Posts tonen met het label Trajanus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Trajanus. Alle posts tonen

30 maart 2012

Leptis Magna, Libië

Om vooral voor sluitingstijd nog iets van het museum te kunnen zien, trek ik daar met mijn groep het eerst naartoe. Onze gids blijft voor de ingang uitvoerig staan bij een bronzen beeld van Septimius Severus, van Italiaanse makelij uit 1940 en dat ooit op het plein voor het Museum van Tripoli stond. Toen dit museum hier in Leptis Magna in 1994 geopend werd, heeft men besloten dat het beeld hier beter op zijn plaats staat. Moderne namaak, denk ik dan – ik vind het maar niks.

Mijn aandacht gaat echter meteen uit naar een slank hoog Mausoleum iets verderop. Dit blijkt uit de derde eeuw te dateren en werd ongeveer twee kilometer hier vandaan, in Gasr Duirat, opgegraven en door Franse archeologen weer in elkaar gezet. Dit model schijnt uit het oude Arabië te komen, namelijk uit het noordwesten van het Arabische schiereiland. Sinds de 4de eeuw v.C. reeds werd deze stijl verbreid over Syrië, Klein-Azië en Noord-Afrika, en er zijn verschillende soortgelijke graven in Libië gevonden en ook eentje in Duga, Tunesië, maar dit hier moet tot een van de meest verfijnde voorbeelden behoren. Dankzij een inscriptie, weten we dat het gebouwd werd door Caius Marius Pudens Boccius Zurgem (wat een naam!), een Libiër uit het begin van de 3de eeuw n.C.

En dan hardlopend het museum in! Onze tijd is geteld! Vreselijk zoiets, kom je maar eens in je leven naar deze unieke stad en dan moet je alles op een holletje doen! Het is een beetje stoffig museum waar nodig eens een frisse bezem door gehaald moet worden, ofschoon de voorwerpen hier toch wel chronologisch opgesteld staan.

Beneden in de modern aandoende hall staat een marmeren olifant, vreemd alsof hij hier niet thuis hoort. Ik ben namelijk nog nooit eerder een olifant in een Romeins museum tegenkomen … Hij zou in de buurt van het Tetrapylon van Trajanus en het Chalcidicum gevonden zijn. Na de vondsten uit de Punische tijd die onder het Oude Forum gevonden zijn, beland ik meteen bij een paar friezen afkomstig van de Boog van Septimius Severus. Verder wat oninteressante beelden, een beetje donker opgesteld en niet duidelijk qua herkomst. Er hangen wel goede luchtfoto’s aan de wand met o.a. een goed overzicht van de Basilica, maar waar de beelden van zwierig geklede dames nu precies thuishoren blijft maar vaag. Wel kom ik een duidelijk jonge Marcus Aurelius tegen, en verder een aantal beelden uit de Thermen van Hadrianus en uit het Theater. Iets verderop dan weer een mooi Medusa hoofd van het Koninklijke Forum en een opvallend gezicht, bijna een masker, van Isis met ingelegde ogen van glaspasta – net of ze je aankijkt! In een hoek bij de trap naar boven staat een groep beelden, allemaal zonder hoofd. Naar men zegt kon je hier je eigen houding en uiterlijk kiezen en hoefde de beeldhouwer alleen maar je hoofd uit te beelden en dat er bovenop te zetten. Werk aan de lopende band! Knap hoor! Een van de meest interessante stukken vind ik de originele steen met daarop de drie gangbare lengtematen die oorspronkelijk op de markt stond (nu dus een kopie). Verder pik ik zo mijn eigen favorieten: een paar fresco’s met heel tere kleuren, grote stukken serviesgoed van glas met o.a. een vaasje met een heel raar tuitje, een onyx grafvaas, etc. De muntschat van Misrata waar zo over geroepen maakt geen indruk op me; er staat maar een deel van 100.000 geldstukken daterend van rond het jaar 300 ten toon, en dan nog in een duistere hoek. Jammer zoiets.

Nou, dat was dan een bezoek op zijn Amerikaans hé?

[Klik hier om alle foto's van het Museum te bekijken]

3 januari 2011

Antalya, TK – Archeologisch Museum

Mijn eerste bezoek aan het Archeologisch Museum is met een groep tijdens mijn eerste verkenningsreis door westelijk Turkije. Tijd is kostbaar en ik loop vrij vlug door de prehistorie naar de hellenistische afdeling, want volgens de kaart is de kust hier bezaaid met oude Griekse en Romeinse steden, met klinkende namen als Perge, Aspendos en Side. Ik had geen idee tot nu toe dat er zoveel te zien en te ontdekken is!

In het najaar van 2006 en voorjaar 2007 ben ik weer even terug, maar ook dit is telkens in groepsverband. Al steek ik er telkens weer iets nieuws van op, toch wil ik dit Museum eens op mijn eigen tempo bezoek. Dat lukt eindelijk in het voorjaar van 2009.


