26 december 2013

India belichaamd, in het kader van Europalia India

Deze tentoonstelling focust op het lichaam zoals dat in door de eeuwen heen in India benaderd werd. Alle facetten worden hierin belicht en toegelicht, van geboorte tot de dood tot wedergeboorte; ook de lotsbestemming, de menselijke krachten en zwaktes, tot in de uiterste ascese. 

Europalia India loopt in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel t/m zondag 5 januari 2014, dus wie belangstelling heeft voor dit land en zijn intrigerende cultuur kan er nog terecht want er zijn kunstwerken te zien die nooit eerder het land verlaten hebben.



Zelf ben ik er met een heel andere bedoeling naartoe gegaan, en wel om naar de sporen van het Hellenisme in India (dank zij Alexander de Grote) te vinden, want die zijn er al moet je met een kritisch oog rondlopen. Ik heb dus alle geschriften, tekeningen en schilderingen links laten liggen en me alleen geconcentreerd op de beelden en de reliëfs. De oudste gaan terug tot de 2de eeuw voor Christus en de meest recente waar ik Hellenistische trekken in terug gevonden heb dateren uit de 4de eeuw na Christus, wat ongeveer overeenstemt met de laatste invloeden in de Romeinse tijd in het westen.

Het ligt gewoon aan de gelaatsuitdrukking, de houding van een beeld rustend op één been, de weergave van de tunica of lendendoek, een randje met palmetten en vier-bladerige bloemen zoals die op de caissons in Griekse gebouwen voorkomen, of een fries met allerlei actieve figuurtjes in de stijl van de Pompeiaanse amorini bij voorbeeld. Er staan o.a. een paar schitterende beelden van Boeddha en Bodhisattva die zo uit de smeltkroes van de Indo-Griekse beschaving komen. Een lust voor het oog.

Maar, zoals gezegd, dit is mijn zienswijze. Wie meer wil weten over yoga, ayurveda en kamasutra komt hier absoluut aan zijn trekken. De uitleg is zeer volledig, de objecten heel goed gepresenteerd en de verlichting optimaal.

15 december 2013

Petra, een openluchtmuseum als geen ander

Petra is het erfgoed van de Nabateeërs, een nijvere Arabische stam die zich meer dan 2.000 jaar geleden in zuidelijk Jordanië vestigde. Gelegen op het kruispunt van oude handelsroutes, leefde Petra van het tolgeld dat de kameelkaravanen op hun doortocht naar de Middellandse Zee moesten betalen voor hun specerijen, wierook en mirre. De goederen waren afkomstig uit Arabia Felix, het Arabische schiereiland, en werden via verschillende havens aan de Rode Zee aangevoerd. In ruil daarvoor gaven de Nabateeërs kleding, gekleurd met Fenicisch purper, en andere luxeproducten door. Ze exploiteerden ook het asfalt van de Dode Zee dat ze aan de Egyptische balsemers verkochten.

Het waren de nazaten van Alexander de Grote die de hellenistische stempel op Petra drukten en het hoogtepunt van de Nabateeërs zelf werd tussen 312 v.C. en 106 n.C. bereikt, toen de Romeinen de stad inlijfden bij de Provincia Arabia. Dit zette vreemd genoeg het verval van Petra in. Vanaf de 3de eeuw zochten de christenen hier nog beschutting maar ten tijde van de Islam raakte de stad al in de vergetelheid. Pas in 1812, hoorde de Zwitserse ontdekkingsreiziger, J.L. Burckhardt, via een aantal plaatselijke bedoeïenen van het bestaan van Petra. Grondige opgravingen kwamen eerst in het midden van vorige eeuw op gang en sinds de jaren 1990 staat Petra op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Een dertigtal jaren geleden is men bovendien begonnen met de Bedoeïenen die toen nog in deze oude tempels en graven huisden, onder te brengen in nieuwe woningen in de buurt om zodoende deze unieke gebouwen te bewaren voor het nageslacht. Gelukkig maar.

Ik ben helemaal in mijn element als ik zo bijna alleen door de Siq loop, t.t.z. de smalle sleuf in de 80 meter hoge rotswand die naar het hart van Petra voert. Ik geniet van de stilte en de steeds veranderende lichtval op de rotsen met weerkaatsingen op de tegenoverliggende wand. Ik zie nu allerlei details die me ontgaan zijn tijdens mijn vorig bezoek. Af en toe kan ik ook flink doorstappen, geen getreuzel van andere toeristen die voor mijn voeten lopen. Ik ben nu ook weer betoverd door de verrassende blik op de beroemde Schattentempel (het Al Khazneh) aan het einde van de spelonk. Vandaag staat de zon er nog net en ik zie meteen de uitgehouwen holtes opzij van het gebouw, daar waar de bouwers een steunpunt voor hun voeten hadden tijdens het hakken en beitelen. Het is duidelijk een erfstuk van het Hellenisme en de rozerode rots lijkt in het volle zonlicht wel op doorschijnend albast. Ik werp natuurlijk ook binnen even een blik waar de opeenvolgende lagen van wit en rozerood een uniek patroon schetsen.

Het dal wemelt van de necropolen in de rotswanden aan weerszijde, ook wel Koningsgraven genoemd omdat ze zo majestueus zijn - niet omdat er ooit enige koning in begraven werd. Soms liggen de gevels op verschillende hoogtes of langs paden die naar hoger gelegen tombes lopen. Iedereen vindt er wel zijn gading, met eigen stijl, vorm en grootte. Typisch eigen aan deze rots mausoleums zijn de reliëfs in trapvorm met een of twee rijen trapkantelen of treden die dan van beide kanten naar de midden ingang van de tombe liepen. Hierdoor kon de ziel van de overledene zijn weg naar het hiernamaals makkelijker vinden.

