Posts tonen met het label Heracles. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Heracles. Alle posts tonen

7 maart 2014

De Etrusken en de Middellandse Zee, de stad Cerveteri

In het nieuwe Museum van Louvre-Lens loopt nog een paar dagen een zeer zorgvuldig gepresenteerde tentoonstelling over de Etruskische beschaving. Hierna verhuist hij naar Rome waar hij van 14 april tot en met 20 juli 2014 te zien is het Palazzo delle Esposizioni.

De stukken staan duidelijk en overzichtelijk opgesteld met uitleg in het Frans, Engels en zelfs in het Nederlands! De hele tentoonstelling is eigenlijk gecentreerd rond één van de grootste metropolen die de Etrusken kenden, namelijk Cerveteri. De reden hiervoor is simpelweg dat dit de enige stad is die sinds zijn ontstaan in de 12de-9de eeuw v.C. continu bewoond geweest is tot hij opging in het Romeinse Rijk aan het begin van onze jaartelling.

Men is hier chronologisch te werk gegaan met grote overzichtskaarten (waar ik graag een jaartal bij gelezen had) en duidelijke uitleg over de evolutie van Cerveteri, voornamelijk aan de hand van grafvondsten in de vele necropolen. Verder wordt de stads politieke organisatie, de verhouding met het oostelijk Middellandse Zeegebied, Griekenland en Rome uit de doeken gedaan, dat alles gestaafd door een aantal bijzondere voorwerpen.

Natuurlijk zijn er de blikvangers zoals een bronzen paardenbit uit de 8ste eeuw v.C., of de grote drinkschaal met op de rand een versiering van roeiende schepen die, als de schaal met wijn gevuld is, lijken te drijven op een zee van wijn. Ik sta ook even stil bij een aller-schattigst parfumflesje in de vorm van een krijger met helm (600-590 v.C.) dat kunstig beschilderd is. Ook staan er een aantal Kraters of Dinos waarin de wijn met water vermengd werd, allen bijzonder van grootte en beschildering, en er is er zelfs eentje bij met deksel. Veel vazen, schalen, potten, schenkkannen en drinkbekers allemaal van aardewerk staan in de verschillende vitrines opgesteld en geven een duidelijk beeld van hun respectievelijke functie. Ik kijk mijn ogen uit op de kleurrijke antefixen, decorelementen langs de dakpannen van tempels uit de 6de-4de eeuw v.C. met goden- en heldentaferelen, sprekende gezichten van vrouwen en silenen, en anderen. Het schitterend beschilderde hoofd van een terracotta Heracles (5de-4de eeuw v.C.) staat terecht op een eigen voetstuk. Onwillekeurig blijf ik ook verbijsterd staan bij het witte terracotta hoofd van de godin Leucothea met sprekende ogen en wapperende haren uit het midden van 4de eeuw v.C. – zo echt!

Opvallend zijn bepaald de muurpanelen, ook van beschilderd aardewerk die eens de wanden versierden van het huis van een magistraat en daarna op maat gezaagd zijn om in zijn graftombe te passen, daterend uit het einde van de 6de eeuw v.C.

De Griekse invloed is overduidelijk alom aanwezig in al deze stukken, maar ik ben uiterst verwonderd om drie beschreven goudbladen te zien met daarop inscripties in het Etruskisch met overeenkomstige tekst in het Punisch, de taal van Carthago, en dus het bewijs is van de nauwe banden die Cerveteri met die stad onderhield aan het einde van de 6de eeuw v.C. De drie panelen waren waarschijnlijk aan de ingang van een tempel genageld die gebouwd werd in opdracht van Thefarie Velianas. Hieruit blijkt dat de Etruskische godin Uni gelijkgesteld werd met de Punische godin Astarte.



Het absolute toppunt is het blije Etruskische echtpaar dat in terracotta bovenop hun dito sarcofaag zit alsof ze de mensen, ons de bezoekers, ontvangen. Het ziet er puntje gaaf uit ofschoon het dateert uit 530-520 v.C. - niet te geloven. Ik vind het wel vreemd dat hij barrevoets aanligt terwijl zijn echtgenote schoenen met veters draagt – een leuk detail, in elk geval.


Eigenlijk valt de Romeinse overheersing in het niet na al deze prachtige stukken. Ik loop trouwens toch niet weg van die Romeinse kunst – toch altijd gekopieerd van de perfectie van de Grieken.

13 juli 2011

Pella Archeologisch Museum, GR

Het is intussen vijf jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben en het kleine museumpje is nu vervangen door een groots opgezet nieuw gebouw met ruimte voor uitbreiding.

