19 oktober 2011

Damascus, SY – Archeologisch Museum

Achter het hoge ijzeren hek loopt een breed pad recht naar de ingang waar de torens van een oud Omajjadenpaleis uit Qasr Al-Hayr Al-Gharbi opnieuw zijn opgebouwd en gerestaureerd. Opvallend zijn de vrouwenfiguren die hier op te zien zijn, een duidelijke aanwijzing dat het paleis uit de vroege islamtijd dateert, t.t.z. voor dat de afbeeldingen van mensen en dieren verboden werden. In de tuin staat al een indrukwekkende collectie beelden, zuilen en sarcofagen, stuk voor stuk voorproefjes van wat ons binnen te wachten staat.

Gaandeweg krijgen we een inzicht in het rijke en uiterst complexe verleden van Syrië, soms wel verwarrend omdat we door de drukte wel eens een periode moeten overslaan om er later weer op terug te keren. De hoge plafonds spelen met de echo's, niet zo leuk als de volgende groep zich ook verstaanbaar wil maken, maar we doen het er maar mee. Ik vind dit vrij vermoeiend, misschien omdat ik zelf maar weinig aanknopingspunten kan vinden, misschien door de drukte die andere groepen toeristen met zich meebrengt, of misschien gewoon omdat ik op een eerste dag er nooit helemaal bij ben – wie zal het zeggen.

Maar het museum is absoluut de moeite waard, al is het alleen maar voor de synagoog die uit Dura Europos overgebracht is, tenminste de binnenwanden en het plafond waarvan elke vierkante meter beschilderd is met taferelen van het Laatste Oordeel. Hier zien we mensen en dieren uit de oudste Bijbelse vertelling, daterend uit de tweede helft van de derde eeuw. In een aanpalende zaal staar ik vol bewondering naar een compleet paardenharnas uit de Romeinse tijd – het doet me denken aan die Chinese mummies die met jade bekleed zijn. Heel vindingrijk, vind ik dit dan weer, en heel uniek.

Buiten een uiterst rijke collectie spijkerschriften aller aard, zijn uiteraard ook veel beelden en reliëfs uit Soemerische, Griekse, Romeinse en Byzantijnse tijd te bewonderen. Tom geeft ons een breedvoerige uitleg over het spijkerschrift. Interessant vind ik wel om nu te weten dat dit van rechts naar links geschreven werd en dat de “spijkers” onder horizontale lijntjes kwamen te hangen. Zo een tablet werd dus volgeschreven en eenmaal onder aan gekomen, ging men verder op de smalle zijkant waarna het tablet omgeklonken werd en men zo verder schreef – dus niet zoals bij ons dat we het blad omdraaien. Als het spijkerschrift in kolommen gebruikt werd, vulde men ook eerst de rechter kolom, daarna de volgende, enz. maar aan de achterkant liepen de kolommen juist in de andere richting. Eigenaardig hé?

Verder liggen er uiteraard een aantal juwelen en geldstukken, met o.a. dat van een jeugdige Alexander de Grote nog wel. En dan te bedenken dat ik hier niet mag fotograferen! Wat erg! Ik vergaap me vooraal aan de grote muurschildering uit Dura Europos waar heren, waarschijnlijk priesters, met Frygische mutsen op staan. De conditie van dit fresco en de kleuren zijn zo vreselijk levendig dat het lijkt alsof het pas geschilderd is. Ook dalen we af in een grafkelder, die inclusief de stenen deur, steen voor steen overgebracht is uit Palmyra, een prachtig geheel – bijna niet te geloven dat dit een grafkamer is! We mogen ook even een kijkje nemen in een ruimte waar een soort conferentie aan de gang is, oorspronkelijk een kamer van een 18de-eeuws Syrisch huis. Heel rijk en kunstig versierd, en heel bijzonder ook.

9 oktober 2011

Topkapi Museum, Istanbul

In het Topkapi complex beland ik in het zg. Derde Hof. De ingang ervan is de prachtig versierde Poort der Gelukzaligheid. Hier is de onderkant van het dak met goudmotieven gedecoreerd en op de witte wanden boven de bogen en zuilen zijn kleine landschaptafereeltjes geschilderd, eigenlijk heel modern en fris. In dit hof kom ik ogen tekort, maar mijn prioriteit is toch wel vanzelfsprekend, de schatkamer waar DE reuzendiamant hoort te liggen.

