar de juwelen waarmee hij zijn vrouw Helena tooide bleken achteraf uit een andere laag, een vroeger tijdsperk te dateren dan dat waarin Achilles geleefd heeft.

Nou ja, al met al blijft Troje omstreden en de opeenvolgende beschavingen die in de verschillende lagen werden ontdekt zijn dan niet duidelijk gescheiden en lopen vaak in elkaar over. De 5.000 jaar oude mythes en geschiedenis bezorgen de archeologen en historici nog steeds veel hoofdbrekens.

In een poging om daar wat orde in te scheppen loopt er in het Allard Pierson Museum in Amsterdam een tentoonstelling over Troje als afsluiting van de festiviteiten rond het 400-jarig bestaan van de Turks-Nederlandse betrekkingen. Het is een unieke gelegenheid om voorwerpen uit Nederland en het buitenland op één plek samen te zien en ik stel me daar heel veel van voor. Niet minder dan 300 stuks uit oude en recente opgravingen liggen daar op de bezoeker te wachten. Er zijn originele stukken maar ook kopies zoals bij voorbeeld van de beroemde Schat van Priamus (de collectie goud en juwelen die Schliemann gevonden heeft). Het meest opvallende stuk moet een grote marmeren hoofd van Zeus zijn dat door het Archeologisch Museum van Istanbul uitgeleend werd.

Verder wordt er aandacht besteed aan Troje in het Turkije van de 19de en 20ste eeuw, inclusief voorwerpen uit het Ottomaanse Rijk zoals de vergunning van Schliemann om in Troje opgravingen uit te voeren en foto’s van Atatürks bezoek aan Troje.

Troje. Stad, Homerus en Turkije loopt nog tot 5 mei 2013, dus er is nog tijd en gelegenheid om een kijkje te gaan nemen.
[Klik hier om alle foto's te bekijken]

24 september 2012

Istanbul, TK - Archeologisch Museum

In Istanbul is het Archeologisch Museum natuurlijk een absolute must, waar ik trouwens een hele dag mee weet te vullen. Daar staat anders wel voor zeven stuivers! Eerder,  in het kader van Alexander de Grote, had ik maar een paar zalen gezien,  maar er staat veel en veel meer natuurlijk: schatten uit Troje, koningsgaven uit de tombe van Koning Midas, resten uit het oude Istanbul/Constantinopel, de Hippodroom, levensgrote beelden uit de Thermen van Faustina in Milete, een schitterend hoofd van Sappho, ga zo maar door…
                                                           
Mijn aandacht gaat natuurlijk eerst en vooral naar de klassieke afdeling. Ik stop bij de leeuwen die langs de Heilige Weg stonden die van Milete naar Didyma liep. De vorige keer was dit maar iets vaags, maar nu ik op die Heilige Weg gelopen heb kan ik me de leeuwen en zittende goden en godinnen veel beter op hun plaats indenken. Natuurlijk moet ik ook weer even bij Alexander de Grote langs, hij staat er nog!
                                                           
En dan bekijk ik alle andere Griekse beelden en reliëfs, of Romeinse kopieën van Griekse originele. Ze zijn met veel smaak tentoongesteld met in elke zaal een enorme foto van een detail van een of ander beeld, vaak met een speciaal verlichtingseffect. Foto’s om jaloers op te zijn! Zo kom ik dus ook de levensgrote beelden uit de Thermen van Faustina tegen die in Milete gevonden zijn. Ik heb eerder in die Romeinse Thermen rondgelopen en de resterende muren zagen er maar grof en massief uit, zodat ik nu toch echt verwonderd ben dat er zulke schitterende beelden gestaan moeten hebben. Moeilijk toch altijd om aan de hand van een paar muren in gedachten je een heel gebouw in te denken en dan nog wel inclusief beelden, mozaïeken en beschilderde wanden!
                                                           
De dichteres Sappho is hier dus ook vertegenwoordigd. Een enorm hoofd met sensuele lippen, waar ooit een heel lichaam onder gestaan moet hebben. Hadden ze niet een of andere vers van haar erbij kunnen zetten, bedenk ik? Dansende Niké’s en Menades, Aphrodite uit verschillende tijdsperiodes, grafstèles, reliëfs met figuren die een lier bespelen, zelfs een stuk fries van het Altaar in Pergamon terwijl ik er van overtuigd was dat alles echt wel in Berlijn stond!
                                                           
