Posts tonen met het label Cleopatra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cleopatra. Alle posts tonen

16 januari 2016

Een kijkje in het nieuwe Acropolis Museum

Eindelijk heb ik zelf een kijkje kunnen nemen in het nieuwe Acropolis Museum in Athene – echt de moeite waard.

Natuurlijk draait alles rond de friezen en reliëfs van het Parthenon die hier een veilig onderdak gevonden hebben, maar dat geldt ook voor reliëfs uit het tempeltje van Niké dat nu bijna helemaal gerestaureerd is, en voor de Kariatiden van het Ereichteion.

Veel stukken, zoals de friezen van het Parthenon die nu ongeveer op ooghoogte staan kun je nu uiteindelijk veel beter zien dan voorheen boven de tien meterhoge zuilen en in het fronton. De mankerende panelen, en dat zijn er toch heel wat, zijn vervangen door blekere copies. De originele friezen staan grotendeels in het British Museum in Londen en ook een paar in het Louvre in Parijs. Maar hier is dus het hele verhaal echt wel duidelijk af te lezen.

Het museum is modern van opzet, met heel veel glazen buitenwanden die een zee van licht binnenlaten. Van hier binnen (en buiten van op het terras waar je kunt verpozen voor een koffie of een verfrissing) heb je trouwens mooi zicht op de Acropolis zelf.

In de afdeling archaïsche kunst mag niet gefotografeerd worden. Dat is jammer, zeker omdat daar ook een aantal koré’s en kourossen staan samen met een kopie die helemaal ingekleurd is zoals het origineel er ooit uit heeft moeten zien. Wel heel erg bijzonder om zoiets te zien natuurlijk.

Hier staat ook het overbekende trireem reliëf tentoon dat al in de 5de eeuw v.C. gemaakt werd. En natuurlijk het hoofd van de jeugdige Alexander dat op de Kerameikos (begraafplaats) van Athene gevonden werd, waarschijnlijk gemaakt door Leochares tussen 340 en 330 v.C. Er is ook een aparte kamer ingericht voor de vondsten uit het heiligdom geweid aan de Grote Goden in Samothrace met interessante toewijdinginscripties van Arsinoe III, dus zus van de beroemde Cleopatra, maar ook van Alexander IV (zoon van Alexander de Grote) en Philippus III Arrhideus (de achterlijke halfbroer van Alexander de Grote) die beiden na de dood van Alexander de Grote in naam tot koning gepromoveerd werden zonder ooit zelf te regeren.

Het entreekaartje is trouwens gecombineerd met dat van de Acropolis zelf.

1 november 2013

Het Louvre, Parijs

Een veel te groot museum om zomaar even te bezoeken.
In de laatste veertig jaar of zo ben ik er tientallen keren binnen geweest, de ene keer om de uitgebreide schilderijencollectie te bewonderen, dan weer voor de Franse beeldhouwkunst ten tijde van Lodewijk XIV, of de andere keer voor de oudhedenverzameling van de Soemeriërs tot de Romeinen, via de Assyriërs, Babyloniërs, Egyptenaren, Etrusken en de Grieken. Vóór de bouw van de centrale piramide moest je eindes lopen van de ene vleugel naar de andere, en zo ben ik wel eens verdwaald tussen de antieke meubels en de snuifdoosjes, Holbein en Erasmus op de zolderkamertjes, en de Koptische relikwieën in de kelder. Over de jaren zijn er stukken uit de collecties verhuisd naar de catacomben van het museum, terwijl er andere dan weer te voorschijn kwamen. Een bezoek is en blijft dus altijd een uitdaging.

Mijn voorkeur gaat natuurlijk uit naar de Grieks-Romeinse afdeling die onlangs helemaal gerenoveerd werd. Dat was eigenlijk hard nodig want veel beelden schreeuwden gewoon om een sopje! Maar na de herindeling heb ik echt wel moeten zoeken om bepaalde stukken die mij zo vertrouwd waren terug te vinden.

