10 maart 2015

Een nieuw archeologisch museum in Alexandrië?

Alexander zou zich in zijn graf omdraaien moest hij weten date er zo slordig omgegaan wordt met het rijke verleden van Alexandrië!


Natuurlijk kun je het Archeologische Museum van Alexandrië niet vergelijken met de ooit zo beroemde Bibliotheek en Museum waar alle wijzen uit de hele wereld bijeen kwamen, maar een museum is en blijft bijzonder voor zijn verzameling kunst en cultuur. Gezien de recente onrust in Egypte is er natuurlijk weinig animo voor musea of voor oudheden, maar in dit Archeologische Museum liggen wel meer dan 40,000 voorwerpen die teruggaan tot de derde eeuw v.C.

De situatie in Alexandrië is nu zo wanhopige dat geleerden en archeologen de handen in elkaar geslagen hebben om dit museum uit 1892 uit te breiden. Er ligt namelijk een stuk land naast het museum dat aangekocht kan worden en waar, na de nodige opgravingen (het oude Alexandrië is nog overal aanwezig), een dependance gebouwd kan worden.

Het huidige museum is al sinds 2005 wegens plaatsgebrek gesloten, ofschoon ik toch zou denken dat ze hun kostbare verzameling kunnen rouleren als ze dat willen. In elk geval is intussen het land aangekocht en het wachten is nu op de bouwvergunning die natuurlijk veel voeten in de aarde heeft. Het plan is om de grandeur van de Alexandrijnse Bibliotheek uit de oudheid te evenaren. Nou ja, de UNESCO zal helpen om het geld bijeen te brengen.

Iedereen met wat gezond verstand kan op zijn vingers uittellen dat het vele jaren zal duren eer dit museum werkelijkheid wordt. 

[Foto van Wikipedia.de]

20 februari 2015

Binnenkort in het Acropolis Museum

Wie het nieuwe Acropolis Museum in Athene al bezocht heeft, is het zeker opgevallen dat men door de glazen vloer een kijkje kon nemen naar de resten van het dagelijkse leven in deze oude wijk.

Binnenkort zullen we echter de voorwerpen die opgegraven zijn tijdens de bouw van dit museum van dichtbij kunnen bekijken. De eerste kolonisten arriveerden hier in de 12de eeuw voor Christus en de voorwerpen uit minder glorierijke tijden als die van de Myceners en de Romeinen zullen hier nu getoond worden. Het zijn eenvoudige alledaagse voorwerpen die in drie groepen verdeeld worden.

De eerste groep “Before the city” omvat 81 stukken daterend uit 3000 tot 750 v.C., inclusief aardewerk uit de Neolithische periode en de inhoud van 5 graven die een beeld geven van de rituelen uit de midden-helladische periode, de Myceense periode en de geometrische periode.

In de tweede groep “On the City’s Periphery”, vinden we voorwerpen uit de tijd toen dit gebied nog buiten de stadswallen van het archaïsch Athene lag, en loopt van 750 tot 480 v.C.

Veruit het grootste aandeel van een duizendtal voorwerpen ligt verzameld onder de naam “Life in the City” omdat het hier gaat over het dagelijkse leven in deze buurt zoals zich dat tussen de 5de eeuw v.C. en 1200 n.C. afspeelde. Hier gaat de aandacht voornamelijk uit haar de handel, de rol van mannen en vrouwen, religieuze praktijken, een gezonde levensstijl en de grote rampen die de stad getroffen hebben. Het zijn voornamelijk huishoudelijke gebruiksvoorwerpen, munten, bustes van bekende burgers en afbeeldingen van de goden.

31 januari 2015

Tentoonstelling over Carthago in Leiden

In het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden (Nederland) loopt momenteel een grandioze tentoonstelling over Carthago (tot 7 mei 2015), voor mij aansluitend op mijn recente bezoek aan Motya op Sicilië waar een groot aantal Punische voorwerpen en een Tophet (begraafplaats) te vinden zijn.

