12 juni 2012

Poppen van Damal, Turkije

Onlangs zag ik toevallig een uitzending op de Turkse TV waarin folklorepoppen aangekleed werden. Een dameskransje zat gemoedelijk en met oneindig geduld kleine kraaltjes te rijgen die in diagonale figuren op de boezem van de jurkjes vastgemaakt werden. Ik schat die popjes een 20 à 30 cm groot, dus ga maar even na. Ik stond versteld van dat priegelwerk, wat moest dat nou?

Bleek nu dat die vrouwen zelf ook al een dergelijke jurk van effen fluweel droegen, daarbij gebruik makend van verschillende kleuren voor de rok het jakje en de mouwen. De rokken en de rand van het jak waren bovendien afgezet met gouden biezen. Daar overheen, als een trotse borstwering, droegen ze dan dat kralen paneel. Hun hoge ronde hoofddeksels waren ook al met van die kleine kraaltjes versierd, met aan de zijkanten clusters van kralenkettingen en achteraan verschillende zijden sjaaltjes in effen bonte kleuren. De poppen die ze aan het maken waren bleken zuivere kopieën te zijn.

Ik heb zoiets nog niet eerder gezien en vond het ontzettend jammer dat ik de uitvoerige uitleg van die ene dame niet kon verstaan. Het was duidelijk dat er veel aandacht aan details gehecht werd en dat hun kleren, voor henzelf én voor de poppen, met heel veel zorg vervaardigd werden. Af en toe kwamen er beelden door van jonge meisjes of oudere vrouwen die in hun pronkkledij door smalle dorpsstraatjes liepen in een ruw besneeuwd landschap. Ik bekeek de gezichten van die vrouwen met meer aandacht, langgerekte gezichten met lichte ogen en donker haar, een heel ander type mensen dat wat ik in west en zuid Turkije tot nu toe gezien heb. Het een bij het ander voegend, kwam ik tot de conclusie dat dit ergens in noordoost Turkije moest zijn. Maar ja, dat is gissen natuurlijk.

Aan het einde van het programma (ik had het begin niet gezien), las ik een titel Damal bebekleri. Poppen van Damal? Waar ligt Damal? Ik de kaart er bij gehaald, en ja hoor, Damal ligt zoals ik verwachtte in noordoost Turkije boven Kars en dicht bij de grens met Georgië. Maar het poppenverhaal intrigeerde me nog steeds en dus ging ik eens op het Internet kijken - daar vind je toch alles zeker?

Nou, ik heb het inderdaad gevonden, al was de uitleg toch maar summier voor mijn doen. Damal ligt namelijk aan een oude verbindingweg tussen Europa en Centraal Azië, dwars over de Kaukasus. Lange tijd was dit het gebied van de Turkmenen, waarna het ten prooi viel aan herhaaldelijke conflicten tussen de Georgiërs en Armeniërs. Verder stond hier vermeld dat de lappenpoppen van Damal beroemd zijn en zelfs vele prijzen gewonnen hebben op handwerk festivals. Nou dat was dat dan.

Ik vraag me nu wel af of er iemand is die mij iets meer over deze poppen kan vertellen? Hoe is deze folklore ontstaan? Waarom worden die poppen nu nog gemaakt? Gaat deze bijzondere kleding nog terug tot de tijd van de Turkmenen? Hebben de kleuren van de jurken en kralen een bepaalde betekenis? Is dit gebaseerd op een zekere traditie of herdenken ze hiermee een bepaalde gebeurtenis? Wie koopt die poppen trouwens? Zijn ze meer dan een louter souvenir?

Op het Internet wordt ook vermeld dat er op een bepaalde tijd van het jaar (wanneer zeggen ze niet), één van de bergen een schaduw projecteert die met het profiel van Ataturk overeenkomt en dat hier jaarlijks heel veel mensen op af komen. Nu heb ik die beelden ook gezien in de TV uitzending en de gelijkenis is inderdaad heel frappant. Valt hier nog meer over te vertellen, vraag ik me af?

Wie het weet mag het zeggen. Ik ben zeer benieuwd naar het commentaar van mijn lezers!

9 juni 2012

De grote tumulus van Vergina, Griekenland

Er is hier schitterend werk verricht. Om deze Koninklijke graven en de andere resten die hier gevonden zijn te bewaren voor het nageslacht, heeft men een ondergrondse ruimte ingericht om al deze monumenten bij een constante temperatuur en vochtigheidsgraad te beschermen. Tussen de tombes in werd een expositieruimte aangelegd voor de kostbare vondsten uit de graven. Daarna werd de tumulus weer opgeworpen in zijn oorspronkelijk staat, en dat is wat ik nu te zien krijg.