Het bordje Museum brengt me inderdaad waar ik moet zijn, maar de aankomst daar is een beetje rommelig. De weg houdt ineens op bij een stuk braakliggende land voor een nietszeggend betonnen gebouw. Maar goed dat ik foto’s van het museum gezien heb, want niets wijst er op dat ik hier moet zijn. Als ik mijn auto op het veldje naast een paar andere voertuigen parkeer, is het niet eens duidelijk waar de ingang wel is. Boven op een soort balkon staan een paar heren te roken en die verwijzen mij naar links en zo kom ik dan toch binnen. De juffertjes aan de balie hebben het druk met hun onderlinge babbeltje, maar ik krijg toch met een glimlach te horen dat het vandaag museumdag is en de toegang dus gratis is. Vooruit dan maar!

Meteen rechts blijkt een video te draaien maar het zaaltje zit vol toeristen, blijkbaar van een of andere bus. Ook verderop in het hoekje waar uitleg gegeven wordt over de opgravingen is dat het geval. Nou, dat nu dus maar eventjes niet. Er schijnt heel wat te doen geweest te zijn over het feit of je hier al dan niet foto’s mag nemen en tot nu toe heb ik van iedereen gehoord dat dit volstrekt verboden was. Geen leuk vooruitzicht natuurlijk.

Middenin de ruimte staan twee afbeeldingen van Alexander. De ene is een kopie van de Hellenistische kop van een jonge Alexander die hier gevonden is (momenteel is het origineel uitgeleend aan Oxford). De andere stelt Alexander voor als Pan. Ik waag het er toch maar op om een foto te nemen, er staan ook nergens bordjes dat het niet mag. Dan zie ik dat andere bezoekers ook staan te kieken en er wordt door de zaalwachters niet op gereageerd. Is dat boffen!

Op het binnenplein ligt een stuk mozaïek afkomstig uit het Heiligdom van Darron, de god van de genezing (Darron betekent letterlijk: hij die de gezondheid schenkt) samen met een paar nietszeggende grafstenen.

Daarachter ligt dan de eerste zaal, gewijd aan de huizen van Pella met heel uitnodigend een grote houten deur waar het originele bronsbeslag op gereconstrueerd is. De deur lijkt opvallend veel op de stenen deuren van de Macedonische graftombes. Het dagelijkse leven lag dikwijls echt niet ver van het leven in het hiernamaals. De echte blikvangers zijn de mozaïeken van Dionysos met zijn thyrsusstaf die op een panter zit en de andere die een leeuwjacht voorstelt met links de figuur van Alexander en rechts die van Craterus. In het oude museum hingen deze mozaïeken aan de wand en waren dus makkelijk te fotograferen. Nu liggen ze op de grond, het zijn tenslotte vloermozaïeken, maar het valt echt niet mee om er een plaatje van te schieten. Van de overige grote mozaïeken van Pella zijn foto’s gemaakt op ware schaal en liggen op die manier te kijk. Hier ben ik niet van onder de indruk, maar ja aangezien de site zelf momenteel gesloten i.v.m. de bezuinigingen in Griekenland, moet ik het hier maar mee doen. Ook de grote ronde marmeren tafel met inlegwerk heeft hier een plaatsje gevonden, een ambacht die duidelijk door artiesten uit de Italiaanse Renaissance gekopieerd werd.

Men heeft geprobeerd hier een beeld te geven van de indeling en de versiering van de huizen van Pella. Interessant is bij voorbeeld de reconstructie van een ligbed (kline) dat bij de symposia gebruikt werd en waarvan de sierlijke bronzen versiering bewaard gebleven is (de houten constructie is uiteraard vergaan), en een lange vitrine vol met terracotta en bronzen gebruiksvoorwerpen die vrijwel puntje gaaf lijken te zijn: gewichten voor het weefgetouw, kleine terracotta beeldjes van huisgoden, spiegels, wapens, drinkbekers, strigilis, kannen, dobbelstenen, etc. Een origineel stuk muur met verschillende ingekleurde vakken van polychroom pleisterwerk uit het oude museum is hier ook bij geplaatst aangezien die afkomstige is van een van de villa’s. Als je denkt dat de Pompeanen iets uitgevonden hebben, dan heb je het helemaal mis want deze wand dateert wel uit de 2de eeuw v.C.! Je krijgt een vrij goed beeld van het dagelijkse leven van de bewoners, niet alleen met de indeling van de huizen en de meubilering, maar ook een idee van hun kleding, hun bezigheden, hun huisrituelen en wat ze verder deden aan sport en vertier.

Natuurlijk blijf ik langer staan bij de verzameling geldstukken die op de Agora van Pella gevonden is, want ik weet zeker dat ik hier Alexander en zijn vader Philippus op terug kan vinden. Dat lukt natuurlijk. Geweldig weer om de familie daar tegen te komen!