Dan is de linkervleugel aan de beurt waar de sarcofagen ondergebracht zijn: van vroeg-Egyptische tombes, later ook wel hergebruikt door Grieken, via Frygische en Lycische sarcofagen met hun kenmerkende deksel in de vorm van een omgekeerde boot tot de voltreffer van de Alexander-sarcofaag uit Sidon want daar kun je gewoon niet naast kijken! Ik neem toch nog een paar foto’s, details die de vorige keer niet helemaal gelukt waren omdat je hier geen blits mag gebruiken en er weinig gelegenheid is om een stabiel steuntje voor mijn camera te vinden.
           
Inmiddels is het koffietijd geworden waarvoor in de tuin van het museum een keuze van stoelen en tafeltjes is neergezet tussen de overblijfselen van zuilen en altaren die net niet mooi of bijzonder genoeg waren om binnen een plaatsje te krijgen. De kleine kiosk biedt weinig keuze, maar Turkse koffie en Turkse thee serveren ze grif. Heerlijk zitten is het hier onder de schaduwrijke bomen, met een stoel onder mijn voeten, nippend aan mijn drabkoffie. Daar knapt een mens van op.
                                                           
In 1991 werd er een nieuwe vleugel aan het museum toegevoegd, vier verdiepingen hoog. Ik ben van plan om er minstens doorheen te lopen, niet juist wetende wat ik nog kan tegenkomen. De eerste verdieping is geweid aan Istanbul met veel tekst en uitleg met af en toe een stuk zuil of wat andere resten. Lezen kan ik thuis ook, maar ik zoek wel de bronzen slangenkop op die bij de Slangenzuil van het Hippodroom thuishoort. Toch nog groot, hoor. Ernaast is op twee tekeningen te zien hoe die zuil er uit gezien kan hebben. Dat is tenminste interessant.
                                                           
De volgende verdieping gaat over Anatolië en Troje. Vreemd genoeg liggen hier potscherven met een merkteken uit Pella, de geboorteplaats van Alexander de Grote. Zouden die door zijn leger hier zijn achtergelaten, vraag ik me af? Verder zijn er verschillende vitrines aan Troje gewijd uiteraard, vrij duidelijk, laag per laag maar er staat voor mij niets nieuws tussen want de vazen en schalen heb ik op mijn vorige reis ook al ergens gezien. Vreemd genoeg kom ik hier het graf van Koning Midas tegen! Dat stond toch in Ankara? Bij nader onderzoek blijkt hier het skelet van de koning op de bank te liggen, terwijl in Ankara een reconstructiepop lag. Dan nog allerhande voorwerpen die bijgezet werden in een dergelijke tombe en natuurlijk, gezien de hoeveelheid, kunnen die best verdeeld zijn tussen Ankara en Istanbul. Wel liggen hier vier klossen die onder de poten van zijn doodsbed stonden. Toch weer een verrassing.
                                                           
Op de bovenste verdieping is aandacht besteed aan de culturen uit de omringende landen. Blijkt dat een of andere sultan in de 19de eeuw zeer geïnteresseerd was in archeologie en die heeft in het huidige Syrië, Libanon en Palestinië (toen allemaal deel uitmakend van het Ottomaanse Rijk) opgravingen gefinancierd en uitgevoerd. Opvallend hier is een stel geglazuurde sarcofagen uit de 4de-5de eeuw die me doen denken aan enorme Goudse pijpen; zoiets ben ik nog niet tegengekomen. Ook hebben ze uit Syrië een aantal laat-Romeinse grafkamers overgebracht die ik het beste kan vergelijken met hedendaagse columbaria, alleen iets groter, met op elk deurtje een afbeelding van de overledene. Net een gezellige familiebijeenkomst.
                                                           
Nou dat staat er dan even in paar zinnen, maar er is toch heel wat tijd in dat geslenter gegaan. Tussendoor nog thee gedronken in de tuin met een halfzachte toast, om dan weer vol goede moed verder te gaan. Het is heet, tegen de 40 graden, en dit museum is niet gekoeld behalve door de natuurlijke tocht van deuren en ramen die tegen elkaar openstaan.

