16 april 2011

Verborgen Afghanistan, De Nieuwe Kerk in Amsterdam

Dit is de tentoonstelling die momenteel nog tot 20 april 2008 in Amsterdam te zien is. De titel zelf, “Verborgen Afghanistan” werpt volgens mij wel een aantal vragen op want wat weten wij nu eigenlijk van Afghanistan? Elke dag of daaromtrent is dit land wel in het nieuws met weer een aantal aanslagen en een aantal doden. Wie wil er dan nog iets horen over wat er verborgen is? Kan daar iets moois zijn? Kan er iets bestaan dat de moeite van het ontdekken waard is? Misschien schrikt de titel van deze tentoonstelling wel veel mensen af? Moeilijk te achterhalen, lijkt me, maar voor mij is dit het land van het oude Bactrië waar Alexander de Grote doorgetrokken is en zijn sporen heeft achterlaten. Geen wonder dus dat ik hier een kijkje moet nemen. Ik heb er trouwens een hele dag voor uitgetrokken!

De tentoonstelling is gecentreerd rond vier archeologische vindplaatsen die een tijdsspanne bestrijken van twee duizend jaar vóór Christus tot de derde eeuw na Christus, ruwweg een periode van 2.500 jaar – toch niet mis.

Ik had natuurlijk al het nodige gehoord over het afschuwelijke lot van de vruchtbare opgravingen van Russen en Fransen in Afghanistan die grotendeels in het Museum van Kabul waren ondergebracht. De Russische inval van 1978 heeft zo bij voorbeeld in Ai Khanoum, een stad die door de Grieken gesticht werd, een abrupt einde gemaakt aan de opgravingen en toen de fransman Paul Bernard een paar jaar geleden terug ging kijken was de plek totaal leeggeplunderd! Maar het is vooral de Taliban die grote schade heeft aangericht en elk beeld, fresco of schilderij dat mensen voorstelde finaal aan gruzels gehakt. We kennen allemaal het lot van de reuze Boeddha beelden in Bamian, maar in het Kabul Museum hebben ze echt wel de boel kort en klein geslagen. Zonde dat ik het zeg! Voorwerpen die duizenden jaren getrotseerd hebben worden dan in één klap grondig vernietigd!

Bactrië, om de oude naam maar te gebruiken, ligt in Centraal Azië op het kruispunt van oude karavaanroutes die later uitgroeien tot de Zijde Route, waar alle handelswegen tussen Oost en West elkaar kruisen. Geen wonder dus dat Alexander de Grote zoveel tijd en energie in de verovering van dit gebied gestoken heeft. Hij moest hier gewoon heer en meester zijn, niet alleen om zijn achterhoede veilig te stellen op weg naar India, maar ook uit economisch oogpunt want Bactrië was uiterst strategisch gelegen. Misschien was zijn huwelijk met Roxane, de dochter van het plaatselijke opperhoofd toch eerder een berekende zet dan een impulsieve liefde. Wie weet?

Meteen bij het binnenkomen in de Nieuwe Kerk word ik geconfronteerd met een drietal beelden uit het Musée Guimet in Parijs, uit de boeddhistische tijd maar met zuivere hellenistische trekken. Heel indrukwekkend in de spotlights gezet op een zwarte achtergrond, je kunt er niet naast kijken, en het is meteen een juiste onderdompeling in wat je als bezoeker te wachten staat. Een prachtige Genius met bloemenkrans in hoog reliëf uit de 4de-5de eeuw is puur hellenistisch van uiterlijk, ofschoon gevonden in het boeddhistisch klooster van Hadda, in het uiterste noorden van Afghanistan.

En dan staat er een grote vitrine waarop trapsgewijs op kijkhoogte een honderdtal boeddhistische kopjes geschikt zijn, van klein onderaan tot groot op de bovenste trede. Het is een fascinerend geheel want al naargelang ik ze recht in hun gezin kijk of van opzij, lijkt het alsof ze naar me kijken of gewoon dromerig voor zich uit staren. Ook hier zijn heel duidelijke hellenistische trekken te herkennen, en ik neem er de tijd voor om ze stuk voor stuk te keuren en te bewonderen.

Van hier uit word je bijna automatische de filmzaal ingeloodst, zeer de moeite waard en zeker voor diegenen die hier onbeslagen ten ijs komen. Duidelijk met kaarten, een blik achter de schermen, en met prachtige vergezichten over het schitterende landschap van Afghanistan!

De oudste vondsten (2.000 v.C.) komen uit Tepe Fullol. Het zijn er maar een paar: gouden schalen en bekers in dun geslagen goud die me ergens aan het oude Mycene en het dodenmasker van Agamemnon doen denken. Archeologen zijn het er trouwens niet over eens waar de oorspronkelijke inspiratiebron lag of tot welke stijl ze behoren. Het grootste deel van de schat is bovendien verdwenen, eerst omdat de vondst onder de stamhoofden van Noord Afghanistan verdeeld werd, later omdat de hele collectie van het Museum in Kabul uit elkaar gevallen is. Ze liggen een beetje verloren, achteraf in deze expositieruimte - jammer, want ze mogen toch zeker wel in het zonnetje gezet worden na vierduizend jaar in de grond gezeten te hebben?