Het is hier koel en donker, komende uit het felle zonlicht is het even tasten en wennen. Indrukwekkend! Dit museum heeft ernaar gestreefd om een neutrale omgeving te creëren waarin de voorwerpen zelf in de spotlights komen te staan en dat is gelukt.

Ik word naar links verwezen, daar waar een tiental grafstèles een erehaag vormen op weg naar de resten iets verderop. Nu zijn er over heel Griekenland honderden en misschien wel duizenden grafstèles te vinden, al dan niet in de musea en ik heb, eerlijk gezegd, zoiets van dat ik die nu wel voor bekeken hou. Maar deze Macedonische stèles tonen niet alleen sporen van verf, nee, ze zijn rijkelijk beschilderd met kleuren die na 2 ½ duizend jaar nog zo helder zijn als op de dag van gisteren. Slanke rechthoekige stèles met een bescheiden rood geschilderde strik om zijn middel met daaronder de naam van de overledene; een andere stèle met een palmetkroon met donkerblauwe nerven en lichtroze randen; dan een stèle die een volledig afscheidstafereel toont zoals ik dat eerder in reliëf gezien heb maar nu geschilderd met tere kleuren en contouren; weer andere stèles in varianten van de vorige, telkens met de naam van de overledene er op alsof je verondersteld wordt ze gekend te hebben. Oh! Wat Jammer dat ik hier niet mag fotograferen.

Met een trapje op beland ik aan een ingezakte Heroon uit de 3de eeuw v.C. dat ik van bovenaf mag bewonderen. Daar achter ligt een geplunderd graf dat De Tombe van Persephone genoemd wordt naar de fresco’s die daar gevonden zijn. Deze werden er uit verwijderd en hangen nu aan de muur er achter. Schitterende scènes vol betovering en verdriet die op zeer menselijke manier zijn weergegeven. Buiten de drie vrouwelijke figuren, herkent men de godin Demeter, treurende over het verlies van haar dochter. Dit is werk van hoog artistiek niveau dat wel eens aan Nikomachos toegeschreven kon worden.

Iets verderop, nog steeds in dezelfde tumulus, ligt een kleiner en iets recenter graf, dat het Prinsengraf genoemd wordt. Ook dit graf was ongeschonden en bevatte nog alle gaven, inclusief kostbaar vaatwerk en wapens. De dode was een jongeling van ongeveer 14 jaar die lid van de koninklijke familie geweest moet zijn en er gaan geruchten dat dit de zoon van Alexander zou kunnen zijn. Zijn resten werden in een zilveren urn (hydra) bewaard waarop een gouden kroon rustte. Het smalle fries dat langs de binnenwand van de grafkamer loopt stelt een paardenrace met wagenmenners voor die nu nog heel levendig van kleur moet zijn, want daar mag ik natuurlijk ook niet in. Wel mag ik, net als bij Philippus de trap af naar de ingang van de tombe, soberder dan de vorige façade maar toch ook weer met heel mooie kleuren op de trigliefen. Het fries dat daarboven over de hele breedte liep is vergaan, men denkt dat het op dierenhuid of hout geschilderd was.

De zilveren hydra met de gouden eikenbladeren kroon staat apart in de spotlights, een juweel! Ook hier weer prachtige ivoren beeldjes die ooit de statiebank versierden. Ik vergaap me aan de finesse waarmee bv. de vingers en het haar uitgewerkt zijn! Niet te geloven!

Het is allemaal zo mooi en zo bijzonder dat ik nog een tweede rondje museum doe, zeker nu dat de kakelende en kwetterende Griekse vrouwenbond eindelijk afdruipt. De meest opvallende voorwerpen en taferelen wil ik goed in mijn geest graveren, vooral omdat ik toch al geen foto’s mag nemen.

Als ik na 2 uur ronddwalen terug buiten sta, is het opmerkelijk stil. Op een handjevol toeristen na is de ruimte rond de tumulus verlaten. Bij de snack onder de bomen geniet ik van mijn thee en water en rust. Natuurlijk lopen mijn gedachten nog in het museum en het antieke Aegae rond, de tijd overbruggen is altijd moeilijk. De souvenirwinkeltjes prijzen Alexander in alle maten en vormen aan, maar hij lijkt helemaal niet, vind ik. Goedkope kitsch. Wel koop in nu een boekje over Aegae en het tumulus museum want daar staan wel plaatjes in van de dingen die ik zelf niet mocht fotograferen.