Tegenover de hoofdingang, naast de zg. theetuin, staat een schitterend gebouw, het Çinili-paviljoen, bekleed met Iznik-tegels. Binnen moet een keur aan Turkse tegels en keramiek te bewonderen zijn, voornamelijk uit Iznik. Dit houd ik voor gezien. Wel had ik nog het Museum voor Oosterse Oudheden op de hoek in gewild want daar is o.a. het Verdrag van Kadesh te zien. Dit is een kleitablet uit 1269 v.C. dat het oudst bekende vredesverdrag ter wereld bevat, afgesloten tussen de Hittieten Koning en Ramses II van Egypte. Er moet ook iets op staan over de terugkeer van politieke vluchtelingen, en dat 3.500 jaar geleden! Denken we nu dat we iets nieuws uitgevonden hebben! Maar het loopt al tegen sluitingstijd en ik heb bovendien echt geen fut meer om, al is het maar vluchtig, even binnen te wippen. Jammer.

9 december 2011

Musea in Turkije, keuze genoeg!

Bij al de archeologische sites die Turkije rijk is, hoort natuurlijk ook een heel aantal musea, genoeg om je hoofd op hol te brengen, zeker als je daarbij nog bedenkt dat er niet op alle sites behoorlijke opgravingen hebben plaatsgevonden en dat die dus ook niet als “geregistreerd” te boek staan.

Zo las ik onlangs in de Hurriyet Daily News dat Turkije momenteel minstens 189 musea telt, 141 graftombes en 131 ruines die opengesteld zijn voor het publiek. Een groot aantal, maar eigenlijk (vind ik) heel weinig voor een land dat zo groot is als Turkije. In elk geval hopen ze eind van dit jaar (2011) daar nog een aantal musea aan toe te voegen zoals het Archeologisch Museum van Bursa, het Museum van Burdur (was dat dan nog niet meegeteld?), het Turks en Islamitisch Museum van Erzurum, het Archeologisch en Etnografisch Museum van Tekirdağ, het Akhisar Museum in Manisa, het Museum van het Topkapi Paleis met de verblijven van Karamustafa Pasa en van Revan en met de Mecidiye Torens, de Derwisj cellen in het Mevlana Museum van Konya en het Galata Mevlehinanesi Museum in Istanbul.


Intussen is er ook een heel aantal musea gerenoveerd geweest. Voor wie het precies wil weten, geef ik hierbij het hele rijtje weer: het Aksaray Museum, het Sanliurfa Museum, de graftombes van Sultan Ibrahim en Sultan Mustafa I in de Aya Sofia, het Museum van Bergama (zaal met kleine voorwerpen), het Museum van Elazig, dat van Çorum Boğazköy, Çorum Alacahöyük, Manisa (etnografische afdeling), het Museum van Adana (tuin en zaal met stenen voorwerpen), het Museum van Atatürk in Konya, het Tokat Latifoglu Museum en nog een paar afdelingen van het Topkapi Paleis in Istanbul.


We kunnen gelukkig ook weer terecht in de volgende musea: het Elmali Museum in Antalya, het Bafra Museum in Samsun, het Zeugma Museum in Gaziantep (ik wist niet dat dit gesloten geweest was ...), het Museum voor Hettitische Archeologie in Eskisehir en eindelijk ook het Museum van Milete in Aydin.


Meer dan genoeg om alle zonaanbidders van het strand te halen, dunkt mij ....

23 juli 2011

Ankara, TK - Mausoleum van Ataturk

Het Mausoleum van Atatürk, de Vader des Vaderlands voor elke Turk. Het is een indrukwekkend monument boven op een heuvel, die de stad beheerst. Vele scholen komen hier in gedisciplineerde drommen naartoe, zelfs kinderen uit de kleuterklas trekken, netjes hand-in-hand, voorbij. Soldaten in strakke pakken lopen houterig de wacht en ik weet niet goed hoe serieus ze zichzelf wel nemen. Het is net een poppenkast, zo strak en stram, maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Binnen in de grootse ruimte liggen de resten van Atatürk onder een massaal grafmonument versierd met een aantal kransen. Dit is wat we altijd op TV te zien krijgen wanneer een of ander staatshoofd een officieel bezoek brengt aan Turkije en hier dan een krans komst leggen.

