Posts tonen met het label Demosthenes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Demosthenes. Alle posts tonen

11 mei 2015

Het eigenaardige museum van Tirana in Albanië

Het meest opvallende aan het Nationaal Historisch Museum van Tirana is de voorgevel, een uitbeelding van de geschiedenis van dit land die teruggaat tot de Illyriërs, de oorspronkelijk bewoners die eerst door Philippus en Alexander van Macedonië onderworpen werden en daarna door de Romeinen. Onze gids is helemaal weg van het tafereel op de façade, zelf vind ik het zoiets als communistisch propagandamateriaal. Ieder zijn meug natuurlijk.

Mij gaat het uiteraard om wat er binnen te zien is, voornamelijk uit de tijd van de Illyriërs, Macedoniërs en zelfs van de Romeinen. Wat er verder met dat land gebeurd is door de eeuwen heen is een heel ander verhaal natuurlijk. Het viel eerst onder het bewind van de Ottomanen, dan van de held Skanderberg die zijn land een eigen nationaliteit wilde geven (einde 15de eeuw), gevolgd door het nationalistisch reveil in de 19de eeuw dat bij het uitbreken van de WO1 onderdrukt werd door de invallende Oostenrijkers, Fransen en Italianen. Na WO1 was het land korte tijd onafhankelijk tot WO2 uitbrak en het de zijde van de partizanen koos die ook in Joegoslavië en Griekenland actief waren. Na de oorlog verging het Albanië niet beter en kwam het land onder het strenge communistische bewind van Enver Hoxha. Sinds diens dood in 1989 heeft Albanië het nog steeds moeilijk om zijn identiteit terug te vinden.



Dit is de geschiedenis van Albanië heel in het kort samengevat, maar dit is ook wat er in het Museum van Tirana terug te vinden is in de verschillende paviljoenen met als thema: de Oudheid, de Middeleeuwen, de Renaissance van Albanië, de Iconografie, de Cultuur van Albanië (o.a. folklore en literatuur), het Albanese Verzet tijdens WO2, de Communistische genocide en tenslotte een paviljoen gewijd aan Moeder Theresa wiens familie uit Albanië stamt. Dit zijn stuk voor stuk heel interessante periodes, maar ik beperk me zoals gezegd tot de oudheid.


Ik verbaas me hier vooral over het erfdeel van de vroege Illyriërs want ik had niet verwacht dat ze tastbare bewijzen achtergelaten hadden. Meteen al aan de ingang hangt een uitvergrote gesp van een ceintuur afkomstig uit een graf van Selca, valkbij het antieke Pelion. De gesp dateert uit ongeveer 230 v.C. en stelt een oorlogstafereel voor, een schitterend stuk trouwens. In een vitrine wat verderop staat dan een mal voor een Illyrisch schild tentoon, samen met een Illyrisch helm en een aantal speer- en pijlpunten – die allemaal ontzettend veel op hun Macedonische broertjes lijken.

Er liggen ook een aantal munten, de oudste teruggaand tot de 5de eeuw v.C. die allemaal geslagen zijn ter ere van Illyrische koningen. Vreemd genoeg, vind ik zelf, staat hier een hoofd van Demosthenes uit de 1ste eeuw n.C. dat in Apollonia gevonden is. Ook een beetje verloren ligt een stukje mozaïekvloer uit Dyrrhachium (huidige Dürres) waar de “schone van Dürres” op uitgebeeld is en gedateerd wordt op 350 v.C. Verder het hoofd van Artemis uit de 3de eeuw v.C. en onvermijdelijk een heel aantal vazen en kommen. Natuurlijk is hier veel uit de Romeinse tijd te zien want zoals altijd komen de mooiste stukken uit de opgravingen naar de hoofdstad en in dit geval dus naar Tirana.

