Posts tonen met het label Alexandrië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alexandrië. Alle posts tonen

2 januari 2020

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden


Waarom zouden we ver reizen als we in Leiden een heus Rijksmuseum van Oudheden hebben met een zeer rijke verzameling uit de klassieke oudheid.

Mijn hoogtepunten zijn uiteraard te vinden bij de Romeinse en Griekse beelden, stuk voor stuk pronkstukken, keurig geëxposeerd met alle nodige uitleg erbij. Maar voor de liefhebbers is er natuurlijk ook de Egyptische afdeling die heel goed vertegenwoordigd is. Verder zijn er stukken te zien uit Palmyra, Gandhara, Perzië, en Klein-Azië.

En dan zijn er ook de kleinere voorwerpen zoals de terracotta beeldjes, allerhande potten en schalen, munten en juwelen, kralen en spelden, wapens en wapenuitrustingen, etc. Kortom, de liefhebber kan hier makkelijk een hele dag doorbrengen.

Tussen mijn vele favorieten citeer ik het marmeren hoofd van Aphrodite uit de 3de eeuw v.C. uitgevoerd in de stijl van Praxiteles, de goed-herkenbare Socrates uit de Romeinse tijd naar een origineel uit ca. 380 v.C., een gelijkaardige buste van Euripides die ook een kopie is van een origineel uit de 4de eeuw v.C., of nog de schattige marmeren Pan geïnspireerd op een werk van Polycleitus en hier in een Romeinse weergave uit 50-350 n.C. te zien is.

Ook stop ik even bij de zware gouden armband uit Alexandrië (100-50 v.C.) en de slankere uitvoering in goud en electrum afkomstig uit Troje (700-600 v.C.). Uit Gandhara stamt dan weer een zeer hellenistisch hoofd van een man met hoofdtooi in stuc en verf en eentje van een jonge man, beide gedateerd tussen 300 en 500 n.C.

27 december 2015

Het Numismatisch Museum in Athene

Dit museum wordt jammer genoeg meestal overgeslagen bij een bezoek aan Athene. Uiteraard zijn de Acropolis en het Nationaal Museum de hoogtepunten, maar dit intieme museum dat ondergebracht is in de voormalige residentie van Heinrich Schliemann (ja, de man die Troje op de kaart zette) is een juweeltje op zich!


Hier ligt de meest complete verzameling Griekse munten te pronken en niet alleen met munten afkomstig uit Schliemann’s privé collectie maar ook van verschillende andere privé verzamelingen en een eigen uitgebreide verzameling. De privé collecties werden als een geheel behouden en zijn ook zo uitgestald, maar in andere kamers zijn de munten bij voorbeeld chronologisch uitgestald, of samengebracht per stad (iedere stad had zo zijn eigen symbool), dan weer met de afbeeldingen van heersers uit de hellenistische wereld of met afbeeldingen van bijzondere gebouwen zoals de vuurtoren van Alexandrië of de tempels van Epidaurus of Selge.

Mijn belangstelling gaat natuurlijk uit naar de uitgebreide sortering munten van Philippus II en Alexander de Grote (in koper, zilver en goud), maar ook die van zijn opvolgers in Egypte, Bactrië en Thracië krijgen al mijn aandacht.

Mijn hoogtepunten zijn te bekijken in deze album, Numismatic Museum (klikken).

10 maart 2015

Een nieuw archeologisch museum in Alexandrië?

Alexander zou zich in zijn graf omdraaien moest hij weten date er zo slordig omgegaan wordt met het rijke verleden van Alexandrië!


Natuurlijk kun je het Archeologische Museum van Alexandrië niet vergelijken met de ooit zo beroemde Bibliotheek en Museum waar alle wijzen uit de hele wereld bijeen kwamen, maar een museum is en blijft bijzonder voor zijn verzameling kunst en cultuur. Gezien de recente onrust in Egypte is er natuurlijk weinig animo voor musea of voor oudheden, maar in dit Archeologische Museum liggen wel meer dan 40,000 voorwerpen die teruggaan tot de derde eeuw v.C.

De situatie in Alexandrië is nu zo wanhopige dat geleerden en archeologen de handen in elkaar geslagen hebben om dit museum uit 1892 uit te breiden. Er ligt namelijk een stuk land naast het museum dat aangekocht kan worden en waar, na de nodige opgravingen (het oude Alexandrië is nog overal aanwezig), een dependance gebouwd kan worden.

Het huidige museum is al sinds 2005 wegens plaatsgebrek gesloten, ofschoon ik toch zou denken dat ze hun kostbare verzameling kunnen rouleren als ze dat willen. In elk geval is intussen het land aangekocht en het wachten is nu op de bouwvergunning die natuurlijk veel voeten in de aarde heeft. Het plan is om de grandeur van de Alexandrijnse Bibliotheek uit de oudheid te evenaren. Nou ja, de UNESCO zal helpen om het geld bijeen te brengen.

Iedereen met wat gezond verstand kan op zijn vingers uittellen dat het vele jaren zal duren eer dit museum werkelijkheid wordt. 