Bijna ongemerkt loop ik zo de volgende zaal binnen die gewijd is aan de vondsten op en rond de Agora, veelal uit de 3de eeuw v.C. Veel van deze voorwerpen werden in de waterputten van de winkeltjes langs de Agora gevonden waar aardewerken potten en beeldjes vervaardigd werden. Dit wordt heel levendig geïllustreerd met de reconstructie van een dergelijke winkel die een rijke verzameling vertoont van potten, vazen en vaasjes, kannen, schalen, maar ook veel votiefbeeldjes van Aphrodite, Cybele, Herakles, enz., soms ook de mallen die hiervoor gebruikt werden. Er zijn ook een heel aantal amfora’s te zien van verschillend formaat en model volgens dat ze gebruikt werden voor olie, wijn of graan (grotere). Ze droegen ook de zegel van hun maker of stad van herkomst, en er is zelfs een wijnamfoor bij helemaal uit Noord-Afrika!

Langs de Agora lag het stadsarchief, waar papyrusrollen voorzien van kleine kleizegels opgeslagen lagen. Sommige documenten werden door de koning zelf opgesteld, andere door de magistraten van Pella, de marktopzichters, of waren uit andere steden afkomstig zoals Edessa – en elk document had zo zijn eigen afbeelding op de zegel. Op die van Pella bij voorbeeld was een grazende koe te zien, maar sommige van deze zegels zijn fijne kunstwerkjes. Ik vergaap me natuurlijk weer aan de keur van terracotta kopjes van dames met uiterst sierlijke coiffures …

In de zaal hierachter wordt het Heiligdom van Darron toegelicht met een grote luchtfoto aan de muur en daarnaast een tekening hoe het er uit heeft moeten zien. Een zeer eigenaardige constructie, moet ik zeggen: rond met drie asymmetrische ronde torens. Op de vloer ervoor ligt een rond bloemenmozaïek dat daar gevonden is samen met de inscriptie die verwijst naar deze god die eigenlijk alleen bekend was van Hesychius [Hesychius van Alexandrië is een auteur uit de 5de eeuw die een lexicon heeft samengesteld met over de 51.000 bijzondere Griekse woorden en uitdrukkingen]. Een werk dat voor het taalgebruik in Tracië en oud Macedonië zeer waardevol is] en waarvoor hier in Pella voor het eerst bewijsmateriaal gevonden is. Verder wat terracotta beeldjes, potten en offergaven uit de heiligdommen van Aphrodite en Cybele, en van Demeter. Hier mag ik ineens niet meer fotograferen. Het wordt wel heel vriendelijk gezegd, maar waarom daar wel en hier niet … Raar hoor! Hier hoor ik ook voor het eerst over een graf met fresco’s van zes filosofen, maar veel meer wordt er niet over verteld en ik vraag me wel af of het filosofen zijn die Alexander gekend zou hebben. Een open vraag natuurlijk weer …

Logischerwijze wordt in de laatste zaal aandacht besteed aan de doden, van prehistorische urnen tot de vierkanten kalkstenen tombes uit de 5de eeuw v.C. Natuurlijk ontbreken ook hier de offergaven niet zoals terracotta beeldjes, potjes, schaaltjes, juwelen, wapens en resten van de bank waarop de dode opgebaard lag. Het hout hiervan is allang vergaan, maar de benen en ivoren figuurtjes en andere versiersels zijn wel bewaard gebleven, alsmede de glazen knobbeldecoratie op de poten. Wat een fijn werk toch!

Het koninklijk paleis van Pella dat toch heel wat vondsten heeft moeten opleveren wordt maar karig bedeeld. Ik moet het met wat luchtfoto’s en plattegronden doen, plus drie Ionische kapitelen die er wel schitterend uitzien en eigenlijk heel veelbelovend zijn!

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]