Als goede Turk  confronteert onze gids ons met het museum dat onder het monument ligt waar voornamelijk overgrote schilderijen hangen. Ik vind het allemaal een beetje overdreven, met een vleugje communistische propaganda, maar de vele afschuwelijke en roemrijke taferelen van Atatürk die hier uitgebeeld worden, zijn op zich wel heel mooi van stijl, kleur en compositie. Nu heeft die Atatürk echt wel heel veel voor Turkije gedaan, dat geef ik grif toe.

Als kolonel Mustapha Kemal (de latere Atatürk) heeft hij in 1915 de geallieerden teruggedrongen in Gallipoli. Maar toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, waren het de geallieerden (omdat Turkije de kant van Duitsland gekozen had) die Turkije bezetten, zelfs Istanbul. Zo eigenden Frankrijk, Engeland en Italië, zich allemaal een stuk van het land toe. Atatürk vlucht dan weg uit Istanbul en landt met een klein bootje in een dorp aan de Zwarte Zee op 19 mei 1919, een dag die nu nog gevierd wordt als het begin van de Turkse Onafhankelijkheid. Met de Turkse bevolking aan zijn kant begint hij de strijd om Turkije voor de Turken te veroveren en pas in 1922 komt er een eind aan deze Onafhankelijkheidsoorlog. Atatürk had grote bewondering voor de Europese cultuur en levensstijl en zag een modern, verwesterd Turkije voor zich. Hij voert stelselmatig een groot aantal hervormingen door, vooral op sociaal gebied. Een paar voorbeelden daarvan zijn dat activiteiten van religieuze sekten verboden worden, de westerse kalender wordt ingevoerd, het dragen van de fez wordt verboden, het metrisch stelsel wordt toegepast, bijnamen en persoonlijke titels worden afgeschaft, achternamen worden aangenomen, godsdienstig vertoon in het openbaar wordt afgeschaft, een moderne wetgeving die losstaat van de godsdienst wordt geïntroduceerd, vrouwen krijgen stemrecht, het Latijnse alfabet wordt in gebruik genomen, enz. Zijn basisprincipes zijn eigenlijk gewoon gezond verstand, ook toegepast op het dagelijkse bestuur van Turkije gebaseerd op de Turkse manier van denken en leven. Toen Atatürk in 1938 overleed, lagen de funderingen klaar voor een moderne staat. Hij is, naar mijn mening, alleen te vroeg overleden. Had hij langer geleefd, dan zou Turkije misschien al lang deel van Europa uitmaken …

21 juni 2011

Manisa, TK - Museum van Sardes

Manisa is een dikke stip op de kaart, ongeveer 16 km ten noorden van Izmir, en met een beetje geluk kan ik er, via de autobaan die ik nu uitgeprobeerd heb, in goed twee uur zijn. Het is nog lekker koel (20 graden!) als ik uit Kusadasi wegrijd ofschoon het kwik een uur later al op 26 graden staat. De autobaan is er echt een volgens onze normen, met een goed wegdek, bordjes voor parking, picknick en benzine, keurig in het groen zoals een mens dat zou verwachten. Bij Izmir moet ik er af en beland ik in het stadsverkeer met zigeuners die bij de stoplichten staan te bedelen. Ik sluit alle ramen en vergrendel de deuren, men kan nooit weten nietwaar? Wegwerken en omleidingen, het is uitkijken om de bordjes richting Istanbul-Manisa niet te missen. Als ik op de grote weg zit en denk dat ik kan doorrijden heb ik het goed mis want ook hier is het wegdek aan vernieuwing toe en gaan we even zo vrolijk van drie banen over naar één en dan weer terug. Bovendien moet ik weer een van die oost-west bergruggen over met steil klimmen en dalen.
                                                           