Ik loop verder, richting Theater dat helemaal in de rots uitgehouwen is en waarschijnlijk uit de tijd van Keizer Augustus dateert. Hier besluit ik om rechts naar boven de weg in te slaan naar de Basilica. Deze is vrij ruim, breder dan hij diep is, en pronkt met drie gewelfde ingangen. Jammer dat de muren en het plafond helemaal zwartgeblakerd zijn. Het uitzicht over Petra beneden is de klim op zich absoluut waard.

Nu gaat het bergafwaarts en dan rechts aanhoudend in de richting van een dak dat over een uitgegraven mozaïekvloer is gezet. Hier blijken resten van een Byzantijnse kerk te liggen met een centraal koor ooit met marmer geplaveid en gescheiden van de zijbeuken door een rij zuilen waar nu alleen nog de funderingen van overeind staan. Beide zijbeuken zijn volledig met mozaïeken bedekt, links met vogel- en bloemmotieven, rechts met die van dieren en mensen (heiligen?). Goed bewaard, maar een beetje grof zoals al het Byzantijnse werk. In de halfronde apsis zie ik nog een paar stukken van de originele marmerbekleding. Terug in het voorportaal beland ik bij een soort atrium dat met zuilen omzoomd was met in het midden de resten een waterput. Knap gedaan en goed gerestaureerd.

Hiervandaan loop ik nu helemaal naar beneden richting Decumanus met zijn Romeinse bestrating, dwars door de droge wadi, naar de grote tempel aan de overkant van de weg. Dit is de Tempel van Zeus waar lange tijd aan gewerkt werd en die nu voor de bezoekers is vrijgegeven. Het complex is stukken groter dan ik me kon inbeelden, met een majestueuze entreetrap alsof de god in persoon hier boven op de troon moest gaan zitten! Nou ja, waarschijnlijk was dat ook wel de bedoeling. Over de jaren heen is de tempel herhaaldelijk verbouwd en vergroot, met zelfs een klein theatertje achteraan met een heuse spil as voor het ronddraaiende toneeltje. Helemaal achterin word ik verrast door resten van fresco’s en stucwerk op de muren - een onverwacht stukje luxe. We zijn zo gewend om kale muren en zuilen te zien dat we gewoon vergeten hoe de gebouwen er oorspronkelijk uitzagen met hun veelkleurige versieringen. Mijn dag is weer goed!

De Decumanus eindigt hier bij de monumentale Temenos Poort, net iets voorbij het Nympheion dat de stad van drinkwater voorzag. Buiten het centrum van Petra ligt dan de geelkleurige Tempel van Qasr el Bint, de enige losstaande constructie van Petra waar ik nu ook binnen mag. Enorm hoog blijken deze muren te zijn, en halverwege zijn nog duidelijk de vierkanten uitsparingen te zien waar de balken voor de vloer van de bovenverdieping in zaten.

Naast het lunchadres ligt een klein museum, een beetje stoffig en verouderd, maar het is toch de moeite waard om er een kijkje te nemen. Wat vaasjes en potjes, een aarden trechter, een beeldje van Venus, een marmeren hoofd van Keizer Hadrianus (ja, hij is er ook weer bij!), wat geldstukken en votief beeldjes – gewoon leuk omdat het hier helemaal bij past.

Dan start ik de lange klim naar het klooster boven, 800 treden en gladde door zand gepolijste vloertjes verder. Dat zal niet meevallen, maar ik vertik het gewoon om een ezeltje te nemen dat me regelmatig wordt aangeboden. Ik sta liever met beide benen op de grond hoor, als is die nog zo ongemakkelijk en vermoeiend.

De Tempel van El Deir, op latere leeftijd tot klooster bevorderd, ligt te pronken in de middagzon. Het is een broertje van het Schattenhuis, alleen niet zo overdadig versierd maar wel met puur Hellenistische invloeden. Ik loop nog even door tot aan de rand van de hoogvlakte voor een kijkje over de Wadi Araba die helemaal naar Israel loopt.

Nou dat was me de tippel wel! Blijkt achteraf dat mijn rondje wel 14 km lang was, maar goed dat ik dit niet van te voren wist!

[Klik hier om alle foto's van Petra te bekijken]

1 november 2013

Het Louvre, Parijs

Een veel te groot museum om zomaar even te bezoeken.
In de laatste veertig jaar of zo ben ik er tientallen keren binnen geweest, de ene keer om de uitgebreide schilderijencollectie te bewonderen, dan weer voor de Franse beeldhouwkunst ten tijde van Lodewijk XIV, of de andere keer voor de oudhedenverzameling van de Soemeriërs tot de Romeinen, via de Assyriërs, Babyloniërs, Egyptenaren, Etrusken en de Grieken. Vóór de bouw van de centrale piramide moest je eindes lopen van de ene vleugel naar de andere, en zo ben ik wel eens verdwaald tussen de antieke meubels en de snuifdoosjes, Holbein en Erasmus op de zolderkamertjes, en de Koptische relikwieën in de kelder. Over de jaren zijn er stukken uit de collecties verhuisd naar de catacomben van het museum, terwijl er andere dan weer te voorschijn kwamen. Een bezoek is en blijft dus altijd een uitdaging.

Mijn voorkeur gaat natuurlijk uit naar de Grieks-Romeinse afdeling die onlangs helemaal gerenoveerd werd. Dat was eigenlijk hard nodig want veel beelden schreeuwden gewoon om een sopje! Maar na de herindeling heb ik echt wel moeten zoeken om bepaalde stukken die mij zo vertrouwd waren terug te vinden.

Tegenwoordig zijn bij voorbeeld alle terracotta beeldjes, al dan niet bestempeld als Tanagra-beeldjes, in eenzelfde zaal bijeengebracht. Hier staan pure juweeltjes met alledaagse tafereeltjes van mannen, vrouwen en kinderen, artiesten, godinnen, cupidootjes, en zelfs poppen met bewegende ledematen. Het meest opvallende terracotta vind ik dat van de Blauwe Dame uit 330-300 v.C. die door niemand minder dan Praxiteles is bewerkt. Hier staat ook het laatarchaïsche bronzen beeld van Apollo van Piombino, iets kleiner dan levensgroot met schitterend uitgewerkte haartooi.

