Posts tonen met het label Hadrianus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hadrianus. Alle posts tonen

30 april 2019

Het vernieuwde Museum van Philippi

Het Museum van Philippi is een aantal jaren gesloten geweest voor restauratie zoals dat heet, maar nu is het weer open voor het publiek en zeker de moeite waard.


De doorsnee bezoeker stopt bij de geijkte punten zoals het theater van Philippi, de gevangenis van Paulus en de Byzantijnse Basilieken. Weinig mensen of gidsen vinden het de moeite waard om even het museum binnen te lopen. Jammer is dat!

Natuurlijk is dit “maar” een plaatselijk museum want zoals altijd en overal gaan de mooiste stukken naar de hoofdstad. Dat neemt niet weg dat er toch wel een paar blikvangers te zien zijn.

Zo ligt hier een mooie serie munten van Philippi die geslagen zijn door Alexander de Grote en zijn vader Philip II van Macedonië. Verder staan er een paar elegante Nike’s van de westelijke tempel of Curia uit de 2de eeuw na Christus en een Tyche gekroond met de stadswallen van Philippi uit de dagen van Keizer Hadrianus.

Ook wordt het plan van het theater grondig uit de doeken gedaan, vanaf het oorspronkelijk Griekse concept tot en met de opeenvolgende Romeinse aanpassingen. Hier staan bv. ook de originele reliëfs van de bijbehorende portiek opgesteld (vervangen door kopies ter plaatse).

Alles keurig netjes gepresenteerd, met goede verlichting en voldoende uitleg.

15 december 2013

Petra, een openluchtmuseum als geen ander

Petra is het erfgoed van de Nabateeërs, een nijvere Arabische stam die zich meer dan 2.000 jaar geleden in zuidelijk Jordanië vestigde. Gelegen op het kruispunt van oude handelsroutes, leefde Petra van het tolgeld dat de kameelkaravanen op hun doortocht naar de Middellandse Zee moesten betalen voor hun specerijen, wierook en mirre. De goederen waren afkomstig uit Arabia Felix, het Arabische schiereiland, en werden via verschillende havens aan de Rode Zee aangevoerd. In ruil daarvoor gaven de Nabateeërs kleding, gekleurd met Fenicisch purper, en andere luxeproducten door. Ze exploiteerden ook het asfalt van de Dode Zee dat ze aan de Egyptische balsemers verkochten.

Het waren de nazaten van Alexander de Grote die de hellenistische stempel op Petra drukten en het hoogtepunt van de Nabateeërs zelf werd tussen 312 v.C. en 106 n.C. bereikt, toen de Romeinen de stad inlijfden bij de Provincia Arabia. Dit zette vreemd genoeg het verval van Petra in. Vanaf de 3de eeuw zochten de christenen hier nog beschutting maar ten tijde van de Islam raakte de stad al in de vergetelheid. Pas in 1812, hoorde de Zwitserse ontdekkingsreiziger, J.L. Burckhardt, via een aantal plaatselijke bedoeïenen van het bestaan van Petra. Grondige opgravingen kwamen eerst in het midden van vorige eeuw op gang en sinds de jaren 1990 staat Petra op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Een dertigtal jaren geleden is men bovendien begonnen met de Bedoeïenen die toen nog in deze oude tempels en graven huisden, onder te brengen in nieuwe woningen in de buurt om zodoende deze unieke gebouwen te bewaren voor het nageslacht. Gelukkig maar.

Ik ben helemaal in mijn element als ik zo bijna alleen door de Siq loop, t.t.z. de smalle sleuf in de 80 meter hoge rotswand die naar het hart van Petra voert. Ik geniet van de stilte en de steeds veranderende lichtval op de rotsen met weerkaatsingen op de tegenoverliggende wand. Ik zie nu allerlei details die me ontgaan zijn tijdens mijn vorig bezoek. Af en toe kan ik ook flink doorstappen, geen getreuzel van andere toeristen die voor mijn voeten lopen. Ik ben nu ook weer betoverd door de verrassende blik op de beroemde Schattentempel (het Al Khazneh) aan het einde van de spelonk. Vandaag staat de zon er nog net en ik zie meteen de uitgehouwen holtes opzij van het gebouw, daar waar de bouwers een steunpunt voor hun voeten hadden tijdens het hakken en beitelen. Het is duidelijk een erfstuk van het Hellenisme en de rozerode rots lijkt in het volle zonlicht wel op doorschijnend albast. Ik werp natuurlijk ook binnen even een blik waar de opeenvolgende lagen van wit en rozerood een uniek patroon schetsen.