17 januari 2011

Burdur, TK - Het Museum van Sagalassos

Vandaag staat Burdur op het programma, 150 km ten noorden van Antalya en ik schat de tocht op twee uur, zoeken niet meegerekend. Doel is het Archeologisch Museum waar de vondsten uit het naburige Sagalassos ondergebracht zijn. Eenmaal op de D400 richting Antalya kijk ik uit naar een bordje Isparta of Burdur, en kort na Perge word ik inderdaad die richting uitgestuurd, echter nog voor het vliegveld wat ik niet verwacht had. Het is een mooie brede weg en ik verwonder mij erover dat het zo rustig is, misschien omdat het zondag is? Onderweg lees ik een bordje naar het antieke Milyas en nog wat later naar het even antieke Kremna, maar dat wijst links van weg. Raar is dat want ik heb Kremna wel op de kaart gezien maar aan de rechterkant van de hoofdweg … Enfin, ik rij door, uitkijkend naar de tweesprong met de afslag naar Burdur, maar die zie ik helemaal niet en als ik op 20 km van Isparta ben, begin ik me toch zorgen te maken. Heb ik nu zo in gedachten verzonken gereden dat ik het bordje gemist heb? Maar dan had ik toch zeker een bordje Ağlasun of Sagalassos moeten zien? Nou de goden hebben mij gehoord en prompt staat er een pijl linksaf richting Sagalassos. Dit is een prachtige weg door een lieflijk landschap vol malse weilanden met voorjaarsbloemen en fruitbomen. In Ağlasun pik ik het bordje Burdur op, een invalide weggetje vol kuilen en gaten, maar ik kom waar ik zijn moet.
                                   
Aan de rand van Burdur staat al meteen een bordje Müze, en dat volg ik maar. Ik weet gelukkig hoe het museum er van buiten uitziet, dat scheelt bij het zoeken. Het lukt! Ik vind het museum en op een naburig pleintje kan ik mijn auto kwijt. Maar toch heb ik even pech want het museum sluit van 12 uur tot 13u30 voor de lunch en nu moet ik mijn tijd weten zoet te brengen. Het is 12u10, jammer natuurlijk maar nu ook weer niet meteen een drama. Ik vind het stadspark met een schaduwrijke theetuin en aanpalend keurige Wc’s. Zou je niet meteen verwachten, toch? Ik in elk geval niet. Ik geniet van het dagelijkse leven dat zich rondom mij afspeelt, loop dan de supermarkt door en haal gelijk wat geld uit de muur. Dan is het tijd om het museum op te zoeken.
                                   
Mijn verwachtingen zijn hooggespannen hoor. Ik had al op de website van het museum gekeken en het zag er heel veelbelovend uit. Nu wordt het werkelijkheid! Bij het binnenkomen word ik meteen geconfronteerd met de friezengroep van het Heroon uit Sagalassos, met pal daarboven de man voor wie het gebouwd is. Nou, hij staarde me aan met doordringende blik, ik kon er niet naast kijken ... het moét gewoon Alexander zijn. Wel zonder zijn fameuze haarlok (anastolé), maar toch. Ik meteen een foto genomen en prompt stevent de zaalwachter op me af dat ik geen blits mag gebruiken. Nou ja, deze foto heb ik vast, ofschoon ik meestal betere foto’s heb bij gewoon daglicht of kunstlicht mits ik natuurlijk een statief kan gebruiken (wat hier ook niet mag) of mijn toestel ergens op of tegen kan zetten. Maar om terug te komen op mijn blikvanger, het is volgens de mensen die het kunnen weten, nog niet bekend wie deze held wel is – anderen gaan er echter van uit dat het Alexander de Grote moet zijn – ik natuurlijk ook!
                                   
De dansmeisjes of dansende Muzes in het midden zijn schattig gewoon. De verlichting is met zorg gekozen en je ziet ze echt dansend rondom hun fries trekken, elkaar vasthoudend bij hun sjaal met franjes die ook meedansen. Dat zie je natuurlijk niet als je onderaan het Heroon zelf staat en naar boven moet kijken om dit fries te zien. Zo komen zowel deze groep als de kopies ter plaatse in Sagalassos echt helemaal tot hun recht. Wat schitterend! Ik kan er niet genoeg van krijgen!
                                   
Aan de wanden hangen duidelijke borden met de geschiedenis van Sagalassos met uitleg en foto's van de opgravingen. Overzichtelijk en systematisch gedaan, met rondom een keur van beelden afkomstig uit de verschillende Nympheums, zowel van de Boven als van de Beneden Agora. Prachtig gave stukken zijn het, iets meer dan levensgroot, zeer goed bewaard en zorgvuldig tentoongesteld in lichtspots die aangaan als je in de buurt komt. Ik kom ogen te kort hoor! Daar kunnen geen honderd plaatjes tegenop! Dat moet je in het echt gezien hebben…
                                   
Het museum is niet zo groot, maar ik heb daar wel anderhalf uur rondgelopen om mijn ogen de kost te geven. Ook staat er een schitterende groep beelden uit Kremna, dat ik dus onderweg tegengekomen ben. Het gaat om stukken uit de bibliotheek daar met levensgrote goden en godinnen. Links staan achtereenvolgens Athenea, een onbekende dame, Hygeia en Apollo; in het midden meer dan levensgroot Athenea en Heracles; verder rechts Nemesis, Asclepius en Leto. Volgens de plattegrond moeten de beelden ook op deze manier in de bibliotheek gestaan hebben en het geheel doet me denken aan de opstelling van een lieve beeldengroep uit Klein Azië die in de Getty Villa in Californië te zien is. Nou, het zijn stuk voor stuk pure juweeltjes die absoluut een bezoek waard zijn, zelfs als je er zo een eind voor moet rijden!
                                   