Deze Schatkamer blijkt onderverdeeld te zijn in vier aparte zalen. In de eerste zaal valt een met diamanten ingelegde maliënkolder op, uiteraard alleen voor ceremonieel gebruik, en een schattig met parels ingelegd beeldje van een prins onder een baldakijntje, een diplomatiek geschenk uit India. Misschien de mooiste voorwerpen staan in de tweede zaal, met o.a. de Topkapı-dolk uit 1714, door de eigen goudsmeden van de sultan vervaardigd met 3 enorme smaragden er in. Hij was bedoeld als cadeau voor de sjah van Perzië, maar die stierf voordat de dolk af was. Er staan ook een aantal “aigrettes” te pronken, een soort reuzenpin met pluimen van reigers of paradijsvogels, versierd met robijnen, smaragden, diamanten en parels op een gouden ondergrond, die de sultan voor op zijn tulband prikte. Wat een dingen! Net als in de vorige zaal staar ik vol bewondering naar de schrijfdoosjes, kruiken en kannen van rotskristal bekleed met robijnen en smaragden. Hoe konden ze in ’s hemelsnaam rotskristal uitsnijden, uithouwen en uithollen, vraag ik me af?  Het klapstuk, de 86-karaat grote diamant, ligt in de derde zaal, naast een paar “kleinere” diamanten van 58 en 45 karaat. Hier staat ook een vergulde troon, die sultan Murat III in 1574 van de gouverneur van Egypte ontving en die gebruikt werd voor staatsceremoniën. Een raar ding in onze Westerse ogen, groot en breed op korte poten, en je moet je indenken dat er een enorm kussen in lag waarop de sultan dan met gekruiste benen en een wijde pofbroek in plaatsnam. In de vierde zaal staat nog zo een troon, ingelegd met diamanten en edelstenen, een geschenk van de sjah van Perzië die in ruil hiervoor genoemde Topkapı-dolk zou krijgen. Opvallend is wel dat er geen vrouwenjuwelen te zien zijn maar ik verneem dat die eigendom van de vrouwen bleven terwijl de juwelen van de sultans terug aan de staat vervielen. Aardig toch!

Na de Schatkamer loop ik langs de schitterende Bibliotheek van Ahmet III uit 1719 met haar mooie tegels en inlegwerk van parelmoer en ivoor naar de overkant. Daar pronkt het Paviljoen van de Heilige Mantel, dat enkele van de heiligste relieken van de islam bevat (en ik maar denken dat die in Mekka te zoeken zijn!). De heiligste schat is de mantel die ooit door de profeet Mohammed werd gedragen, en die mag je alleen van verre bewonderen want hij ligt in een gouden kist, achter glas bovendien. Aan de standaard voor de kist hangen ook twee zwaarden van Mohammed en zijn pijl en boog (toch niet zo vredelievend?). Ook achter glas uiteraard, worden nog een tand en wat haar en baardhaar van de profeet bewaard, alsmede een brief die hij met eigen hand geschreven zou hebben. Dit is een bedevaartsoord voor de moslims en het is ook niet verwonderlijk dat een geestelijke hier dag en nacht passages uit de Koran reciteert. Hier kom ik ook de meeste vrouwen met hoofddoekjes tegen.

Ik heb nog even tijd om terug te lopen naar het museum met de kostuumcollectie dat naast de Schatkamer ligt. Ik had nl. gelezen dat het traditie was dat als een sultan overleed zijn gewaden opgevouwen werden en in afgesloten zakken bewaard werden. Het is een verrassende collectie van geweven en bedrukte kledingstukken, uiteenlopend van zijde tot katoen en gewone grijze serge, met echt enorme broeken. Een bezoek aan de zaal met de portretten van de sultans zit er niet meer in.

19 september 2011

Thessaloniki - Archeologisch Museum

Mijn bezoek aan het Archeologisch Museum van Thessaloniki heb ik toevallig of niet op zondag gepland, een dag waarop het vrachtwagenverkeer bijna nihil is en ik zonder moeite de stad in kan rijden.

Er is hier een speciale expositie over Macedonisch goud ingericht, nou dat is precies in mijn straatje natuurlijk. Zo krijg ik te lezen dat tot in de dagen van Koning Philip II (de vader van Alexander de Grote) goud en zilver op gelijke voet stonden en dus dezelfde waarden toegekend kregen. Toen Philip echter de controle over de goud- en zilvermijnen van Thracië verkregen had en zijn nieuwe technieken wist toe te passen, was er plots een overdaad aan zilver, waardoor de waarde daarvan daalde t.o.v. het goud. Een waardering die heden, zoveel honderden jaren later, nog van kracht is.

Ik kijk mijn ogen uit op de prachtige gouden drinkbekers en het groot aantal gouden kransen met gekleurde emaillen bloemen en bladeren, soms met groene koperen bladen ertussen geweven als contrast.