Het dal wemelt van de necropolen in de rotswanden aan weerszijde, ook wel Koningsgraven genoemd omdat ze zo majestueus zijn - niet omdat er ooit enige koning in begraven werd. Soms liggen de gevels op verschillende hoogtes of langs paden die naar hoger gelegen tombes lopen. Iedereen vindt er wel zijn gading, met eigen stijl, vorm en grootte. Typisch eigen aan deze rots mausoleums zijn de reliëfs in trapvorm met een of twee rijen trapkantelen of treden die dan van beide kanten naar de midden ingang van de tombe liepen. Hierdoor kon de ziel van de overledene zijn weg naar het hiernamaals makkelijker vinden.

Ik loop verder, richting Theater dat helemaal in de rots uitgehouwen is en waarschijnlijk uit de tijd van Keizer Augustus dateert. Hier besluit ik om rechts naar boven de weg in te slaan naar de Basilica. Deze is vrij ruim, breder dan hij diep is, en pronkt met drie gewelfde ingangen. Jammer dat de muren en het plafond helemaal zwartgeblakerd zijn. Het uitzicht over Petra beneden is de klim op zich absoluut waard.

Nu gaat het bergafwaarts en dan rechts aanhoudend in de richting van een dak dat over een uitgegraven mozaïekvloer is gezet. Hier blijken resten van een Byzantijnse kerk te liggen met een centraal koor ooit met marmer geplaveid en gescheiden van de zijbeuken door een rij zuilen waar nu alleen nog de funderingen van overeind staan. Beide zijbeuken zijn volledig met mozaïeken bedekt, links met vogel- en bloemmotieven, rechts met die van dieren en mensen (heiligen?). Goed bewaard, maar een beetje grof zoals al het Byzantijnse werk. In de halfronde apsis zie ik nog een paar stukken van de originele marmerbekleding. Terug in het voorportaal beland ik bij een soort atrium dat met zuilen omzoomd was met in het midden de resten een waterput. Knap gedaan en goed gerestaureerd.

Hiervandaan loop ik nu helemaal naar beneden richting Decumanus met zijn Romeinse bestrating, dwars door de droge wadi, naar de grote tempel aan de overkant van de weg. Dit is de Tempel van Zeus waar lange tijd aan gewerkt werd en die nu voor de bezoekers is vrijgegeven. Het complex is stukken groter dan ik me kon inbeelden, met een majestueuze entreetrap alsof de god in persoon hier boven op de troon moest gaan zitten! Nou ja, waarschijnlijk was dat ook wel de bedoeling. Over de jaren heen is de tempel herhaaldelijk verbouwd en vergroot, met zelfs een klein theatertje achteraan met een heuse spil as voor het ronddraaiende toneeltje. Helemaal achterin word ik verrast door resten van fresco’s en stucwerk op de muren - een onverwacht stukje luxe. We zijn zo gewend om kale muren en zuilen te zien dat we gewoon vergeten hoe de gebouwen er oorspronkelijk uitzagen met hun veelkleurige versieringen. Mijn dag is weer goed!

De Decumanus eindigt hier bij de monumentale Temenos Poort, net iets voorbij het Nympheion dat de stad van drinkwater voorzag. Buiten het centrum van Petra ligt dan de geelkleurige Tempel van Qasr el Bint, de enige losstaande constructie van Petra waar ik nu ook binnen mag. Enorm hoog blijken deze muren te zijn, en halverwege zijn nog duidelijk de vierkanten uitsparingen te zien waar de balken voor de vloer van de bovenverdieping in zaten.