Boven is nog een verdieping, met een collectie van meer algemene aard zou ik zeggen waar Attisch en Hellenistisch aardewerk, juwelen, bronzen voorwerpen, geldstukken en vondsten uit Hacιler, Uylupιnar en Kuruçay liggen tentoongesteld. Keurig verzorgd allemaal, maar na de toppers beneden, vind ik dit niet erg boeiend meer.
                          

12 november 2010

De Onsterfelijke Alexander de Grote. Het Hermitage Museum in Amsterdam

Een mens krijgt heel wat te verwerken op zo een tentoonstelling, ik in elk geval, vooral aan indrukken. Dat was te verwachten natuurlijk, want Alexander de Grote is zeker “onsterfelijk” en met regelmatige tussenpauzes steekt hij in de geschiedenis steeds weer de kop op. We weten dat de Romeinse Keizers een grote bewondering voor Alexander hadden. Naar verluidt moest Caesar een traantje wegpinken toen hij aan zijn graf stond en Caligula zowel als Caracalla presteerden het zelfs zich te verkleden met Alexanders wapenuitrusting! In de Middeleeuwen ontstond dan de Alexander Roman, een bundel met de meest fantastische verhalen die grotendeels verzonnen waren. De Perzen beelden hem daarna af als “Iskander met de Twee Horens” in hun met kleurige tekeningen verluchtte geschriften. Dichter bij huis waren het Catharina de Grote van Rusland en Lodewijk XIV van Frankrijk die zijn naam en daden verheerlijkten.

Vandaag de dag ontleden we Alexanders leven en erfenis met een uiterst kritisch oog dat dikwijls weinig ruimte voor verbeelding of zelfs waardering overlaat, maar dit alles neemt niet weg dat Alexander de toenmalige wereld wel op zijn kop gezet heeft en voor altijd zijn stempel heeft gedrukt op de landen waar hij doorheen getrokken is. Helemaal bewust zal dat niet geweest zijn volgens mij, want wie kon nu zo een ommekeer als het Hellenisme voorspellen? Dagelijks en bijna onopgemerkt zien wij de vele sporen van dit Hellenisme, een “vergrieking”, vooral in de bouwkunst. Kijk maar eens naar de gevels van kerken, kathedralen, villa’s, musea, paleizen e.d. Hoe dikwijls zien we daar niet volgens Grieks model zuilen met bijpassend fronton aan de voorgevel? Hoeveel beeldhouwers van Europa tot China tot Amerika hebben hun figuren niet afgekeken van de Grieken? Hoezeer beroerden deze invloeden het dagelijkse leven van toen en nu!

Onnodig om te zeggen dat mijn verwachtingen hooggespannen zijn als ik ‘s ochtends als eerste om 10 uur ’s ochtends het Hermitage Museum binnen ga, een oud 17de-eeuws gebouw dat van binnen heel modern is ingericht, alles keurig verzorgd en met zeer vriendelijk personeel – ook wel prettig.
Nou, daar staat me wel voor zeven stuivers hoor! De tentoonstelling begint met De Mythe van Alexander de Grote. De 17de-eeuwse schilderijen met Alexander, ter illustratie van de mythe die hij achterliet, kunnen mij gestolen worden want in mijn ogen geven deze voorstellingen een overdreven en misvormd beeld. Pietro Antonio Rotari die Alexander met Roxane portretteert. Sebastiano Ricci die het waagt om Alexanders hofschilder Apelles neer te zetten terwijl deze Campaspe schildert. Charles Le Brun een uitstekend schilder uiteraard en Lodewijk XIV wist ook wel wat mooi was, maar het beantwoordt gewoon niet aan wat IK van Alexander zie of wil zien. Aan de tegenovergestelde wand hangen gravures van Antoine Marie Melotte (een Luikenaar nog wel) die de taferelen van Le Brun in hout weergegeven. Achter in de zaal pronkt dan nog een schitterend wandtapijt van Brusselse makelij (1661-1695) met daarop Alexander en de familie van Koning Darius, maar voor mij begint het feest pas echt bij de Hellenistische en Romeinse beelden. Hier gaan mijn ogen met recht op steeltjes staan!