[Foto van Wikipedia.de]

31 januari 2015

Tentoonstelling over Carthago in Leiden

In het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden (Nederland) loopt momenteel een grandioze tentoonstelling over Carthago (tot 7 mei 2015), voor mij aansluitend op mijn recente bezoek aan Motya op Sicilië waar een groot aantal Punische voorwerpen en een Tophet (begraafplaats) te vinden zijn.

Carthago wordt aangemeld zijnde de derde stad van het Romeinse Rijk, na Rome en Alexandrië, en dat is toch niet niks. Carthago lag in Noord-Afrika aan de kust van het huidige Tunesië, maar was oorspronkelijk een kolonie die waarschijnlijk in de 9de eeuw v.C. gesticht werd door de Feniciërs afkomstig uit het huidige Libanon. Carthago had een machtige vloot die er toe bijdroeg om een uitgestrekt netwerk rond de Middellandse Zee op te bouwen, tot groot verdriet van de Romeinen. Vanaf de 5de eeuw werd over de macht van Carthago gevochten, en pas in 146 v.C. lukte het de Romeinen om Carthago te verslaan. Ruim een eeuw later groeide stad uit één van de drie machtigste steden, dankzij Keizer Augustus die de stad weer opbouwde. Drie eeuwen later werd Carthago, net als zoveel andere steden in Noord-Afrika, ingenomen door de Vandalen en vanaf de 7de eeuw raakte de stad in verval. Pas begin 19de eeuw werd Carthago herontdekt en staat nu op de Wereld Erfgoedlijst van de UNESCO.

De tentoonstelling in Leiden is in twee delen opgebouwd: van 900 tot 146 v.C., de strikt Carthaagse periode, en na 146 v.C. als het Romeinse Carthago, elke periode op zijn eigen verdieping. De tentoongestelde voorwerpen zijn afkomstig uit musea in Tunesië, maar ook uit het Louvre en het British Museum waar men normaal aan voorbij loopt.

Punische kunst is op zijn minst gezegd intrigerend en nooit meteen herkenbaar zoals bv. Griekse of Egyptische voorwerpen. Er is altijd wel een invloed van buitenaf te merken, Egyptisch, Afrikaans, Syrisch (hun thuisland) en soms met een snuifje Grieks wanneer de artiest uit Griekenland blijkt te komen. Opvallend is bv. het marmeren deksel van een sarcofaag uit de 4de-3de eeuw v.C. afkomstig uit de Necropool van Rabs in Carthago, die een dame toont in een Grieks aandoend gewaad terwijl de voorstelling eerder bij de Etrusken te vinden is. Van Egyptische invloed zijn dan weer de slang op haar voorhoofd en haar kapsel, alsook de vleugels rond haar lichaam. Dit zou een priesteres van Isis kunnen voorstellen, maar zeker is dat niet. Een ander opvallend beeld is dat van een Godin met Leeuwinnenhoofd dat van terracotta is gemaakt.

Het dateert uit de 1ste eeuw n.C., de Romeinse periode, maar het geheel doet nog sterk denken aan de Punische godheid Tanit, ofschoon het ook de Egyptische Sekhmet zou kunnen voorstellen. Het lijkt alsof het hoofd niet bij het lichaam past, het gewaad doet Grieks aan ofschoon de veermotieven dan weer verwijzen naar het Midden-Oosten. Dit beeld werd gevonden in Tinissut en is voor de gelegenheid afgestaan door het Bardo Museum in Tunis.

Maar er zijn natuurlijk veel meer bijzondere stukken, zoals de Punische grafsteles, het schitterende bronzen Punische kuras, de uitgewerkte zilveren Fenicische schalen uit de 7de eeuw v.C., een aantal wierookbranders bovenop terracotta hoofden die heel Grieks aan doen en uit de 3de-2de eeuw v.C. dateren, of de unieke marmeren zonnewijzer (scaphe) uit Carthago uit de 1ste-2de eeuw n.C. en door het Louvre is uitgeleend.

Op de tweede verdieping, gewijd aan de Romeinse tijd, vinden we beelden en voorwerpen die er al heel Romeins uitzien. Opvallend hier zijn een aantal die voor de kust van Tunesië opgedoken zijn uit het zg. scheepswrak van Mahdia, met o.a. twee allerliefste bronzen beeldjes van Eros met de lamp en een dansende Sater uit ong. 100 v.C. Klapstuk is dan wel het gave bronzen scheepsram van een Fenicische trireem, een unicum!


Op een speciale pagina van het Rijksmuseum voor Oudheden is een aantal topstukken te zien (klik hier), en mijn eigen topstukken staan in dit album, Carthago in Leiden 2015.

3 mei 2013

Cleopatra, De Eeuwige Diva in Bonn


Niemand is zo controversieel als de beroemde Cleopatra, t.t.z Cleopatra VII, laatste koningin van Egypte, die regeerde van 69 tot 30 v.C. Haar schoonheid is legendarisch, ofschoon als je sommige beelden van haar ziet je dat wel in twijfel gaat trekken. Zeker is echter dat ze heel intelligent en heel verleidelijk was, maar ook sluw, onvoorspelbaar en absoluut zeer moedig.

Haar beroemde en beruchte leven hebben schrijvers, schilders en musici de eeuwen door geïnspireerd, om de film producers niet te vergeten. Iedereen creëerde zo zijn eigen beeld van Cleopatra, al dan niet geprojecteerd tegen de culturele, politieke en sociale achtergrond van zijn tijdperk.