Naast het lunchadres ligt een klein museum, een beetje stoffig en verouderd, maar het is toch de moeite waard om er een kijkje te nemen. Wat vaasjes en potjes, een aarden trechter, een beeldje van Venus, een marmeren hoofd van Keizer Hadrianus (ja, hij is er ook weer bij!), wat geldstukken en votief beeldjes – gewoon leuk omdat het hier helemaal bij past.

Dan start ik de lange klim naar het klooster boven, 800 treden en gladde door zand gepolijste vloertjes verder. Dat zal niet meevallen, maar ik vertik het gewoon om een ezeltje te nemen dat me regelmatig wordt aangeboden. Ik sta liever met beide benen op de grond hoor, als is die nog zo ongemakkelijk en vermoeiend.

De Tempel van El Deir, op latere leeftijd tot klooster bevorderd, ligt te pronken in de middagzon. Het is een broertje van het Schattenhuis, alleen niet zo overdadig versierd maar wel met puur Hellenistische invloeden. Ik loop nog even door tot aan de rand van de hoogvlakte voor een kijkje over de Wadi Araba die helemaal naar Israel loopt.

Nou dat was me de tippel wel! Blijkt achteraf dat mijn rondje wel 14 km lang was, maar goed dat ik dit niet van te voren wist!

[Klik hier om alle foto's van Petra te bekijken]

29 mei 2012

Sagalassos tentoonstelling in Tongeren 2011-2012 in foto's

Zoals beloofd ben ik terug naar Tongeren gegaan om foto's te nemen van de pronkstukken uit het Museum van Burdur. Dit is dan het uiteindelijke resultaat, een compilatie van alle beelden. Geniet er van!



Wie mijn foto's met uitleg op zijn gemak wil bekijken, kan op deze fotolink terecht.

30 maart 2012

Leptis Magna, Libië

Om vooral voor sluitingstijd nog iets van het museum te kunnen zien, trek ik daar met mijn groep het eerst naartoe. Onze gids blijft voor de ingang uitvoerig staan bij een bronzen beeld van Septimius Severus, van Italiaanse makelij uit 1940 en dat ooit op het plein voor het Museum van Tripoli stond. Toen dit museum hier in Leptis Magna in 1994 geopend werd, heeft men besloten dat het beeld hier beter op zijn plaats staat. Moderne namaak, denk ik dan – ik vind het maar niks.

Mijn aandacht gaat echter meteen uit naar een slank hoog Mausoleum iets verderop. Dit blijkt uit de derde eeuw te dateren en werd ongeveer twee kilometer hier vandaan, in Gasr Duirat, opgegraven en door Franse archeologen weer in elkaar gezet. Dit model schijnt uit het oude Arabië te komen, namelijk uit het noordwesten van het Arabische schiereiland. Sinds de 4de eeuw v.C. reeds werd deze stijl verbreid over Syrië, Klein-Azië en Noord-Afrika, en er zijn verschillende soortgelijke graven in Libië gevonden en ook eentje in Duga, Tunesië, maar dit hier moet tot een van de meest verfijnde voorbeelden behoren. Dankzij een inscriptie, weten we dat het gebouwd werd door Caius Marius Pudens Boccius Zurgem (wat een naam!), een Libiër uit het begin van de 3de eeuw n.C.

En dan hardlopend het museum in! Onze tijd is geteld! Vreselijk zoiets, kom je maar eens in je leven naar deze unieke stad en dan moet je alles op een holletje doen! Het is een beetje stoffig museum waar nodig eens een frisse bezem door gehaald moet worden, ofschoon de voorwerpen hier toch wel chronologisch opgesteld staan.