Het deel dat gewijd is aan Ai Khanum is voor mij uiteraard de grote trekpleister, in feite de hele reden van mijn bezoek want zoals gezegd werd deze stad gebouwd in het kielzog van Alexander de Grote die in 328-327 v.C. dit gebied veroverde. Ik vind het toch wel wat hoor om helemaal aan de grens met Oezbekistan, aan de oevers van de Oxus Rivier een stad te vinden die op Griekse wijze is opgezet, compleet met Gymnasium, Theater en tempels. Er werd zelfs een Paleis gebouwd, een on-Grieks concept want de Grieken kenden geen Koninklijke paleizen. Dit is dan opgetrokken volgens Perzisch model maar wel met monumentale Korinthische kapitelen bovenop de zuilen en platte daken versierd met zg. antefixen. Die staan hier dus te pronken, samen met voorwerpen zoals een waterspuwer in de vorm van een theatermasker, of een paar zonnewijzers (wat je dus echt niet verwacht!), een Hermeszuil van bijzondere kwaliteit, een gezicht waarvan men zelfs niet met zekerheid kan zeggen of dit nu een man of een vrouw moet voorstellen, bewerkte bronzen handvatten, etc. Echte blikvanger is toch wel de Schijf van Cybele van verguld zilver uit de derde eeuw v.C. waarop de Griekse figuranten in symbiose met verschillende oosterse invloeden staan uitgebeeld. Waar ik helemaal opgewonden van raak is de sokkel waar de deugden van de Griekse man op zijn uitgebeiteld. Deze spreuk komt oorspronkelijk uit Delphi en was al bekend in de 5de eeuw v.C. Ruwweg komt het hier op neer: Als kind leer je goede manieren, als jongeling moet je je leren beheersen, op rijpere leeftijd hoor je rechtvaardig te zijn, als ouderling dien je wijze raad te geven, en als je sterft zorg dan dat je nergens spijt van hebt. Kun je je voorstellen dat deze wijsheid 2 ½ duizend jaar geleden zijn weg gevonden heeft helemaal van uit Griekenland naar de rand van deze woestijnsteppe om daar nu weer heel onverwacht voor den dag te komen! Daar word ik dan wel even stil van hoor!

Verder zijn er de schatten uit Begram, een stadje iets ten noorden van Kabul. Hier werden net voor de Tweede Wereldoorlog twee verzegelde vertrekken blootgelegd waarin ivoren meubels uit India gevonden werden, maar ook een grote hoeveelheid glaswerk en gipsen gietvormen van zuiver hellenistisch herkomst. Ook hier houdt elke archeoloog er blijkbaar zijn eigen theorie op na. Is dit nu een opslagruimte omdat netjes brons bij brons, glas bij glas en ivoor bij ivoor gezet was, of is dit een religieus geschenk, of misschien gewoon een verborgen schat?

Nou het glaswerk alleen al is hoogst uitzonderlijk te noemen en zeer gevarieerd van vorm, kleur en versiering. Neem nu de drie beschilderde drinkbekers (het lijken wel vazen zo groot!). Heel zijn ze natuurlijk niet meer maar als je op de kleur van deze vis- en jachttaferelen af gaat zou je denken dat ze gisteren pas beschilderd zijn. Bovendien zou dit kunstige werk uit Alexandrië komen, dus helemaal uit Egypte naar Kabul gereisd zijn en dat in de 1ste eeuw van onze jaartelling! Je weet wel dat er goederen over en weer verhandeld werden, maar als je er zelf op deze manier mee geconfronteerd wordt, sta je echt met grote ogen te kijken! Dan zijn er de glazen drinkbekers in de vorm van vissen, blauwe en matkleurige, met glinsterende ogen en opstaande vinnen – zoiets heb ik nog nooit gezien! Verder geblazen vazen met honingratenmotief of met een “kanten” omhulsel, ook van glas. Uiteraard ontbreekt de geslepen glazen kom niet, ofschoon die toch een beetje uit de toon valt tussen deze sierlijke vazen en kannen. Er staat ook een pracht van een slanke zwart glazen kan met een elegante handgreep naast eentje van matglas bedekt met puur gouden motieven. Wat een pronkstukken!

In een andere vitrine zijn de ivoren voorwerpen uit India met hellenistische invloed uitgestald, ook al daterend uit de 1ste eeuw n.C. Opvallend zijn hier de ongeveer 45 cm hoge Riviergodinnen met duidelijke boeddhistische trekken, kundig opengewerkte tafereeltjes van Indische dames in exotische tuinen met fonteinen en bijgebouwen, een paar monsterfiguren ook uit India, etc. Raar vind ik de kruik van blauwgroen geglazuurd aardewerk die een vogelvrouw moet voorstellen want qua stijl kan ik die eigenlijk niet goed plaatsen.

De kast met brons kan me niet zo bekoren, behalve misschien het lieve figuurtje van Amor met een lamp in de hand en de jonge ruiter die gezien zijn houding aan Alexander de Grote doet denken, maar dit blijft een vraagteken.

Helemaal apart is een rij gipsen medaillons uitgestald, zo een 15 cm doorsnede en ook uit de 1ste eeuw n.C. Deze werden blijkbaar gebruikt als basisvorm voor de bodem van zilveren borden en schalen. Het zijn net overmaatse mallen voor geldstukken, maar er zitten echt wel juweeltjes tussen, zoals de gevleugelde Amor of het hoogreliëf van een jongeling. Je moet je dan inbeelden dat deze portretten je aanstaren vanuit de bodem van je zilveren kom, wellicht gevuld met water of met wijn? Zou ik wel eens willen uitproberen hoor!

Tot slot is er dan de goudschat van Tillya-Tepe, een heuvel die net buiten de muren van de Grieks-Bactrische stad Emshi-Tepe ligt, in de oase van Sherberghan. Het gaat hier om de inhoud van zes graftombes die nog net voor de inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan in 1979 geborgen zijn en naar het Museum in Kabul overgebracht werden. Dit is met recht een samensmelting van steppekunst (wat ik de Scytische kunst zou noemen) Grieks, Indiaas en Chinees. Er lag nog een zevende graf onder deze grafheuvel aan de Turkmeense grens, maar daar hadden de archeologen geen tijd en gelegenheid meer voor; toen ze onlangs eindelijk gingen kijken was de plek finaal leeggeroofd. Zonde hé? De archeoloog die toen de leiding had, de Rus Sarianidi, is gelukkig in de jaren 1980 naar Kabul gereisd om alle 20.000 opgegraven objecten te laten fotograferen en ze in een schitterend boek te publiceren. Zo weten we wel precies wat er gevonden is.