4 juni 2012

"Die Rückkehr der Götter" in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen

Een bijzondere ontmoeting met antieke goden en godinnen die van 13 januari t/m 2 september 2012 te zien is in het Römisch-Germanisches Museum. Stukken die meer dan driehonderd jaar lang in het bezit van Pruisische keurvorsten en koningen waren om hun kastelen van Berlijn en Postdam te sieren, zijn thans ondergebracht in verschillende musea in Berlijn op het z.g. Museum Insel. Maar niet alle stukken zijn daar echt te zien want veel is gewoon opgeslagen in de bergingsruimte. De voorwerpen lopen uiteen van marmeren beelden tot terracotta en bronzen beelden in alle maten en groottes.

De Griekse goden blijven ons na meer dan 2000 jaren nog steeds boeien, van de machtige Zeus en zijn gemalin Hera met de tweelinggoden Apollo en Artemis tot de beeldschone Aphrodite en de wijngod Dionysus. Zelfs de Romeinen konden hier niets op aanmerken en gaven ze alleen nieuwe namen. Zo werd Zeus tot Jupiter omgedoopt en Hera tot Juno; Artemis werd gelijkgesteld met Diana, Aphrodite met Venus, Dionysus met Bacchus, Poseidon met Neptunus, Athena met Minerva, enz.

Nu staan ze hier opgesteld onder hun Griekse en/of Romeinse naam, meestal Romeinse kopieën uit de 1ste-2de eeuw van onze jaartelling. De beelden en schalen zijn keurig gepresenteerd met duidelijke uitleg in drie talen, kundig in de spotlights gezet zodat elk stuk helemaal tot zijn recht komt. Dit valt me vooral op bij een bijna levensgroot beeld van Diana waar alleen haar lichaam met zwierige rok van bewaard is gebleven. Veel van deze beelden zijn echter in recentere tijden gerestaureerd of bijgewerkt, iets wat de Duitsers blijkbaar graag deden. Zo staat hier een pracht van een marmeren Apollo met harp, waarvan blijkt dat alleen de torso origineel is – nou, het is dat ze het zeggen maar het is voor een leek als ik echt niet te zien.

Ik mag hier jammer genoeg geen foto’s nemen, dat schijnt ook zo de mode te zijn tegenwoordig en dat betreur ik vooral bij het zien van de unieke Aphrodite uit Cnidos, nou ja, haar hoofd dan. Ze kijkt me al het ware aan, het hoofd iets naar links rustend in een bijna vragende houding en het is alsof ze elk ogenblik zal opkijken. Ik kan me nu dus helemaal indenken dat men van alle windstreken naar deze Aphrodite in Cnidos kwam kijken, de eerste naakt uitbeelding van een vouw in de geschiedenis die door niemand minder dan Praxiteles werd gemaakt! Mijn dag kan niet meer stuk!

29 mei 2012

Sagalassos tentoonstelling in Tongeren 2011-2012 in foto's

Zoals beloofd ben ik terug naar Tongeren gegaan om foto's te nemen van de pronkstukken uit het Museum van Burdur. Dit is dan het uiteindelijke resultaat, een compilatie van alle beelden. Geniet er van!



Wie mijn foto's met uitleg op zijn gemak wil bekijken, kan op deze fotolink terecht.

19 mei 2012

Ptolemaïs, Libië

Het museum ligt ook hier weer aan de ingang van het terrein. Nou ja, museum is hier net als elders een groot woord voor wat in feite een grote opslagruimte is, zij het wel dat de voorwerpen min of meer tentoongesteld worden, al dan niet voorzien van een bordje met uitleg. Maar goed, het is beter dan niets en de vondsten worden op deze manier goed bewaard terwijl ze tegelijkertijd toegankelijk zijn voor het geïnteresseerde publiek zoals wij. Ik vergaap me hier aan de fijne mozaïekpaneeltjes die blijkbaar vanuit Alexandrië ingevoerd werden om hier ergens een keurplaatsje te krijgen in het midden van een grove mozaïek dat door plaatselijke ambachtslieden gelegd werd. Hier schittert zeker het Medusamozaïek dat uit de Palazzo delle Colonne komt, samen met twee fragmenten met hanen en vissen, alsmede een groot mozaïektapijt waar de vier jaargetijden op staan afgebeeld met onderaan twee panters. Wat een pracht!