Tegenwoordig zijn bij voorbeeld alle terracotta beeldjes, al dan niet bestempeld als Tanagra-beeldjes, in eenzelfde zaal bijeengebracht. Hier staan pure juweeltjes met alledaagse tafereeltjes van mannen, vrouwen en kinderen, artiesten, godinnen, cupidootjes, en zelfs poppen met bewegende ledematen. Het meest opvallende terracotta vind ik dat van de Blauwe Dame uit 330-300 v.C. die door niemand minder dan Praxiteles is bewerkt. Hier staat ook het laatarchaïsche bronzen beeld van Apollo van Piombino, iets kleiner dan levensgroot met schitterend uitgewerkte haartooi.

De grote bazaltsteen met de wetten van de Babylonische Koning Hammurabi die geschreven zouden zijn rond 1772 v.C. is een must voor elke bezoeker, maar ook de hoogreliëfs uit de Assyrische paleizen van Khorsabad uit de 8ste eeuw v.C. die gevleugelde stieren met mensenhoofd voorstellen zijn een bezoek waard. Uit het Paleis van Darius I in Susa zijn er hele wanden van geglazuurd baksteen gehaald met daarop kleurrijke taferelen van gewapende soldaten, edele leeuwen en gevleugelde stieren, en ook een kapiteel met twee stierenkoppen dat ooit op de cederhouten zuilen van het paleis rustte.
Bijzonder is ook de eerste steen die gelegd werd door Darius I bij het graven van het kanaal dat de Nijl moest verbinden met de Rode Zee (522-486 v.C.). Soemerische priesters uit ongeveer 2500 v.C. met hun typische veren rokken die je met grote blauwe ogen aankijken en Bactrische prinsessen en godinnen in hun kaunakès van dezelfde oorspong. Drinkbekers, juwelen, en andere kleinere huishoudelijke voorwerpen mag je natuurlijk ook niet missen.

En zo beland ik dan in mijn knollentuin, de Grieks-Romeinse afdeling want al zijn veel beelden van oorsprong Grieks, we danken hun overlevering aan de vele Romeinse kopieën. Topkwaliteit is natuurlijk dat ene fries van het Parthenon in Athene, in mijn ogen mooier dan alle andere die in het British Museum staan. Beelden van Venus, Apollo, Aphrodite, Hermes, Athena en atleten worden afgewisseld met bustes van Plato, Socrates, Aristoteles, Pittacos en de knappe Antinoüs, de lieflijke Aphrodite uit Tralles en een bronzen Pan. Ik tref het met de lage zon die alle beelden weer tot leven lijkt te brengen.

En dan bereik ik in een hoekje dat voor mij heel belangrijk is waar minder gekende beelden staan van Alexander de Grote, maar ook van zijn opvolgers zoals Seleucos I Nicator, Ptolemeus I Soter, Ptolemeus II Philadelphus, Ptolemeus III Euergetus, Demetrius Poliorketes, Arsinoe II Philadelphus en Cleopatra, met uiteraard de onvermijdelijke Demosthenes. Hier staan nu ook de pilaren afkomstig van de Agora van Thessaloniki eind 2de/begin 3de eeuw met kariatideachtige figuren die ik voor het eerst gezien heb tijdens de tentoonstelling over Alexandre le Macédonien en nu dus definitief uit de kelder gehaald zijn. De beroemde Azara Hermes van Alexander de Grote, heel waarschijnlijk een kopie van Lysippos uit de 1ste/2de eeuw afkomstig uit Tivoli (Italië) mag ik niet missen. Vroeger stond hij in een donker hoekje en in tegenlicht bovendien, nu weer centraal maar jammer genoeg achter glas. Ook de jonge Alexander staat achter glas met een heel ongelukkige weerspiegeling. Zo is het altijd wat.


Zoals gezegd is dit slechts een deel van de enorme collectie van het Louvre natuurlijk. Ik geloof dat als je er elke dag naartoe zou gaan, je toch een jaar nodig hebt om echt alles te zien – en ik bedoel dan niet zo maar wat rondkijken.

[Klik hier om alle foto's van het Louvre te bekijken]

3 mei 2013

Cleopatra, De Eeuwige Diva in Bonn


Niemand is zo controversieel als de beroemde Cleopatra, t.t.z Cleopatra VII, laatste koningin van Egypte, die regeerde van 69 tot 30 v.C. Haar schoonheid is legendarisch, ofschoon als je sommige beelden van haar ziet je dat wel in twijfel gaat trekken. Zeker is echter dat ze heel intelligent en heel verleidelijk was, maar ook sluw, onvoorspelbaar en absoluut zeer moedig.