Uiteindelijk hebben we het aan een handjevol dappere Afghanen te danken dat deze schat een veilig onderkomen gekregen heeft in de kluis van het presidentieel paleis. Met veel moeite is de plek geheim gebleven. Het Museum zelf heeft veel te lijden gehad van de burgeroorlog, er werd gestolen en geplunderd, en in 1994 werd het getroffen door een raket waardoor het in brand vloog. Eeuwig zonde zoiets! Maar het ergste kwam nog toen in 2001 de Taliban besloot om niet alleen de reuze Boeddha beelden van Bamian op te blazen maar ook 2.500 kunstwerken uit het Museum in Kabul kort en klein te slaan. Pas in 2003 vond de regering van Afghanistan de situatie veilig genoeg om de goudschat weer te voorschijn te halen en aangezien het zwaar beschadigde Museum van Kabul ze nog niet kan herbergen ontstond het idee om deze collectie op reis te sturen. Na Parijs en Turijn was hij in Amsterdam te zien, om daarna naar de Verenigde Staten te vertrekken en verder rond de wereld.

De graven staan prachtig opgesteld als hoge rechthoekige kisten bedekt met een glasplaat waarop de contouren van de overledene is aangeven zodat de juiste vindplaats van elk object precies op het lichaam is terug te voeren. Oorspronkelijk mat elk graf twee bij tweeënhalve meter en lag het twee meter onder de grond. In het midden stond dan een kist waarin de overledene lag, in totaal vijf vrouwen en één krijger. De man lag op de top van de heuvel tussen de twee rijkst getooide vrouwen, de andere drie vrouwen lagen in de flank van heuvel die feitelijk volgens nomadengebruik een koergan had moeten voorstellen. Dankzij een bijgezette munt waarop Keizer Tiberius is afgebeeld (die regeerde van 14 tot 37 n.C.), heeft men deze tombes dus kunnen dateren.

Het is hier overduidelijk dat Noord Afghanistan echt wel een smeltkroes geweest is van verschillende culturen want de invloeden van China en Griekenland zijn op een heel eigen manier vermengd met oude gewoontes van dit steppevolk. Ik moet onwillekeurig terugdenken aan wat ik van de Scythen gezien heb in Berlijn (de stukken waren afkomstig uit St. Petersburg), vooral door de gouden blaadjes, hartjes, bloemetjes en knoopjes, al dan niet ingelegd met turkoois, die op de kleding vastgenaaid waren. Hier is elk graf een bezienswaardigheid op zich, waar allerlei voorwerpen uit verschillende stijlen broederlijk bij elkaar liggen en een adembenemend geheel vormen. Natuurlijk dragen ze allemaal armbanden en enkelbanden van massief goud al dan niet ingelegd met halfedelstenen. Maar dan zie je dat een paar vrouwen een Chinese spiegel bij zich hebben, uit de Han-dynastie nog wel, gouden spelden met als knop een kunstig uitgewerkte gouden bloem met stampers en al, haarversieringen zoals ik die van de geisha’s ken maar hier uitgevoerd in flinterdunne goudvlokken en kleine pareltjes, zegelringen (o.a. met een afbeelding van Athena er op!) en ringen met edelstenen ingelegd; gouden sieraden voor de hals van hun gewaad ingelegd met turkoois, almandien (een paars-rode granaat), kornalijn en pyriet; gouden oorbellen liefst ingelegd met turkoois; gouden gespen met turkoois; een paar hangers in een mengeling van Chinees, Indiaas en Grieks ook ingelegd met turkoois, lapis lazuli, almandien, kornalijn en parels; gouden broches zoals het stel Amorfiguren op een dolfijn met turkoois en parelmoer; zelfs gouden zooltjes liggen er!

De krijger, waarvan we aannemen dat het een prins is, draagt een ijzeren dolk en zwaard waarvan het gouden heft en schede versierd is met kunstige diermotieven ingelegd met turkoois. Zijn ceintuur was van gevlochten goud strengetjes die schakels vormden tussen de negen gouden medaillons waarop een ruiter in volle galop is uitgebeeld! Onder zijn hoofd is een schaal gevonden van puur gouden, een zogenaamde phiale, 23 cm in diameter a.u.b.!

Verder nog een aantal munten, hangers en versierselen. Ik raak helemaal opgewonden als ik hier eindelijk oog in oog sta met de zogenaamde “Aphrodite van Bactrië” een gouden applique ingelegd met turkoois. Ze is maar 5 cm hoog maar ik ga er voor op mijn knietjes zitten, even goed kijken! Een ander pronkstuk is zeker de gouden kroon met lovertjes en bloemetjes. Dit is eigenlijk een reiskroon die uit vijf delen bestaat en uit elkaar genomen kan worden. Het zijn net kleine platte boompjes waarvan de dunne stammetjes in de kroon gestoken werden – nou ja, klein, toch wel 45 cm hoog!

Hoe groot deze smeltkroes van beschavingen nu echt is of bij welke nomadenstam de graven uit Tillya Tepe horen blijft voorlopig nog een raadsel. Men denkt aan stammen uit Noordwest China, of uit het Rijk van de Parthen (nu deel van Iran en Turkmenistan), wie zal het zeggen?

Het blijft een boeiend onderwerp natuurlijk, want als je alleen maar bedenkt dat de jade uit China kwam, de granaten uit India, het turkoois uit oostelijk Iran en het lapis lazuli uit de mijnen van Badakhsan (huidige Afghanistan), dan bestrijk je al een heel territorium, om dan nog maar te zwijgen over de handelaars en kunstenaars die rondtrokken tussen China, India en het Romeinse Rijk om deze kunstwerken te produceren! Dan zeggen we nu dat de wereld klein is, wat zouden ze toen gedacht hebben?

In elk geval ben ik zeker dat dit zonder Alexander de Grote niet mogelijk geweest zijn!

[Alle foto's zijn afkomstig van The Australian]

3 april 2011

Madaba Mozaïek, Jordanië

Madaba ligt ruwweg 30 kilometer ten zuidwesten van Amman. In 1902 was dit nog een dorpje van niks, nu ligt de kerk van St George, net als alle andere Byzantijnse kerkjes, klem tussen huizen in smalle straatjes. Onze bus moet een eindje verderop parkeren en we vangen een vleugje van de plaatselijke folklore op. Naar men zegt ligt er hier onder elk huis wel een mozaïekvloer. Het grootste deel is tot nu toe gelukkig van de ondergang gered dankzij de kundige belangstelling van de toenmalige dorpspriester, F. Giuseppe Manfredi.
                                   