De tentoonstelling Cleopatra, De Eeuwige Diva in Bonn die nog loopt t/m 6 oktober 2013, probeert wat helderheid in te krijgen in de complexe figuur van Cleopatra. Men krijgt hier een inzicht van de vele gezichten van Cleopatra, van de oudheid tot de huidige popcultuur. Aan de hand van beeldhouwwerken, schilderijen, foto’s, films en video’s kan de bezoeker zelf zijn keuze maken.
Parallel met deze tentoonstelling heeft men op het dak van de Kunsthal een oosterse tuin aangelegd met daarin de essentiële elementen die teruggaan op de tijden van de Ptolemëische koningen. De Koninklijke tuinen van Alexandrië waren een onmisbaar onderdeel van het prachtige paleis

19 mei 2012

Ptolemaïs, Libië

Het museum ligt ook hier weer aan de ingang van het terrein. Nou ja, museum is hier net als elders een groot woord voor wat in feite een grote opslagruimte is, zij het wel dat de voorwerpen min of meer tentoongesteld worden, al dan niet voorzien van een bordje met uitleg. Maar goed, het is beter dan niets en de vondsten worden op deze manier goed bewaard terwijl ze tegelijkertijd toegankelijk zijn voor het geïnteresseerde publiek zoals wij. Ik vergaap me hier aan de fijne mozaïekpaneeltjes die blijkbaar vanuit Alexandrië ingevoerd werden om hier ergens een keurplaatsje te krijgen in het midden van een grove mozaïek dat door plaatselijke ambachtslieden gelegd werd. Hier schittert zeker het Medusamozaïek dat uit de Palazzo delle Colonne komt, samen met twee fragmenten met hanen en vissen, alsmede een groot mozaïektapijt waar de vier jaargetijden op staan afgebeeld met onderaan twee panters. Wat een pracht!

Naast een onthoofde Bacchus en een elegante Venus met het hoofd van Demeter (een rare combinatie!) beide uit de 2de eeuw n.C.  en afkomstig uit bovengenoemde Villa, staan hier een aantal beschilderde zuilen en kunstig uitgewerkte Korinthische kapitelen waarin de gezichten van Zeus en Mars verwerkt zijn – ook weer iets nieuws! Verder hangen er een paar luchtfoto’s o.a. van de bewuste villa en ik ben nu toch echt wel benieuwd wat ik daar ter plaatse nog te zien zal krijgen. Tussen allerlei architectonische details staat ook een stuk sarcofaag met diep uitgewerkt reliëf en volgens onze gids zou hier Achilles op horen te staan, met achter hem zijn moeder Thetis. Opvallend, op zijn minst, maar ik vraag me eigenlijk af wat hij hier komt doen …

En dan wacht mij hier een verrassing, een wat gehavend paneel dat gevonden werd op de Via Porticata. Hierop staan namelijk een aantal goederen vermeld met hun respectievelijke prijs zoals vastgesteld in een bevelschrift van Diocletianus uit 301 n.C. Dat zoiets überhaupt bestaan heeft! Uit dezelfde Via Porticata komt het bijzonder sierlijk reliëf met zes dansende Maenaden. In de oudheid was dit een heel bekend onderwerp, ooit een sokkel waarop het beeld van de toneelschrijver Euripides stond. Het origineel stamt uit Athene en werd in 405 v.C. gemaakt, maar dit is de best bewaarde (Romeinse) kopie. De in extase verkerende Maenaden, volgelingen van Dionysos, zijn bijzonder sierlijk in hun wapperend gewaad, wuivend met thyros staf en zwaaiend met hun tamboerijnen. Jammer dat het in latere jaren als rand voor de waterput gebruikt is, maar ondanks dat is het geheel toch heel goed bewaard gebleven.

[Klik hier om alle foto's uit het Museum van Ptolemaïs te bekijken]

28 oktober 2011

Qasr al-Libya, Libië

Qasr al-Libya, het antieke Olbia werd in de 6de eeuw omgedoopt in Theodora ter ere van de gelijknamige keizerin. In die tijd werden er twee uiteraard Byzantijnse kerken gebouwd. De westelijke kerk, die later bij het fort van de Ottomanen getrokken werd (het woord qasr betekent fort), is vrij goed bewaard gebleven. In het voorbijgaan vang ik er een glimp van op, een op het eerste zicht nietszeggende bouwval. Raar toch. De oostelijk kerk, met een rechthoekige plattegrond, is praktisch volledig ingestort maar hierdoor zijn de onderliggende mozaïekvloeren keurig bewaard gebleven tot ze in 1957 ontdekt werden. Het grote mozaïek van het middenschip bestaat uit 49 panelen, plus een paneel met de inscriptie dat deze Basilica gebouwd werd in opdracht van bisschop Makarios in zijn derde ambtsjaar, t.t.z. in 539. Om deze bijzonder gave collectie veilig te stellen, zijn de paneeltjes stuk voor stuk uitgezaagd en naar het nabijgelegen museum overgebracht. Alleen jammer dat de tafereeltjes nu in een beetje willekeurig volgorde aan de wand hangen en niet volgens het oorspronkelijke patroon. (Voor wie hier echt meer details over wil weten kan terecht op de site Theodosias waar alle mozaïekpanelen op hun juiste plaatst staan).