Dit is het deel dat gaat over Alexanders werkelijkheid. Er wordt een beeld geschetst van de wereld waarin Alexander opgroeide in Macedonië, te midden van zijn goddelijke voorvaders en zijn heldenvoorbeelden. De twee reuze beelden, Romeinse kopies van Griekse originele, zijn de grote blikvangers, het ene van Heracles met de appels (2de eeuw) en het andere van Dionysus/Bacchus (ook 2de eeuw n.C. volgens een Grieks origineel uit de 4de-3de eeuw v.C.). Zelf vind ik de kleinere Heracles die een Nemeïsche leeuw de nek omdraait (2de-3de eeuw n.C.) nog mooier, zo gespierd, zo echt. Verder staat hier een vrij volledig marmeren beeld van de jeugdige Eros die op het punt staat om de pijl van zijn gespannen boog te schieten. Ook dit is een Romeinse kopie, net als het dito beeldje dat ik ken uit het Louvre in Parijs. Leuk om zo zijn broertje tegen te komen! En achteraan kom ik twee voor Alexander bekende namen tegen, namelijk Aischinos die hier op een marmeren medaillon uitgebeeld staat uit 150 n.C., en de onvermijdelijke kop van Demosthenes, een Romeinse kopie uit 100-125 naar een Grieks origineel van Polyeuktes.


In de vitrines zijn wapens en wapenuitrustingen te zien met o.a. een opvallend 16de-eeuws stalen kuras bedekt met benen schubben en versierd met soldaten- en leeuwenkoppen, een patroon dat tot de oudheid is terug te brengen. Als contrast pronkt hier dan een enorme Griekse borstplaat met in het midden een vervaarlijk kijkende Medusa kop, een juweel daterend uit de 5de-4de eeuw v.C. dat gevonden is het noordelijke Zwarte Zeegebied.

Verder een geselecteerde verzameling Griekse vazen, meestal van het type met figuren op een zwarte ondergrond, zoals de hydria uit ong. 500 v.C. met Achilles en Polyxena of de volutenkrater met een offerscene die in Apulië (Zuid-Italië) gevonden is en uit 340-330 v.C. dateert. De figuur van Achilles staat natuurlijk centraal, zoals op de bijzondere hydria met zwarte figuren die op terracotta ondergrond te zien zijn, en waar hij zich over het lichaam van Hector buigt, afkomstig uit Attica rond 510 v.C., een overbekend tafereel.

Hoogtepunt in dit onderdeel van de tentoonstelling wordt bestempeld als zijn reis, een woord dat blijkbaar de voorkeur heeft op “veroveringen”. Via interactieve kaarten en computers kan de tocht van Alexander op een groot scherm gevolgd worden, maar voor mij gaat dit echt te snel en ik vraag me dus af of iemand die hier voor het eerst kennismaakt met Alexander de Grote dit wel kan volgen. Dat betwijfel ik hoor!

Gelukkig is men hier wel chronologisch tewerk gegaan, beginnend bij Alexanders overtocht naar Klein-Azië, het huidige Turkije, via Syrië naar Egypte, en vandaar naar Perzië en Babylonië, om uiteindelijk in Bactrië (in het noordoosten van Afghanistan) en zelfs India te belanden. We zien niet alleen wat Alexander gezien kan hebben, maar eerder de sporen die hij achtergelaten heeft, t.t.z. de Griekse invloed op de plaatselijke kunst en op de plaatselijke levensstijl en gebruiken. Hier staan stukken die ik natuurlijk nooit eerder gezien heb, want daar moet je echt voor naar de Hermitage in St. Petersburg gaan en dan nog maar hopen en bidden dat je ze daar daadwerkelijk te zien krijgt!

Ik kan hier slechts een paar voorbeelden uit naar voren brengen. Zo bij voorbeeld een klein marmeren kopje van Alexander zelf uit de 1ste eeuw v.C. uit Klein-Azië, uiteraard een Romeinse kopie van een Grieks origineel (heel waarschijnlijk Lysippos) en hoewel vrij gehavend toch heel sprekend. Dan een zogenaamde portretstudie van een der Ptolemeërs uit Egypte (3de-1ste eeuw v.C.) als illustratie van de stempel die Alexander en zijn generaal Ptolemeus en nazaten op Egypte hebben gedrukt. Er ligt ook een keur aan camee’s van sardonyx, en dat zijn er nogal wat! Ik herinner me bij voorbeeld Alexander op everzwijnenjacht uit de 1ste eeuw n.C. (uit Italië), die van Alexander Helios, zoon van Cleopatra VII en Marcus Antonius, in de gedaante van Horus-Harpocrates ook uit de 1ste eeuw v.C. (uit Egypte), het dubbelportret van Ptolemeus II Philadelphos met Arsinoë II uit de 3de eeuw v.C. de zg. Gonzaga camee (uit Alexandrië), de triomf van Dionysus uit de 1ste eeuw v.C. (ook uit Alexandrië) en de uiterst fijn uitgewerkte Zeus met bruin krulhaar uit de 3de eeuw v.C. (ook weer uit Alexandrië). Plaatjes van al deze pronkstukken zijn te vinden bij het Beeldmateriaal van de Hermitage.