De Bijbelse stad Madaba is minstens 3.500 jaar oud en heeft dezelfde heersers en bezetters gekend als alle andere steden in de regio. Zijn geschiedenis loopt dus parallel met die van Gadara of Gerasa, om er een paar te noemen, maar het hoogtepunt kende Madaba in Byzantijnse tijden. Er werden toen grootse gebouwen en waterreservoirs gebouwd en in de 6de eeuw schoten de kerken als paddenstoelen uit de grond met een keur aan mozaïeken. De grote aardbeving van 747 maakte een einde aan deze grandeur en de stad bleef verlaten achter. Dankzij de ijver van Manfredi zijn er veel kerken uit de Byzantijnse en Omajjaden tijd in kaart gebracht en hun schatten aan mozaïeken werden grotendeels gered. Het lijstje is zeker niet volledig, maar desondanks indrukwekkend genoeg: de kerk van de Heilige Maagd en de Apostelen, het Hippolytushuis, de Kerk van Profeet Elias met zijn crypte, de Kerk van de Heilige Martelaren (Al-Khadir), het Verbrande Paleis, de Kerk van de Familie Sunna, en de meest beroemde, de Kerk met de Landkaart - tegenwoordig de Grieks-orthodoxe Basiliek van St George. Hier ligt een mozaïekkaart die rond 560 gemaakt zou zijn en die het Heilig Land voorstelt zoals het zich uitstrekte van Egypte tot Libanon, met inbegrip van de Sinaï, Israel, Palestina, en Cisjordanië…! Hier vinden we de oudste voorstelling van de stad Jeruzalem die centraal op de kaart geplaatst is, maar ook van andere bekende steden zoals Nablus, al-Khalil (Hebron), Ariha (Jericho), inclusief rivieren als de Jordaan en de Nijl, en omliggende landen als Turkije en Libanon.
                                   
Oorspronkelijk moet deze kaart 15 x 6 meter groot geweest zijn, jammer dat er “maar” een kwart van bewaard is gebleven! Maar ik ben er ontzettend nieuwsgierig naar, hoor! Stel je voor, dit is een blik op de wereld zoals die was, toen Jeruzalem de navel van de wereld was. Dat kun je je gewoon niet voorstellen! Ik zou hier wel een hele dag kunnen staan om al die namen en plaatsen in gedachten op een hedendaagse kaart over te brengen en dan te vergelijken met wat hier te zien is! Dat is meer dan dagwerk, zo blijkt als ik eenmaal thuis de link Christus Rex aansla. Onder “Map Sections” kun je rustig elk onderdeel en elke streek in detail bekijken. Een luxe hoor, het is een hele wereld die daar binnen bereik ligt van een enkele muisklik. Een geweldige tijd toch, deze computertijd!
                                   
Waarom er nu zo een gedetailleerde kaart gemaakt is en nog wel in zo een afgelegen provinciestadje van het Romeinse Rijk, blijft voorlopig een raadsel. Sommige geleerden die het kunnen weten denken dat de pelgrims op weg naar de heilige plaatsen hier hun weg op konden vinden. Anderen gaan er van uit dat deze kaart niet ver van de Berg Nebo ligt en dus de blik van Mozes op het Beloofde Land zou uitbeelden met de heilige stad Jeruzalem in het midden. Het fijne zullen we waarschijnlijk wel nooit aan de weet komen.
                                   
In het bezoekerscentrum naast de kerk krijgen wij gelukkig wat uitleg, heel handig met een kopie van de kaart aan de wand. De gids zwaait met zijn stokje over wegen, steden, rivieren, oasen, forten, enz., en blijft uiteraard een tijdje boven Jeruzalem hangen, wijzend naar de stadswallen, de hoofdstraat met zuilenrijen, de verschillende kerken die duidelijk herkenbaar zijn. Opvallend zijn ook de vissen die bij het naderen van de Dode Zee terugzwemmen omdat het water te zout is, en de uitgebreide Nijldelta. Ik kom gewoon ogen (en ook tijd) tekort om het allemaal in me op te nemen!
                                   
De kerk zelf is ook best de moeite waard met glimmende gouden kroonluchters en kleurige fresco’s aan de wanden. Dit is voor mij toch ook een hoogtepunt, zoiets waar veelvuldig over gesproken wordt en naar verwezen wordt, en dat ik nu met eigen ogen te zien krijg! Fotograferen valt niet mee, tussen de mensen door en rond de afgezette barricades. Bovendien ben ik ook te opgewonden en te gejaagd (onze tijd is beperkt) om er echt de tijd voor te kunnen nemen. Jammer natuurlijk, maar daar is niets aan te doen …

[voor meer foto's klik op deze link]

20 maart 2011

De Etrusken in het KMKG van Brussel

Klinkt veelbelovend, maar uiteindelijk zonde van mijn entreegeld. Wat een flop!

Over de Etrusken is anders heel wat te vertellen, lijkt mij, en zeker te ontdekken want buiten hun tumulusgraven die al dan niet intact gevonden zijn is er niet veel over bekend. Het lijkt wel een volk dat uit het niets opgedoken in om even plots weer in lucht op te gaan onder invloed van de Griekse en Romeinse wereld. Het schrift zelf is nog maar gedeeltelijk ontcijferd, dus had ik echt zoiets van “laat maar zien”.