Iets na tienen rijd ik dan toch Manisa binnen, een brede boulevard met groene middenstrook en een 70 km zone waarin alle lichten op groen staan. Een bordje museum verwacht ik niet meteen, maar centrum zal ook wel goed zijn. Zo beland ik in de drukke straatjes, half geasfalteerd met vele kuilen en modderplassen. Allerlei bordjes waar ik niet wijzer van word, dan is de straat afgezet, verboden links af te slaan, en evengoed gaat de auto voor mij er in. Ik volg dus maar en probeer de draad weer op te pakken maar linksaf mag ook weer niet, dus dan maar rechtdoor tussen de dolmussen, bussen, taxi’s en tractors. Het blijft slalommen en ik begin me af te vragen of ik het niet beter zou opgeven. Maar, oh heilige voorzienigheid, aan de rotonde voor me staat plots een bordje “Müze”. In de hoop dat er maar één museum is, ga ik er op af. Ik had ergens gelezen dat het in een afgedankte moskee ondergebracht is, en jawel in het smalle steile straatje is het gele bordje aan de boom getimmerd en wijst een eenmanspoortje aan, de ingang van het museum, naast de moskee. Nu een plaatsje voor mijn auto vinden en voorbij het volgende kruispunt is er ruimte langs de hoge stoep, vlak voor de deur van de bakkerij waar de bakker wat verkoeling zoekt. Ik groet hem maar vriendelijk, tenslotte staat mijn auto voor zijn deur; mag dat wel? Ik voel me nu echt als een vreemde eend in de bijt, alsof ik in een ander tijdperk loop, in een vreemde straat met opschriften waar ik geen hoogte van krijg.
                                                           
Bij het museum word ik meteen gestopt door de veiligheidsdienst, vier agenten met het geweer in aanslag. Jeetje, is de waar zo kostbaar? Er wordt een mannetje bij geroepen die net zijn kruiwagen met onkruid gevuld heeft, en vanachter het loket links van een paar treden krijg ik mijn toegangsbewijs. Hij loopt netjes met me mee de poort door, waar ik op het vierkante binnenplein van de moskee beland dat rondom met glas is dichtgemaakt. Hij gaat me voor, de ene zaal na de andere waar hij gewillig het licht aansteekt en bij het verlaten van het lokaal weer netjes uitdoet.

Het blijkt uiteindelijk maar om een paar zalen te gaan, maar de collectie is netjes verzorgd en chronologisch opgezet van de oude Bronstijd tot en met de Romeins-Byzantijnse tijd. De uitleg is heel summier, en de meeste voorwerpen komen inderdaad uit Sardes. Van de 11.000 voorwerpen die ze daar gevonden hebben liggen er hier anders geen eens 110. Hoe zit dat nou? Open vraag. Misschien achter de deur waar “Archeologisch Museum” op staat en die gesloten is, wegens restauratie – zegt men.
                                                           
Terug bij de bakker voor de deur moet ik toch even informeren naar de driehoekige koeken van bladerdeeg, waarvan ik denk dat ze met appel gevuld zijn, zoals bij ons. Maar nee, er ziet helemaal niets in. Nou ja, geef hem toch maar want hij ziet er wel erg smakelijk uit. Mijn koek wordt kundig in een stuk grauw papier gevouwen en ik krijg nog een mini plastic tasje om hem te dragen, 0,25 YTL a.u.b. Het zijn toch prijzen waar je niet van terug hebt. Ja, en dan is die koek nog ontzettend lekker ook!
                                                            Sept 2005

28 mei 2011

Milete, TK

Milete is natuurlijk veel meer dan wat ik tijdens een georganiseerde rondreis van de stad gezien heb. Ik besluit om vandaag eens grondig poolshoogte te gaan nemen.

Het museum ligt een paar honderd meter van het grootse theater dat je al van verre kunt zien en het lijkt mij een must om Milete echt in beeld te brengen. Er staan wel een paar auto’s voor de deur maar alle toegangshekken en deuren blijken gesloten te zijn. Aan een mannetje dat aan de overkant in de schaduw zit vraag ik of ik binnen kan. Nee, is het antwoord, het museum is gesloten. Ja, dat zie ik ook, maar voor hoelang? Een uur, een dag? Nee, gesloten voor restauratie, zegt hij. Nou moe! Dat zul je altijd zien! Dit is dan een museum dat ik nu echt wel wil zien en uitgerekend nu is het gesloten! Ik mag wel naar de stukken die buiten langs de weg staan, kijken. Ja, allicht, maar daar liggen er genoeg van in het veld rondom ook.

Ik zal dus echt eens terug moeten komen, het blijft alleen de vraag wanneer. Wanneer zullen ze klaar zijn met hun zo genaamde restauraties? Als ze zover zijn, wordt die bericht zeker bijgewerkt.

Tussen haakjes moet ik hier volledigheidshalve wel aan toevoegen dat, zoals altijd, de mooiste stukken in grote musea elders te vinden zijn. De meest belangrijke vondsten staan te pronken het Archeologisch Museum van Istanbul en in het Pergamon Museum in Berlijn – die ik beide zeker kan aanraden!