De grote bazaltsteen met de wetten van de Babylonische Koning Hammurabi die geschreven zouden zijn rond 1772 v.C. is een must voor elke bezoeker, maar ook de hoogreliëfs uit de Assyrische paleizen van Khorsabad uit de 8ste eeuw v.C. die gevleugelde stieren met mensenhoofd voorstellen zijn een bezoek waard. Uit het Paleis van Darius I in Susa zijn er hele wanden van geglazuurd baksteen gehaald met daarop kleurrijke taferelen van gewapende soldaten, edele leeuwen en gevleugelde stieren, en ook een kapiteel met twee stierenkoppen dat ooit op de cederhouten zuilen van het paleis rustte.
Bijzonder is ook de eerste steen die gelegd werd door Darius I bij het graven van het kanaal dat de Nijl moest verbinden met de Rode Zee (522-486 v.C.). Soemerische priesters uit ongeveer 2500 v.C. met hun typische veren rokken die je met grote blauwe ogen aankijken en Bactrische prinsessen en godinnen in hun kaunakès van dezelfde oorspong. Drinkbekers, juwelen, en andere kleinere huishoudelijke voorwerpen mag je natuurlijk ook niet missen.

En zo beland ik dan in mijn knollentuin, de Grieks-Romeinse afdeling want al zijn veel beelden van oorsprong Grieks, we danken hun overlevering aan de vele Romeinse kopieën. Topkwaliteit is natuurlijk dat ene fries van het Parthenon in Athene, in mijn ogen mooier dan alle andere die in het British Museum staan. Beelden van Venus, Apollo, Aphrodite, Hermes, Athena en atleten worden afgewisseld met bustes van Plato, Socrates, Aristoteles, Pittacos en de knappe Antinoüs, de lieflijke Aphrodite uit Tralles en een bronzen Pan. Ik tref het met de lage zon die alle beelden weer tot leven lijkt te brengen.

En dan bereik ik in een hoekje dat voor mij heel belangrijk is waar minder gekende beelden staan van Alexander de Grote, maar ook van zijn opvolgers zoals Seleucos I Nicator, Ptolemeus I Soter, Ptolemeus II Philadelphus, Ptolemeus III Euergetus, Demetrius Poliorketes, Arsinoe II Philadelphus en Cleopatra, met uiteraard de onvermijdelijke Demosthenes. Hier staan nu ook de pilaren afkomstig van de Agora van Thessaloniki eind 2de/begin 3de eeuw met kariatideachtige figuren die ik voor het eerst gezien heb tijdens de tentoonstelling over Alexandre le Macédonien en nu dus definitief uit de kelder gehaald zijn. De beroemde Azara Hermes van Alexander de Grote, heel waarschijnlijk een kopie van Lysippos uit de 1ste/2de eeuw afkomstig uit Tivoli (Italië) mag ik niet missen. Vroeger stond hij in een donker hoekje en in tegenlicht bovendien, nu weer centraal maar jammer genoeg achter glas. Ook de jonge Alexander staat achter glas met een heel ongelukkige weerspiegeling. Zo is het altijd wat.


Zoals gezegd is dit slechts een deel van de enorme collectie van het Louvre natuurlijk. Ik geloof dat als je er elke dag naartoe zou gaan, je toch een jaar nodig hebt om echt alles te zien – en ik bedoel dan niet zo maar wat rondkijken.

[Klik hier om alle foto's van het Louvre te bekijken]

3 oktober 2013

Museum op de laagste punt op aarde, Jordanië

Bezoekers aan de Dode Zee beperken zich doorsnee tot een modderbad of het ronddobberen in het uiterst zoute water. Nu is er echter een nieuwe reden om erheen te trekken en dat is het nieuwe museum in Safi, Jordanië, dat in samenwerking met het British Museum in Londen tot stand is gekomen en midden vorig jaar zijn deuren opende. Hier hebben zowel geologische, menselijke als ecologische aspecten een plaats gekregen.
 

 
Het “Museum at the Lowest Point on Earth” staat vlakbij het Byzantijnse klooster dat ter nagedachtenis aan Lot gebouwd is en zijn vlucht uit de zondige steden Sodom en Gomorra die door God vernietigd werden.
 
Het gebied is niet alleen rijk aan Bijbelse geschiedenis, maar hier zijn ook 4.500 jaar oude potscherven, grafstenen en keramiek uit de Bronstijd bijeen gebracht. Verder zijn er resten te zien van een middeleeuwse suikerfabriek (Mamelukken), zeldzaam goed bewaarde Grieks-Romeinse kleding en over de 500 Griekse inscripties! Maar er zijn ook oude grafstenen te zien, afkomstig van verschillende Arabische, Joodse en Christelijke gemeenschappen in de regio.
 
Het museum is onderverdeeld in vier delen: De oorsprong van de Dode Zee; De mens en de Dode Zee; Het ecosysteem; en Zal de Dode Zee echt ten onder gaan? De wens tot het behoud van de Dode Zee wordt onder de loep genomen en twee documentaires van het museum dragen hiertoe bij: “Ecologie en de Dode Zee” en “De Dode Zee in gevaar”.
 
 
Om het beeld compleet te maken worden er ook gebruiksvoorwerpen getoond van de huidige dorpelingen en bedoeïenen.

[Foto’s:Hellenic Society for Near Eastern Studies]

30 september 2013

Kalymnos en haar elegante bronzen dame

Wonderen liggen dikwijls in een klein hoekje. We zijn zo gewend om massaal naar de grote musea te trekken – het Louvre, het British Museum, het Nationaal Museum van Athene – dat we onwillekeurig andere of kleinere musea als minderwaardig beschouwen. Jammer natuurlijk want we worden daar wel verrast op bijzondere stukken die in hun eigen omgeving tentoongesteld worden, op zichzelf al een unieke ervaring.