Carthago wordt aangemeld zijnde de derde stad van het Romeinse Rijk, na Rome en Alexandrië, en dat is toch niet niks. Carthago lag in Noord-Afrika aan de kust van het huidige Tunesië, maar was oorspronkelijk een kolonie die waarschijnlijk in de 9de eeuw v.C. gesticht werd door de Feniciërs afkomstig uit het huidige Libanon. Carthago had een machtige vloot die er toe bijdroeg om een uitgestrekt netwerk rond de Middellandse Zee op te bouwen, tot groot verdriet van de Romeinen. Vanaf de 5de eeuw werd over de macht van Carthago gevochten, en pas in 146 v.C. lukte het de Romeinen om Carthago te verslaan. Ruim een eeuw later groeide stad uit één van de drie machtigste steden, dankzij Keizer Augustus die de stad weer opbouwde. Drie eeuwen later werd Carthago, net als zoveel andere steden in Noord-Afrika, ingenomen door de Vandalen en vanaf de 7de eeuw raakte de stad in verval. Pas begin 19de eeuw werd Carthago herontdekt en staat nu op de Wereld Erfgoedlijst van de UNESCO.

De tentoonstelling in Leiden is in twee delen opgebouwd: van 900 tot 146 v.C., de strikt Carthaagse periode, en na 146 v.C. als het Romeinse Carthago, elke periode op zijn eigen verdieping. De tentoongestelde voorwerpen zijn afkomstig uit musea in Tunesië, maar ook uit het Louvre en het British Museum waar men normaal aan voorbij loopt.

Punische kunst is op zijn minst gezegd intrigerend en nooit meteen herkenbaar zoals bv. Griekse of Egyptische voorwerpen. Er is altijd wel een invloed van buitenaf te merken, Egyptisch, Afrikaans, Syrisch (hun thuisland) en soms met een snuifje Grieks wanneer de artiest uit Griekenland blijkt te komen. Opvallend is bv. het marmeren deksel van een sarcofaag uit de 4de-3de eeuw v.C. afkomstig uit de Necropool van Rabs in Carthago, die een dame toont in een Grieks aandoend gewaad terwijl de voorstelling eerder bij de Etrusken te vinden is. Van Egyptische invloed zijn dan weer de slang op haar voorhoofd en haar kapsel, alsook de vleugels rond haar lichaam. Dit zou een priesteres van Isis kunnen voorstellen, maar zeker is dat niet. Een ander opvallend beeld is dat van een Godin met Leeuwinnenhoofd dat van terracotta is gemaakt.

Het dateert uit de 1ste eeuw n.C., de Romeinse periode, maar het geheel doet nog sterk denken aan de Punische godheid Tanit, ofschoon het ook de Egyptische Sekhmet zou kunnen voorstellen. Het lijkt alsof het hoofd niet bij het lichaam past, het gewaad doet Grieks aan ofschoon de veermotieven dan weer verwijzen naar het Midden-Oosten. Dit beeld werd gevonden in Tinissut en is voor de gelegenheid afgestaan door het Bardo Museum in Tunis.

Maar er zijn natuurlijk veel meer bijzondere stukken, zoals de Punische grafsteles, het schitterende bronzen Punische kuras, de uitgewerkte zilveren Fenicische schalen uit de 7de eeuw v.C., een aantal wierookbranders bovenop terracotta hoofden die heel Grieks aan doen en uit de 3de-2de eeuw v.C. dateren, of de unieke marmeren zonnewijzer (scaphe) uit Carthago uit de 1ste-2de eeuw n.C. en door het Louvre is uitgeleend.

Op de tweede verdieping, gewijd aan de Romeinse tijd, vinden we beelden en voorwerpen die er al heel Romeins uitzien. Opvallend hier zijn een aantal die voor de kust van Tunesië opgedoken zijn uit het zg. scheepswrak van Mahdia, met o.a. twee allerliefste bronzen beeldjes van Eros met de lamp en een dansende Sater uit ong. 100 v.C. Klapstuk is dan wel het gave bronzen scheepsram van een Fenicische trireem, een unicum!


Op een speciale pagina van het Rijksmuseum voor Oudheden is een aantal topstukken te zien (klik hier), en mijn eigen topstukken staan in dit album, Carthago in Leiden 2015.

10 januari 2015

“From Agamemnon to Alexander the Great” Tentoonstelling in Noord Amerika

“The Greeks – Agamemnon to Alexander the Great” is een tentoonstelling die onlangs geopend werd in het Montreal Archaeology and History Museum in Pointe-à-Callière, Canada (12 December 2014 – 26 April 2015). Van hieruit reist hij naar het Canadian Museum of History in Gatineau, Canada (5 Juni 2015 – 12 Oktober 2015), gevolgd door het Field Museum in Chicago, U.S.A. (26 November 2015 – 17 April, 2016) en eindigt in het National Geographic Museum in Washington DC, U.S.A. (tot 9 Oktober 2016).