Een drinkbeker van bergkristal, een juwelenkistje van beschilderd aardewerk, een bijzondere gedraaide gouden armband met leeuwenkoppen, wat dunne gouden takjes met dito bladeren die op een kledingstuk genaaid konden worden, het ene stuk steekt de loef af bij het andere. Een van de klapstukken is de grote gouden wijnkaraf met dansende Menaden tussen de Dionysus-jongelingen – de zogenaamde Dervini-vaas. Het zijn allemaal stukken uit de tijd toen het Macedonische rijk op zijn hoogtepunt stond, uit de tijd van Philip en Alexander dus. We hebben geen idee van de rijkdom die er toen geheerst moet hebben. Een beetje vertrouwd doet het graf aan, een grote rechthoek met veelkleurig beschilderde binnenwanden en op de bodem glazen en ceramiek flesjes tussen de beenderresten. Het zijn stuk voor stuk weer schitterende voorwerpen, goed bewaard en goed gerestaureerd, waaraan ik me sta te vergapen.

Als een der laatste vondsten pronkt men hier met stukken papyrus die met Griekse teksten beschreven zijn. Ik wist niet dat dit bestond en blijkbaar zijn deze documenten ook uniek, t.t.z. de enige die men tot nu toe gevonden heeft. Ze zijn afkomstig uit een graf en bevatten o.a. hele teksten van Homerus. Geweldig toch zoiets!

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]
Lente 2006 - Lente 2011

10 september 2011

Sagalassos – Tentoonstelling in Tongeren

Onder de titel Sagalassos, City of Dreams, wordt deze tentoonstelling aangekondigd in het Gallo-Romeins Museum van Tongeren. We zullen alle tijd hebben om er naartoe te gaan want hij loopt van 28 oktober 2011 tot 17 juni 2012. 

Voor mij is dit een unieke gelegenheid, een eenmalig gebeuren waarbij België en met name Prof. Dr. Marc Waelkens (K.U.Leuven) in het zonnetje gezet wordt, heel terecht overigens. De opgravingsgeschiedenis wordt bovendien elk jaar keurig uitgelijnd en toegelicht op hun eigen website over Sagalassos – de moeite van het bekijken waard!

Zelf heb ik het voorrecht gehad om een aantal keren in Sagalassos rond te lopen, telkens met een jaar of twee tussenpauzes en ik was elke keer weer aangenaam verrast door de vooruitgang van de werken. Op de meeste archeologische sites verlopen de opgravingen uiterst traag en moet je dikwijls jaren wachten eer je als leek wat resultaat kunt zien, maar dat is in Sagalassos absoluut niet het geval. Bij elk bezoek kun je duidelijk stellen dat of dit nu ook blootgelegd is, weer opgebouwd is of in kaart gebracht is. Geweldig zoiets hoor!


De antieke stad Sagalassos ligt op een schitterende hoogte van 1600 meter met imponerend uitzicht over de omgeving, kortom een strategische plek, ongeveer 150 km ten noorden van Antalya.

Sagalassos, dat volgens oude Hittietische inscripties al in de 14de eeuw v.C. vermeld staat als Salawassa, is net als alle andere steden in de regio herhaaldelijk onder de voet gelopen en was dan eens in het bezit van Frygië, dan weer van Lydië, om daarna door de Perzen bij Pisidië ingelijfd te worden. Het was een krijgslustig volkje en ze hebben Alexander de Grote ook niet bepaald met open armen ontvangen. Zoals altijd en overal, je weet wat je hebt maar je weet niet wat je krijgt – en zo zullen ze er in Sagalassos ook wel over gedacht hebben. Na Alexanders dood, deelde Sagalassos het onzekere lot van zijn buren om uiteindelijk, net als alle andere steden en regio’s, in 133 v.C. na de dood van Attalus III van Pergamon bij de Romeinse Provincia Asia ingelijfd te worden. De stad was toen volledig Hellenistisch, en Grieks was er de voertaal. Hij groeide uit tot een betrouwbare leverancier van graan en olijven, en ook de plaatselijke kleibedden leverden een handel op in gebruiksvoorwerpen als amforen, potten en schalen voor de export naar het hele Middellandse Zeegebied. Ruim zeshonderd jaar lang verliep deze ceramiekproductie hier zelfs op industriële wijze!
                                   
Op zijn hoogtepunt moet Sagalassos 50.000 inwoners geteld hebben en het is bekend dat de stad zeker tot de 13de eeuw n.C. bewoond was. De ondergang werd ingezet door opeenvolgende aardbevingen in 518, en vooral die van 644 en 661, waarna de genadeslag kwam met de pestepidemie en de invallen van de Arabieren. In de 11de eeuw werd Sagalassos, dat op de karavaanroute tussen Antalya en Konya lag, Turkmeens bezit, en weer later van de Seljoeken.

Ofschoon de stad al in 1706 door een reizende Fransman herontdekt werd, moesten we wachten tot 1985 toen een Brits-Belgisch team de plek in kaart bracht. Sinds 1990 zijn het de Belgen die hier elke zomer met een ploeg van 200 man opgravingen komen verrichten en ik verbaas me er elke weer over hoeveel werk deze mensen o.l.v. Prof. Marc Waelkens hier steeds verzetten!