Zeggen en schrijven zijn hier twee vitrines te bewonderen, de ene gevuld met voornamelijk bronzen beeldjes en andere voorwerpen, de andere met vazen, kannen en schalen van aardewerk. Voor de rest staan er misschien een tiental schermen opgesteld waar pps’jes op afgespeeld worden zonder tekst of uitleg. Ik krijg allerlei stukken te zien die ergens in een vitrine uitgestald staan, maar nergens wordt vermeld in welk museum dat is of waar die stukken vandaan komen. Af en toe zijn er wat sarcofagen in beeld of wapenuitrusting, maar geen woord uit welke tijd ze precies dateren of uit welk graf ze afkomstig zijn. Ik heb ook een speciale bril gekregen om naar de 3D beelden te kijken, een leuke gadget die verder niets bijdraagt aan het geheel. Onder elk scherm staat op 1 m2 wel wat te lezen over de Etrusken in het algemeen en over hun beschaving (vol taalfouten bovendien), maar in feite kun je dit allemaal thuis ook op het internet vinden.

Het leukste is misschien nog het grote scherm waar je zelf me de muis kunt gaan zitten klikken en “live” een paar graven binnenwandelen met de daarbij horende zijkamers. Het geeft wel het gevoel alsof je daar echt loopt, maar dat is het dan.

Veel geschreeuw en weinig wol hoor! Geen wonder dat er weinig bezoekers rondlopen, en zelfs de klas scholieren zit en hangt uit verveling druk pratend bij elkaar – geen oog voor de kunst? Ja, welke kunst?

11 maart 2011

Apamea, SY

Aan de voet van de heuvel waarop deze stad gebouwd is, ligt een karavanserai die rond 1524 door de Ottomanen gebouwd werd en waar ooit de kooplieden en pelgrims op weg naar de handelssteden aan de Orontes konden overnachten. Het gebouw werd onlangs gerestaureerd en doet nu dienst als Museum voor de vondsten uit Apamea, voornamelijk grafsteles en mozaïeken afkomstige uit de patriciërshuizen, met o.a. het schitterende mozaïek van Socrates en de Wijzen.


Het grootste en misschien mooiste mozaïek ligt dan wel in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Moet je eerst helemaal naar Syrië gaan! Ik voeg er wel de foto's van bij, maar deze zalen van het Koninklijke Museum voor Kunst en Geschiedenis zijn zwaar verloederd en liggen al een tiental jaren te verkommeren. Mijn foto's zijn dus niet recent en verwacht niet dat je dit zo te zien krijgt als je nu naar het Museum gaat. Gebrek aan geld is het excuus, maar met een stofdoek en een emmer sop zouden ze al een heel eind komen.
                                     dec 2009

1 maart 2011

Halicarnassos, het Mausoleum - Turkije

De verwachtingen van elke bezoeker staan hooggespannen wanneer hij de resten van het Mausoleum van Halicarnassos in Bodrum gaat bezoeken. Het is niet niks, ooit een van de Zeven Wereldwonderen. Daar willen we toch het fijne van weten zeker?

Ik denk dat niemand echt voorbereid is op wat hier te zien is – of niet te zien is. Dat is maar zoals je het bekijkt. Een diepe krater in de grond langs een veel te smalle straat propvol met bussen en souvenirwinkeltjes, wat aangeharkte paden omzoomd met rozen en oleanders en een allegaartje van steenblokken, zuilen en kapitelen. Onder een afdak liggen een paar beschermde resten maar die geven bij lange na geen beeld van het graf dat hier ooit gestaan moet hebben.

Koning Mausolos, heerser van Karië, besloot om hier in 355 v.C. een Mausoleum voor zichzelf en zijn vrouw te bouwen. Toen hij twee jaar later stierf heeft Koningin Artemisia zijn werk afgemaakt. Naar verluid was het Mausoleum 41 meter hoog en bestond het uit een verhoging, een zuilengang met 36 zuilen en een piramidevormig dak, maar een juiste reconstructie heeft men nog niet kunnen maken. Boven op het Mausoleum pronkte dan nog een imposante groep met een wagenspan, de reden waarom het in die dagen zo beroemd was. Eigenlijk was dit de voorloper van de quadriges die de Romeinen later op hun triomfbogen plaatsten.
                       
Deze graftombe heeft ongetwijfeld het beeld van Halicarnassos eeuwenlang beheerst en het stond daar 1500 jaar lang als een vast baken in de geschiedenis te pronken. Maar tegen natuurgeweld was zelfs het Mausoleum niet opgewassen en de vele aardbevingen die de regio teisterden brachten in de loop der eeuwen de nodige schade aan, en de genadeslag viel eigenlijk toen het hele paardenspan naar beneden tuimelde.
                       
De stenen van de ruïne werden in de 13de eeuw door de Kruisvaarders gebruikt voor hun eigen constructies maar de grondvesten waren tot in 1404 nog duidelijk te zien. De echte vernieling hebben de Ridders van Malta op hun geweten toen ze zich in 1522 moesten beschermen tegen de Turkse invasie en zij het kasteel van Halicarnassos, nu al gekend als Bodrum, moesten versterken. De resten van het Mausoleum waren handig recuperatiemateriaal. We kunnen vandaag de dag die prachtige groen gepolijste stenen en glinsterende marmerblokken nog in de muren van het kasteel terugvinden.
                       
Vanaf de jaren 1960 hebben archeologen in en rond het Mausoleum opgravingen verricht en thans is er geen enkele tourbus die een bezoek aan de site nog overslaat. Nou, het viel mij ontzettend tegen, dat kan ik wel zeggen.  Onder het genoemde afdakje zijn een aantal getekende ontwerpen te zien van hoe het Mausoleum er uit gezien kan hebben, met centraal een maquette om ons leken wat op weg te helpen. Mij brengt dit echter nog verder in verwarring.

Nee, als je echt iets wilt proeven van de grandeur van het Mausoleum, dan moet je in het British Museum in Londen zijn. Daar is een grote zaal uitsluitend gewijd aan dit wereldwonder. Hier staan de meer dan levensgrote beelden van Mausolus en Artemisia, een schitterende paardenkop afkomstig van het vierspan, en rondom de wanden van deze zaal hangen de prachtige friezen van vechtende Grieken en Amazones die ooit het graf sierden. Je vergeet bijna dat dit prehellenistische kunst is, zo verfijnd. Persoonlijk vind ik ze zelfs mooier dan de friezen van het Parthenon in Athene, bij voorbeeld.