Deze tentoonstelling beslaat een periode van meer dan 5.000 jaar Griekse geschiedenis, vanaf de bakermat van onze westerse beschaving tot het fascinerende tijdperk van Alexander de Grote. Er worden over de 500 voorwerpen getoond, afkomstig uit 21 verschillende Griekse musea.

We kunnen er kennis maken met beroemde figuren die Griekenland groot gemaakt hebben, zoals Homerus, Leonidas van Sparta, Plato, Koning Philippus II van Macedonië, Aristoteles, en natuurlijk Alexander de Grote. Hun nalatenschap is nog steeds terug te vinden in onze politiek, filosofie, kunst, architectuur, rekenkunde, medicijnen en sport.

Al gauw gaat de aandacht naar de legendarische figuren uit de Trojaanse Oorlog, met Agamemnon die naar Troje voer om zijn schone Helena terug te halen. Een 12-jaar durende oorlog waar natuurlijk veel meer op het spel stond dan een knappe vrouw. Uiteraard wordt er stilgestaan bij Heinrich Schliemann met zijn ontdekking van de schatten van Troje en de Koninklijke Graven van Mycene.

Hierna belandt de bezoeker bij Alexander de Grote, die zijn vader, Koning Philippus II van Macedonië op 20-jarige leeftijd opvolgde. Hij veroverde het grootste deel van de toenmalige wereld en liet een totaal nieuwe wereld achter rijk aan nieuwe ideeën en gebruiken. Zijn invloed is tot op heden, 2.500 jaar later nog voelbaar.

Twaalf eeuwen scheiden Agamemnon van Alexander, en ondertussen kende Griekenland zijn Gouden Eeuw toen Pericles de democratie “uitvond”. Tijdens de 5de en 4de eeuw v.C. vinden we de eerste grote filosofen in Griekenland, met name in Athene. Ook het theater en de kunst in het algemeen rees tot een ongekend hoog niveau. Er is ook aandacht besteed aan de Olympische Spelen die in 776 v.C. voor het eerst gehouden werden en die alle vier jaar atleten uit heel Griekenland aantrokken.

Sommige bijzondere voorwerpen worden voor het eerst buiten Griekenland getoond. Zo zien we gouden offergaven uit de Graven van Mycene inclusief het beroemde gouden masker dat aan Agamemnon toegeschreven wordt, een typisch figuurtje van het Cycladen eiland Amorgos dat uit 3.000 v.C. dateert, een schitterende Minoische vaas uit Kreta, bronzen helmen en gouden grafmaskers uit Beotië, en een prachtig beschilderde grafvaas uit Delos waarop te zien is hoe Achilles wraak neemt op de dood van zijn vriend Patrocles. Het geheel zou niet compleet zijn zonder een beeld van Homerus en van andere beroemde historische figuren, een overtuigend votief reliëf van Asclepius met de slang rond zijn staf (een logo dat we heden nog kennen), en een fijne gouden krans met levensechte takken mirte, dat symbool staat voor Aphrodite.


Voor de Alexanderliefhebbers staan hier dan twee beelden uit het Museum van Pella te pronken: Alexander als Pan en het Hoofd van de Jonge Alexander.

26 december 2014

De Villa Whitaker in Mozia, het antieke Motya

Je moet er wel wat voor over hebben, maar de oversteek naar het eilandje Mozia aan de westkust van Sicilië is absoluut de moeite waard. Het eiland werd in 1888 opgekocht door de excentrieke Engelsman, Joseph (Pip) Whitaker, een amateurarcheoloog en familie van de bekende wijnhandelaars in Marsala. Vanaf 1913 heeft hij op zijn eiland en omgeving opgravingen verricht en zijn collectie heeft hij in zijn villa ondergebracht. Na de dood van zijn dochter is de collectie in handen van een stichting beland en de villa is nu een museum.

Het eiland werd al in de achtste eeuw voor Christus gekoloniseerd door de Feniciërs en de Carthagenen hebben hier 200 jaar later een stad opgericht waarvan nu nog de 2,5 kilometer lange omwalling met twee meter dikke muren te zien is. Buiten de resten van straten en behuizing is er ook een bijzondere Carthaagse necropool, met vooral kinderen die blijkbaar aan hun goden geofferd werden. Getuigen hiervan zijn trouwens in de villa te zien, een heel eigenaardige aanblik moet ik zeggen.