Naast een onthoofde Bacchus en een elegante Venus met het hoofd van Demeter (een rare combinatie!) beide uit de 2de eeuw n.C.  en afkomstig uit bovengenoemde Villa, staan hier een aantal beschilderde zuilen en kunstig uitgewerkte Korinthische kapitelen waarin de gezichten van Zeus en Mars verwerkt zijn – ook weer iets nieuws! Verder hangen er een paar luchtfoto’s o.a. van de bewuste villa en ik ben nu toch echt wel benieuwd wat ik daar ter plaatse nog te zien zal krijgen. Tussen allerlei architectonische details staat ook een stuk sarcofaag met diep uitgewerkt reliëf en volgens onze gids zou hier Achilles op horen te staan, met achter hem zijn moeder Thetis. Opvallend, op zijn minst, maar ik vraag me eigenlijk af wat hij hier komt doen …

En dan wacht mij hier een verrassing, een wat gehavend paneel dat gevonden werd op de Via Porticata. Hierop staan namelijk een aantal goederen vermeld met hun respectievelijke prijs zoals vastgesteld in een bevelschrift van Diocletianus uit 301 n.C. Dat zoiets überhaupt bestaan heeft! Uit dezelfde Via Porticata komt het bijzonder sierlijk reliëf met zes dansende Maenaden. In de oudheid was dit een heel bekend onderwerp, ooit een sokkel waarop het beeld van de toneelschrijver Euripides stond. Het origineel stamt uit Athene en werd in 405 v.C. gemaakt, maar dit is de best bewaarde (Romeinse) kopie. De in extase verkerende Maenaden, volgelingen van Dionysos, zijn bijzonder sierlijk in hun wapperend gewaad, wuivend met thyros staf en zwaaiend met hun tamboerijnen. Jammer dat het in latere jaren als rand voor de waterput gebruikt is, maar ondanks dat is het geheel toch heel goed bewaard gebleven.

[Klik hier om alle foto's uit het Museum van Ptolemaïs te bekijken]

4 mei 2012

Het Observatorium van Ulugbek, Samarkand, UZ

Nou ja, “observatorium” is misschien wel een groot woord voor de kolossale sextant die Ulugbek hier in Samarkand, Oezbekistan, anno 1428 liet bouwen, maar het is wel een unicum en eentje waar je niet naast kunt kijken. Door zijn tijdgenoten werd dit monument beschreven als een rond gebouw van drie verdiepingen dat helemaal bekleed was met geglazuurde tegels. Ter gelegenheid van de 600ste verjaardag van Ulugbek in 1994 heeft men de plek van dit observatorium grondig opgeknapt, inclusief een soort plattegrond van de constructie vlak naast de toegangspoort, en in 2010 werd er een uiterst interessant museum aan toegevoegd.

De afmetingen van deze sextant zijn buitenmaats met een radius van 40,20 meter, waarvan een deel ondergronds ligt en in de rots is uitgehouwen. Dit is wat er nog van overblijft en wat ik te zien krijg. Ik ben echt wel even sprakeloos van de grootsheid en de afmetingen, wellicht ook omdat het geheel in het half duister ligt en daardoor des te meer tot de verbeelding spreekt.

Met dit buitenmaatse instrument kon Ulugbek en zijn volgelingen de zon, de maan en de sterren bestuderen – iets wat in die tijd helemaal niet bestond. Deze enorme sextant was met uiterste precisie op de zuid-noord meridiaan gericht en alle observaties zijn door Ulugbek en zijn tijdgenoten trouw te boek gesteld. De precisie is des te opvallender omdat deze astronomen niet over optische instrumenten beschikten. De tabellen die ze samenstelden bevatten gegevens over 1018 sterren. Bijzonder verdienste is de zuivere berekening van het jaar dat werd vastgelegd op 365 dagen, 6 uren, 10 minuten en 8 seconden, wat heel dicht bij de huidige cijfers ligt van 365 dagen, 6 uren, 9 minuten en 9,6 seconden – een verschil van minder dan 1 minuut! Na de dood van Ulugbek werd dit observatorium verwoest en geplunderd door religieuze fanatici. Die zijn wel zo grondig te werk gegaan dat de resten pas in 1908 weer ontdekt werden toen een archeoloog de eerste documenten terugvond die naar deze plek verwezen. Dankzij deze documenten hebben mensen van het vak dit observatorium kunnen reconstrueren, zij het dan op kleinere schaal, wat in het museum te zien is inclusief een doorsnee zicht.