Haar beroemde en beruchte leven hebben schrijvers, schilders en musici de eeuwen door geïnspireerd, om de film producers niet te vergeten. Iedereen creëerde zo zijn eigen beeld van Cleopatra, al dan niet geprojecteerd tegen de culturele, politieke en sociale achtergrond van zijn tijdperk.

De tentoonstelling Cleopatra, De Eeuwige Diva in Bonn die nog loopt t/m 6 oktober 2013, probeert wat helderheid in te krijgen in de complexe figuur van Cleopatra. Men krijgt hier een inzicht van de vele gezichten van Cleopatra, van de oudheid tot de huidige popcultuur. Aan de hand van beeldhouwwerken, schilderijen, foto’s, films en video’s kan de bezoeker zelf zijn keuze maken.
Parallel met deze tentoonstelling heeft men op het dak van de Kunsthal een oosterse tuin aangelegd met daarin de essentiële elementen die teruggaan op de tijden van de Ptolemëische koningen. De Koninklijke tuinen van Alexandrië waren een onmisbaar onderdeel van het prachtige paleis

3 juli 2012

Het graf van Koning Philippus II van Macedonië in Vergina

Aan de hand van een schaalmodel wordt de opbouw en indeling van het graf van Koning Philippus II van Macedonië duidelijk gemaakt: een grote dubbele deur, geflankeerd door twee of vier halve zuilen, gaf toegang tot een rechthoekig voorportaal, met daarachter de feitelijke grafkamer.

Er loopt hier een brede houten trap naar beneden, naar de indrukwekkende ingang van het graf. De façade staat volop in de spotlights en ik voel me erheen aangetrokken als en mot naar het licht. De grote beschermende glazen of plexiglas wand valt me pas later op. Ik heb alleen maar oog voor de majestueuze entree met haar frisse, uiterst fijne kleuren. Ik ben even teleurgesteld dat ik niet binnen mag, maar zoveel mensen zouden de temperatuur in de ruimte omhoog drijven en de decoratieve verflaag aantasten. Begrijpelijk is het dus wel. Ik staar vol bewondering naar de heldere kleuren die de eeuwen getrotseerd hebben. De gesloten deur is geflankeerd door twee Dorische zuilen in half reliëf met aan weerszijde een platte zuil met bovenop blauwe en rode afwerking. Daarboven zijn de trigliefen donkerblauw geschilderd met dito druppels, rustende op een felrode rand. Als een kroon op geheel loopt over de hele breedte (5,60 meter) een fresco dat een jachttafereel voorstelt, in volle actie in een bosrijke omgeving. Ook dit is van hoogstaande kwaliteit met schitterende pastelkleuren. Een van de jagers te paard zou mogelijk Alexander voorstellen. Het geheel zit geklemd tussen een ajourrand van afwisselend rood en blauw, en ook daarboven zijn de reliëfranden ingekleurd alsof het gisteren gebeurd is. Ik sta me te vergapen aan deze kleurenrijkdom, die ik even helemaal voor mezelf alleen heb, alsof ik op een speciale audiëntie ontvangen word. Ik ben er helemaal van onder de indruk als ik na verloop van tijd de kreunende trap weer oploop. Een complete verrassing, want ik had wel gelezen over de vondsten in het graf maar dat de tombe zelf zo indrukwekkend en zo veelkleurig was, daar had ik geen idee van!

Het lichaam van Philippus is volgens het toen geldende Macedonisch gebruik gecremeerd. De overgebleven botjes zijn in wijn gewassen en keurig in een doek gewikkeld die dan zorgvuldig in een gouden kist of larnax geplaatst werden samen met zijn koningskroon van gouden eikenbladeren. Deze larnax staat hier te pronken met zijn 7,820 kilo gehamerd puur goud! Bovenop de deksel is het Macedonische stersymbool met 16 stralen aangebracht tussen twee rozetten gevuld met blauw email. Aan de zijkanten zijn reliëfs met palmetten en lotusknoppen te zien met dwars in het midden een doorlopende rij geëmailleerde rozetten. De poten van de kist zijn ook weer met rozetten versierd die eindigen in leeuwenpoten. Wat een pracht!