Het is nog duidelijk te zien dat Whitaker de hand had in deze verzameling en sommige vondsten staan nog in hun oude vitrines en zijn nog voorzien van handgeschreven etiketten. Het houdt het midden tussen amateur en professioneel maar is daardoor juist heel intrigerend. Er staan dus ook een aantal opvallende stukken tussen en ik kan er slechts een greep uit doen.

Zo zijn er bij voorbeeld Punische (van Carthago) grafsteles uit de 6de-5de eeuw v.C., Punische terracotta figuurtjes, een aantal dito kinderkopjes en maskers uit dezelfde periode. Een aantal proto-Korinthische vaasjes uit de 7de eeuw v.C., allerliefste lekythoi met zeepaardjes en palmetten uit de 5de-4de eeuw v.C., allemaal afkomstig uit de lokale graven. Uit het naburige Lilybaeum zijn er een paar stukken mozaïekvloer te zien die uit de Hellenistisch-Romeinse tijd dateren en een grote glazen pot met gebalsemde resten. Opvallende, bijna modern aandoende gouden oorbellen en andere juwelen zijn ook tentoongesteld. Verder nog veel reliëfs, allerhande onbeschilderde potten, kannen en vazen die mij dan weer niet kunnen bekoren maar natuurlijk wel veelal teruggaan tot de Punische overheersing, niet mis.

Het klapstuk echter staat al meteen bij het binnenkomen: een groot marmeren beeld van een man, gekleed in een lang geplisseerd gewaad die een zeer uitdagende houding aanneemt. Volgens sommige deskundigen zou hij de Fenicische god Melkert uitbeelden, de hoofdgod van Tyre, maar volgens andere theorieën zou het gaan om een wagenmenner of een atleet of een onbekende Carthaagse held. Deze “jongeling van Motya" zou heel waarschijnlijk door een Griekse kunstenaar gemaakt zijn, misschien wel door Phidias zelf rond 440 v.C. Het beeld werd gevonden op de weg naar het heiligdom en lag met zijn gezicht naar boven, vandaar dat het wat gehavend is door het verkeer dat er de eeuwen door overheen ging. Hoe dan ook, ik vind dit een heel sexy beeld met de kleding die aan zijn lichaam plakt en zijn houding met de hand in de zij, heel zelfbewust ook. Op een manier doet het me denken aan de bronzen wagenmenner uit Delphi al is die dan wel veel meer statisch. Maar toch!

In elk geval is deze jongeling op zich de reis naar Motya alleszins waard! Wat een geweldig stuk!

[Klik hier om alle foto’s van het Museum van Motya te bekijken]

9 december 2014

Het hoofd van Augustus uit Meroë, Egypte, in de schijnwerpers

Onder de titel “The Meroë Head of Augustus: Africa defies Rome” opent het British Museum in Londen een speciale tentoonstelling op 11 december 2014.

Dit is wellicht de meest sprekende afbeelding van Keizer Augustus die we rijk zijn, een waar symbool voor de macht van Rome aan het begin van onze jaartelling.


Bronzen beelden zijn en blijven altijd zeldzame vondsten gewoon omdat het brons sinds de oudheid systematisch gesmolten werd en hergebruikt voor andere doeleinden. Toen dit hoofd van Augustus in 1910 opgegraven werd in Meroë in Egypte, aan de uiterste grens van het toenmalige Romeinse Rijk, zorgde het voor grote opschudding. De rest van het lichaam is verloren gegaan, maar dit gezicht straalt een enorme kracht uit omdat de ingelegde ogen ons als bezoeker zo doordringend aankijken.

In 27 v.C. na de burgeroorlog die volgde op de moord van Caesar, werd Keizer Augustus uitgeroepen tot alleenheerser van het Romeinse Rijk. Ten zuiden van Egypte, nu in noord Soedan, lag Meroë, dat van 800 v.C. tot 350 n.C. de hoofdstad van het Koesj Koninkrijk was. In 25/24 v.C. vielen ze Egypte binnen en verwoestten/roofden alle beeltenissen van Augustus. Aan de Romeinse eisen om de kostbare beelden terug te geven werd natuurlijk geen gevolg gegeven. In tegendeel, want als ultieme uitdaging vonden de Koesjieten niet beter dan het keizerlijke hoofd te begraven onder de trappen van hun overwinningsmonument in Meroë. Op deze manier vertrappelden de gelovigen de onthoofde beeltenis van Augustus wanneer ze het heiligdom betraden.