In het museum liggen tevens een aantal boeken over astrologie die geschreven zijn geïnspireerd op Ulugbek, zoals de Tabulae Long.Aclat.Stellarum Fixarum Ulugbeighi uit 1665 dat in het Latijn is opgesteld en een ander oeuvre in het Arabisch waar ik de auteur niet van genoteerd heb. Hier ligt ook een stenen fragment van het astronomische instrument dat in 1908 opgegraven is en met een tekening terug op zijn oorspronkelijk plek geplaatst is. Leuk zoiets. Aan de ingang hangt trouwens een portret van Ulugbek in hoogsteigen persoon met voor hem een wereldbol waarvan hier ook een kopie te zien is – het origineel behoort namelijk tot een privé-collectie in Engeland. Aan weerskanten van dit portret is een fresco te zien waar Ulugbek op uitgebeeld staat te midden van andere wijzen en geleerden – eentje trouwens met het sterrenbeeld op de achtergrond en de bewuste wereldbol voor de voeten van Ulugbek. Het astrolabium dat hij op het andere fresco in zijn handen houdt, is hier ook te zien in een versie uit de 17de eeuw. Ja, echt iets heel bijzonders om te zien en heel zorgvuldig tentoongesteld.

14 april 2012

Fethiye, TK

Het Archeologisch Museum van Fethiye is er niet eentje om er speciaal naartoe te gaan, wel natuurlijk als je in de buurt bent en een liefhebber bent bovendien – mijn geval uiteraard.

Het is ook maar heel klein en een beetje verouderd museum maar er staan wel een paar voorwerpen die de moeite waard zijn. Zo bijvoorbeeld ligt hier het originele mozaïek uit de Tempel van Apollo in Letoon (4de eeuw v.C.) te pronken samen met de originele stele waarop de wet van Pixodaros, satraap van Karië, te lezen staat zowel in het Grieks als in het Lycisch en in het Aramees en die dateert uit de tijd van Artaxerxes. De kopies van deze stukken hadden mijn nieuwsgierigheid gewekt tijdens een eerder bezoek aan Letoon, dat op zich natuurlijk ook de moeite waard is.

Ook te bewonderen is een kleinere stele uit Tlos, die op zeer unieke wijze verklapt hoeveel de burgers moesten betalen voor de herstellingswerken nadat de stad door een aardbeving getroffen was.

Er zijn hier natuurlijk ook de gebruikelijke voorwerpen te zien zoals glaswerk, aarden potten, munten uit verschillende perioden in verschillende metalen, gouden juwelen and delen van beelden, vooral Romeins dan.

Zoals altijd ben ik heel blij om de voorwerpen met eigen ogen te zien. Een bezoekje aan de nabij gelegen Turkse Konditorei voor een echte Turkse koffie met pistachebaklava rondt mijn bezoek af – allicht !

30 maart 2012

Leptis Magna, Libië

Om vooral voor sluitingstijd nog iets van het museum te kunnen zien, trek ik daar met mijn groep het eerst naartoe. Onze gids blijft voor de ingang uitvoerig staan bij een bronzen beeld van Septimius Severus, van Italiaanse makelij uit 1940 en dat ooit op het plein voor het Museum van Tripoli stond. Toen dit museum hier in Leptis Magna in 1994 geopend werd, heeft men besloten dat het beeld hier beter op zijn plaats staat. Moderne namaak, denk ik dan – ik vind het maar niks.

Mijn aandacht gaat echter meteen uit naar een slank hoog Mausoleum iets verderop. Dit blijkt uit de derde eeuw te dateren en werd ongeveer twee kilometer hier vandaan, in Gasr Duirat, opgegraven en door Franse archeologen weer in elkaar gezet. Dit model schijnt uit het oude Arabië te komen, namelijk uit het noordwesten van het Arabische schiereiland. Sinds de 4de eeuw v.C. reeds werd deze stijl verbreid over Syrië, Klein-Azië en Noord-Afrika, en er zijn verschillende soortgelijke graven in Libië gevonden en ook eentje in Duga, Tunesië, maar dit hier moet tot een van de meest verfijnde voorbeelden behoren. Dankzij een inscriptie, weten we dat het gebouwd werd door Caius Marius Pudens Boccius Zurgem (wat een naam!), een Libiër uit het begin van de 3de eeuw n.C.

En dan hardlopend het museum in! Onze tijd is geteld! Vreselijk zoiets, kom je maar eens in je leven naar deze unieke stad en dan moet je alles op een holletje doen! Het is een beetje stoffig museum waar nodig eens een frisse bezem door gehaald moet worden, ofschoon de voorwerpen hier toch wel chronologisch opgesteld staan.