Zo werd ik onlangs geconfronteerd met de Dame van Kalymnos uit de 4de/3de eeuw v.Chr. dat, zoals de naam het zegt in Kalymnos te vinden is, een eiland dat vlak tegenover Kos ligt,  op zijn beurt zeer bekend bij de toeristen. Maar Kalymnos, wat ga je daar zoeken? Het Archeologisch Museum van Pothia, de hoofdstad van het Griekse eiland Kalymnos in de Noordelijke Dodecanese is volgens mij zeker de omweg waard!

Deze onbekende Dame van Kalymnos, groter dan levensgroot, moet wel heel belangrijk geweest zijn om uitgebeeld te worden en dan nog wel in brons! Het is een prachtige verschijning die een beetje hoogmoedig op de bezoeker neerkijkt. Haar houding is waardig en de lege oogkassen geven haar iets mysterieus. De ene hand houdt ze voor haar gezicht terwijl de andere verborgen zit in de zware stof van de mantel die ze om zich heen geslagen heeft. Dit beeld werd in 1994 van de zeebodem opgevist en beheerst nu een zaal in het Museum van onbekend en blijkbaar onbemind Kalymnos dat alleen onder rotsklimmers een naam verworven heeft.

Kalymnos is slechts 43 km2 groot maar is deel van een rijke geschiedenis die teruggaat tot 4000 v.C. en die zijn sporen heeft achtergelaten, van klassieke ruines tot vroegchristelijke kerken en middeleeuwse kastelen.

Het Archeologisch Museum dat na lange renovatiewerken in 2009 weer geopend werd is gewoonweg schitterend met een up-to-date lay-out. De spectaculaire verzameling omvat stukken die uiteenlopen van de vroege prehistorie tot aan de Byzantijnse periode.

Opvallend is de collectie van vrij recente stukken. Allereerst staat er een groot aantal beelden uit het oude heiligdom van Apollo Dalios (Apollo van Delos) dat lokaal heel belangrijk geweest moet zijn als we afgaan op de rijke votieve gaven, inclusief beschilderde potscherven die teruggaan tot 600 v.Chr. Meer spectaculair zijn de vele beelden die onlangs in dit heiligdom zijn blootgelegd. Zo vond met een hele verzameling marmeren beelden die in de Romeinse tijd in een afwateringssysteem verstopt waren om ze beschermen tegen vandalisme of hergebruik. In deze omvangrijke collectie zijn werken uit Archaïsche, Klassieke en Hellenistische tijden vertegenwoordigd. Een opvallend stuk is bv. een half geklede bronzen kouros uit 530 v.Chr., typisch Ionisch, en een kolossaal Hellenistisch beeld van Asclepius uit de 2de eeuw v.Chr. Verder nog bijna twee dozijn beelden, met daarbij een afbeelding van Athena en Apollo, evenals beelden van atleten en kinderen. Alles bij elkaar natuurlijk een uitzonderlijke verzameling, zeker voor zo een klein eiland.
 
Dit alles wordt echter overschaduwd door de kleine hoeveelheid goed bewaarde bronzen beelden of delen daarvan, allemaal uit de hellenistische periode en uit de zee rondom het eiland opgedoken.

Er moeten wel verschillende schepen in de buurt vergaan zijn. Zo zien we een leuk bronzen dolfijntje, het sombere en heerszuchtige hoofd van een hellenistische heerser die een eigenaardige hoed of kroon draagt, de uitermate accuraat gevormde benen en sandalenvoeten van een ruiter, en uiteraard de bewonderenswaardige Dame van Kalymnos die heel waarschijnlijk een godin moet voorstellen.

Wie alles wil weten over die uitzonderlijke eiland kan terecht op dit blog van Peter Sommer waar ik ook de foto's "geleend" heb.

2 september 2013

Het Museum van Jordanië geopend in Amman

Een interessant museum heeft zojuist haar deuren geopend in Amman, de hoofdstad van Jordanië, namelijk in de centrale wijk van Ras al-‘Ayn.


[foto: Ammon News]
 
Hier worden zo een 2.000 voorwerpen tentoongesteld die betrekking hebben tot de geschiedenis van dit land, verdeeld over negen verschillende thema’s: milieu, voedsel, architectuur, handel, politiek, communicatie, industrie, religie en het dagelijkse leven.

Het museum bevat ook reconstructies van oude nederzettingen, en laat ook zien hoe de Bedoeïenen door de eeuwen heen in dit land wisten te overleven. In de interactieve afdeling kun je kennis maken met de traditionele kledij, het lokaliseren van mineralen doorheen het land en kun je zelfs je naam laten vertalen in het Aramees, Nabatees, Grieks en Arabisch.

Heel belangrijk is ook het feit dat hier een aantal Dode Zee-rollen te zien zijn.

8 juni 2013

Troje. Stad, Homerus en Turkije

Als afronding van 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Nederland, organiseerde het Allard Pierson Museum in Amsterdam deze speciale tentoonstelling.


De stad Troje spreekt al eeuwen tot de verbeelding van de mensen en wie kent het verhaal van het paard van Troje niet? Dat we dit te danken hebben aan Homerus is minder bekend en nog minder dat de beroemde oorlog door hem is samengevat in zijn Ilias.

De Duitse zakenman en archeoloog, Heinrich Schliemann was zo bezeten van Troje dat hij eind 19de eeuw op zoek ging en de stad ook vond in noordwest Turkije. Hij had dan wel de juiste heuvel gevonden maar de schatten en gouden juwelen die hij opgroef waren niet afkomstig uit het Troje van Koning Priamus maar uit een veel oudere periode.

Het is trouwens bijna onmogelijk om uit de verschillende lagen van Troje wijs te worden omdat de stad 3500 jaar lang bewoond geweest is en de opeenvolgende lagen niet altijd keurig opgestapeld zijn. Ook was het Troje van Schliemann slechts een miniem deel van de stad die veel en veel groter is. Archeologen hebben hun handen er aan vol, nog jarenlang.