1 november 2013

Het Louvre, Parijs

Een veel te groot museum om zomaar even te bezoeken.
In de laatste veertig jaar of zo ben ik er tientallen keren binnen geweest, de ene keer om de uitgebreide schilderijencollectie te bewonderen, dan weer voor de Franse beeldhouwkunst ten tijde van Lodewijk XIV, of de andere keer voor de oudhedenverzameling van de Soemeriërs tot de Romeinen, via de Assyriërs, Babyloniërs, Egyptenaren, Etrusken en de Grieken. Vóór de bouw van de centrale piramide moest je eindes lopen van de ene vleugel naar de andere, en zo ben ik wel eens verdwaald tussen de antieke meubels en de snuifdoosjes, Holbein en Erasmus op de zolderkamertjes, en de Koptische relikwieën in de kelder. Over de jaren zijn er stukken uit de collecties verhuisd naar de catacomben van het museum, terwijl er andere dan weer te voorschijn kwamen. Een bezoek is en blijft dus altijd een uitdaging.

Mijn voorkeur gaat natuurlijk uit naar de Grieks-Romeinse afdeling die onlangs helemaal gerenoveerd werd. Dat was eigenlijk hard nodig want veel beelden schreeuwden gewoon om een sopje! Maar na de herindeling heb ik echt wel moeten zoeken om bepaalde stukken die mij zo vertrouwd waren terug te vinden.

Tegenwoordig zijn bij voorbeeld alle terracotta beeldjes, al dan niet bestempeld als Tanagra-beeldjes, in eenzelfde zaal bijeengebracht. Hier staan pure juweeltjes met alledaagse tafereeltjes van mannen, vrouwen en kinderen, artiesten, godinnen, cupidootjes, en zelfs poppen met bewegende ledematen. Het meest opvallende terracotta vind ik dat van de Blauwe Dame uit 330-300 v.C. die door niemand minder dan Praxiteles is bewerkt. Hier staat ook het laatarchaïsche bronzen beeld van Apollo van Piombino, iets kleiner dan levensgroot met schitterend uitgewerkte haartooi.

De grote bazaltsteen met de wetten van de Babylonische Koning Hammurabi die geschreven zouden zijn rond 1772 v.C. is een must voor elke bezoeker, maar ook de hoogreliëfs uit de Assyrische paleizen van Khorsabad uit de 8ste eeuw v.C. die gevleugelde stieren met mensenhoofd voorstellen zijn een bezoek waard. Uit het Paleis van Darius I in Susa zijn er hele wanden van geglazuurd baksteen gehaald met daarop kleurrijke taferelen van gewapende soldaten, edele leeuwen en gevleugelde stieren, en ook een kapiteel met twee stierenkoppen dat ooit op de cederhouten zuilen van het paleis rustte.
Bijzonder is ook de eerste steen die gelegd werd door Darius I bij het graven van het kanaal dat de Nijl moest verbinden met de Rode Zee (522-486 v.C.). Soemerische priesters uit ongeveer 2500 v.C. met hun typische veren rokken die je met grote blauwe ogen aankijken en Bactrische prinsessen en godinnen in hun kaunakès van dezelfde oorspong. Drinkbekers, juwelen, en andere kleinere huishoudelijke voorwerpen mag je natuurlijk ook niet missen.

En zo beland ik dan in mijn knollentuin, de Grieks-Romeinse afdeling want al zijn veel beelden van oorsprong Grieks, we danken hun overlevering aan de vele Romeinse kopieën. Topkwaliteit is natuurlijk dat ene fries van het Parthenon in Athene, in mijn ogen mooier dan alle andere die in het British Museum staan. Beelden van Venus, Apollo, Aphrodite, Hermes, Athena en atleten worden afgewisseld met bustes van Plato, Socrates, Aristoteles, Pittacos en de knappe Antinoüs, de lieflijke Aphrodite uit Tralles en een bronzen Pan. Ik tref het met de lage zon die alle beelden weer tot leven lijkt te brengen.