De eikenbladeren kroon waar alle spotjes op staan is de zwaarste en meest indrukwekkende uit de Griekse oudheid. Voor wie het precies wil weten: hij telt 313 blaadjes en 68 eikeltjes, en weegt precies 714 gram a.u.b.! Dit zijn uiteraard de grote blikvangers want je kunt er niet naast kijken, maar er staat nog meer. Zo bv. het leren kuras van Philippus dat met ijzer en goud beslagen en bewerkt is, zijn gouden pijlkoker waarop gevechten in volle actie uitgebeeld zijn die doen denken aan Scythische reliëfs, zijn ingelegd zwaard en zijn enorm schild (nou ja, ik vind het enorm want ik had niet verwacht dat het zo groot zou zijn, zeker 1 meter diameter. Hij moet wel heel sterk geweest zijn, hoor!). Buiten zijn persoonlijke wapen bezittingen zijn er ook een groot aantal kostbare gebruiksvoorwerpen bijgezet in het graf, zoals bronzen kommen, schalen en vazen, zilveren wijnkannen en zeefjes, bronzen lampen, enz. Sommige objecten zien er trouwens ook weer zo gaaf uit alsof ze pas gisteren gemaakt zijn.

Het houten banketbed is wel zwaar aangetast door de tand des tijds, maar de glazen, gouden en ivoren versieringen zijn goed bewaard gebleven. Over de lange kant van de bank liep een fries dat een koninklijke jachtpartij voorstelde waar Philippus zelf aan deelnam, maar ook zijn zoon Alexander en andere Macedonische edelen. Wat Alexander betreft is dit het enige portret waarvan men met zekerheid weet dat hij er voor geposeerd heeft. Men heeft geprobeerd om deze bank te reconstrueren en de stukjes van de puzzel op hun plaats te zetten. Wat een monnikenwerk!

In de antichambre van het graf van Philippus heeft men nog een, weliswaar kleinere, gouden larnax gevonden met dezelfde Macedonische sterversieringen, waarin de resten van een vrouw lagen gewikkeld in een purperen met goud bestikte doek. Men veronderstelt dat het om zijn laatste vrouw, Cleopatra, gaat. Ook hier werden kostbare gouden kronen en diademen gevonden, onmiskenbare getuigen van de weelde van de overledene. De houten banketbank in deze ruimte is ook vergaan maar de fijn uitgewerkte ivoren figuurtjes met gouden haar en accessoires getuigen van uiterst kundig vakmanschap.

Ik loop hier een paar maal terug en nog eens rond. Alles fonkelt en schittert zo mooi in de felle spotjes die de voorwerpen te voorschijn toveren. Het komt zeer koninklijk en waardig over en men zou bijna vergeten dat deze voorwerpen 2.500 jaar onder de grond gezeten hebben. Wat een voorrecht om dit te mogen zien! Wat een genot!

12 november 2010

De Onsterfelijke Alexander de Grote. Het Hermitage Museum in Amsterdam

Een mens krijgt heel wat te verwerken op zo een tentoonstelling, ik in elk geval, vooral aan indrukken. Dat was te verwachten natuurlijk, want Alexander de Grote is zeker “onsterfelijk” en met regelmatige tussenpauzes steekt hij in de geschiedenis steeds weer de kop op. We weten dat de Romeinse Keizers een grote bewondering voor Alexander hadden. Naar verluidt moest Caesar een traantje wegpinken toen hij aan zijn graf stond en Caligula zowel als Caracalla presteerden het zelfs zich te verkleden met Alexanders wapenuitrusting! In de Middeleeuwen ontstond dan de Alexander Roman, een bundel met de meest fantastische verhalen die grotendeels verzonnen waren. De Perzen beelden hem daarna af als “Iskander met de Twee Horens” in hun met kleurige tekeningen verluchtte geschriften. Dichter bij huis waren het Catharina de Grote van Rusland en Lodewijk XIV van Frankrijk die zijn naam en daden verheerlijkten.