Beneden in de modern aandoende hall staat een marmeren olifant, vreemd alsof hij hier niet thuis hoort. Ik ben namelijk nog nooit eerder een olifant in een Romeins museum tegenkomen … Hij zou in de buurt van het Tetrapylon van Trajanus en het Chalcidicum gevonden zijn. Na de vondsten uit de Punische tijd die onder het Oude Forum gevonden zijn, beland ik meteen bij een paar friezen afkomstig van de Boog van Septimius Severus. Verder wat oninteressante beelden, een beetje donker opgesteld en niet duidelijk qua herkomst. Er hangen wel goede luchtfoto’s aan de wand met o.a. een goed overzicht van de Basilica, maar waar de beelden van zwierig geklede dames nu precies thuishoren blijft maar vaag. Wel kom ik een duidelijk jonge Marcus Aurelius tegen, en verder een aantal beelden uit de Thermen van Hadrianus en uit het Theater. Iets verderop dan weer een mooi Medusa hoofd van het Koninklijke Forum en een opvallend gezicht, bijna een masker, van Isis met ingelegde ogen van glaspasta – net of ze je aankijkt! In een hoek bij de trap naar boven staat een groep beelden, allemaal zonder hoofd. Naar men zegt kon je hier je eigen houding en uiterlijk kiezen en hoefde de beeldhouwer alleen maar je hoofd uit te beelden en dat er bovenop te zetten. Werk aan de lopende band! Knap hoor! Een van de meest interessante stukken vind ik de originele steen met daarop de drie gangbare lengtematen die oorspronkelijk op de markt stond (nu dus een kopie). Verder pik ik zo mijn eigen favorieten: een paar fresco’s met heel tere kleuren, grote stukken serviesgoed van glas met o.a. een vaasje met een heel raar tuitje, een onyx grafvaas, etc. De muntschat van Misrata waar zo over geroepen maakt geen indruk op me; er staat maar een deel van 100.000 geldstukken daterend van rond het jaar 300 ten toon, en dan nog in een duistere hoek. Jammer zoiets.

Nou, dat was dan een bezoek op zijn Amerikaans hé?

[Klik hier om alle foto's van het Museum te bekijken]

13 maart 2012

Pergamon Museum - Berlijn, DE

Het Pergamon Museum is natuurlijk de topper in Berlijn (voor mij althans), maar ook het Altes Museum Is een bezoek waard. Nu zijn ze verschrikkelijk aan het verbouwen en restaureren op dat Museum Insel en de collecties liggen een beetje door elkaar, maar de hoofdbestanddelen heb ik toch gezien. Het Pergamon Altaar is natuurlijk het klapstuk, dat had ik altijd al willen zien en dat is nu gebeurd. De Duitsers hebben ook een hele stadspoort uit Milete meegenomen en hier weer opgebouwd. Alleen is die zwaar getroffen bij de bombardementen in 1945 en toen gerestaureerd met ijzeren klemmen die intussen behoorlijk zijn gaan roesten en meer schade aangericht hebben. Nu staat de hele poort in de steigers en achter plastic. Het zal wel mooi worden als het klaar is, maar daar had ik nu niet veel aan. Misschien zal ik toch nog eens terug moeten komen?

En dan natuurlijk de Istar Poort uit Babylon met de Processieweg waarlangs o.a. Alexander de Grote zijn intrede gemaakt heeft. Wel niet helemaal op schaal, maar het geheel geeft toch een heel goed beeld van hoe het er uit gezien moet hebben en hoe indrukwekkend deze constructies toch wel waren. Schitterend!

Ze zijn anders wel pietepeuterig als het om foto’s e.d. gaat. Ik was al meteen gesignaleerd bij het binnenkomen want mijn camera mocht niet op de glazen kast rond het model van Pergamon rusten om mijn foto te nemen. Ik mocht ook niet op de trap rond het altaar gaan zitten, dat mocht alleen in het middenstuk. Toen ik tegen de muur was gaan zitten om iets uit mijn tasje te halen werd ik meteen overeind gefloten, en later kreeg ik weer een opmerking om mijn rugtasje in de hand te nemen, zelfs in mijn arm mocht niet. Wat een flauwe kul! Dat heb ik nog niet meegemaakt, en ik ben toch wel in heel wat musea geweest! Ik kreeg het er helemaal benauwd van! Ik heb maar geprobeerd om het van me af te schudden want anders is je hele bezoek verknoeid.

Er staat hier anders wel voor 7 stuivers hoor, maar na 5 uur drentelen vond ik dat het tijd werd voor een terrasje en een hapje.