Het Museum van het naburige Burdur verleent onderdak aan de vondsten uit deze eens zo machtige stad, maar nu worden er toch een heel aantal topstukken hier in Tongeren tentoongesteld. Of je nu zelf al in Sagalassos geweest bent of niet, dit is vast de moeite waard. Het is in elk geval veel dichterbij dan Sagalassos zelf nietwaar.

[Klik hier om alle foto's van deze tentoonstelling te bekijken]

2 september 2011

Side, TK - Archeologisch Museum


Rechts van de Triomfboog van Vespasianus en de resten van een Nympheum, ligt het Archeologisch Museum van Side, vlak langs de hoofdstraat. Dat museum is in de oude Romeinse Baden ondergebracht, die hier bijzonder goed bewaard gebleven zijn en waar men in stijl een soort betonnen overkoepeling overheen gezet heeft. Het is net echt. Vooral ook omdat de marmeren vloeren en muren van de bassins zo goed bewaard gebleven zijn.

Tussen de beelden en andere resten van de collectie vind ik geen uitschieters, ofschoon er best mooie stukken bij staan. Wat mij echter opvalt, is Pamphylische sarcofaag uit de 2de eeuw met een schitterend hoogreliëf van dansende cupidootjes onder het schuine dak dat afgezet is met leeuwenkoppen.

En dan deze inscriptie in de eigen taal van Side die ik nog niet eerder tegenkomen ben! De taal die hier in de oudheid gesproken werd leek op geen andere bekende taal of dialect, zeker niet op Grieks! Hij was helemaal eigen aan Side, zeker als we Arrianus moeten geloven (er waarom zouden we dat niet?). Er zijn inscripties en geldstukken teruggevonden met dit unieke schrift in deze unieke taal, die respectievelijk teruggaan tot de 3de en 5de eeuw v.C. Twee stenen met dergelijke opschriften zijn dus te zien in dit kleine museum van Side. Hoe dan ook, de taal van Side kan alleen maar een Anatolische taal zijn, eigen aan Pamphylië want hij is vreemd genoeg niet verwant aan het Griekse dialect van Sillyum of Aspendos, die in de buurt liggen. Grieks kwam pas na Alexanders veroveringen in voege en we hebben een inscriptie uit ongeveer 300 v.C. die dat staaft. Opwindend toch weer zoiets!

Ik heb het museum heerlijk voor mij alleen en ga er net op tijd uit voor de horde schoolkinderen er joelend binnenstroomt. Ik loop nog even de tuin door waar zoals steeds de minder mooie stukken ondergebracht zijn, maar hier is de belichting dan weer heel goed om mijn foto’s te nemen. Achter deze Baden die nu Museum zijn, ligt ook een soort werkatelier en hier wordt een rijkversierde sarcofaag weer aan elkaar gezet. Wat een puzzelwerk! Daar sta je niet bij stil als je een museum bezoekt hé?

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]

22 augustus 2011

Konya, TK – Mevlana Mausoleum

In Konya staat natuurlijk het Mevlana Museum, ook wel Mausoleum van Mevlana genoemd, op het programma. Het museum is in feite een uitgebreide vorm van de oorspronkelijk derwisjwoning, waar nu de tombe van Mevlâna staat. Het is een ommuurd complex met daarbinnen verschillende gebouwen met koepeldaken met in top de opvallende groenbetegelde torenkoepel van het hoofdgebouw. Het is meteen duidelijk dat dit een bedevaartsoord is voor de moslims want Mevlâna wordt gezien als een van de grootste mystici van de islamitische wereld. Zelf heeft hij dat niet gewild, want zijn ideologie luidde: “het echte mausoleum moet in je hart gebouwd worden”.
                                                           
Recht voor me, ongeveer in het midden van de marmeren plavuizen, ligt de ablutiefontein zoals men die bij de moskeeën aantreft, de sardivan. Mannen en vrouwen gebruiken hem voor de rituele wassing. Vóór het betreden van de Semahane, t.t.z. de Ceremoniezaal, krijg ik plastic sokjes die ik over mijn schoeisel hoor te trekken en dan mag ik binnen. Oorspronkelijk werden hier de dansceremonies uitgevoerd, maar nu is het een tentoonstellingsruimte. Rechts liggen een paar schitterende vertrekken die in elkaar overlopen en waar de in groene zijde gehulde tombe van Mevlâna staat. De muren zijn versierd met zwarte en vergulde kalligrafieën op warmkleurige ondergrond. Het Mausoleum telt 65 sarcofagen, die van de mannen versierd met een tulband en die van de vrouwen zonder. Ze zijn bedekt met zijdefluweel en Osmaanse tapijten. Hoog boven in de muren, net onder de bogen, filteren kleurrijke glas-in-lood ramen het zonlicht. Er hangen kristallen luchters en pastelkleurige lampionlampen, die allen bijdragen tot een heel unieke sfeer. Behalve de kleding van Mevlâna, worden hier ook zijn muziekinstrumenten en kostbare manuscripten bewaard, en in een parelmoeren kistje zou zowaar zijn baard bewaard worden.
                                                           