Vandaag de dag ontleden we Alexanders leven en erfenis met een uiterst kritisch oog dat dikwijls weinig ruimte voor verbeelding of zelfs waardering overlaat, maar dit alles neemt niet weg dat Alexander de toenmalige wereld wel op zijn kop gezet heeft en voor altijd zijn stempel heeft gedrukt op de landen waar hij doorheen getrokken is. Helemaal bewust zal dat niet geweest zijn volgens mij, want wie kon nu zo een ommekeer als het Hellenisme voorspellen? Dagelijks en bijna onopgemerkt zien wij de vele sporen van dit Hellenisme, een “vergrieking”, vooral in de bouwkunst. Kijk maar eens naar de gevels van kerken, kathedralen, villa’s, musea, paleizen e.d. Hoe dikwijls zien we daar niet volgens Grieks model zuilen met bijpassend fronton aan de voorgevel? Hoeveel beeldhouwers van Europa tot China tot Amerika hebben hun figuren niet afgekeken van de Grieken? Hoezeer beroerden deze invloeden het dagelijkse leven van toen en nu!

Onnodig om te zeggen dat mijn verwachtingen hooggespannen zijn als ik ‘s ochtends als eerste om 10 uur ’s ochtends het Hermitage Museum binnen ga, een oud 17de-eeuws gebouw dat van binnen heel modern is ingericht, alles keurig verzorgd en met zeer vriendelijk personeel – ook wel prettig.
Nou, daar staat me wel voor zeven stuivers hoor! De tentoonstelling begint met De Mythe van Alexander de Grote. De 17de-eeuwse schilderijen met Alexander, ter illustratie van de mythe die hij achterliet, kunnen mij gestolen worden want in mijn ogen geven deze voorstellingen een overdreven en misvormd beeld. Pietro Antonio Rotari die Alexander met Roxane portretteert. Sebastiano Ricci die het waagt om Alexanders hofschilder Apelles neer te zetten terwijl deze Campaspe schildert. Charles Le Brun een uitstekend schilder uiteraard en Lodewijk XIV wist ook wel wat mooi was, maar het beantwoordt gewoon niet aan wat IK van Alexander zie of wil zien. Aan de tegenovergestelde wand hangen gravures van Antoine Marie Melotte (een Luikenaar nog wel) die de taferelen van Le Brun in hout weergegeven. Achter in de zaal pronkt dan nog een schitterend wandtapijt van Brusselse makelij (1661-1695) met daarop Alexander en de familie van Koning Darius, maar voor mij begint het feest pas echt bij de Hellenistische en Romeinse beelden. Hier gaan mijn ogen met recht op steeltjes staan!

Dit is het deel dat gaat over Alexanders werkelijkheid. Er wordt een beeld geschetst van de wereld waarin Alexander opgroeide in Macedonië, te midden van zijn goddelijke voorvaders en zijn heldenvoorbeelden. De twee reuze beelden, Romeinse kopies van Griekse originele, zijn de grote blikvangers, het ene van Heracles met de appels (2de eeuw) en het andere van Dionysus/Bacchus (ook 2de eeuw n.C. volgens een Grieks origineel uit de 4de-3de eeuw v.C.). Zelf vind ik de kleinere Heracles die een Nemeïsche leeuw de nek omdraait (2de-3de eeuw n.C.) nog mooier, zo gespierd, zo echt. Verder staat hier een vrij volledig marmeren beeld van de jeugdige Eros die op het punt staat om de pijl van zijn gespannen boog te schieten. Ook dit is een Romeinse kopie, net als het dito beeldje dat ik ken uit het Louvre in Parijs. Leuk om zo zijn broertje tegen te komen! En achteraan kom ik twee voor Alexander bekende namen tegen, namelijk Aischinos die hier op een marmeren medaillon uitgebeeld staat uit 150 n.C., en de onvermijdelijke kop van Demosthenes, een Romeinse kopie uit 100-125 naar een Grieks origineel van Polyeuktes.


In de vitrines zijn wapens en wapenuitrustingen te zien met o.a. een opvallend 16de-eeuws stalen kuras bedekt met benen schubben en versierd met soldaten- en leeuwenkoppen, een patroon dat tot de oudheid is terug te brengen. Als contrast pronkt hier dan een enorme Griekse borstplaat met in het midden een vervaarlijk kijkende Medusa kop, een juweel daterend uit de 5de-4de eeuw v.C. dat gevonden is het noordelijke Zwarte Zeegebied.