[Klik hier om alle foto's van het Pergamon Museum te bekijken]

29 februari 2012

Alexander-tentoonstelling in het Louvre, Parijs.

« Au Royaume d’Alexandre le Grand. La Macédoine Antique. »

Een mondvol voor een tentoonstelling, maar wel eentje die zijn naam eer aan doet. Eigenlijk liep deze tentoonstelling vrij kort (van 13 oktober 2011 tot 16 januari 2012) en aangezien ik er zelf pas een van de laatste dagen naartoe kon gaan, heb ik hier niet eerder over verteld. Het was toch al meteen verleden tijd.

Van zodra het met Alexander de Grote te maken heeft, ga ik er natuurlijk op af. De titel hier was vrij verwarrend: ging het nu om Alexander of om Macedonië? Nou ja, uiteindelijk om allebei natuurlijk, maar het accent lag wel op het antieke Macedonië – een welverdiende aanbeveling. Niet alleen in de oudheid maar ook in recentere tijden wordt Macedonië als een soort stiefkind behandeld, maar de opgravingen van de laatste dertig jaar of zo werpen daar een totaal ander licht op.

In feite dateren de eerste serieuze opgravingen uit 1861 toen twee Fransen (ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, hé!) Léon Heuzey en Henri Daumet met toestemming van de toenmalige Ottomaanse regering hun eerste ontdekkingen deden, met o.a. het Koninklijk Paleis van Aegae, zonder te weten dat dit Aegae was, de oude hoofdstad van Macedonië – in wat nu Vergina heet. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd de draad weer opgepakt en ging Konstantinos Rhomaios daar in 1920 aan de slag. Hij lokaliseerde Pella, de tweede hoofdstad van Macedonië, die door aanslibbing van de Axios Rivier nu bijna 25 kilometer verder landinwaarts is komen te liggen. Hij was het ook die een aantal graven in de buurt van Vergina blootlegde. De klap op de vuurpijl was natuurlijk in 1977 toen Manolis Andronicos het ongeschonden Graf van Koning Philippus II ontdekte. Daar werd een weelde aan grafgiften blootgelegd net als in de aanpalende graven die onder dezelfde tumulus lagen. In het kielzog van deze ontdekkingen, werden verdere opgravingen gestart en werden er elders veelbelovende sites blootgelegd.

Uit al deze ontdekkingen blijkt bij voorbeeld dat de archaïsche Macedonische kunst veel verwantschap vertoont met die van Mycene, alleen honderd jaar later. Duidelijke sporen hiervan zijn in het bijzonder terug te vinden in het gebied van Piëria in de westelijke regio. Maar het staat intussen wel vast dat wat wij Hellenistische kunst noemen, zich eerst en vooral in Aegae en in Pella heeft ontwikkeld aan het hof van de koningen en de rijke Macedonische elite. Reeds in de 5de eeuw v.C. trok het Macedonische hof artiesten van naam en faam aan, zoals Zeuxis van Heraclea die het paleis van Koning Archelaos decoreerde, of Euripides die hier zijn Iphigenia in Aulis, Archelaus en De Bacchanten heeft geschreven. Daarna kwamen meer bekende artiesten naar het hof van Pella, zoals Lysippos, de officiële portrettist van Alexander en Apelles, zijn hofschilder, maar er waren nog meer topschilders zoals Aristides van Thebe of Philoxenus van Eretria. De namen waren dan wel bekend, maar men had geen idee van hun werk totdat in de tumulus van Vergina de fresco’s in de Tombe van Persephone daar een totaal onverwacht beeld van toonden, een oeuvre dat toegeschreven wordt aan Nicomachus van Thebe – een unicum. Uiteindelijk blijkt ook dat men in Pella muurschilderingen gevonden heeft die duidelijke voorlopers zijn van de zogenaamde “Pompeaanse” stijl die pas vijf eeuwen later in Pompei gebruikt werd.

Het Louvre heeft inderdaad grondig werk verricht en niet zo maar wat voorwerpen uit Griekenland hierheen gehaald. Meteen bij aankomst op de tentoonstelling wordt men geconfronteerd met een schitterende kopie van het kiezelmozaïek uit Pella waarop een leeuwenjacht te zien is met links Alexander en rechts Craterus. Je bent meteen thuis hé?