[Klik hier om mijn fotoalbum van Het Mausoleum te bekijken]

18 februari 2011

Ankara, TK – Museum van de Anatolische Beschaving

Het Museum van de Anatolische Beschavingen gaat door als zijnde het mooiste museum van Turkije en werd in 1997 uitgeroepen tot Europees museum van het jaar. Ik vraag me hier wel af wie er dan bepaald heeft dat Turkije bij Europa gerekend moest worden.
                                                           
Nou ja, ik wil nooit de kans missen om een museum met Griekse en Romeinse oudheden te bezoeken en ik sta natuurlijk te popelen om binnen te gaan. Het bijzondere aan dit museum is dat het chronologisch opgezet is – er zijn ook wel wat beschavingen door dit land getrokken! Onze gids houdt ons bij het binnenkomen stil met een saai relaas over de paleolithische periode. Kan best wel interessant zijn, maar ik wil naar “mijn” hellenistische afdeling! Gelukkig staat er in mijn reisgids een plattegrond van het museum en weet ik dat ik in de kelder moet zijn. Ik verdwijn met stille trom naar de ondergrondse gewelven.

Er staan hier inderdaad prachtige voorwerpen, maar ik ben weer lastig. De bordjes vertellen wel uit welke periode de beelden en voorwerpen stammen, maar niet waar ze gevonden zijn. De hele context is dus spoorloos. Vervelend vind ik dat, ik wil nu eenmaal precies weten wat het voorstelt, waar het gevonden is en waarvoor het gediend heeft. Zoiets van “Romeinse kop van een vrouw. Marmer”, daar krijg ik wat van! Dat kan ik ook wel zien! Geen wonder dat ik altijd met meer vragen buitenkom dan bij het binnenkomen! Zo vind ik het ook ontzettend jammer dat er bijna geen uitleg staat bij de Hettitische friezen die tegen de muren van de centrale ruimte leunen. Ik moet het doen met het algemene jaartal van 950-900 v.C., maar waar die friezen nu vandaan komen en van welk gebouw of tempel, dat wordt niet verteld. Heel erg jammer vind ik dat en ik begrijp dan ook niet hoe dit museum bekroond kon worden als “museum van het jaar”. Ben ik dan echt zo lastig?

Een pronkstuk vind ik wel de opklapbare houten eettafel uit de 8ste eeuw v.C., afkomstig uit het graf van de Frygische koning Midas in Gordion. Zou Alexander de Grote die ook nog gezien hebben toen hij daar vier eeuwen later de Gordiaanse Knoop doorhakte? Hoe kom ik daarbij!
                                                            

6 februari 2011

Nog meer tentoonstellingen over Alexander de Grote

Het is bijna niet te geloven dat er na zoveel jaren wachten nu ineens een ware zondvloed van tentoonstellingen over Alexander de Grote over ons heen komt!

Als eerste was er de schitterende tentoonstelling in het Reiss- Engelhorn- Museum (REM) Mannheim eind vorig jaar: Alexander der Grosse und die Öffnung der Welt (voor mijn verslag, klik op Tentoonstelling Alexander de Grote in Mannheim), die momenteel ook onder de titel Exposición Alejandro Magno. El encuentro con Oriente in het Canal de Isabel II in Madrid loopt, en tot en met 3 mei 2011 nog te bezoeken is.

Daarna was Amsterdam aan de beurt met De Onsterfelijke Alexander de Grote (voor mijn verslag, klik op: De Onsterfelijke Alexander de Grote, het Hermitage Museum) in het Museum van de Hermitage en daarbij parallel een kleinere tentoonstelling in het Allard Pierson Museum, Alexanders Erfenis – Grieken in Egypte (voor mijn verslag, klik op: Alexanders Erfenis. Allard Pierson Museum), die beide nog lopen tot 20 maart 2011.

En dan lonken er nóg twee tentoonstellingen dit jaar! Het kan niet op.

Het eerstvolgende evenement is in Oxford, UK, waar de tentoonstelling From Hercules to Alexander: the Legend of Macedonia in het Ashmolan Museum van 7 april tot 29 augustus 2011 te bezichtigen is. Naar verluidt zullen er stukken uit het museum van Pella, Alexanders geboortestad, te zien zijn die nooit eerder het land zijn uitgeweest, met o.a. de kop van de jonge Alexander.

En dan opent het Louvre dit najaar met een bijzondere Alexander-tentoonstelling Au royaume d'Alexandre le Grand,  la Macédoine antique. Dit staat vreemd genoeg nog niet vermeld op de site van het Louvre zelf, maar heeft wel in verschillende kranten gestaan en op het internet. Hiervoor moeten we ruimte in onze agenda voorzien tussen oktober 2011 en januari 2012.

Nou, als dat niet genoeg is om ons van de straat te houden dan weet ik het niet. Mijn eigen verslagen over deze opkomende evenementen volgen uiteraard van zodra ik zelf ben gaan kijken in Oxford en in Parijs.

3 februari 2011

Eretria op Euboa, GR

De aanwijzingen om vanuit mijn hotel binnendoor naar Eretria te lopen zijn niet erg duidelijk, maar oh wonder, en dank zij mijn oriëntatievermogen, beland ik via de juiste straten aan het strand. De nieuwe promenade is langer dan ik dacht en i.p.v. 1 ½ uur lopen zoals aangekondigd, wordt het meer dan 2 uur.

Ik loop als vanzelf door naar het Museum met Griekse oudheden en plaatselijke vondsten, want dit gebied werd al sinds de Bronstijd bewoond en kende zijn grote bloei in de 3de eeuw v.C. Aan de overkant van het museum liggen nog resten van de Romeinse stad (de Romeinen vestigden zich hier in 189 n.C.), met theater en al. Er is ook ergens een villa met mozaïeken, maar de uitleg is niet duidelijk, op zijn Grieks waarschijnlijk, en dus kan ik de villa niet vinden. Jammer natuurlijk.