Hoe dan ook, de samenhang van de picturale uitbeeldingen laat veel ruimte voor speculatie en interpretatie. Duidelijk herkenbaar (en leesbaar dankzij de Griekse teksten) zijn bij voorbeeld de vier paradijsrivieren uit de Genesis: Gion (Nijl?), Phison, Eufraat en Tigris. Drie vrouwenfiguren worden aangeduid als ktisis, kosmesis en ananeosis, wat zou kunnen verwijzen naar de stichting, versiering en vernieuwing van de kerk of naar symbolen voor de schepping, de wijding en de eucharistie. Er zitten zelfs nog heidense figuren tussen zoals Kastalia, de nimf van de bron in Delphi. Verder een pauw als symbool van het vroege christendom, een aantal gebouwen die mogelijk verwijzen naar de uitbreiding van Olbia, en een stoere stadspoort afgebeeld met de tekst Polis Nea Theodorias, ongetwijfeld een verwijzing naar keizerin Theodora in Olbia. Wat mij betreft is de blikvanger de uitbeelding van de vuurtoren van Alexandrië – dat denkt men tenminste uitgaande van de toelichtende tekst O Pharos (de vuurtoren). Deze vuurtoren is tenslotte een van de Zeven Wereldwonderen die in de stad van Alexander de Grote stond!

Interessant is het dan om na afloop even te gaan kijken naar de plek in de Basilica (nu niets meer dan een schamele schuur) waar deze paneeltjes uit de vloer gezaagd werden. Het is een povere en stoffige aanblik – maar goed dat de tafereeltjes veilig en wel (en schoon) in het museum zijn ondergebracht!

Middenin het museum ligt ook nog een mozaïek met zogenaamde Nijltaferelen afkomstig uit de zijbeuk van dezelfde westelijke kerk. Hierop is o.a. te zien hoe een boer zijn kostbare koe uit de bek van een krokodil probeert te houden. Het Byzantijns mozaïek behoort niet tot de meest verfijnde, maar deze stukken zijn wel opmerkelijk gaaf en dus zeker de moeite van het bekijken waard.

[Klik hier voor alle foto's van Qasr al-Libya]

29 november 2010

Alexanders Erfenis. Allard Pierson Museum in Amsterdam

Het Allard Pierson Museum (Archeologisch Museum van de Universiteit van Amsterdam) kende ik alleen van naam, maar ik was er nooit binnen geweest – tot nu dan ter gelegenheid van de tentoonstelling Alexanders Erfenis – Grieken in Egypte. De bedoeling is om parallel met het gebeuren in het Hermitage Museum een idee te geven van de invloed van Alexander in Egypte, in het bijzonder in Alexandrië.
Aan de ingang word ik meteen verwelkomd door een grote buste van Alexander, typisch Romeins van uitvoering en dat is niet te verwonderen aangezien dit een kopie is van een beeld uit de 1ste eeuw v.C. dat in het Museo Capitolino in Rome staat.

Net als in het Hermitage Museum wordt de tentoonstelling afgesloten met verwijzingen naar wat als niet-historische verhalen bestempeld wordt. Al in de 3de eeuw v.C. ontstond de eerste versie van de Alexander Roman, die in de loop der tijden en zeker in de middeleeuwen gespekt werd met meer fictie dan werkelijkheid. In de Koran, maar ook in Perzische en Indiase literatuur wordt over Alexander beschreven als held of verwoester, al naar gelang de voor ingenomenheid van de auteur.


In de eerste ruimte hangt een grote gekleurde kaart van het gebied dat Alexander veroverd heeft met daaronder beelden van mensen die een duidelijke stempel op zijn leven hebben gedrukt: Homerus (Alexander sliep met een kopie van de Ilias onder zijn hoofdkussen), Aristoteles (de filosoof die de jonge prins heeft onderwezen), Philippos (Alexanders vader), Demosthenes (de redenaar en politicus die de bevolking van Athene steeds zat op te hitsen tegen Philippos en tegen Alexander) en tenslotte de kop van een Perzische krijger. Een waardig ontvangstcomité. Ook opvallend is uiteraard de gipsen kopie van de zg. Azara Hermes van Alexander uit het Louvre, een werk van de hand van Lysippos uit 330 v.C. Knap hoor!

Het traject loopt verder door een smalle gang waar foto’s hangen van plaatsen en landschappen waar Alexander langs en doorgetrokken is, met daaronder een doorlopende kilometerteller. Een zeer visuele en indrukwekkende manier om deze 35.000 kilometerlange tocht te illustreren.

In de volgende zaal wordt onder het motto Van Prins tot Koning, met een aantal kleine terracotta, bronzen en zilveren beeldjes een beeld gegeven van Alexanders omgeving en van de dingen die hij geweten moet hebben voor hij op zijn veldtochten vertrok. Het zijn geen grote oeuvres of bijzonder verfijnde voorwerpen die ik te zien krijg, maar op zich wel heel typerend en heel toepasselijk gekozen uit de eigen collectie van het museum.