Ik was nog onlangs zelf in Macedonië voor een rondje musea en ik had het gevoel dat ik allemaal oude vertrouwde voorwerpen terugzag. Hier even een losse greep, zo uit mijn blote hoofd want je mocht daar jammer genoeg geen foto’s nemen.
  • Uit het Museum van Aiani (Piëria), kleifiguren en vaasjes;
  • Uit Vergina, zilveren kruiken, een bronzen lamp, gouden kronen met tere bladeren en bloemen of de knoop van Heracles;
  • Uit Amphipolis, een kleurrijke vaas, een zwierige terracotta danser en een levendig beschilderd vrouwenkopje;
  • Uit Polygoros, een van de pijlpunten waar de woorden “Philippou” op gekrast zijn, m.a.w. met de groeten van Philippus (gebruikt tijdens het beleg van Olynthus);
  • Uit Veroia, de wonderlijke buste van Olganos uit Kopanos die meteen aan Alexander doet denken;
  • Uit Pella, mallen voor terracotta beeldjes en afgewerkte terracotta beeldjes, potjes en vaasjes afkomstig van de Agora, wat aardewerken dakrandversieringen en overblijfselen van grafmeubilair in hout, been of ivoor;
  • Uit Dion, een sprekend reliëf met het hoofd van Demeter;
  • Uit Thessaloniki uiteraard het leeuwenaandeel met goudmaskers in de stijl van Agamemnon, bronzen helmen al dan niet afgezet met een gouden rand, een aarden pyxis met bloemenrand op een zwarte ondergrond, gouden juwelen als armbanden, kettingen, oorbellen, fibulae, etc., gouden, zilveren en bronzen munten, een schitterend bronzen medaillon van Athena in hoogreliëf, de binnenpanelen van een beschilderd graf, etc.
  • Uit het Louvre zelf, een voor mij niet herkenbare (kleine) bronzen Alexander met speer, een aantal voetstukken en kapitelen van de zuilen uit Aegae (meegebracht door Heuzey en Daumet maar nooit echt tentoongesteld) die nu in hun context geplaatst worden in een levensgrote tekeningreconstructie van de zuilengang rond het centrale plein van het Paleis van Aegae. Ja, alsof je weer loopt hoor! Hier staat ook de kop van een jonge Alexander te pronken die in het Museum van Pella thuishoort.

Verder foto’s van een aantal muurschilderingen uit verschillende graven in en rond Vergina, Pella en Lefkadia. Een vitrine vol met Griekse vazen, schalen, drinkbekers, potten en kannen ontbreekt natuurlijk ook niet, allemaal uitgelezen stukken.

En het Louvre heeft nog meer verborgen schatten: resten van het Paleis van de Romeinse Keizer Galerius (305-311 n.C.) die van Thessaloniki de hoofdstad van zijn tetrarchie gemaakt heeft. Het gaat om een aantal vierkanten marmeren pilaren, ongeveer twee meter hoog, met aan de voor- en achterkant telkens een figuur in reliëf: een Menade, de Overwinning, Dionysos, Aura, Ariane, één van Dioscuren, Leda met de Zwaan en Ganymedes. Dit geheel hoort onder de roepnaam “Incantada” thuis en zou aan de noordzijde van Agora van Thessaloniki gestaan hebben. Zo leer je elke dag toch weer bij.

Ik vraag me nu alleen af waarom Alexander de Grote hier centraal hoort te staan want behalve de kop uit Pella en het miezerige bronzen beeldje van hem met zijn verloren lans, heb ik hem niet gezien. Dat blijkt dan de verrassing te zijn, waarschijnlijk bedoeld als hoogtepunt van de tentoonstelling … niet erg geslaagd, vind ik.

Helemaal aan het einde van de tentoonstelling, als ik dus al klaar ben om naar buiten te gaan, zie ik plots nog een vrij kleine vitrine waar Alexander me staat op te wachten. Moest dat nu zo krampachtig achter dat ene venster? Ze hadden hier toch wel een glas helemaal rondom kunnen maken want hier staan de echte pronkstukken – nou ja, in mijn ogen dan – Alexander in hoogsteigen persoon. De bekende Azara Hermes uit het Louvre heeft hier een plaatsje gevonden (toch wel naar een origineel van niemand minder dan Lysippos!), Alexander als Pan uit het museum van Pella, de Guimet Alexander uit het Louvre, een torso dat aan hem wordt toegeschreven en een inscriptie uit Thessaloniki waar ik de betekenis niet meer van weet. En dan helemaal op de hoek, echt buiten zicht alsnog een paar gouden medaillons van zijn Koninklijke ouders, Koning Philippus II van Macedonië en Koningin Olympias – ware pronkstukken die zo maar in een hoekje geschoven zijn. Dat is toch durven hoor!