En dan bereik ik in een hoekje dat voor mij heel belangrijk is waar minder gekende beelden staan van Alexander de Grote, maar ook van zijn opvolgers zoals Seleucos I Nicator, Ptolemeus I Soter, Ptolemeus II Philadelphus, Ptolemeus III Euergetus, Demetrius Poliorketes, Arsinoe II Philadelphus en Cleopatra, met uiteraard de onvermijdelijke Demosthenes. Hier staan nu ook de pilaren afkomstig van de Agora van Thessaloniki eind 2de/begin 3de eeuw met kariatideachtige figuren die ik voor het eerst gezien heb tijdens de tentoonstelling over Alexandre le Macédonien en nu dus definitief uit de kelder gehaald zijn. De beroemde Azara Hermes van Alexander de Grote, heel waarschijnlijk een kopie van Lysippos uit de 1ste/2de eeuw afkomstig uit Tivoli (Italië) mag ik niet missen. Vroeger stond hij in een donker hoekje en in tegenlicht bovendien, nu weer centraal maar jammer genoeg achter glas. Ook de jonge Alexander staat achter glas met een heel ongelukkige weerspiegeling. Zo is het altijd wat.


Zoals gezegd is dit slechts een deel van de enorme collectie van het Louvre natuurlijk. Ik geloof dat als je er elke dag naartoe zou gaan, je toch een jaar nodig hebt om echt alles te zien – en ik bedoel dan niet zo maar wat rondkijken.

[Klik hier om alle foto's van het Louvre te bekijken]

12 oktober 2012

Cyrene, Libië

Naar wat ik gelezen heb, was Cyrene in de oudheid een van de grootste steden van Noord-Afrika (reeds in de 5de eeuw v.C. waren er al tienduizenden inwoners) samen met Leptis Magna (allicht) en Sabratha, Volubilis in Marokko en Dougga en El Jem in Tunesië.

Ik arriveer bij een lange witte muur waar ik zou gauw geen bordje zie staan over een museum of zo. Binnen de poort ligt een binnenplein waar een dubbele ijzeren deur links wordt ontsloten; de neon lampen flikkeren aan en ik mag deze ruime kale zaal binnen.

Opvallend is dat hier een stèle staat van de oprichters van Cyrene, daterend uit de 4de eeuw voor Christus waarop te lezen valt dat de inwoners van Thera (het huidige Santorini) zich hier in de 7de eeuw v.C. vestigden zoals opgedragen door het Orakel van Delphi. Jonge mensen werden er toe aangezet om zich hier te vestigen en Battos werd aangesteld als hun leider en koning. Bijzonder toch dat zo een oud document bewaard gebleven is. En dan moet ik plots  aan Delphi denken als ik het beeld van een sfinx op een Ionische krulzuil midden in de ruimte zie staan. Die lijkt als twee druppels water op de sfinx die in het Museum van Delphi staat en die tussen 570 en 560 v.C. door de rijke inwoners van Naxos aan de tempel geschonken werd en op een 10 meter hoge zuil stond te pronken. Dat moet dus hier dus ook het geval geweest zijn. Niet te geloven hoe dingen soms bij elkaar passen.

Vlakbij de ingang word ik gewezen op een indrukwekkende marmeren Romeinse sarcofaag uit de 4de eeuw, waar op de lange kant dansende Menaden staan uitgebeeld en op de korte kant een gevleugelde leeuw met menselijk hoofd. Bovenop de deksel zit een echtpaar in de stijl die we kennen van de Etrusken, maar die in die tijd erg in zwang was. Het is een beetje overdadig, maar toch toont de decoratie sporen van verfijning.