Beneden in de modern aandoende hall staat een marmeren olifant, vreemd alsof hij hier niet thuis hoort. Ik ben namelijk nog nooit eerder een olifant in een Romeins museum tegenkomen … Hij zou in de buurt van het Tetrapylon van Trajanus en het Chalcidicum gevonden zijn. Na de vondsten uit de Punische tijd die onder het Oude Forum gevonden zijn, beland ik meteen bij een paar friezen afkomstig van de Boog van Septimius Severus. Verder wat oninteressante beelden, een beetje donker opgesteld en niet duidelijk qua herkomst. Er hangen wel goede luchtfoto’s aan de wand met o.a. een goed overzicht van de Basilica, maar waar de beelden van zwierig geklede dames nu precies thuishoren blijft maar vaag. Wel kom ik een duidelijk jonge Marcus Aurelius tegen, en verder een aantal beelden uit de Thermen van Hadrianus en uit het Theater. Iets verderop dan weer een mooi Medusa hoofd van het Koninklijke Forum en een opvallend gezicht, bijna een masker, van Isis met ingelegde ogen van glaspasta – net of ze je aankijkt! In een hoek bij de trap naar boven staat een groep beelden, allemaal zonder hoofd. Naar men zegt kon je hier je eigen houding en uiterlijk kiezen en hoefde de beeldhouwer alleen maar je hoofd uit te beelden en dat er bovenop te zetten. Werk aan de lopende band! Knap hoor! Een van de meest interessante stukken vind ik de originele steen met daarop de drie gangbare lengtematen die oorspronkelijk op de markt stond (nu dus een kopie). Verder pik ik zo mijn eigen favorieten: een paar fresco’s met heel tere kleuren, grote stukken serviesgoed van glas met o.a. een vaasje met een heel raar tuitje, een onyx grafvaas, etc. De muntschat van Misrata waar zo over geroepen maakt geen indruk op me; er staat maar een deel van 100.000 geldstukken daterend van rond het jaar 300 ten toon, en dan nog in een duistere hoek. Jammer zoiets.

Nou, dat was dan een bezoek op zijn Amerikaans hé?

[Klik hier om alle foto's van het Museum te bekijken]

25 januari 2012

Zoek de verschillen …

Ja, daar komt het uiteindelijk op neer. Griekse beelden als zodanig zijn maar zelden tot ons gekomen want we kennen ze gewoonlijk alleen door de kopies die de Romeinen er van gemaakt hebben. Niet erg vindingrijk of kunstzinnig van die Romeinen natuurlijk, maar ik moet toegeven dat als zij er niet geweest waren wij waarschijnlijk helemaal geen idee gehad zouden hebben van het hoge kunstniveau van de Grieken.

Ik ben jarenlang met vrij grote regelmaat naar het Louvre in Parijs geweest en de Grieks-Romeinse afdeling stond dan telkens op mijn programma. Jammer genoeg zijn die zalen de laatste decennia gesloten geweest, voor renovatie zoals dat heet. Je weet dus nooit wanneer ze weer opengesteld worden en of de beelden die je intussen zo goed kent er ook weer een plaatsje krijgen. Tenslotte zit er ook heel wat in de kelders en kluizen dat nodig eens afgestoft en afgesopt mag worden zodat we ook die stukken eindelijk eens te zien krijgen. Enfin, eind 2011 was het eindelijk zover en ben ik op zoek gegaan naar “mijn” beelden. Het grootste deel heb ik teruggevonden, maar andere stukken zijn dan weer spoorloos. Ach, wat wil je. In de jaren 1970 bestond er een “Alexander-zaal” maar ik heb die nooit gezien en de beelden kende ik dus alleen maar van de plaatjes. Nu krijg ik toch eindelijk de zg. Alexander-Inopos te zien, waarschijnlijk gemaakt door dezelfde beeldhouwer als die de bekende Venus van Milo gemaakt heeft. Je moet soms wat geduld hebben hé? Je bent trouwens nooit klaar met een museum – er komen altijd stukken bij en andere verdwijnen voor onbepaalde tijd in de catacomben.

Maar, met al die beelden duidelijk op mijn netvlies gebrand was ik hoogst verwonderd toen ik een paar jaar geleden in het Archeologisch Museum van Antalya beelden tegenkwam die ik zo goed uit het Louvre kende. Toen pas drong het tot me door dat er natuurlijk nooit maar één kopie van een Grieks beeld gemaakt werd, maar meerdere en dan wel verspreid over een paar eeuwen. Het is zo logisch en zo vanzelfsprekend dat ik zelf niet begrijp dat ik nu pas tot die conclusie kom!