Het is altijd weer een feest om hier binnen te gaan en ik verheug me er weer eens bijzonder op. Ik heb zo het idee dat ik het museum nu wel van buiten ken, maar wat mooi is blijft altijd mooi hé? Elke keer kom ik toch weer iets nieuws tegen, nieuw in die zin dat ik er de vorige keren overheen gekeken heb of gewoon nog geen belangstelling voor had.

Zo worden er trots een aantal archeologen in de schijnwerpers gezet, namen die me niets zeiden tot ik nu Cevdet Bayburtluoğlu tegen kom, de man die de opgravingen in Arykanda voor zijn rekening genomen heeft en wiens gids mij heel wat details verschaft heeft over de opgravingen in Lycië. Nu is dat als het ware een oude bekende.
                                                           
Het museum is schitterend ingericht. Daar waar de witmarmeren beelden uit Perge staan, zijn de wanden terracotta geschilderd zodat ze volledig tot hun recht komen. Bovendien worden ze van een speciale verlichting voorzien die aangaat als je erlangs loopt en iets later weer uitgaat. Een lust voor het oog! Het zijn allemaal bekenden uit de 2de eeuw, Romeinse kopieën van Griekse originele: Zeus, Afrodite, Tykne, Athena, Nemesis, Itygieia, maar ook de beroemde Hermes die zijn sandaal vastmaakt en Artemis/Diana, Romeinse kopieën waarvan ik  in het Louvre al een versie heb zien staan.

Verderop kom ik de Romeinse keizers tegen: Trajanus, Hadrianus en Septimius Severus, ook uit de 2de-3de eeuw.

Daarachter, in de groenmarmeren zaal, sta ik plots oog in oog met een reuzenbeeld van Alexander de Grote. Nee maar, als ik me daaraan verwachtte! Dit is ook uit Perge afkomstig met de overblijfselen van een tempel met prachtige friezen. Ik bedenk dat ik toch zelf eens een kijkje in Perge zal moeten gaan nemen – wat ik een paar jaar later ook doe. Helemaal achteraan is een zaal voorbehouden aan een rijke selectie sarcofagen, waarvan er twee bijzondere exemplaren uit de 2de eeuw geweid zijn aan Heracles. Het zijpaneel van een hiervan is onlangs door het Getty Museum terug geschonken. Ja, er zal wel eens iets op de zwarte antiekmarkt verdwijnen want er is ook zoveel kunst en zo weinig toezicht bij de opgravingen. Ook de sarcofaag van Domitias Julianus en Domitias Philiska is heel bijzonder en doet denken aan de Etrusken zoals beide marmeren figuren op de deksel geportretteerd zijn. Ik kan mijn geluk niet op en ben ontzettend blij dit allemaal gezien te hebben, dan moeten de etnografische afdeling en de muntencollectie er maar bij inschieten.                           

Tussen de sarcofagen zoek ik nu ook naar die ene die deel uitmaakte van de Lyciarch Mausoleum uit Olympos, dat ik daar gezien heb. Op de deksel hoort een echtpaar aan een banket aan te liggen, maar ik kan hem niet vinden – misschien in de opslagruimte?

Ook bekijk ik de stukken uit de Tempel uit Limyra waarvan de beste delen hier onderdak gevonden hebben, samen met die ene bijzondere kariatide van het Heroon dat voor de Lycische Koning Pericles in de 4de eeuw v.C. opgericht werd. Het een vult zo het ander steeds meer aan.
                                   
Het klapstuk is en blijft onvermijdelijk de zaal waar Alexander de Grote staat, nu vergezeld van een reuze Hermes – die ik blijkbaar over het hoofd heb gezien. Wat wil je, als ik tegenover Alexander sta zinkt de rest van de wereld in het niet hé? Ook bekijk ik nu heel bewust het beeld van Plancia Magna, demiurg van Perge (letterlijk, werker in dienst van het volk, een soort gouverneur dus), dat rond 120 n.C. op een ereplaats binnen de Hellenistische stadspoort van die stad geplaatst werd. Het voetstuk staat trouwens nog in situ. Zo geëmancipeerd waren ze toen toch wel hé? Nou ja, deze Plancia Magna was ook nog eens priesteres van Artemis en van de Moeder der Goden.
                                   
Even bijkomen op het uitnodigende terras op het binnenplein met thee en water. Daarna loop ik nog even door de aanpalende tuin waar stukken liggen die net niet waardevol genoeg zijn om binnen een plaatsje te krijgen blijkbaar. Ik verbaas me wel over de collectie reuzenamforen die in de gaanderij rond het museum opgesteld staan want er zijn er zoveel die nog helemaal puntje gaaf zijn! Niet te geloven hoor!