Er is echt veel volk, vooral vrouwen, die overal op de muurtjes en stoepjes even uitrusten als je ze al niet binnen bent tegengekomen. Het is een mengelmoes van kleding, al kan ik niet van klederdracht spreken, maar ingewijden moeten vast kunnen vertellen uit welke streek ze komen. Vandaag is het namelijk een lang weekend i.v.m. de Dag van de Jeugd morgen, die Atatürk ingesteld heeft. Veel gesluierde pelgrimsvrouwen uit het hele land stromen hier blijkbaar naartoe en het respect en de eerbied die ze uitstralen is bijna tastbaar.

De sfeer hier is trouwens moeilijk te omschrijven want er hangt iets “oosters” in de lucht, iets van de sprookjes van Duizend-en-een-nacht, maar ook iets van warmte en dankbaarheid waar iedereen zielsverwant is. Raar als ik dat zelf zo lees, maar dit is de beste omschrijving die ik kan geven. Met de groep waar in bij hoor, zijn we blijkbaar de enige niet-moslims die hier rondlopen, maar niemand neemt er aanstoot aan of kijkt ons vreemd of vijandig aan. De echt fanatieke hoofddoekjes lopen blijkbaar in onze westerse steden rond. Raar, hé?
                                                           
In de ruimtes tegenover het Mausoleum is een fijne tentoonstelling ingericht met taferelen uit het dagelijkse leven van de Derwisjen, met levensgrote poppen in authentieke kleding. Meer uitleg over dit schitterende museum/mausoleum is bij voorbeeld op deze site van ExploreTurkey te lezen.

Het wordt me hier duidelijk gemaakt dat onze vertaling van “dansende derwisjen” eigenlijk niet juist is. In feite kan iedereen Mevlana worden, t.t.z. dat je kunt leren dansen, al is dansen ook weer niet de juiste term, het is eerder ronddraaien. Men zou dus eerder van “draaiende Mevlana’s” moeten spreken. Derwisj wordt je alleen maar als Allah het wil, het is iets tussen Hem en jou. Je hoort dan het goede te doen tegenover de anderen, je medemens te helpen.

Iets verderop is een groot modern Cultureel Centrum opgetrokken van metaal en glas in een keurige parkaanleg. Het is hier dat het jaarlijkse Mevlana Festival gehouden wordt, een feestelijk gebeuren dat elk jaar trouw op de Turkse TV uitgezonden wordt – de moeite van het kijken waard, zeker als je zelf nooit tot in Konya geraakt bent.
mei 2005

13 augustus 2011

Sofia, BU - Archeologisch Museum

Mijn wens is eigenlijk om naar het Nationaal Museum te gaan voor het Tracische goud. Die droom wordt meteen de bodem ingeslagen want niet alleen ligt dat museum aan de andere kant van de stad, maar de verzameling is bovendien op tournee door Amerika voor drie jaar. Wat een tegenvaller!


Het Archeologisch Museum daarentegen ligt tegenover het Presidentiële Paleis en staat bekend als zijnde het oudste museum van de stad.
                                                           
Er is niet veel volk, maximum een man of tien, heerlijk om deze indrukken in alle rust op te nemen. 

De Tracische afdeling blijkt boven te liggen, achter een hek en nog een hek voor een deur met smalle trap naar boven. Daar begint de collectie bij 8.000 jaar vóór Christus, niet te bevatten! De voorwerpen liggen allemaal achter glas en zijn zeer goed tentoongesteld met spots en uitleg, ook in het Engels. De blikvangers zijn uiteraard de juwelen: zilveren en gouden beslagwerk voor de harnassen, gouden borstplaten en dodenmaskers in de stijl van Agamemnon en een paar schitterende gouden kronen. 

Ik ben ook erg onder de indruk van de Romeinse invloed in Bulgarije die tot de 5de-6de eeuw heeft stand gehouden. Zo bv. een eigen soort Tanagra beeldjes, heel kunstig en levendig, en een op brons gegraveerd oorkonde, een soort diploma van een Romeinse soldaat, die als een moderne laptop staat opgesteld. Ik mag gelukkig hier binnen wel fotograferen.

Pure juweeltjes staan hier te pronken hoor! 

3 augustus 2011

Zeugma, TK - Museum van Gaziantep

Voor mij is Gaziantep een bestemming op zich, want in het plaatselijke museum zijn schitterende Romeinse mozaïeken ondergebracht die ik absoluut wil zien.