De volgende zaal is dan weer gewijd aan de periode Van Koning tot God, met Alexanders aankomst in Egypte waar hij als zoon van Amon-Zeus wordt ingehaald. Opvallend vind ik de muntstukken waarop Alexander met de ramshorens staat afgebeeld (de zg. munt van Lysimachos) en die van Ptolemeus I Soter, Alexanders generaal die na zijn dood over Egypte regeerde. Verder is deze collectie aangevuld met terracotta beeldjes waarop duidelijk de samensmelting van Griekse en Egyptische elementen naar voren komt. Tussen de wapenuitrustingen pronkt heel opvallend een kalkstenen mal voor een schildbekleding gemaakt voor het leger van Ptolemeus dat typisch Macedonische elementen vertoont: de centrale Medusakop, omringd door concentrische cirkels rond Macedonische sterren. Het leer werd namelijk in deze vorm geklopt voordat het over het eigenlijke schild getrokken werd (330 v.C. uit Egypte). Ook staan er een aantal mallen voor het vervaardigen van helmen in verschillende modellen. Eigenlijk had ik geen idee hoe zo een helm of een schild gemaakt werd, tot nu toe dan.

Hier staat ook een bijna 6 cm hoge kopje van aardewerk dat op het affiche van de tentoonstelling te zien is en sterk aan Alexander de Grote doet denken, maar in feite Ptolemeus voorstelt afgebeeld als de god Dionysus, een directe link naar de goddelijke voorvader van Alexander uit de 3de eeuw v.C.

De intieme tentoonstelling eindigt met de aspecten van Alexanders erfenis die vallen onder de noemer Van God tot Legende. Alexander mag dan Alexandrië wel gesticht hebben, maar het was Ptolemeus die de stad daadwerkelijk bouwde. Hij en zijn opvolgers hebben hun best gedaan om de integratie van de Macedoniërs/Grieken met de plaatselijke bevolking te bevorderen maar dit procedé verliep maar uiterst moeizaam. Zelfs de versmelting van Egyptische goden met bekende Griekse tegenhangers kwam maar traag op gang, al werd er met de goden Serapis en Harpokrates enige vooruitgang geboekt. Getuige de verschillende beeldjes van beide goden die in Egypte zijn teruggevonden. Zelf vind ik dit al een aftakelende periode waar de mensgoden veelal als gedrongen figuren uitgebeeld worden en de hellenistische invloed maar moeilijk te herkennen valt.

Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen, zoals blijkt uit de eigenaardige dubbele zegelring uit de 1ste eeuw v.C. die teruggevonden is. Hierop zijn naast elkaar de Egyptische Isis en de Griekse Afrodite afgebeeld waaruit blijkt dat de eigenaar afwisselend met de ene of de andere kant “signeerde” al naargelang met wie hij zaken deed. Toch wel origineel hoor!

Alexander de Grote blijft nu eenmaal tot ieders verbeelding spreken, bij de één wat meer dan bij de ander. Hij is en blijft de onsterfelijke Alexander.

Wie zich hierna nog verder wil onderdompelen in de oudheid kan in het Allard Pierson Museum ook nog even boven in de vaste collectie een kijkje gaan nemen. Daar staat een keur van objecten met duidelijke uitleg, heel zorgvuldig uitgestald, die echt de moeite van het bekijken waard zijn.

12 november 2010

De Onsterfelijke Alexander de Grote. Het Hermitage Museum in Amsterdam

Een mens krijgt heel wat te verwerken op zo een tentoonstelling, ik in elk geval, vooral aan indrukken. Dat was te verwachten natuurlijk, want Alexander de Grote is zeker “onsterfelijk” en met regelmatige tussenpauzes steekt hij in de geschiedenis steeds weer de kop op. We weten dat de Romeinse Keizers een grote bewondering voor Alexander hadden. Naar verluidt moest Caesar een traantje wegpinken toen hij aan zijn graf stond en Caligula zowel als Caracalla presteerden het zelfs zich te verkleden met Alexanders wapenuitrusting! In de Middeleeuwen ontstond dan de Alexander Roman, een bundel met de meest fantastische verhalen die grotendeels verzonnen waren. De Perzen beelden hem daarna af als “Iskander met de Twee Horens” in hun met kleurige tekeningen verluchtte geschriften. Dichter bij huis waren het Catharina de Grote van Rusland en Lodewijk XIV van Frankrijk die zijn naam en daden verheerlijkten.

Vandaag de dag ontleden we Alexanders leven en erfenis met een uiterst kritisch oog dat dikwijls weinig ruimte voor verbeelding of zelfs waardering overlaat, maar dit alles neemt niet weg dat Alexander de toenmalige wereld wel op zijn kop gezet heeft en voor altijd zijn stempel heeft gedrukt op de landen waar hij doorheen getrokken is. Helemaal bewust zal dat niet geweest zijn volgens mij, want wie kon nu zo een ommekeer als het Hellenisme voorspellen? Dagelijks en bijna onopgemerkt zien wij de vele sporen van dit Hellenisme, een “vergrieking”, vooral in de bouwkunst. Kijk maar eens naar de gevels van kerken, kathedralen, villa’s, musea, paleizen e.d. Hoe dikwijls zien we daar niet volgens Grieks model zuilen met bijpassend fronton aan de voorgevel? Hoeveel beeldhouwers van Europa tot China tot Amerika hebben hun figuren niet afgekeken van de Grieken? Hoezeer beroerden deze invloeden het dagelijkse leven van toen en nu!