En dan is Schliemann niet altijd even zorgvuldig omgesprongen met zijn vondsten. Hij nam de overeenkomst met de Ottomanen niet zo nauw en verhandelde zijn vondsten met eenieder die er een behoorlijke prijs voor wilde geven. Zo zijn er stukken die “heel waarschijnlijk” door hem gevonden zijn als deel van de schat van Priamus, maar dat is niet meer met zekerheid te achterhalen. Archeologie is sindsdien natuurlijk geëvolueerd en de regels zijn nu totaal anders. Zoals hij zijn vrouw Sophia, zijn “Helena”, sierde met de vele gouden juwelen zou vandaag de dag absoluut onmogelijk zijn. Maar ja, ik zou die sierraden ook wel eens willen dragen …

Enfin, deze tentoonstelling belicht zowel de geschiedenis van Troje met Homerus als de verschillende vondsten die sinds Schliemann aan het licht gekomen zijn. Er wordt nog steeds gewerkt in Troje en ze zijn nog lang niet rond. Het is en blijft echter heel moeilijk om zich een duidelijk beeld van de stad te vormen, zelfs als je zelf ter plaatse gaat kijken. Maar het verhaal blijft boeien natuurlijk. Zo ook de voorwerpen, originele of kopieën, van deze tentoonstelling.

Voor een meer volledig beeld, klik hier om mijn foto’s van deze tentoonstelling te bekijken.

3 mei 2013

Cleopatra, De Eeuwige Diva in Bonn


Niemand is zo controversieel als de beroemde Cleopatra, t.t.z Cleopatra VII, laatste koningin van Egypte, die regeerde van 69 tot 30 v.C. Haar schoonheid is legendarisch, ofschoon als je sommige beelden van haar ziet je dat wel in twijfel gaat trekken. Zeker is echter dat ze heel intelligent en heel verleidelijk was, maar ook sluw, onvoorspelbaar en absoluut zeer moedig.

Haar beroemde en beruchte leven hebben schrijvers, schilders en musici de eeuwen door geïnspireerd, om de film producers niet te vergeten. Iedereen creëerde zo zijn eigen beeld van Cleopatra, al dan niet geprojecteerd tegen de culturele, politieke en sociale achtergrond van zijn tijdperk.

De tentoonstelling Cleopatra, De Eeuwige Diva in Bonn die nog loopt t/m 6 oktober 2013, probeert wat helderheid in te krijgen in de complexe figuur van Cleopatra. Men krijgt hier een inzicht van de vele gezichten van Cleopatra, van de oudheid tot de huidige popcultuur. Aan de hand van beeldhouwwerken, schilderijen, foto’s, films en video’s kan de bezoeker zelf zijn keuze maken.
Parallel met deze tentoonstelling heeft men op het dak van de Kunsthal een oosterse tuin aangelegd met daarin de essentiële elementen die teruggaan op de tijden van de Ptolemëische koningen. De Koninklijke tuinen van Alexandrië waren een onmisbaar onderdeel van het prachtige paleis

21 april 2013

Römisch-Germanisches Museum in Keulen, DE

Het was alweer een aantal jaren geleden dat ik dit museum in Keulen bezocht, een juweeltje voor wat de Romeinen in onze lage landen hebben achtergelaten. Bij mijn recente bezoek in de zomer van 2012 bleek dat het keurig onderhouden was en ik heb er met groot genoegen weer eens rondgelopen.

Aan de ingang is het heel indrukwekkende Mausoleum van Lucius Poblicius uit het jaar 40 n.C. weer opgebouwd. Hij was een Romeinse soldaat afkomstig uit de streek tussen Napels en Rome, die deel uitmaakte van het 5de legioen dat onder het bevel van Augustus in Castra Vetera (nabij het huidige Xanten) gelegerd was. Na zijn ontslag uit het leger na 20-25 dienstjaren, heeft hij zich in Keulen gevestigd. Bij zijn eervolle ontslag ontving hij het lieve sommetje van 12.000 sesterties wat overeenkwam met 13 jaar salaris. Hiermee kon hij een winkel of een handelszaak kopen en had hij klaarblijkelijk nog genoeg geld over voor dit indrukwekkende graf. Poblicius liet zich echter niet als voormalige soldaat afbeelden maar als redenaar met boekenrollen, gekleed als een Romeins burger met zijn familie.

Er vlak voor ligt een groot mozaïek afkomst uit de villa die hier oorspronkelijk lag en waar omheen het Römisch-Germanisches Museum gebouwd werd. Het werd in 1941 uitgegraven en meet maar liefst 10,50 x 7 meter, een bijzonder mozaïektapijt met schitterende kleuren en levendige taferelen. Het is een ode aan Dionysus, heel toepasselijk omdat dit de eetkamervloer geweest moet zijn die dateert uit de derde eeuw.

Het is vooral de glascollectie waar ik voor in bewondering sta, maar ik ben nu eenmaal gek op dit soort glazen vaasjes, kannetjes, kruikjes, kommetjes en andere prularia, al dan niet versierd met opgelegde motieven in verschillende kleuren. Ik kijk mijn ogen weer eens uit als ik van de ene vitrine naar de volgende loop, een eindeloze variatie lijkt het. Er achter ligt op een verhoging een prachtige kamer met mozaïekvloer, het zogenaamde Keulse Filosofenmozaïek. Hier vinden we, elk in zijn aparte vak de afbeeldingen van zeven filosofen: Chilon van Sparta, een staatsman uit de 6de eeuw v.C.;  Plato, filosoof en metafysicus uit de 4de eeuw v.C.; Aristoteles, filosoof en natuurwetenschapper uit de 4de eeuw v.C.; Sophokles uit de 5de eeuw v.C.; Cleobulus van Lindos op Rhodes, zeeheerser  uit de 6de eeuw v.C.; en tenslotte Diogenes van Athene, grondlegger van de praktische moraalleer uit de 4de eeuw v.C. – een knap staaltje meesterschap! Het geheel is omgeven met drie wanden in het bekende Pompeiaanse rood afkomstig uit een luxe villa die ten zuiden van de Dom is opgegraven. De versiering met het kandelaarmotief uit de 3de eeuw n.C. is typisch voor de noordwestelijke provincies van het Romeinse Rijk. De 2,70 meter hoge wanden zijn duidelijk aangevuld met de grote missende stukken maar geven een heel levendig effect.