Er staan hier een groot aantal goed bewaarde beelden: Aphrodite met een dolfijn aan haar zijde, een knappe jongeling die me aan Apollo doet denken, Heracles ten voeten uit en een damesfiguur met prachtig gedrapeerd gewaad, een kleine Isis helemaal beschilderd, een driehoofdige Hekate met nog verfsporen rond de ogen (uit het heiligdom van Apollo), de alom vertegenwoordigde Drie Gratiën (waarvan er twee nog hun hoofd hebben bewaard) en een heel aantal bustes waaronder die van Marcus Aurelius en van de zuurpruim Demosthenes. Deze laatste zou ik bijna zeggen dat hij de smoor in heeft omdat Alexander de Grote ook in de zaal staat! Ja hoor, heuselijk waar! Ten voeten uit nog wel en duidelijk herkenbaar, met naast hem de povere resten van zijn geliefd paard Bucephales. Nou ja, mijn dag kan niet meer stuk hé? Alexander had ik hier helemaal niet verwacht, moet je weten! Maar ja, het is wel heel logisch dat hij hier staat omdat de Griekse steden van de Cyrenaica samen met Egypte aan hem toekwamen tot ze later geregeerd werden door Ptolemeus en zijn dynastie. Ik wring me uiteraard in alle mogelijke bochten om toch maar een goede foto van Alexander te schieten. De rest van de zaal valt ineens helemaal in het niet. Ik ga zo intens op in mijn foto’s dat ik maar half merk dat het licht plots uit gaat. Ja, hallo? Ik moet toch de rest nog even zien hoor! Achterin staat er bij voorbeeld een heel rijtje met reliëfs waarop paardenrennen en menners zijn uitgebeeld. De paarden van Cyrene waren namelijk beroemd omdat ze sterk waren in de oorlog en snel tijdens de races – dat weet ik dan ook weer.

Maar dan hoor ik de metalen deur dichtslaan en een sleutel die knarsend in het slot omgedraaid wordt. Nee, nou moeten ze me toch niet opsluiten hé? Ik sprint dus meteen naar de deur en klop met mijn vuist op de holle plaat. Gelukkig, ze hebben me gehoord en onder algemene hilariteit word ik uit mijn sombere ruimte bevrijd.

[Klik hier om alle foto's van Cyrene te bekijken]

29 november 2010

Alexanders Erfenis. Allard Pierson Museum in Amsterdam

Het Allard Pierson Museum (Archeologisch Museum van de Universiteit van Amsterdam) kende ik alleen van naam, maar ik was er nooit binnen geweest – tot nu dan ter gelegenheid van de tentoonstelling Alexanders Erfenis – Grieken in Egypte. De bedoeling is om parallel met het gebeuren in het Hermitage Museum een idee te geven van de invloed van Alexander in Egypte, in het bijzonder in Alexandrië.
Aan de ingang word ik meteen verwelkomd door een grote buste van Alexander, typisch Romeins van uitvoering en dat is niet te verwonderen aangezien dit een kopie is van een beeld uit de 1ste eeuw v.C. dat in het Museo Capitolino in Rome staat.

Net als in het Hermitage Museum wordt de tentoonstelling afgesloten met verwijzingen naar wat als niet-historische verhalen bestempeld wordt. Al in de 3de eeuw v.C. ontstond de eerste versie van de Alexander Roman, die in de loop der tijden en zeker in de middeleeuwen gespekt werd met meer fictie dan werkelijkheid. In de Koran, maar ook in Perzische en Indiase literatuur wordt over Alexander beschreven als held of verwoester, al naar gelang de voor ingenomenheid van de auteur.


In de eerste ruimte hangt een grote gekleurde kaart van het gebied dat Alexander veroverd heeft met daaronder beelden van mensen die een duidelijke stempel op zijn leven hebben gedrukt: Homerus (Alexander sliep met een kopie van de Ilias onder zijn hoofdkussen), Aristoteles (de filosoof die de jonge prins heeft onderwezen), Philippos (Alexanders vader), Demosthenes (de redenaar en politicus die de bevolking van Athene steeds zat op te hitsen tegen Philippos en tegen Alexander) en tenslotte de kop van een Perzische krijger. Een waardig ontvangstcomité. Ook opvallend is uiteraard de gipsen kopie van de zg. Azara Hermes van Alexander uit het Louvre, een werk van de hand van Lysippos uit 330 v.C. Knap hoor!