Het gaat hier om twee duidelijke voorbeelden: Hermes met de sandaal en Diana/Artemis godin van de jacht. De beelden in het Louvre zien er (ik zou bijna zeggen: uiteraard) veel gaver uit, maar ze zijn duidelijk geschoeid op dezelfde leest, gebaseerd op hetzelfde origineel.

Hermes met de sandaal zou een marmeren kopie zijn van het originele brons dat door niemand minder dan Lysippos (de beeldhouwer van Alexander de Grote) gemaakt werd in de 4de eeuw v.C. Beide kopies dateren uit de 2de eeuw n.C. Niets wijst er op dat het hier om Hermes gaat, het kon evengoed een willekeurige atleet zijn, maar de benaming is gebaseerd op een beschrijving van Christodoros van Koptos die in de vijfde eeuw een dergelijk beeld in het gymnasium van Constantinopel gezien heeft. Officieel bestaan er drie kopies: die van het Louvre, eentje in de Glyptotheek van München dat zwaar gerestaureerd is, en eentje in de Glyptotheek van Kopenhagen afkomstig uit de Villa van Hadrianus in Tivoli. Deze gegevens moeten dringend bijgewerkt worden, als je het mij vraagt, want het exemplaar in Antalya hoort duidelijk bij de drie oeuvres thuis. Kijk zelf maar:





































Foto's:   Het Louvre links           -                Antalya rechts

Artemis godin van de jacht, de Romeinse Diana is klaarblijkelijk een kopie van een origineel dat gemaakt werd door Leochares, een tijdgenoot van de beroemde Lysippos, dus ook uit de 4de eeuw v.C., die ook voor het Macedonische koningshuis gewerkt heeft. Artemis wordt hier geportretteerd met een pijlkoker op haar rug en links van haar een hert dat alleen op de kopie van het Louvre te zien is. Beide beelden dateren uit de 2de eeuw n.C. Kijk dus zelf maar wat er bij de een wel en bij ander niet te zien is.




















Foto's:                Het Louvre links           -                Antalya rechts


Toch wel bijzonder als je bedenkt dat deze kopies maar liefst zes eeuwen later gemaakt zijn, een duidelijke erkenning voor de onmiskenbare grootsheid en volmaaktheid die de beeldhouwkunst in de 4de eeuw v.C. bereikt heeft.

23 december 2011

Sagalassos tentoonstelling in Tongeren, België 2x

Intussen ben ik twee maal naar deze tentoonstelling geweest, gewoon door omstandigheden. De eerste keer kwam ik een beetje beteuterd terug want ik had er eerlijk gezegd meer van verwacht ofschoon ik wel het fijne gevoel had van “er weer even te zijn”.  (cfr. ... naar Sagalassos...) 


Er valt veel te lezen op de opeenvolgende panelen zodat iemand die de stad niet kent of er nooit geweest is echt een volledig overzicht van de geschiedenis en de vondsten krijgt. Maar uit de voorwerpen in de vitrines maak ik op dat het Museum van Burdur niet zijn mooiste stukken opgestuurd heeft. Zo zie ik geen enkel beeld uit de schitterende groep die in het grootse Nympheion gevonden is en de twee friezen van het Heroon zijn niet de meest gave van het prachtige stel. Verder wat kleinere beeldjes, geldstukken, lampjes en uiteraard keramiek. Het reuze beeld van Keizer Marcus Aurelius – nou ja, een hoofd en anderhalf been – staat benauwd in een tussenhalletje waardoor je hem ondanks zijn afmetingen nog makkelijk voorbij loopt.

Midden in de ruimte is een schaalmodel van Sagalassos geplaatst, heel herkenbaar, maar jammer dat hij in het wit is op een witte ondergrond. Wat kleur van rode daken bij voorbeeld had het geheel veel meer diepte gegeven, maar ja, wie ben ik? Met behulp van een aantal touch screen computers kun je met knopjes de voornaamste gebouwen opvragen voor uitleg en foto’s, maar er is geen poging gedaan om die gebouwen dan ook op het witte model aan te duiden. Het zou veel sprekender geweest zijn om met een druk op een knopje het betreffende gebouw in het licht te zetten, dan weet je toch meteen waar je bent? Maar goed, ik zal wel weer eens lastig doen…

Rondom deze modelbouw wordt het landschap van Sagalassos geprojecteerd op een scherm van 360 graden; het geluid van de wind vind ik daar wel heel herkenbaar. Verder zijn er een paar schermen met nuttige 3D voorstellingen die voor mij te vlug gingen en ook te kort waren. Voor de kinderen zijn er dan weer een stuk of vijf computers die de geschiedenis van Sagalassos vertellen in een soort Asterix striptekening, maar ik heb er geen kind gezien – wel grote mensen die er mee zaten te spelen.