Onnodig om te zeggen dat mijn verwachtingen hooggespannen zijn als ik ‘s ochtends als eerste om 10 uur ’s ochtends het Hermitage Museum binnen ga, een oud 17de-eeuws gebouw dat van binnen heel modern is ingericht, alles keurig verzorgd en met zeer vriendelijk personeel – ook wel prettig.
Nou, daar staat me wel voor zeven stuivers hoor! De tentoonstelling begint met De Mythe van Alexander de Grote. De 17de-eeuwse schilderijen met Alexander, ter illustratie van de mythe die hij achterliet, kunnen mij gestolen worden want in mijn ogen geven deze voorstellingen een overdreven en misvormd beeld. Pietro Antonio Rotari die Alexander met Roxane portretteert. Sebastiano Ricci die het waagt om Alexanders hofschilder Apelles neer te zetten terwijl deze Campaspe schildert. Charles Le Brun een uitstekend schilder uiteraard en Lodewijk XIV wist ook wel wat mooi was, maar het beantwoordt gewoon niet aan wat IK van Alexander zie of wil zien. Aan de tegenovergestelde wand hangen gravures van Antoine Marie Melotte (een Luikenaar nog wel) die de taferelen van Le Brun in hout weergegeven. Achter in de zaal pronkt dan nog een schitterend wandtapijt van Brusselse makelij (1661-1695) met daarop Alexander en de familie van Koning Darius, maar voor mij begint het feest pas echt bij de Hellenistische en Romeinse beelden. Hier gaan mijn ogen met recht op steeltjes staan!

Dit is het deel dat gaat over Alexanders werkelijkheid. Er wordt een beeld geschetst van de wereld waarin Alexander opgroeide in Macedonië, te midden van zijn goddelijke voorvaders en zijn heldenvoorbeelden. De twee reuze beelden, Romeinse kopies van Griekse originele, zijn de grote blikvangers, het ene van Heracles met de appels (2de eeuw) en het andere van Dionysus/Bacchus (ook 2de eeuw n.C. volgens een Grieks origineel uit de 4de-3de eeuw v.C.). Zelf vind ik de kleinere Heracles die een Nemeïsche leeuw de nek omdraait (2de-3de eeuw n.C.) nog mooier, zo gespierd, zo echt. Verder staat hier een vrij volledig marmeren beeld van de jeugdige Eros die op het punt staat om de pijl van zijn gespannen boog te schieten. Ook dit is een Romeinse kopie, net als het dito beeldje dat ik ken uit het Louvre in Parijs. Leuk om zo zijn broertje tegen te komen! En achteraan kom ik twee voor Alexander bekende namen tegen, namelijk Aischinos die hier op een marmeren medaillon uitgebeeld staat uit 150 n.C., en de onvermijdelijke kop van Demosthenes, een Romeinse kopie uit 100-125 naar een Grieks origineel van Polyeuktes.


In de vitrines zijn wapens en wapenuitrustingen te zien met o.a. een opvallend 16de-eeuws stalen kuras bedekt met benen schubben en versierd met soldaten- en leeuwenkoppen, een patroon dat tot de oudheid is terug te brengen. Als contrast pronkt hier dan een enorme Griekse borstplaat met in het midden een vervaarlijk kijkende Medusa kop, een juweel daterend uit de 5de-4de eeuw v.C. dat gevonden is het noordelijke Zwarte Zeegebied.

Verder een geselecteerde verzameling Griekse vazen, meestal van het type met figuren op een zwarte ondergrond, zoals de hydria uit ong. 500 v.C. met Achilles en Polyxena of de volutenkrater met een offerscene die in Apulië (Zuid-Italië) gevonden is en uit 340-330 v.C. dateert. De figuur van Achilles staat natuurlijk centraal, zoals op de bijzondere hydria met zwarte figuren die op terracotta ondergrond te zien zijn, en waar hij zich over het lichaam van Hector buigt, afkomstig uit Attica rond 510 v.C., een overbekend tafereel.

Hoogtepunt in dit onderdeel van de tentoonstelling wordt bestempeld als zijn reis, een woord dat blijkbaar de voorkeur heeft op “veroveringen”. Via interactieve kaarten en computers kan de tocht van Alexander op een groot scherm gevolgd worden, maar voor mij gaat dit echt te snel en ik vraag me dus af of iemand die hier voor het eerst kennismaakt met Alexander de Grote dit wel kan volgen. Dat betwijfel ik hoor!

Gelukkig is men hier wel chronologisch tewerk gegaan, beginnend bij Alexanders overtocht naar Klein-Azië, het huidige Turkije, via Syrië naar Egypte, en vandaar naar Perzië en Babylonië, om uiteindelijk in Bactrië (in het noordoosten van Afghanistan) en zelfs India te belanden. We zien niet alleen wat Alexander gezien kan hebben, maar eerder de sporen die hij achtergelaten heeft, t.t.z. de Griekse invloed op de plaatselijke kunst en op de plaatselijke levensstijl en gebruiken. Hier staan stukken die ik natuurlijk nooit eerder gezien heb, want daar moet je echt voor naar de Hermitage in St. Petersburg gaan en dan nog maar hopen en bidden dat je ze daar daadwerkelijk te zien krijgt!