Het traject loopt verder door een smalle gang waar foto’s hangen van plaatsen en landschappen waar Alexander langs en doorgetrokken is, met daaronder een doorlopende kilometerteller. Een zeer visuele en indrukwekkende manier om deze 35.000 kilometerlange tocht te illustreren.

In de volgende zaal wordt onder het motto Van Prins tot Koning, met een aantal kleine terracotta, bronzen en zilveren beeldjes een beeld gegeven van Alexanders omgeving en van de dingen die hij geweten moet hebben voor hij op zijn veldtochten vertrok. Het zijn geen grote oeuvres of bijzonder verfijnde voorwerpen die ik te zien krijg, maar op zich wel heel typerend en heel toepasselijk gekozen uit de eigen collectie van het museum.

De volgende zaal is dan weer gewijd aan de periode Van Koning tot God, met Alexanders aankomst in Egypte waar hij als zoon van Amon-Zeus wordt ingehaald. Opvallend vind ik de muntstukken waarop Alexander met de ramshorens staat afgebeeld (de zg. munt van Lysimachos) en die van Ptolemeus I Soter, Alexanders generaal die na zijn dood over Egypte regeerde. Verder is deze collectie aangevuld met terracotta beeldjes waarop duidelijk de samensmelting van Griekse en Egyptische elementen naar voren komt. Tussen de wapenuitrustingen pronkt heel opvallend een kalkstenen mal voor een schildbekleding gemaakt voor het leger van Ptolemeus dat typisch Macedonische elementen vertoont: de centrale Medusakop, omringd door concentrische cirkels rond Macedonische sterren. Het leer werd namelijk in deze vorm geklopt voordat het over het eigenlijke schild getrokken werd (330 v.C. uit Egypte). Ook staan er een aantal mallen voor het vervaardigen van helmen in verschillende modellen. Eigenlijk had ik geen idee hoe zo een helm of een schild gemaakt werd, tot nu toe dan.

Hier staat ook een bijna 6 cm hoge kopje van aardewerk dat op het affiche van de tentoonstelling te zien is en sterk aan Alexander de Grote doet denken, maar in feite Ptolemeus voorstelt afgebeeld als de god Dionysus, een directe link naar de goddelijke voorvader van Alexander uit de 3de eeuw v.C.

De intieme tentoonstelling eindigt met de aspecten van Alexanders erfenis die vallen onder de noemer Van God tot Legende. Alexander mag dan Alexandrië wel gesticht hebben, maar het was Ptolemeus die de stad daadwerkelijk bouwde. Hij en zijn opvolgers hebben hun best gedaan om de integratie van de Macedoniërs/Grieken met de plaatselijke bevolking te bevorderen maar dit procedé verliep maar uiterst moeizaam. Zelfs de versmelting van Egyptische goden met bekende Griekse tegenhangers kwam maar traag op gang, al werd er met de goden Serapis en Harpokrates enige vooruitgang geboekt. Getuige de verschillende beeldjes van beide goden die in Egypte zijn teruggevonden. Zelf vind ik dit al een aftakelende periode waar de mensgoden veelal als gedrongen figuren uitgebeeld worden en de hellenistische invloed maar moeilijk te herkennen valt.

Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen, zoals blijkt uit de eigenaardige dubbele zegelring uit de 1ste eeuw v.C. die teruggevonden is. Hierop zijn naast elkaar de Egyptische Isis en de Griekse Afrodite afgebeeld waaruit blijkt dat de eigenaar afwisselend met de ene of de andere kant “signeerde” al naargelang met wie hij zaken deed. Toch wel origineel hoor!

Alexander de Grote blijft nu eenmaal tot ieders verbeelding spreken, bij de één wat meer dan bij de ander. Hij is en blijft de onsterfelijke Alexander.

Wie zich hierna nog verder wil onderdompelen in de oudheid kan in het Allard Pierson Museum ook nog even boven in de vaste collectie een kijkje gaan nemen. Daar staat een keur van objecten met duidelijke uitleg, heel zorgvuldig uitgestald, die echt de moeite van het bekijken waard zijn.