Met deze daad werd dit schitterende bronzen hoofd het symbool van het Afrikaanse verzet in de oude Koninklijke stad Meroë.


De tentoonstelling loopt nog tot 15 februari 2015 en is bovendien gratis toegankelijk.

[Picture from Wikipedia]

15 november 2014

Uitgelicht: de theepot

Een dagelijks gebruiksvoorwerp als een theepot lijkt wel erg banaal om erbij stil te staan. Wie over een theepot spreekt denkt waarschijnlijk meteen aan een Chinese pot of misschien zelfs aan een van de beroemde Engelse theepotten, maar wie schetst nu mijn verwondering als ik in een verloren museum als dat van Hattusa in Centraal Anatolië een theepot tegenkom uit de Hittitische periode die gedateerd wordt tussen 1650 en 1200 v.C.



Een pot die drie en half jaar oud is en er bovendien nog net zo uitziet als onze hedendaagse pot. Zonder het te weten zouden we hem verwisselen met een zeer moderne versie van onze vertrouwde theepot – new design of zoiets. Niet te geloven toch?

26 oktober 2014

Schatten van Macedonië in het Museum van Pella

Van 5 september 2014 tot en met 30 september 2015 pakte het Nieuwe Archeologische Museum van Pella uit met een unieke collectie voorwerpen afkomstig uit verschillende graftombes onder de titel Macedonian Treasures.


Met name worden de necropolissen van Aiges en Archontiko genoemd, maar over het algemeen gaat het om opgravingen van de laatste 25 jaar die voor het grootste deel nooit eerder tentoongesteld werden. Goud voert de hoofdtoon natuurlijk met de vele kronen, maskers en wapens, maar er zijn ook unieke beelden en vaatwerk van albast, metaal en terracotta. Naar het schijnt zijn sommige voorwerpen in 2011 naar Oxford gegaan voor de speciale tentoonstelling in het Ashmolean Museum en ook naar het Louvre in Parijs voor Alexandre le Macédonien, maar die zijn nooit aan het Griekse publiek getoond.

De bedoeling is om een coherent overzicht te geven van het Macedonië uit de Archaïsche en Klassieke periode die aan de basis ligt van de latere welvaart van dit land.


Klik hier om een aantal van de prachtige foto’s te bewonderen die gepubliceerd werden door Proto Thema News.

23 september 2014

De unieke beelden van Nemrud Dağ onderbrengen in een museum?

In augustus 2014 verscheen er een artikel in The Hurriyet Daily News dat de bouw van een bijzonder museum in Adiyaman aankondigde. Men is namelijk van plan om kopies te maken van de kolossale beelden die op de top van de naburig Berg Nemrud staan en die daarin onder te brengen. De bedoeling is om dit erfstuk aldus te bewaren daar men vrees dat de originele stukken verder aangevreten zullen worden door de extreme weersomstandigheden bovenop de berg.


Normaal zou men de originele stukken in een museum onderbrengen natuurlijk maar in dit geval is dat onmogelijk aangezien ze veel te groot en te zwaar zijn om ze te verplaatsen, te meer omdat er geen weg is die hierheen leidt en ook niet aangelegd kan worden op deze hoogte.


Het is de bedoeling dat de bezoeker aan het nieuwe Adiyaman Panorama en Archeologisch Museum de indruk krijgt alsof hij op de top van deze kunstmatige berg staat. Een zeer ambitieuze doelstelling die volgens mij niet echt haalbaar is omdat de bezoeker nooit de fascinatie van de plek zal ondergaan, noch het unieke gevoel om op de top van de wereld te staan. Dat kan alleen op de Nemrud Dağ zelf.