Het museum is niet groot, maar wel heel goed gepresenteerd in chronologische volgorde, zelfs teruggaand tot het Neolithicum, 5.500-2800 v.C. Buiten Eretria liggen er vondsten uit het naburige Amarynthos en Lefkandi, en in de tuin staan zelfs een aantal vrij gave offertafels – iets dat ik nog niet eerder gezien heb.
Lente 2005

17 januari 2011

Burdur, TK - Het Museum van Sagalassos

Vandaag staat Burdur op het programma, 150 km ten noorden van Antalya en ik schat de tocht op twee uur, zoeken niet meegerekend. Doel is het Archeologisch Museum waar de vondsten uit het naburige Sagalassos ondergebracht zijn. Eenmaal op de D400 richting Antalya kijk ik uit naar een bordje Isparta of Burdur, en kort na Perge word ik inderdaad die richting uitgestuurd, echter nog voor het vliegveld wat ik niet verwacht had. Het is een mooie brede weg en ik verwonder mij erover dat het zo rustig is, misschien omdat het zondag is? Onderweg lees ik een bordje naar het antieke Milyas en nog wat later naar het even antieke Kremna, maar dat wijst links van weg. Raar is dat want ik heb Kremna wel op de kaart gezien maar aan de rechterkant van de hoofdweg … Enfin, ik rij door, uitkijkend naar de tweesprong met de afslag naar Burdur, maar die zie ik helemaal niet en als ik op 20 km van Isparta ben, begin ik me toch zorgen te maken. Heb ik nu zo in gedachten verzonken gereden dat ik het bordje gemist heb? Maar dan had ik toch zeker een bordje Ağlasun of Sagalassos moeten zien? Nou de goden hebben mij gehoord en prompt staat er een pijl linksaf richting Sagalassos. Dit is een prachtige weg door een lieflijk landschap vol malse weilanden met voorjaarsbloemen en fruitbomen. In Ağlasun pik ik het bordje Burdur op, een invalide weggetje vol kuilen en gaten, maar ik kom waar ik zijn moet.
                                   
Aan de rand van Burdur staat al meteen een bordje Müze, en dat volg ik maar. Ik weet gelukkig hoe het museum er van buiten uitziet, dat scheelt bij het zoeken. Het lukt! Ik vind het museum en op een naburig pleintje kan ik mijn auto kwijt. Maar toch heb ik even pech want het museum sluit van 12 uur tot 13u30 voor de lunch en nu moet ik mijn tijd weten zoet te brengen. Het is 12u10, jammer natuurlijk maar nu ook weer niet meteen een drama. Ik vind het stadspark met een schaduwrijke theetuin en aanpalend keurige Wc’s. Zou je niet meteen verwachten, toch? Ik in elk geval niet. Ik geniet van het dagelijkse leven dat zich rondom mij afspeelt, loop dan de supermarkt door en haal gelijk wat geld uit de muur. Dan is het tijd om het museum op te zoeken.
                                   
Mijn verwachtingen zijn hooggespannen hoor. Ik had al op de website van het museum gekeken en het zag er heel veelbelovend uit. Nu wordt het werkelijkheid! Bij het binnenkomen word ik meteen geconfronteerd met de friezengroep van het Heroon uit Sagalassos, met pal daarboven de man voor wie het gebouwd is. Nou, hij staarde me aan met doordringende blik, ik kon er niet naast kijken ... het moét gewoon Alexander zijn. Wel zonder zijn fameuze haarlok (anastolé), maar toch. Ik meteen een foto genomen en prompt stevent de zaalwachter op me af dat ik geen blits mag gebruiken. Nou ja, deze foto heb ik vast, ofschoon ik meestal betere foto’s heb bij gewoon daglicht of kunstlicht mits ik natuurlijk een statief kan gebruiken (wat hier ook niet mag) of mijn toestel ergens op of tegen kan zetten. Maar om terug te komen op mijn blikvanger, het is volgens de mensen die het kunnen weten, nog niet bekend wie deze held wel is – anderen gaan er echter van uit dat het Alexander de Grote moet zijn – ik natuurlijk ook!
                                   
De dansmeisjes of dansende Muzes in het midden zijn schattig gewoon. De verlichting is met zorg gekozen en je ziet ze echt dansend rondom hun fries trekken, elkaar vasthoudend bij hun sjaal met franjes die ook meedansen. Dat zie je natuurlijk niet als je onderaan het Heroon zelf staat en naar boven moet kijken om dit fries te zien. Zo komen zowel deze groep als de kopies ter plaatse in Sagalassos echt helemaal tot hun recht. Wat schitterend! Ik kan er niet genoeg van krijgen!
                                   
Aan de wanden hangen duidelijke borden met de geschiedenis van Sagalassos met uitleg en foto's van de opgravingen. Overzichtelijk en systematisch gedaan, met rondom een keur van beelden afkomstig uit de verschillende Nympheums, zowel van de Boven als van de Beneden Agora. Prachtig gave stukken zijn het, iets meer dan levensgroot, zeer goed bewaard en zorgvuldig tentoongesteld in lichtspots die aangaan als je in de buurt komt. Ik kom ogen te kort hoor! Daar kunnen geen honderd plaatjes tegenop! Dat moet je in het echt gezien hebben…
                                   
Het museum is niet zo groot, maar ik heb daar wel anderhalf uur rondgelopen om mijn ogen de kost te geven. Ook staat er een schitterende groep beelden uit Kremna, dat ik dus onderweg tegengekomen ben. Het gaat om stukken uit de bibliotheek daar met levensgrote goden en godinnen. Links staan achtereenvolgens Athenea, een onbekende dame, Hygeia en Apollo; in het midden meer dan levensgroot Athenea en Heracles; verder rechts Nemesis, Asclepius en Leto. Volgens de plattegrond moeten de beelden ook op deze manier in de bibliotheek gestaan hebben en het geheel doet me denken aan de opstelling van een lieve beeldengroep uit Klein Azië die in de Getty Villa in Californië te zien is. Nou, het zijn stuk voor stuk pure juweeltjes die absoluut een bezoek waard zijn, zelfs als je er zo een eind voor moet rijden!
                                   