Verder een geselecteerde verzameling Griekse vazen, meestal van het type met figuren op een zwarte ondergrond, zoals de hydria uit ong. 500 v.C. met Achilles en Polyxena of de volutenkrater met een offerscene die in Apulië (Zuid-Italië) gevonden is en uit 340-330 v.C. dateert. De figuur van Achilles staat natuurlijk centraal, zoals op de bijzondere hydria met zwarte figuren die op terracotta ondergrond te zien zijn, en waar hij zich over het lichaam van Hector buigt, afkomstig uit Attica rond 510 v.C., een overbekend tafereel.

Hoogtepunt in dit onderdeel van de tentoonstelling wordt bestempeld als zijn reis, een woord dat blijkbaar de voorkeur heeft op “veroveringen”. Via interactieve kaarten en computers kan de tocht van Alexander op een groot scherm gevolgd worden, maar voor mij gaat dit echt te snel en ik vraag me dus af of iemand die hier voor het eerst kennismaakt met Alexander de Grote dit wel kan volgen. Dat betwijfel ik hoor!

Gelukkig is men hier wel chronologisch tewerk gegaan, beginnend bij Alexanders overtocht naar Klein-Azië, het huidige Turkije, via Syrië naar Egypte, en vandaar naar Perzië en Babylonië, om uiteindelijk in Bactrië (in het noordoosten van Afghanistan) en zelfs India te belanden. We zien niet alleen wat Alexander gezien kan hebben, maar eerder de sporen die hij achtergelaten heeft, t.t.z. de Griekse invloed op de plaatselijke kunst en op de plaatselijke levensstijl en gebruiken. Hier staan stukken die ik natuurlijk nooit eerder gezien heb, want daar moet je echt voor naar de Hermitage in St. Petersburg gaan en dan nog maar hopen en bidden dat je ze daar daadwerkelijk te zien krijgt!

Ik kan hier slechts een paar voorbeelden uit naar voren brengen. Zo bij voorbeeld een klein marmeren kopje van Alexander zelf uit de 1ste eeuw v.C. uit Klein-Azië, uiteraard een Romeinse kopie van een Grieks origineel (heel waarschijnlijk Lysippos) en hoewel vrij gehavend toch heel sprekend. Dan een zogenaamde portretstudie van een der Ptolemeërs uit Egypte (3de-1ste eeuw v.C.) als illustratie van de stempel die Alexander en zijn generaal Ptolemeus en nazaten op Egypte hebben gedrukt. Er ligt ook een keur aan camee’s van sardonyx, en dat zijn er nogal wat! Ik herinner me bij voorbeeld Alexander op everzwijnenjacht uit de 1ste eeuw n.C. (uit Italië), die van Alexander Helios, zoon van Cleopatra VII en Marcus Antonius, in de gedaante van Horus-Harpocrates ook uit de 1ste eeuw v.C. (uit Egypte), het dubbelportret van Ptolemeus II Philadelphos met Arsinoë II uit de 3de eeuw v.C. de zg. Gonzaga camee (uit Alexandrië), de triomf van Dionysus uit de 1ste eeuw v.C. (ook uit Alexandrië) en de uiterst fijn uitgewerkte Zeus met bruin krulhaar uit de 3de eeuw v.C. (ook weer uit Alexandrië). Plaatjes van al deze pronkstukken zijn te vinden bij het Beeldmateriaal van de Hermitage.

Ergens tussen al deze opwinding wordt mijn aandacht verstoord door een gids die drie zalen verder luidkeels zijn uitleg aan het geven is. Moet dat nu zo keihard?! Vreselijk zoiets, want ik kan mezelf niet meer verstaan! Ik ben helemaal ontnuchterd en uit de ban van mijn verhaal en besluit dan maar even een pauze in te lassen en de koffiekamer op te zoeken.