En dan is er beneden nog een soort taveerne aangelegd, al is het met een allegaartje stoelen en tafels op een heuse Romeinse mozaïekvloer. Er staan lampen op hoge voetstukken en op de tafels zien we een verscheidenheid aan kruiken, kannen, drinkbekers en schalen van aardewerk maar ook van glas. Gezellig, je zou zo aanschuiven! Aanpalend is een soort winkel met schappen waar de moderne huisvrouw haar gading nog zou kunnen vinden in het brede assortiment potten en pannen. De vloer hier is bedekt met een verzameling heuse Romeinse plavuizen. Een hoekje om jaloers op te worden!

Nou ja, er is nog meer te zien natuurlijk, zoals een rij Romeinse Keizers uit het begin van onze jaartelling, stukken stadswallen en –poorten, een miniatuurreconstructie van het antieke Colonia Claudia Ara Agrippinensium, olielampen, juwelen, een heel assortiment marmer dat als een keuzekaart wordt gepresenteerd, teveel om allemaal op te noemen en niet alleen lokale kunstwerken maar ook importartikelen vanuit het verre Palmyra of zelfs uit Bactrië. Ik heb natuurlijk alleen die stukken uitgezocht die mij het meest interesseren.

[Om alle foto's te bekijken, klik op deze link]

30 maart 2013

Leven en dood in Pompei en Herculaneum

Onder the titel “Life and death in Pompeii and Herculaneum” is zojuist een nieuwe tentoonstelling geopend in het British Museum in Londen, die nog loopt tot 29 september 2013.

Vreemd genoeg is het voor het eerst dat er een dergelijke tentoonstelling plaats vindt in het British Museum, en het is zelfs de eerste in veertig jaar in Londen. We kunnen dus massa’s mensen verwachten.

Gelukkig hebben wij hier dichter bij de deur al iets van die aard gezien in 2007 toen er in Nijmegen een tentoonstelling liep onder de naam “De laatste dagen van Herculaneum”.

De Engelsen hebben nu in nauwe samenwerking met de musea van Napels en Pompei meer dan 250 fascinerende voorwerpen samen gebracht, waarvan sommige nog nooit buiten Italië te zien waren. De bedoeling is om een idee te krijgen van het Romeinse huis en van de mensen die in Herculaneum en Pompei leefden toen de Vesuvius in het jaar 79 tot uitbarsting kwam. Beide steden werden toen bedolven onder een dikke laag as en puin, maar elk op een verschillende manier aangezien in Pompei een verwoestende brand gewoed heeft en Herculaneum onder een dikke laag puimsteen bedolven werd.


Ondanks de angstaanjagende berichten over de huidige verwaarlozing van Pompei, blijkt men in Herculaneum toch nog te werken. Recente vondsten worden dus nu voor het eerst aan het publiek getoond, zoals o.a. fijn uitgewerkte marmerreliëfs en ivoren panelen, maar ook boeiende voorwerpen die in de grote afvoerbuizen van de stad gevonden zijn.

De bezoeker zal een goede indruk krijgen van het dagelijkse leven van de mensen uit die tijd. In tegenstelling tot menig andere tentoonstelling komt nu de gewone man aan bod, de zakenman, de invloedrijke vrouwen, de bevrijde slaven en de kinderen. Voorwerpen uit het dagelijkse leven, waaronder zes stuks houten meubilair uit Herculaneum zijn hier te zien met nog andere objecten die allemaal zwaar verkoold zijn door de hoge temperatuur van de as die de stad bedekte. Vandaar dus de reden om beide steden samen te laten zien omdat dergelijke voorwerpen bij voorbeeld de ramp van Pompei niet overleefd hebben.

Ook zullen er afgietsels van slachtoffers te zien zijn uit Pompei en omgeving, zoals twee volwassenen en hun twee kinderen die onder de trappen van hun villa beschutting gezocht hebben – tevergeefs. Het afgietsel van een hond op het moment dat hij verstikte is ook zeer aangrijpend.

Genoeg facetten voor iedereen om zijn gading te vinden.

14 maart 2013

Over de Cyrus Cilinder en oud Perzië

Weer eens een heel bijzondere tentoonstelling die op 9 maart geopend werd, alleen niet naast de deur want hij wordt gehouden in Washington DC.
Onder de naam The Cyrus Cylinder and Ancient Persia: A New Beginning worden hier een aantal sleutelvoorwerpen getoond die inzicht moeten geven in de religieuze, culturele en taalkundige tradities van het grote Achaemenidenrijk dat gesticht werd door niemand minder dan Cyrus de Grote in 539 v.C. en pas met de verovering van Alexander de Grote in 331 v.C. eindigde.