Nou die zijn inderdaad schitterend, want in tegenstelling tot de gangbare techniek om kleine gekleurde steentjes te gebruiken hebben de kunstenaars hier veelvuldig marmer en zelfs glas gebruikt waardoor de kleuren veel sprekender en helderder zijn. Wat een pracht! Ik ben er helemaal opgewonden van en wil alles tegelijk zien en lezen en fotograferen. De vloeren zijn trouwens met kennis van zaken tentoongesteld, soms liggend met daarvoor een verhoging om een beter overzicht te krijgen, dan weer staande tegen de muur. Alles keurig met uitleg en plattegrond, jeetje, ik kan hier wel een halve dag doorbrengen! Van op de gaanderij op de eerste verdieping heb ik dan weer een schitterend overzicht. Soms zijn ook de fleurige muurfresco’s bewaard gebleven en keurig in situ geplaatst.

Al deze mozaïeken, fresco’s en andere vondsten zijn afkomstig uit Zeugma (het Griekse Seleucos), ooit een Romeinse garnizoensstad aan de Eufraat, die de oostelijke grens van het Romeinse Rijk vormde. Nu zijn de Turken al een aantal jaren dammen op de Eufraat en de Tigris aan het bouwen zodat de arme oostelijke provincies zich kunnen ontwikkelen. Dit is een gigantisch project dat de naam GAP gekregen heeft (het Zuidoost-Anatolië-Project) en de 22 dammen moeten er voor zorgen dat er een gebied zo groot als heel België bevloeid kan worden en dus vruchtbare grond kan opleveren. Duizenden mensen moesten hun dorpen verlaten en elders een onderkomen vinden.

Ook de ruïnes van het oude Zeugma ontkwamen niet aan dit lot en in allerijl hebben archeologen uit alle windstreken gered wat maar te redden viel. Een schijntje is dat natuurlijk, maar de vooruitgang is niet te stuiten, zo blijkt hier als elders. Een deel van de mozaïeken maar ook een aantal fresco’s staan hier te pronken en voor een volledig overzicht verwijs ik mijn lezers gewoon door naar mijn foto’s – die spreken boekdelen.

Voor mijn doen is dit bezoek uiteraard weer eens te kort, maar ik ben toch ontzettend blij dat ik deze mozaïeken met eigen ogen heb mogen bewonderen!

[Klik hier voor foto's van Zeugma uit het Museum van Gaziantep]

23 juli 2011

Ankara, TK - Mausoleum van Ataturk

Het Mausoleum van Atatürk, de Vader des Vaderlands voor elke Turk. Het is een indrukwekkend monument boven op een heuvel, die de stad beheerst. Vele scholen komen hier in gedisciplineerde drommen naartoe, zelfs kinderen uit de kleuterklas trekken, netjes hand-in-hand, voorbij. Soldaten in strakke pakken lopen houterig de wacht en ik weet niet goed hoe serieus ze zichzelf wel nemen. Het is net een poppenkast, zo strak en stram, maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Binnen in de grootse ruimte liggen de resten van Atatürk onder een massaal grafmonument versierd met een aantal kransen. Dit is wat we altijd op TV te zien krijgen wanneer een of ander staatshoofd een officieel bezoek brengt aan Turkije en hier dan een krans komst leggen.

Als goede Turk  confronteert onze gids ons met het museum dat onder het monument ligt waar voornamelijk overgrote schilderijen hangen. Ik vind het allemaal een beetje overdreven, met een vleugje communistische propaganda, maar de vele afschuwelijke en roemrijke taferelen van Atatürk die hier uitgebeeld worden, zijn op zich wel heel mooi van stijl, kleur en compositie. Nu heeft die Atatürk echt wel heel veel voor Turkije gedaan, dat geef ik grif toe.

Als kolonel Mustapha Kemal (de latere Atatürk) heeft hij in 1915 de geallieerden teruggedrongen in Gallipoli. Maar toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, waren het de geallieerden (omdat Turkije de kant van Duitsland gekozen had) die Turkije bezetten, zelfs Istanbul. Zo eigenden Frankrijk, Engeland en Italië, zich allemaal een stuk van het land toe. Atatürk vlucht dan weg uit Istanbul en landt met een klein bootje in een dorp aan de Zwarte Zee op 19 mei 1919, een dag die nu nog gevierd wordt als het begin van de Turkse Onafhankelijkheid. Met de Turkse bevolking aan zijn kant begint hij de strijd om Turkije voor de Turken te veroveren en pas in 1922 komt er een eind aan deze Onafhankelijkheidsoorlog. Atatürk had grote bewondering voor de Europese cultuur en levensstijl en zag een modern, verwesterd Turkije voor zich. Hij voert stelselmatig een groot aantal hervormingen door, vooral op sociaal gebied. Een paar voorbeelden daarvan zijn dat activiteiten van religieuze sekten verboden worden, de westerse kalender wordt ingevoerd, het dragen van de fez wordt verboden, het metrisch stelsel wordt toegepast, bijnamen en persoonlijke titels worden afgeschaft, achternamen worden aangenomen, godsdienstig vertoon in het openbaar wordt afgeschaft, een moderne wetgeving die losstaat van de godsdienst wordt geïntroduceerd, vrouwen krijgen stemrecht, het Latijnse alfabet wordt in gebruik genomen, enz. Zijn basisprincipes zijn eigenlijk gewoon gezond verstand, ook toegepast op het dagelijkse bestuur van Turkije gebaseerd op de Turkse manier van denken en leven. Toen Atatürk in 1938 overleed, lagen de funderingen klaar voor een moderne staat. Hij is, naar mijn mening, alleen te vroeg overleden. Had hij langer geleefd, dan zou Turkije misschien al lang deel van Europa uitmaken …