Als ik terugkom is de storm gelukkig geluwd en kan ik de draad weer oppakken. Het wordt weer spannend! Bij de Egyptische afdeling kom ik uiteraard Cleopatra VII van Egypte tegen, een lieflijk basalten beeldje uit 51–30 v.C. met zeer duidelijke Hellenistische trekken. Dit is natuurlijk de Cleopatra die we allemaal kennen en die algemeen als Egyptische koningin betiteld wordt, terwijl ze toch echt Macedonisch bloed van de eerste Ptolemeus in haar aderen had. Ik verneem hier ook dat ze buiten Caesarion, de zoon die ze met Caesar had, nog drie kinderen gehad heeft en dan van Marcus Antonius: een zoon Alexander Helios (zie hierboven) en een tweeling, een meisje en een jongen. Na haar dood zijn die kinderen opgevoed door de zus van Octavianus, de keizerlijke overwinnaar, waarna ze helemaal in het niet verdwijnen. Dat weet ik dus ook weer.

Ik kijk ook heel verwonderd naar een bronzen kopje van “een hellenistische heerser met helm”, dat Egyptisch aan doet maar het niet is. Het is waarschijnlijk afkomstig uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied en zou uit de 2de–1ste eeuw v.C. dateren.

En dan sta ik onverwachts tussen levensgrote koppen, Romeinse kopies uiteraard zoals de marmeren buste van Achilles die wel iets van Alexander weg heeft naar een origineel uit 170-160 v.C., en de kop van Meleagros naar een Grieks origineel uit 350-340 v.C. Frappant en duidelijk Hellenistisch is ook de marmeren kop van Mithridates VI Eupator uit Pergamon die uit 90-80 v.C. dateert. Het fragment van een reliëf afkomstig uit Iran vraagt ook om aandacht: het stelt een bewaker van het koninklijk paleis voor uit ong. 500 v.C. behorend tot Xerxes of Darius. Mooi om zoiets nu eens van dichtbij te zien.

Tussen al die beelden en beeldjes ligt natuurlijk ook een hele collectie munten verspreid uit alle hoeken van Alexanders Rijk. Eerst en vooral munten met afbeeldingen van Alexander zelf met ramshorens, leeuwenkop of olifantenhuid, en van zijn opvolgers en latere afstammelingen in vergelijkbare uitrusting. De gouden stater met Alexander uit Macedonië is een onvermijdelijke blikvanger. De Bactrische munt waar de koning een soort tropenhelm draagt is meteen een bekende houvast voor mij. Oorspronkelijk werden er natuurlijk goden en godinnen op de geldstukken afgebeeld en er ligt dan ook een heel bijzonder zilveren stuk waar het hoofd van Zeus op prijkt, maar als je goed kijkt zie je dat zijn haar allemaal eikenbladen zijn! Als dat nu niet apart is!

Verder was de overwinningsgodin Nike heel populair, niet alleen op de munten (er ligt een schitterend gouden exemplaar!) maar ook in de juwelen zoals de gouden gevleugelde oorbellen uit het midden van de 4de eeuw v.C., een typische Griekse voorstelling waarvan men vermoedt dat hij gebaseerd is op een dito monumentaal beeldhouwwerk. Allerliefst vind ik de gouden oorbellen waar een hangertje aan bengelt met daarop een duifje dat bij elke beweging heen en weer balanceert. Het duifje is bekleed met gekleurd glas en hessoniet (soort kaneelkleurig kwarts). Dit juweel zou uit Alexandrië komen, 2de eeuw v.C. Nou dat zou ik wel willen hebben hoor! Wat een schatje!

De godin Athena is uiteraard ook vertegenwoordigd en bij de juwelen ligt er dan een soort zegelring waarop Athena Nikeforos staat afgebeeld. Ook dit is zuiver Grieks en afkomstig uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied, eind 4de eeuw v.C. Wat een vakmanschap in die dagen!

En nu we het toch over goud hebben, wil ik even stil blijven staan bij een paar uitschieters. Zo bij voorbeeld een uiterst gave gouden kom met handvatten in de vorm van dieren uit Perzië uit de 5de-4de eeuw v.C.; of de gouden pijlkoker (gorytos) met taferelen uit het leven van Achilles die ook uit het Noordelijke Zwarte-Zeegebied komt en gedateerd wordt op 350-325 v.C.; en tenslotte een van de vele gouden Griekse olijfkransen uit hetzelfde gebied, midden 4de eeuw v.C. – er moeten er heel wat geweest zijn, want je komt ze toch heel regelmatig tegen! Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht.