Ergens tussen al deze opwinding wordt mijn aandacht verstoord door een gids die drie zalen verder luidkeels zijn uitleg aan het geven is. Moet dat nu zo keihard?! Vreselijk zoiets, want ik kan mezelf niet meer verstaan! Ik ben helemaal ontnuchterd en uit de ban van mijn verhaal en besluit dan maar even een pauze in te lassen en de koffiekamer op te zoeken.

Als ik terugkom is de storm gelukkig geluwd en kan ik de draad weer oppakken. Het wordt weer spannend! Bij de Egyptische afdeling kom ik uiteraard Cleopatra VII van Egypte tegen, een lieflijk basalten beeldje uit 51–30 v.C. met zeer duidelijke Hellenistische trekken. Dit is natuurlijk de Cleopatra die we allemaal kennen en die algemeen als Egyptische koningin betiteld wordt, terwijl ze toch echt Macedonisch bloed van de eerste Ptolemeus in haar aderen had. Ik verneem hier ook dat ze buiten Caesarion, de zoon die ze met Caesar had, nog drie kinderen gehad heeft en dan van Marcus Antonius: een zoon Alexander Helios (zie hierboven) en een tweeling, een meisje en een jongen. Na haar dood zijn die kinderen opgevoed door de zus van Octavianus, de keizerlijke overwinnaar, waarna ze helemaal in het niet verdwijnen. Dat weet ik dus ook weer.

Ik kijk ook heel verwonderd naar een bronzen kopje van “een hellenistische heerser met helm”, dat Egyptisch aan doet maar het niet is. Het is waarschijnlijk afkomstig uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied en zou uit de 2de–1ste eeuw v.C. dateren.

En dan sta ik onverwachts tussen levensgrote koppen, Romeinse kopies uiteraard zoals de marmeren buste van Achilles die wel iets van Alexander weg heeft naar een origineel uit 170-160 v.C., en de kop van Meleagros naar een Grieks origineel uit 350-340 v.C. Frappant en duidelijk Hellenistisch is ook de marmeren kop van Mithridates VI Eupator uit Pergamon die uit 90-80 v.C. dateert. Het fragment van een reliëf afkomstig uit Iran vraagt ook om aandacht: het stelt een bewaker van het koninklijk paleis voor uit ong. 500 v.C. behorend tot Xerxes of Darius. Mooi om zoiets nu eens van dichtbij te zien.

Tussen al die beelden en beeldjes ligt natuurlijk ook een hele collectie munten verspreid uit alle hoeken van Alexanders Rijk. Eerst en vooral munten met afbeeldingen van Alexander zelf met ramshorens, leeuwenkop of olifantenhuid, en van zijn opvolgers en latere afstammelingen in vergelijkbare uitrusting. De gouden stater met Alexander uit Macedonië is een onvermijdelijke blikvanger. De Bactrische munt waar de koning een soort tropenhelm draagt is meteen een bekende houvast voor mij. Oorspronkelijk werden er natuurlijk goden en godinnen op de geldstukken afgebeeld en er ligt dan ook een heel bijzonder zilveren stuk waar het hoofd van Zeus op prijkt, maar als je goed kijkt zie je dat zijn haar allemaal eikenbladen zijn! Als dat nu niet apart is!

Verder was de overwinningsgodin Nike heel populair, niet alleen op de munten (er ligt een schitterend gouden exemplaar!) maar ook in de juwelen zoals de gouden gevleugelde oorbellen uit het midden van de 4de eeuw v.C., een typische Griekse voorstelling waarvan men vermoedt dat hij gebaseerd is op een dito monumentaal beeldhouwwerk. Allerliefst vind ik de gouden oorbellen waar een hangertje aan bengelt met daarop een duifje dat bij elke beweging heen en weer balanceert. Het duifje is bekleed met gekleurd glas en hessoniet (soort kaneelkleurig kwarts). Dit juweel zou uit Alexandrië komen, 2de eeuw v.C. Nou dat zou ik wel willen hebben hoor! Wat een schatje!

De godin Athena is uiteraard ook vertegenwoordigd en bij de juwelen ligt er dan een soort zegelring waarop Athena Nikeforos staat afgebeeld. Ook dit is zuiver Grieks en afkomstig uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied, eind 4de eeuw v.C. Wat een vakmanschap in die dagen!