13 juli 2011

Pella Archeologisch Museum, GR

Het is intussen vijf jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben en het kleine museumpje is nu vervangen door een groots opgezet nieuw gebouw met ruimte voor uitbreiding.

Het bordje Museum brengt me inderdaad waar ik moet zijn, maar de aankomst daar is een beetje rommelig. De weg houdt ineens op bij een stuk braakliggende land voor een nietszeggend betonnen gebouw. Maar goed dat ik foto’s van het museum gezien heb, want niets wijst er op dat ik hier moet zijn. Als ik mijn auto op het veldje naast een paar andere voertuigen parkeer, is het niet eens duidelijk waar de ingang wel is. Boven op een soort balkon staan een paar heren te roken en die verwijzen mij naar links en zo kom ik dan toch binnen. De juffertjes aan de balie hebben het druk met hun onderlinge babbeltje, maar ik krijg toch met een glimlach te horen dat het vandaag museumdag is en de toegang dus gratis is. Vooruit dan maar!

Meteen rechts blijkt een video te draaien maar het zaaltje zit vol toeristen, blijkbaar van een of andere bus. Ook verderop in het hoekje waar uitleg gegeven wordt over de opgravingen is dat het geval. Nou, dat nu dus maar eventjes niet. Er schijnt heel wat te doen geweest te zijn over het feit of je hier al dan niet foto’s mag nemen en tot nu toe heb ik van iedereen gehoord dat dit volstrekt verboden was. Geen leuk vooruitzicht natuurlijk.

Middenin de ruimte staan twee afbeeldingen van Alexander. De ene is een kopie van de Hellenistische kop van een jonge Alexander die hier gevonden is (momenteel is het origineel uitgeleend aan Oxford). De andere stelt Alexander voor als Pan. Ik waag het er toch maar op om een foto te nemen, er staan ook nergens bordjes dat het niet mag. Dan zie ik dat andere bezoekers ook staan te kieken en er wordt door de zaalwachters niet op gereageerd. Is dat boffen!

Op het binnenplein ligt een stuk mozaïek afkomstig uit het Heiligdom van Darron, de god van de genezing (Darron betekent letterlijk: hij die de gezondheid schenkt) samen met een paar nietszeggende grafstenen.

Daarachter ligt dan de eerste zaal, gewijd aan de huizen van Pella met heel uitnodigend een grote houten deur waar het originele bronsbeslag op gereconstrueerd is. De deur lijkt opvallend veel op de stenen deuren van de Macedonische graftombes. Het dagelijkse leven lag dikwijls echt niet ver van het leven in het hiernamaals. De echte blikvangers zijn de mozaïeken van Dionysos met zijn thyrsusstaf die op een panter zit en de andere die een leeuwjacht voorstelt met links de figuur van Alexander en rechts die van Craterus. In het oude museum hingen deze mozaïeken aan de wand en waren dus makkelijk te fotograferen. Nu liggen ze op de grond, het zijn tenslotte vloermozaïeken, maar het valt echt niet mee om er een plaatje van te schieten. Van de overige grote mozaïeken van Pella zijn foto’s gemaakt op ware schaal en liggen op die manier te kijk. Hier ben ik niet van onder de indruk, maar ja aangezien de site zelf momenteel gesloten i.v.m. de bezuinigingen in Griekenland, moet ik het hier maar mee doen. Ook de grote ronde marmeren tafel met inlegwerk heeft hier een plaatsje gevonden, een ambacht die duidelijk door artiesten uit de Italiaanse Renaissance gekopieerd werd.