Ik kan hier slechts een paar voorbeelden uit naar voren brengen. Zo bij voorbeeld een klein marmeren kopje van Alexander zelf uit de 1ste eeuw v.C. uit Klein-Azië, uiteraard een Romeinse kopie van een Grieks origineel (heel waarschijnlijk Lysippos) en hoewel vrij gehavend toch heel sprekend. Dan een zogenaamde portretstudie van een der Ptolemeërs uit Egypte (3de-1ste eeuw v.C.) als illustratie van de stempel die Alexander en zijn generaal Ptolemeus en nazaten op Egypte hebben gedrukt. Er ligt ook een keur aan camee’s van sardonyx, en dat zijn er nogal wat! Ik herinner me bij voorbeeld Alexander op everzwijnenjacht uit de 1ste eeuw n.C. (uit Italië), die van Alexander Helios, zoon van Cleopatra VII en Marcus Antonius, in de gedaante van Horus-Harpocrates ook uit de 1ste eeuw v.C. (uit Egypte), het dubbelportret van Ptolemeus II Philadelphos met Arsinoë II uit de 3de eeuw v.C. de zg. Gonzaga camee (uit Alexandrië), de triomf van Dionysus uit de 1ste eeuw v.C. (ook uit Alexandrië) en de uiterst fijn uitgewerkte Zeus met bruin krulhaar uit de 3de eeuw v.C. (ook weer uit Alexandrië). Plaatjes van al deze pronkstukken zijn te vinden bij het Beeldmateriaal van de Hermitage.

Ergens tussen al deze opwinding wordt mijn aandacht verstoord door een gids die drie zalen verder luidkeels zijn uitleg aan het geven is. Moet dat nu zo keihard?! Vreselijk zoiets, want ik kan mezelf niet meer verstaan! Ik ben helemaal ontnuchterd en uit de ban van mijn verhaal en besluit dan maar even een pauze in te lassen en de koffiekamer op te zoeken.

Als ik terugkom is de storm gelukkig geluwd en kan ik de draad weer oppakken. Het wordt weer spannend! Bij de Egyptische afdeling kom ik uiteraard Cleopatra VII van Egypte tegen, een lieflijk basalten beeldje uit 51–30 v.C. met zeer duidelijke Hellenistische trekken. Dit is natuurlijk de Cleopatra die we allemaal kennen en die algemeen als Egyptische koningin betiteld wordt, terwijl ze toch echt Macedonisch bloed van de eerste Ptolemeus in haar aderen had. Ik verneem hier ook dat ze buiten Caesarion, de zoon die ze met Caesar had, nog drie kinderen gehad heeft en dan van Marcus Antonius: een zoon Alexander Helios (zie hierboven) en een tweeling, een meisje en een jongen. Na haar dood zijn die kinderen opgevoed door de zus van Octavianus, de keizerlijke overwinnaar, waarna ze helemaal in het niet verdwijnen. Dat weet ik dus ook weer.

Ik kijk ook heel verwonderd naar een bronzen kopje van “een hellenistische heerser met helm”, dat Egyptisch aan doet maar het niet is. Het is waarschijnlijk afkomstig uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied en zou uit de 2de–1ste eeuw v.C. dateren.

En dan sta ik onverwachts tussen levensgrote koppen, Romeinse kopies uiteraard zoals de marmeren buste van Achilles die wel iets van Alexander weg heeft naar een origineel uit 170-160 v.C., en de kop van Meleagros naar een Grieks origineel uit 350-340 v.C. Frappant en duidelijk Hellenistisch is ook de marmeren kop van Mithridates VI Eupator uit Pergamon die uit 90-80 v.C. dateert. Het fragment van een reliëf afkomstig uit Iran vraagt ook om aandacht: het stelt een bewaker van het koninklijk paleis voor uit ong. 500 v.C. behorend tot Xerxes of Darius. Mooi om zoiets nu eens van dichtbij te zien.

Tussen al die beelden en beeldjes ligt natuurlijk ook een hele collectie munten verspreid uit alle hoeken van Alexanders Rijk. Eerst en vooral munten met afbeeldingen van Alexander zelf met ramshorens, leeuwenkop of olifantenhuid, en van zijn opvolgers en latere afstammelingen in vergelijkbare uitrusting. De gouden stater met Alexander uit Macedonië is een onvermijdelijke blikvanger. De Bactrische munt waar de koning een soort tropenhelm draagt is meteen een bekende houvast voor mij. Oorspronkelijk werden er natuurlijk goden en godinnen op de geldstukken afgebeeld en er ligt dan ook een heel bijzonder zilveren stuk waar het hoofd van Zeus op prijkt, maar als je goed kijkt zie je dat zijn haar allemaal eikenbladen zijn! Als dat nu niet apart is!