En nu we het toch over goud hebben, wil ik even stil blijven staan bij een paar uitschieters. Zo bij voorbeeld een uiterst gave gouden kom met handvatten in de vorm van dieren uit Perzië uit de 5de-4de eeuw v.C.; of de gouden pijlkoker (gorytos) met taferelen uit het leven van Achilles die ook uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied komt en gedateerd wordt op 350-325 v.C.; en tenslotte een van de vele gouden Griekse olijfkransen uit hetzelfde gebied, midden 4de eeuw v.C. – er moeten er heel wat geweest zijn, want je komt ze toch heel regelmatig tegen! Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht.

Verder zijn hier allerhande gebruiksvoorwerpen te zien zoals bronzen en zilveren serviesgoed, met o.a. een zeer fijn uitgewerkte zilveren drinkschaal (kylix) met in de bodem een afbeelding van Helios op zijn strijdwagen of een bronzen versiersel van een strijdwagen met daarop een zuiver Hellenistisch gezicht (beide uit de 3de eeuw v.C.). Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht. Al met al gewoon teveel om op te noemen, maar absoluut de moeite van het bekijken waard. Tja, ik ben natuurlijk helemaal in mijn knollentuin!

Het vervolg van de tentoonstelling is op de bovenverdieping ondergebracht. Dit deel gaat, uitsluitend over Alexanders erfenis, ofschoon ik hier meer overtuigend materiaal had verwacht. Er zijn een aantal papyrusteksten te zien die in het Grieks geschreven zijn ter ondersteuning van het feit dat de Griekse taal tot na de algemene islamisering van het Midden-Oosten nog gebruikt werd. Aansluitend gaat men dan over naar de middeleeuwse geschriften met o.a. de Alexander Roman en de miniatuurillustraties van Iskander in de Perzische literatuur in de 15de en 16de eeuw – bijzonder omdat de documenten zo oud zijn en toch zo goed bewaard, maar verre van het “Griekse” beeld dat algemeen van Alexander bekend is.

En zo belanden we onwillekeurig in de pracht en praal van het Russische Hof, die ik zelf overdreven vind zoals bij voorbeeld het Alexanderbeeldje dat eind 18de eeuw uit walrusbeen gesneden is – een miezerig ventje hoor! Beter geslaagd is dan de enorme pronkklok van gegoten brons uit het einde van de 19de eeuw waar Alexander (zeer idealistisch) uitgebeeld wordt terwijl hij aan het lezen is. De anekdote die hierbij hoort vertelt hoe hij met zijn boek in de ene hand, in de andere hand een ijzeren bal hield die wanneer zijn aandacht verslapte of wanneer hij in slaap dreigde te vallen met luid kabaal in de onderstaande kom viel waardoor hij weer klaarwakker werd en zijn lectuur kon voortzetten. Leuk gevonden hoor, maar het is een sierlijke, lieftallige en knappe Alexander die hier uitgebeeld wordt. Alle foto’s en plaatjes laten alleen zijn gezicht zien, jammer want ik vergaap me aan zijn hele houding, zijn fijne sandalen, zijn elegante stoel met ertegen leunende wapenuitrusting, om nog maar te zwijgen van de reliëfs die rondom het voetstuk lopen!

Om te tonen dat Alexander de Grote ook nu nog actueel is, wordt hier tenslotte gelukkig verwezen naar de film die Oliver Stone in 2004 maakte. Ik zeg wel “gelukkig” want die film is door vele kenners en leken afgekeurd en danig bekritiseerd, zeer ten onrecht volgens mij. De oude film met Richard Burton heeft lang zoveel kritiek niet gekregen en die is echt vreselijk om aan te zien!

Nou dat was het dan. In de brede gang terug naar beneden hangen een viertal monumentale foto’s, fotografische interpretaties van Alexander gemaakt door Erwin Olaf. Deze man heeft volgens mij helemaal begrepen waar het om ging toen hem gevraagd werd om voorwerpen van de tentoonstelling samen te smelten met foto’s van een echt model. Dit is grote kunst en verdient dan we hier even bij blijven stilstaan… Trouwens een van de foto’s staat ook op het affiche van de tentoonstelling. Moest hij het weten, dan zou Alexander best gevleid zijn!

Deze tentoonstelling doet zijn naam echt wel eer aan: De onsterfelijke Alexander de Grote. Deze man heeft met recht de eeuwen getrotseerd en 2.300 jaar na zijn dood leeft hij nog steeds voort in onze verbeelding. Als dat niet “onsterfelijk" is ...
oktober 2010