25 augustus 2014

Expeditie Zijderoute in de Hermitage, Amsterdam

De Zijderoute is natuurlijk een heel brede naam voor het netwerk van routes dat China met de Middellandse Zee verbond over een afstand van 7.000 kilometer. Langs deze wegen werden niet alleen goederen vervoerd maar ook ideeën werden op deze manier uitgewisseld. Karavanen met soms wel duizend kamelen, ossen en ezels trokken eeuwenlang over deze routes van oost naar west en omgekeerd. Zijde was de voornaamste handelswaar, maar China exporteerde ook lakwerk, papier en spiegels. Uit India vonden edelstenen als topaas en smaragd hun weg naar potentiële afnemers, samen met jade, parfums en henna. Uit Siberië werd bont aangevoerd en vanuit het Middellandse Zeegebied werd dan weer glas en textiel verhandeld. Centraal Azië dat een sleutelpositie op al deze routes bekleedde verhandelde dan weer zijn waardevolle paarden. Vanaf de tweede eeuw voor Christus tot aan het einde van de vijftiende eeuw toen de eerste Portugese schepen een directere zeeweg vonden floreerde handel over dit uitgestrekte wegennet.



Na de Chinese bijdrage over de Zijderoute een paar jaar geleden in Brussel, pakt nu ook Amsterdam uit met kunstwerken uit de steden die langs deze route lagen. Het gaat hier deze keer om stukken die in de Hermitage in St Petersburg beland zijn en nu hier geëxposeerd worden.

De topstukken staan meteen aan de ingang, wat ik eigenlijk jammer vind want het is net alsof je daarna in een anticlimax belandt. Hier wordt gepronkt met het pas gerestaureerd fresco uit het paleis van Varakhsha (Buchara) in het huidige Oezbekistan uit de 7de-8ste eeuw. Het stelt een godheid voor die het gevecht aangaat met een tijger, een panter en een ander roofdier dat ik niet kan herkennen.  De andere muurschilderingen verbleken daarbij vergeleken ofschoon het toch heel bijzonder is dat ze de tand des tijds überhaupt overleefd hebben. Het zou wel handig geweest zijn als er naast de fresco’s ook een tekening gevoegd was met daarop de contouren van wat ze voorstellen, want nu zijn de taferelen echt niet zo makkelijk te herkennen.

Op de bovenverdieping staat het grootste deel van de ruim 250 stukken ten toon. Ze zijn afkomstig uit dertien verschillende opgravingsites langs de Zijde Route. Aan elk van de dertien steden is een zaal gewijd, maar ik vind de kaartjes niet erg duidelijk – een aaneenschakeling van namen die bv. niet op een achtergrond met de huidige landen en steden geplaatst zijn. De voorwerpen beslaan voornamelijk de periode van de 4de tot de 8ste eeuw, maar aangezien je in elke zaal voorwerpen uit deze periode vindt is dat wel verwarrend.

Ook vind ik het jammer dat het geheel gepresenteerd wordt alsof de opgravingen (bijna) uitsluitend door de Russen werden en worden. Tegen het einde van de 19de eeuw kwamen de eerste avonturiers naar de Gobi woestijn. De eerste ontdekker was een Zweed, Sven Hedin, die gevolgd werd door Sir Aurel Stein, een autoriteit op dit gebied die voor de Britten werkte met als resultaat dat zijn vondsten in het British Museum beland zijn. Daarna kwamen de Duitsers, met voorop Professor Albert Grünwedel die wegens ziekte voornamelijk vervangen werd door Albert von Le Cocq. Hun buit werd naar Berlijn verscheept waar de grootste stukken ten offer vielen aan de geallieerde bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat overblijft staat nu in het Dahlen Museum in Berlijn. Minder ingrijpend waren de expedities van de Fransen (die eerst en vooral rond Angkor aan het graven waren) met Professor Paul Pelliot, de Amerikanen (Langdon Warner) en de Japanners (Count Kozui Otani). Rusland heeft in het begin maar weinig uitgevoerd, maar het noordwestelijke deel van Mongolië viel onder het beheer van Tsaristisch Rusland zodat er in die tijd automatische stukken naar St Petersburg gegaan zijn. We moeten dan wachten tot het einde van Sovjet Unie eer de spade door de Russen weer opgenomen wordt en dat gebeurt nu in hun oude bezittingen in Centraal Azië, met name in Oezbekistan, Kazakstan, Kirgistan en Tadzjikistan.

Maar goed, mijn persoonlijke mening terzijde schuivend, moet gezegd worden dat hier unieke stukken te zien zijn die we waarschijnlijk zelfs ter plaatse in St. Petersburg niet te zien zouden krijgen.