Dit was het dan … tot dat ik onlangs een tweede maal ging kijken. Tot mijn allergrootste verbazing ontdekte ik bij dit bezoek dat er nog een vervolgdeel op deze expositie was, (vrij) duidelijk aangegeven met pijltjes op de vloer en langs de wand “vervolg tentoonstelling”. Ik kan me haast niet indenken dat die er bij mijn eerste bezoek ook waren – had ik toch moeten zien en ook de vriendin die toen bij me was. Toch niet mogelijk dat we dit allebei gemist hebben?

Enfin, dit is in elk geval de kers op de taart en op zichzelf het bezoek dubbel en dwars waard. De pronkstukken uit het Museum van Burdur zijn inderdaad hierheen gebracht, prachtig opgesteld in een donkere ruimte middenin de floodlights en een veld klaprozen zoals we die rond Sagalassos zo vaak tegenkomen. Zo blijken alle friezen met de Menaden uit het Heroon hier aanwezig te zijn, alsmede het hoofd van de betreffende held waarvan sommige veronderstellen dat het Alexander de Grote moet zijn. Ook een van de meest gave beelden uit het Nympheon van de Boven Agora dat Dionysus met Satyr voorstelt. Verder een paar uitgelezen reliëfs van Zeus en van Poseidon, en dan een vierkanten crematie-urn uit Hellenistische tijd en een grote ronde urn uit de Romeinse tijd. Het kolossale pronkstuk staat dan weer in een andere zaal in het volle licht, namelijk een voet, een stuk been en het gave hoofd van keizer Hadrianus waar men in het British Museum als eerste mee heeft gepronkt! Nee maar, en dit alles had ik zomaar gemist? Niet te geloven toch!

Natuurlijk heb ik ook hier foto’s genomen, te bekijken op Sagalassos/Tongeren, alleen niet van deze laatste pronkstukken want toen had ik mijn toestel niet bij me. Ik moet dus echt nog eens teruggaan en dat kan gelukkig aangezien de tentoonstelling nog tot juni 2012 loopt. Intussen zijn de missende stukken wel te bekijken via de link van mijn bezoek aan het Museum van Burdur zelf.

3 januari 2011

Antalya, TK – Archeologisch Museum

Mijn eerste bezoek aan het Archeologisch Museum is met een groep tijdens mijn eerste verkenningsreis door westelijk Turkije. Tijd is kostbaar en ik loop vrij vlug door de prehistorie naar de hellenistische afdeling, want volgens de kaart is de kust hier bezaaid met oude Griekse en Romeinse steden, met klinkende namen als Perge, Aspendos en Side. Ik had geen idee tot nu toe dat er zoveel te zien en te ontdekken is!

In het najaar van 2006 en voorjaar 2007 ben ik weer even terug, maar ook dit is telkens in groepsverband. Al steek ik er telkens weer iets nieuws van op, toch wil ik dit Museum eens op mijn eigen tempo bezoek. Dat lukt eindelijk in het voorjaar van 2009.


Het is altijd weer een feest om hier binnen te gaan en ik verheug me er weer eens bijzonder op. Ik heb zo het idee dat ik het museum nu wel van buiten ken, maar wat mooi is blijft altijd mooi hé? Elke keer kom ik toch weer iets nieuws tegen, nieuw in die zin dat ik er de vorige keren overheen gekeken heb of gewoon nog geen belangstelling voor had.