Men heeft geprobeerd hier een beeld te geven van de indeling en de versiering van de huizen van Pella. Interessant is bij voorbeeld de reconstructie van een ligbed (kline) dat bij de symposia gebruikt werd en waarvan de sierlijke bronzen versiering bewaard gebleven is (de houten constructie is uiteraard vergaan), en een lange vitrine vol met terracotta en bronzen gebruiksvoorwerpen die vrijwel puntje gaaf lijken te zijn: gewichten voor het weefgetouw, kleine terracotta beeldjes van huisgoden, spiegels, wapens, drinkbekers, strigilis, kannen, dobbelstenen, etc. Een origineel stuk muur met verschillende ingekleurde vakken van polychroom pleisterwerk uit het oude museum is hier ook bij geplaatst aangezien die afkomstige is van een van de villa’s. Als je denkt dat de Pompeanen iets uitgevonden hebben, dan heb je het helemaal mis want deze wand dateert wel uit de 2de eeuw v.C.! Je krijgt een vrij goed beeld van het dagelijkse leven van de bewoners, niet alleen met de indeling van de huizen en de meubilering, maar ook een idee van hun kleding, hun bezigheden, hun huisrituelen en wat ze verder deden aan sport en vertier.

Natuurlijk blijf ik langer staan bij de verzameling geldstukken die op de Agora van Pella gevonden is, want ik weet zeker dat ik hier Alexander en zijn vader Philippus op terug kan vinden. Dat lukt natuurlijk. Geweldig weer om de familie daar tegen te komen!

Bijna ongemerkt loop ik zo de volgende zaal binnen die gewijd is aan de vondsten op en rond de Agora, veelal uit de 3de eeuw v.C. Veel van deze voorwerpen werden in de waterputten van de winkeltjes langs de Agora gevonden waar aardewerken potten en beeldjes vervaardigd werden. Dit wordt heel levendig geïllustreerd met de reconstructie van een dergelijke winkel die een rijke verzameling vertoont van potten, vazen en vaasjes, kannen, schalen, maar ook veel votiefbeeldjes van Aphrodite, Cybele, Herakles, enz., soms ook de mallen die hiervoor gebruikt werden. Er zijn ook een heel aantal amfora’s te zien van verschillend formaat en model volgens dat ze gebruikt werden voor olie, wijn of graan (grotere). Ze droegen ook de zegel van hun maker of stad van herkomst, en er is zelfs een wijnamfoor bij helemaal uit Noord-Afrika!

Langs de Agora lag het stadsarchief, waar papyrusrollen voorzien van kleine kleizegels opgeslagen lagen. Sommige documenten werden door de koning zelf opgesteld, andere door de magistraten van Pella, de marktopzichters, of waren uit andere steden afkomstig zoals Edessa – en elk document had zo zijn eigen afbeelding op de zegel. Op die van Pella bij voorbeeld was een grazende koe te zien, maar sommige van deze zegels zijn fijne kunstwerkjes. Ik vergaap me natuurlijk weer aan de keur van terracotta kopjes van dames met uiterst sierlijke coiffures …

In de zaal hierachter wordt het Heiligdom van Darron toegelicht met een grote luchtfoto aan de muur en daarnaast een tekening hoe het er uit heeft moeten zien. Een zeer eigenaardige constructie, moet ik zeggen: rond met drie asymmetrische ronde torens. Op de vloer ervoor ligt een rond bloemenmozaïek dat daar gevonden is samen met de inscriptie die verwijst naar deze god die eigenlijk alleen bekend was van Hesychius [Hesychius van Alexandrië is een auteur uit de 5de eeuw die een lexicon heeft samengesteld met over de 51.000 bijzondere Griekse woorden en uitdrukkingen]. Een werk dat voor het taalgebruik in Tracië en oud Macedonië zeer waardevol is] en waarvoor hier in Pella voor het eerst bewijsmateriaal gevonden is. Verder wat terracotta beeldjes, potten en offergaven uit de heiligdommen van Aphrodite en Cybele, en van Demeter. Hier mag ik ineens niet meer fotograferen. Het wordt wel heel vriendelijk gezegd, maar waarom daar wel en hier niet … Raar hoor! Hier hoor ik ook voor het eerst over een graf met fresco’s van zes filosofen, maar veel meer wordt er niet over verteld en ik vraag me wel af of het filosofen zijn die Alexander gekend zou hebben. Een open vraag natuurlijk weer …

Logischerwijze wordt in de laatste zaal aandacht besteed aan de doden, van prehistorische urnen tot de vierkanten kalkstenen tombes uit de 5de eeuw v.C. Natuurlijk ontbreken ook hier de offergaven niet zoals terracotta beeldjes, potjes, schaaltjes, juwelen, wapens en resten van de bank waarop de dode opgebaard lag. Het hout hiervan is allang vergaan, maar de benen en ivoren figuurtjes en andere versiersels zijn wel bewaard gebleven, alsmede de glazen knobbeldecoratie op de poten. Wat een fijn werk toch!

Het koninklijk paleis van Pella dat toch heel wat vondsten heeft moeten opleveren wordt maar karig bedeeld. Ik moet het met wat luchtfoto’s en plattegronden doen, plus drie Ionische kapitelen die er wel schitterend uitzien en eigenlijk heel veelbelovend zijn!

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]