Verder was de overwinningsgodin Nike heel populair, niet alleen op de munten (er ligt een schitterend gouden exemplaar!) maar ook in de juwelen zoals de gouden gevleugelde oorbellen uit het midden van de 4de eeuw v.C., een typische Griekse voorstelling waarvan men vermoedt dat hij gebaseerd is op een dito monumentaal beeldhouwwerk. Allerliefst vind ik de gouden oorbellen waar een hangertje aan bengelt met daarop een duifje dat bij elke beweging heen en weer balanceert. Het duifje is bekleed met gekleurd glas en hessoniet (soort kaneelkleurig kwarts). Dit juweel zou uit Alexandrië komen, 2de eeuw v.C. Nou dat zou ik wel willen hebben hoor! Wat een schatje!

De godin Athena is uiteraard ook vertegenwoordigd en bij de juwelen ligt er dan een soort zegelring waarop Athena Nikeforos staat afgebeeld. Ook dit is zuiver Grieks en afkomstig uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied, eind 4de eeuw v.C. Wat een vakmanschap in die dagen!

En nu we het toch over goud hebben, wil ik even stil blijven staan bij een paar uitschieters. Zo bij voorbeeld een uiterst gave gouden kom met handvatten in de vorm van dieren uit Perzië uit de 5de-4de eeuw v.C.; of de gouden pijlkoker (gorytos) met taferelen uit het leven van Achilles die ook uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied komt en gedateerd wordt op 350-325 v.C.; en tenslotte een van de vele gouden Griekse olijfkransen uit hetzelfde gebied, midden 4de eeuw v.C. – er moeten er heel wat geweest zijn, want je komt ze toch heel regelmatig tegen! Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht.

Verder zijn hier allerhande gebruiksvoorwerpen te zien zoals bronzen en zilveren serviesgoed, met o.a. een zeer fijn uitgewerkte zilveren drinkschaal (kylix) met in de bodem een afbeelding van Helios op zijn strijdwagen of een bronzen versiersel van een strijdwagen met daarop een zuiver Hellenistisch gezicht (beide uit de 3de eeuw v.C.). Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht. Al met al gewoon teveel om op te noemen, maar absoluut de moeite van het bekijken waard. Tja, ik ben natuurlijk helemaal in mijn knollentuin!

Het vervolg van de tentoonstelling is op de bovenverdieping ondergebracht. Dit deel gaat, uitsluitend over Alexanders erfenis, ofschoon ik hier meer overtuigend materiaal had verwacht. Er zijn een aantal papyrusteksten te zien die in het Grieks geschreven zijn ter ondersteuning van het feit dat de Griekse taal tot na de algemene islamisering van het Midden-Oosten nog gebruikt werd. Aansluitend gaat men dan over naar de middeleeuwse geschriften met o.a. de Alexander Roman en de miniatuurillustraties van Iskander in de Perzische literatuur in de 15de en 16de eeuw – bijzonder omdat de documenten zo oud zijn en toch zo goed bewaard, maar verre van het “Griekse” beeld dat algemeen van Alexander bekend is.

En zo belanden we onwillekeurig in de pracht en praal van het Russische Hof, die ik zelf overdreven vind zoals bij voorbeeld het Alexanderbeeldje dat eind 18de eeuw uit walrusbeen gesneden is – een miezerig ventje hoor! Beter geslaagd is dan de enorme pronkklok van gegoten brons uit het einde van de 19de eeuw waar Alexander (zeer idealistisch) uitgebeeld wordt terwijl hij aan het lezen is. De anekdote die hierbij hoort vertelt hoe hij met zijn boek in de ene hand, in de andere hand een ijzeren bal hield die wanneer zijn aandacht verslapte of wanneer hij in slaap dreigde te vallen met luid kabaal in de onderstaande kom viel waardoor hij weer klaarwakker werd en zijn lectuur kon voortzetten. Leuk gevonden hoor, maar het is een sierlijke, lieftallige en knappe Alexander die hier uitgebeeld wordt. Alle foto’s en plaatjes laten alleen zijn gezicht zien, jammer want ik vergaap me aan zijn hele houding, zijn fijne sandalen, zijn elegante stoel met ertegen leunende wapenuitrusting, om nog maar te zwijgen van de reliëfs die rondom het voetstuk lopen!

Om te tonen dat Alexander de Grote ook nu nog actueel is, wordt hier tenslotte gelukkig verwezen naar de film die Oliver Stone in 2004 maakte. Ik zeg wel “gelukkig” want die film is door vele kenners en leken afgekeurd en danig bekritiseerd, zeer ten onrecht volgens mij. De oude film met Richard Burton heeft lang zoveel kritiek niet gekregen en die is echt vreselijk om aan te zien!

Nou dat was het dan. In de brede gang terug naar beneden hangen een viertal monumentale foto’s, fotografische interpretaties van Alexander gemaakt door Erwin Olaf. Deze man heeft volgens mij helemaal begrepen waar het om ging toen hem gevraagd werd om voorwerpen van de tentoonstelling samen te smelten met foto’s van een echt model. Dit is grote kunst en verdient dan we hier even bij blijven stilstaan… Trouwens een van de foto’s staat ook op het affiche van de tentoonstelling. Moest hij het weten, dan zou Alexander best gevleid zijn!

Deze tentoonstelling doet zijn naam echt wel eer aan: De onsterfelijke Alexander de Grote. Deze man heeft met recht de eeuwen getrotseerd en 2.300 jaar na zijn dood leeft hij nog steeds voort in onze verbeelding. Als dat niet “onsterfelijk" is ...
oktober 2010