Boven is nog een verdieping, met een collectie van meer algemene aard zou ik zeggen waar Attisch en Hellenistisch aardewerk, juwelen, bronzen voorwerpen, geldstukken en vondsten uit Hacιler, Uylupιnar en Kuruçay liggen tentoongesteld. Keurig verzorgd allemaal, maar na de toppers beneden, vind ik dit niet erg boeiend meer.
                          

3 januari 2011

Antalya, TK – Archeologisch Museum

Mijn eerste bezoek aan het Archeologisch Museum is met een groep tijdens mijn eerste verkenningsreis door westelijk Turkije. Tijd is kostbaar en ik loop vrij vlug door de prehistorie naar de hellenistische afdeling, want volgens de kaart is de kust hier bezaaid met oude Griekse en Romeinse steden, met klinkende namen als Perge, Aspendos en Side. Ik had geen idee tot nu toe dat er zoveel te zien en te ontdekken is!

In het najaar van 2006 en voorjaar 2007 ben ik weer even terug, maar ook dit is telkens in groepsverband. Al steek ik er telkens weer iets nieuws van op, toch wil ik dit Museum eens op mijn eigen tempo bezoek. Dat lukt eindelijk in het voorjaar van 2009.


Het is altijd weer een feest om hier binnen te gaan en ik verheug me er weer eens bijzonder op. Ik heb zo het idee dat ik het museum nu wel van buiten ken, maar wat mooi is blijft altijd mooi hé? Elke keer kom ik toch weer iets nieuws tegen, nieuw in die zin dat ik er de vorige keren overheen gekeken heb of gewoon nog geen belangstelling voor had.

Zo worden er trots een aantal archeologen in de schijnwerpers gezet, namen die me niets zeiden tot ik nu Cevdet Bayburtluoğlu tegen kom, de man die de opgravingen in Arykanda voor zijn rekening genomen heeft en wiens gids mij heel wat details verschaft heeft over de opgravingen in Lycië. Nu is dat als het ware een oude bekende.
                                                           
Het museum is schitterend ingericht. Daar waar de witmarmeren beelden uit Perge staan, zijn de wanden terracotta geschilderd zodat ze volledig tot hun recht komen. Bovendien worden ze van een speciale verlichting voorzien die aangaat als je erlangs loopt en iets later weer uitgaat. Een lust voor het oog! Het zijn allemaal bekenden uit de 2de eeuw, Romeinse kopieën van Griekse originele: Zeus, Afrodite, Tykne, Athena, Nemesis, Itygieia, maar ook de beroemde Hermes die zijn sandaal vastmaakt en Artemis/Diana, Romeinse kopieën waarvan ik  in het Louvre al een versie heb zien staan.

Verderop kom ik de Romeinse keizers tegen: Trajanus, Hadrianus en Septimius Severus, ook uit de 2de-3de eeuw.

Daarachter, in de groenmarmeren zaal, sta ik plots oog in oog met een reuzenbeeld van Alexander de Grote. Nee maar, als ik me daaraan verwachtte! Dit is ook uit Perge afkomstig met de overblijfselen van een tempel met prachtige friezen. Ik bedenk dat ik toch zelf eens een kijkje in Perge zal moeten gaan nemen – wat ik een paar jaar later ook doe. Helemaal achteraan is een zaal voorbehouden aan een rijke selectie sarcofagen, waarvan er twee bijzondere exemplaren uit de 2de eeuw geweid zijn aan Heracles. Het zijpaneel van een hiervan is onlangs door het Getty Museum terug geschonken. Ja, er zal wel eens iets op de zwarte antiekmarkt verdwijnen want er is ook zoveel kunst en zo weinig toezicht bij de opgravingen. Ook de sarcofaag van Domitias Julianus en Domitias Philiska is heel bijzonder en doet denken aan de Etrusken zoals beide marmeren figuren op de deksel geportretteerd zijn. Ik kan mijn geluk niet op en ben ontzettend blij dit allemaal gezien te hebben, dan moeten de etnografische afdeling en de muntencollectie er maar bij inschieten.                           

Tussen de sarcofagen zoek ik nu ook naar die ene die deel uitmaakte van de Lyciarch Mausoleum uit Olympos, dat ik daar gezien heb. Op de deksel hoort een echtpaar aan een banket aan te liggen, maar ik kan hem niet vinden – misschien in de opslagruimte?

Ook bekijk ik de stukken uit de Tempel uit Limyra waarvan de beste delen hier onderdak gevonden hebben, samen met die ene bijzondere kariatide van het Heroon dat voor de Lycische Koning Pericles in de 4de eeuw v.C. opgericht werd. Het een vult zo het ander steeds meer aan.
                                   
Het klapstuk is en blijft onvermijdelijk de zaal waar Alexander de Grote staat, nu vergezeld van een reuze Hermes – die ik blijkbaar over het hoofd heb gezien. Wat wil je, als ik tegenover Alexander sta zinkt de rest van de wereld in het niet hé? Ook bekijk ik nu heel bewust het beeld van Plancia Magna, demiurg van Perge (letterlijk, werker in dienst van het volk, een soort gouverneur dus), dat rond 120 n.C. op een ereplaats binnen de Hellenistische stadspoort van die stad geplaatst werd. Het voetstuk staat trouwens nog in situ. Zo geëmancipeerd waren ze toen toch wel hé? Nou ja, deze Plancia Magna was ook nog eens priesteres van Artemis en van de Moeder der Goden.
                                   
Even bijkomen op het uitnodigende terras op het binnenplein met thee en water. Daarna loop ik nog even door de aanpalende tuin waar stukken liggen die net niet waardevol genoeg zijn om binnen een plaatsje te krijgen blijkbaar. Ik verbaas me wel over de collectie reuzenamforen die in de gaanderij rond het museum opgesteld staan want er zijn er zoveel die nog helemaal puntje gaaf zijn! Niet te geloven hoor!