Zo worden er trots een aantal archeologen in de schijnwerpers gezet, namen die me niets zeiden tot ik nu Cevdet Bayburtluoğlu tegen kom, de man die de opgravingen in Arykanda voor zijn rekening genomen heeft en wiens gids mij heel wat details verschaft heeft over de opgravingen in Lycië. Nu is dat als het ware een oude bekende.
                                                           
Het museum is schitterend ingericht. Daar waar de witmarmeren beelden uit Perge staan, zijn de wanden terracotta geschilderd zodat ze volledig tot hun recht komen. Bovendien worden ze van een speciale verlichting voorzien die aangaat als je erlangs loopt en iets later weer uitgaat. Een lust voor het oog! Het zijn allemaal bekenden uit de 2de eeuw, Romeinse kopieën van Griekse originele: Zeus, Afrodite, Tykne, Athena, Nemesis, Itygieia, maar ook de beroemde Hermes die zijn sandaal vastmaakt en Artemis/Diana, Romeinse kopieën waarvan ik  in het Louvre al een versie heb zien staan.

Verderop kom ik de Romeinse keizers tegen: Trajanus, Hadrianus en Septimius Severus, ook uit de 2de-3de eeuw.

Daarachter, in de groenmarmeren zaal, sta ik plots oog in oog met een reuzenbeeld van Alexander de Grote. Nee maar, als ik me daaraan verwachtte! Dit is ook uit Perge afkomstig met de overblijfselen van een tempel met prachtige friezen. Ik bedenk dat ik toch zelf eens een kijkje in Perge zal moeten gaan nemen – wat ik een paar jaar later ook doe. Helemaal achteraan is een zaal voorbehouden aan een rijke selectie sarcofagen, waarvan er twee bijzondere exemplaren uit de 2de eeuw geweid zijn aan Heracles. Het zijpaneel van een hiervan is onlangs door het Getty Museum terug geschonken. Ja, er zal wel eens iets op de zwarte antiekmarkt verdwijnen want er is ook zoveel kunst en zo weinig toezicht bij de opgravingen. Ook de sarcofaag van Domitias Julianus en Domitias Philiska is heel bijzonder en doet denken aan de Etrusken zoals beide marmeren figuren op de deksel geportretteerd zijn. Ik kan mijn geluk niet op en ben ontzettend blij dit allemaal gezien te hebben, dan moeten de etnografische afdeling en de muntencollectie er maar bij inschieten.                           

Tussen de sarcofagen zoek ik nu ook naar die ene die deel uitmaakte van de Lyciarch Mausoleum uit Olympos, dat ik daar gezien heb. Op de deksel hoort een echtpaar aan een banket aan te liggen, maar ik kan hem niet vinden – misschien in de opslagruimte?

Ook bekijk ik de stukken uit de Tempel uit Limyra waarvan de beste delen hier onderdak gevonden hebben, samen met die ene bijzondere kariatide van het Heroon dat voor de Lycische Koning Pericles in de 4de eeuw v.C. opgericht werd. Het een vult zo het ander steeds meer aan.
                                   
Het klapstuk is en blijft onvermijdelijk de zaal waar Alexander de Grote staat, nu vergezeld van een reuze Hermes – die ik blijkbaar over het hoofd heb gezien. Wat wil je, als ik tegenover Alexander sta zinkt de rest van de wereld in het niet hé? Ook bekijk ik nu heel bewust het beeld van Plancia Magna, demiurg van Perge (letterlijk, werker in dienst van het volk, een soort gouverneur dus), dat rond 120 n.C. op een ereplaats binnen de Hellenistische stadspoort van die stad geplaatst werd. Het voetstuk staat trouwens nog in situ. Zo geëmancipeerd waren ze toen toch wel hé? Nou ja, deze Plancia Magna was ook nog eens priesteres van Artemis en van de Moeder der Goden.
                                   
Even bijkomen op het uitnodigende terras op het binnenplein met thee en water. Daarna loop ik nog even door de aanpalende tuin waar stukken liggen die net niet waardevol genoeg zijn om binnen een plaatsje te krijgen blijkbaar. Ik verbaas me wel over de collectie reuzenamforen die in de gaanderij rond het museum opgesteld staan want er zijn er zoveel die nog helemaal puntje gaaf zijn! Niet te geloven hoor!