Verder zijn hier allerhande gebruiksvoorwerpen te zien zoals bronzen en zilveren serviesgoed, met o.a. een zeer fijn uitgewerkte zilveren drinkschaal (kylix) met in de bodem een afbeelding van Helios op zijn strijdwagen of een bronzen versiersel van een strijdwagen met daarop een zuiver Hellenistisch gezicht (beide uit de 3de eeuw v.C.). Ook een gouden torque uit Oost-Iran, 5de-3de eeuw v.C. vraagt om aandacht. Al met al gewoon teveel om op te noemen, maar absoluut de moeite van het bekijken waard. Tja, ik ben natuurlijk helemaal in mijn knollentuin!

Het vervolg van de tentoonstelling is op de bovenverdieping ondergebracht. Dit deel gaat, uitsluitend over Alexanders erfenis, ofschoon ik hier meer overtuigend materiaal had verwacht. Er zijn een aantal papyrusteksten te zien die in het Grieks geschreven zijn ter ondersteuning van het feit dat de Griekse taal tot na de algemene islamisering van het Midden-Oosten nog gebruikt werd. Aansluitend gaat men dan over naar de middeleeuwse geschriften met o.a. de Alexander Roman en de miniatuurillustraties van Iskander in de Perzische literatuur in de 15de en 16de eeuw – bijzonder omdat de documenten zo oud zijn en toch zo goed bewaard, maar verre van het “Griekse” beeld dat algemeen van Alexander bekend is.

En zo belanden we onwillekeurig in de pracht en praal van het Russische Hof, die ik zelf overdreven vind zoals bij voorbeeld het Alexanderbeeldje dat eind 18de eeuw uit walrusbeen gesneden is – een miezerig ventje hoor! Beter geslaagd is dan de enorme pronkklok van gegoten brons uit het einde van de 19de eeuw waar Alexander (zeer idealistisch) uitgebeeld wordt terwijl hij aan het lezen is. De anekdote die hierbij hoort vertelt hoe hij met zijn boek in de ene hand, in de andere hand een ijzeren bal hield die wanneer zijn aandacht verslapte of wanneer hij in slaap dreigde te vallen met luid kabaal in de onderstaande kom viel waardoor hij weer klaarwakker werd en zijn lectuur kon voortzetten. Leuk gevonden hoor, maar het is een sierlijke, lieftallige en knappe Alexander die hier uitgebeeld wordt. Alle foto’s en plaatjes laten alleen zijn gezicht zien, jammer want ik vergaap me aan zijn hele houding, zijn fijne sandalen, zijn elegante stoel met ertegen leunende wapenuitrusting, om nog maar te zwijgen van de reliëfs die rondom het voetstuk lopen!

Om te tonen dat Alexander de Grote ook nu nog actueel is, wordt hier tenslotte gelukkig verwezen naar de film die Oliver Stone in 2004 maakte. Ik zeg wel “gelukkig” want die film is door vele kenners en leken afgekeurd en danig bekritiseerd, zeer ten onrecht volgens mij. De oude film met Richard Burton heeft lang zoveel kritiek niet gekregen en die is echt vreselijk om aan te zien!

Nou dat was het dan. In de brede gang terug naar beneden hangen een viertal monumentale foto’s, fotografische interpretaties van Alexander gemaakt door Erwin Olaf. Deze man heeft volgens mij helemaal begrepen waar het om ging toen hem gevraagd werd om voorwerpen van de tentoonstelling samen te smelten met foto’s van een echt model. Dit is grote kunst en verdient dan we hier even bij blijven stilstaan… Trouwens een van de foto’s staat ook op het affiche van de tentoonstelling. Moest hij het weten, dan zou Alexander best gevleid zijn!

Deze tentoonstelling doet zijn naam echt wel eer aan: De onsterfelijke Alexander de Grote. Deze man heeft met recht de eeuwen getrotseerd en 2.300 jaar na zijn dood leeft hij nog steeds voort in onze verbeelding. Als dat niet “onsterfelijk" is ...
oktober 2010