De expositie is georganiseerd door het British Museum in Londen in samenwerking met de Iran Heritage Foundation en de Arthur M. Sackler Gallery, Smithonian Institution, en zoals dikwijls in Amerika gesponsord door rijke mecenas.
Het pronkstuk van de tentoonstelling is de zg. Cyrus Cilinder, niet groot van formaat maar wel van grote iconische en historische waarde. Op deze kleitablet in de vorm van een cilinder staat een tekst te lezen in Babylonisch spijkerschrift n.a.v. de overwinning van Cyrus op de Babylonische heerser Nabonidus. Van groot belang is echter dat Cyrus aan alle veroverde volkeren vrijheid van religie gaf. Hij moedigde de Joden aan om naar Jeruzalem terug te keren en daar een tweede tempel te bouwen (de eerste tempel van Salomon werd door Koning Nebukadnezar verwoest en de Joden werden door hem als slaven meegenomen). Hiermee verdiende hij de titel van “herder Gods” en zelfs van Messias in het Boek van Jesaja.
Hoewel deze cilinder pas in 1879 ontdekt werd, was Cyrus’ tolerantie voor andermans geloof allang bekend. Hij was trouwens een bron van inspiratie voor generaties filosofen, koningen en staatslieden, van het oude Griekenland tot de Renaissance, en diende bovendien als voorbeeld voor de Founding Fathers, de grondleggers van de Verenigde Staten van Amerika. Een kopie van deze cilinder wordt trouwens ook bewaard bij de Verenigde Naties in New York als symbool van tolerantie en vrijheid.
Van het Smithsonian’s Arthur M. Sackler Gallery and Freer Gallery of Art in Washington DC, reist de tentoonstelling naar nog vier andere steden in de Verenigde Staten, namelijk:
Het Museum of Fine Arts in Houston, TX van 3 mei tot 14 juni 2013
Het Metropolitan Museum of Art in New-York, NY van 20 juni tot 4 augustus 2013
Het Asian Art Museum in San Francisco, CA van 9 augustus tot 22 september 2013
Het J. Paul Getty Museum in de Getty Villa van Malibu, CA van 2 oktober tot 2 december 2013.
Hopelijk komt de hele verzameling ook nog naar Europa, lijkt me uiterst interessant!

23 februari 2013

Cappadocië

In het dal rond Göreme bevindt zich de grootste concentratie rotskapellen en kloosters van Cappadocië, sommige bronnen spreken van 350 kerken, andere weer van 600. De minstens 30 kerken rond Göreme alleen zijn hoofdzakelijk na de 9de eeuw gebouwd, t.t.z. uitgehakt in het zachte vulkanische tufsteen. Dit gebied is gepromoveerd tot Openluchtmuseum en de UNESCO heeft dit dal zelfs op de Werelderfgoedlijst gezet – dat wil heel wat zeggen.

Eerst heb ik geen idee waar die kerken zich wel moeten bevinden tot ik er plots vlak voor sta. Sommige gevels zijn door weer en wind of aardbevingen vergaan zodat je eigenlijk meteen al binnen kijkt op de verkleurde fresco’s en fijn uitgehouwen zuilen en bogen. Op andere plaatsen moet je met een beetje enge ijzeren trap de grot in naar boven. Dat zijn dan de verrassingen.

Als eerste bezoek ik de Çariklı kilesi, de Kerk van de Sandaal (zo genoemd vanwege de afdruk op een van de fresco’s), die uit het einde van de 11de/begin van de 12de eeuw dateert. Een steile trap leidt naar de vierkante nis die toegang geeft tot de bovenste verdieping. De ruimte is niet zo groot, hoewel aangelegd in de vorm van een Grieks kruis met booggewelven en in het midden en in de oostelijke hoek overdekt met koepels. De wanden zijn versierd met fresco’s van de Vier Evangelisten en verschillende heiligen. Onder de kerk ligt een refter met een lange smalle stenen tafel geflankeerd door dito banken. Op het plafond zijn taferelen van het Laatste Avondmaal aangebracht. Naast de refter ligt uiteraard de keuken met nog een aantal opslagruimtes er omheen.

Iets verderop ligt de Kerk met de Slangen, ook uit de 11de eeuw, die rijk versierd is met taferelen uit het leven van HH. Joris, Theodorus, Constantijn en Helena. Deze fresco’s zijn bijzonder helder en blijken onlangs gerestaureerd te zijn. De enige verlichting komt door de deuropening en dat is waarschijnlijk ook het beste om er voor te zorgen dat de kleuren goed bewaard blijven.

De nabijgelegen Kerk van Santa Barbara uit het begin van de 11de eeuw dankt zijn naam aan een fresco op de westelijke muur, dat vermoedelijk de Heilige Barbara voorstelt. Op de centrale apsis is een zittende Christus te zien. Er zijn ook grappige figuren zoals bv. een kip met vier poten, naar het schijnt om de christenvervolgers op het verkeerde spoor te brengen. Onder dit tafereel zijn St. Joris en St. Theodorus te zien die de draak doden. Het worden allemaal wel kerken genoemd maar van formaat lijken ze meer op kapellen volgens mij.

De Kerk met de Gesp, de Tokali Kerk, is een van de fraaiste van dit dal. Hij telt vier aparte ruimtes: de Oude Kerk met een enkel schip en vestibule, de grotere Nieuwe Kerk, de kerk onder de oude kerk en een kapel ten noorden van de nieuwe kerk. De oude kerk uit de 11de eeuw met boogvormig plafond lijkt wel de ingang te zijn naar het nieuwe gedeelte en de wanden en plafond zijn volledig beschilderd met taferelen uit het Evangelie. De voorstellingen zijn zeer uiteenlopend, van de Boodschap aan Maria tot de Kruisiging en Wederopstanding van Christus. De zg. Nieuwe Kerk kan uit einde 10de eeuw maar ook uit de 13de eeuw dateren. Bewerkte zuilen verdelen deze kerk in drie delen, en de wanden vertonen bogen en zuilen in reliëf met daartussen ook weer taferelen van het leven van Christus. De ondergrondse kerk en kapel ga ik niet binnen.
 
Te midden van dit complex, want dat mag je dit wel noemen, prijkt de losstaande uitgeholde rotsformatie van het Kizlarklooster. De monniken moeten ladders en steigers gebruikt hebben om de hogere verdiepingen te bereiken.

Dat er tussen al die feeënschoorstenen en formaties zoveel kerken te vinden zijn had ik echt niet verwacht – een openluchtmuseum op zich.

[Klik hier om alle foto's te bekijken]

3 februari 2013

Troje. Stad, Homerus en Turkije

Troje heeft zowel een magische als een mysterieuze klank. Wat we weten komt uit de overlevering van Homerus die in zijn Ilias dan nog maar de laatste vier dagen van de 12-jaar durende oorlog tussen de Grieken en de Trojanen heeft beschreven. Een fascinerend verhaal dat de jonge Heinrich Schliemann al op vroege leeftijd wist te boeien. Hij was vastbesloten om de stad te vinden en dat is bij zijn opgravingen aan de kust van noordwest Turkije gelukt. Hij leverde het bewijs dat hij de stad gevonden had. Achteraf blijkt hij wel de plek van Troje gelokaliseerd te hebben maar de juwelen waarmee hij zijn vrouw Helena tooide bleken achteraf uit een andere laag, een vroeger tijdsperk te dateren dan dat waarin Achilles geleefd heeft.

Nou ja, al met al blijft Troje omstreden en de opeenvolgende beschavingen die in de verschillende lagen werden ontdekt zijn dan niet duidelijk gescheiden en lopen vaak in elkaar over. De 5.000 jaar oude mythes en geschiedenis bezorgen de archeologen en historici nog steeds veel hoofdbrekens.

In een poging om daar wat orde in te scheppen loopt er in het Allard Pierson Museum in Amsterdam een tentoonstelling over Troje als afsluiting van de festiviteiten rond het 400-jarig bestaan van de Turks-Nederlandse betrekkingen. Het is een unieke gelegenheid om voorwerpen uit Nederland en het buitenland op één plek samen te zien en ik stel me daar heel veel van voor. Niet minder dan 300 stuks uit oude en recente opgravingen liggen daar op de bezoeker te wachten. Er zijn originele stukken maar ook kopies zoals bij voorbeeld van de beroemde Schat van Priamus (de collectie goud en juwelen die Schliemann gevonden heeft). Het meest opvallende stuk moet een grote marmeren hoofd van Zeus zijn dat door het Archeologisch Museum van Istanbul uitgeleend werd.

Verder wordt er aandacht besteed aan Troje in het Turkije van de 19de en 20ste eeuw, inclusief voorwerpen uit het Ottomaanse Rijk zoals de vergunning van Schliemann om in Troje opgravingen uit te voeren en foto’s van Atatürks bezoek aan Troje.

Troje. Stad, Homerus en Turkije loopt nog tot 5 mei 2013, dus er is nog tijd en gelegenheid om een kijkje te gaan nemen.

21 januari 2013

Het Museum van Olympia in ere hersteld.

Er komt ook nog wel eens goed nieuws uit Griekenland!


Deze keer gaat het om kostbaarheden die begin 2012 uit het Archeologisch Museum van Olympia gestolen werden en die nu allemaal (73 stuks!) teruggevonden zijn. Dat mag inderdaad in de krant!

We herinneren ons nog heel goed de alarmerende berichten dat vanwege de bezuinigingen veel musea gesloten werden terwijl andere het met een minimum aan personeel moesten doen. Dit laatste was ook het geval toen twee gemaskerde mannen in Olympia binnendrongen en de dame die toen alleen dienst deed met een geweer bedreigden. Ze sloegen een aantal vitrines kapot en namen allerlei kleine kostbaarheden mee, vooral bronzen en terracotta beeldjes.

Tussen al deze stukken was ook een 3.200 jaar oude ring uit de bronstijd die onlangs te koop aangeboden werd voor 1,5 miljoen euro’s – ze doen niet minder! Gelukkig werd hij gespot door een undercover agent en dit spoor leidde uiteindelijk naar de overige museumstukken die in een veldje in de buurt van Patras begraven waren.

Eind goed, al goed …

5 januari 2013

Het Museum van Bagdad, Irak

Fantastisch nieuws! Het Museum van Bagdad zal binnenkort opnieuw opengesteld worden voor het publiek!
Na de val van Bagdad in 2003 ontstond er grote chaos aangezien de coalitietroepen geen duidelijke instructies hadden om het museum te beschermen. Plunderaars streken als aasgieren neer en vernielden of stalen alles wat ze in handen konden krijgen. Duizenden stukken verdwenen gewoonweg of vonden een onderkomen bij zogenaamde verzamelaars, veelal in het buitenland. Het museumpersoneel heeft zoveel mogelijk getracht om daar een stokje voor de steken en het is hun gelukt om toch een deel van de kostbaarheden te verstoppen. Hun geheim gaven ze aan niemand prijs, vriend noch vijand. Nu dat de situatie weer genormaliseerd is, komen die stukken gelukkig weer te voorschijn en terug in het museum.

Op het weblog van Gadling lees ik een artikel van Sean McLachlan die in het Nationaal Museum van Irak een kijkje mocht gaan nemen. Totnogtoe zijn er al 22 zalen klaar en moeten er nog vijf afgewerkt worden. Voor een deel zien de zalen er uit zoals vóór 2003, maar andere zalen zijn in een totaal nieuw jasje gestoken, moderner met betere verlichting en uitleg. In alle zalen is de uitleg trouwens nu keurig tweetalig: in het Arabisch en in het Engels. 

Het is echt de moeite om even de link van Gadling aan te slaan want de foto’s vallen onder copyright en er staat o.a. een schitterend Soemerisch beeldje van jade en goud bovenaan, een juweeltje zoals je er geen tweede vindt. Sean McLachlan vertelt hoe reuzenbeelden van Assyrische bewakers, Soemerische priesters en reliëfs met oorlogs- en jachtscènes uit de verschillende paleizen weer een plek gevonden hebben, tussen de kasten met cilindervormige zegels met afbeeldingen van het dagelijkse leven in Babylon in miniatuur. 

Ik zou er wat voor geven om daar een kijkje te gaan nemen, maar een reis naar Irak lijkt me nog steeds een gewaagde onderneming. Je moet natuurlijk wel bedenken dat dit Museum in Bagdad een van de grootste musea van het Midden-Oosten is en ons heel wat over het verleden van Irak kan vertellen.