3 augustus 2011

Zeugma, TK - Museum van Gaziantep

Voor mij is Gaziantep een bestemming op zich, want in het plaatselijke museum zijn schitterende Romeinse mozaïeken ondergebracht die ik absoluut wil zien.

Nou die zijn inderdaad schitterend, want in tegenstelling tot de gangbare techniek om kleine gekleurde steentjes te gebruiken hebben de kunstenaars hier veelvuldig marmer en zelfs glas gebruikt waardoor de kleuren veel sprekender en helderder zijn. Wat een pracht! Ik ben er helemaal opgewonden van en wil alles tegelijk zien en lezen en fotograferen. De vloeren zijn trouwens met kennis van zaken tentoongesteld, soms liggend met daarvoor een verhoging om een beter overzicht te krijgen, dan weer staande tegen de muur. Alles keurig met uitleg en plattegrond, jeetje, ik kan hier wel een halve dag doorbrengen! Van op de gaanderij op de eerste verdieping heb ik dan weer een schitterend overzicht. Soms zijn ook de fleurige muurfresco’s bewaard gebleven en keurig in situ geplaatst.

Al deze mozaïeken, fresco’s en andere vondsten zijn afkomstig uit Zeugma (het Griekse Seleucos), ooit een Romeinse garnizoensstad aan de Eufraat, die de oostelijke grens van het Romeinse Rijk vormde. Nu zijn de Turken al een aantal jaren dammen op de Eufraat en de Tigris aan het bouwen zodat de arme oostelijke provincies zich kunnen ontwikkelen. Dit is een gigantisch project dat de naam GAP gekregen heeft (het Zuidoost-Anatolië-Project) en de 22 dammen moeten er voor zorgen dat er een gebied zo groot als heel België bevloeid kan worden en dus vruchtbare grond kan opleveren. Duizenden mensen moesten hun dorpen verlaten en elders een onderkomen vinden.

Ook de ruïnes van het oude Zeugma ontkwamen niet aan dit lot en in allerijl hebben archeologen uit alle windstreken gered wat maar te redden viel. Een schijntje is dat natuurlijk, maar de vooruitgang is niet te stuiten, zo blijkt hier als elders. Een deel van de mozaïeken maar ook een aantal fresco’s staan hier te pronken en voor een volledig overzicht verwijs ik mijn lezers gewoon door naar mijn foto’s – die spreken boekdelen.

Voor mijn doen is dit bezoek uiteraard weer eens te kort, maar ik ben toch ontzettend blij dat ik deze mozaïeken met eigen ogen heb mogen bewonderen!

[Klik hier voor foto's van Zeugma uit het Museum van Gaziantep]

23 juli 2011

Ankara, TK - Mausoleum van Ataturk

Het Mausoleum van Atatürk, de Vader des Vaderlands voor elke Turk. Het is een indrukwekkend monument boven op een heuvel, die de stad beheerst. Vele scholen komen hier in gedisciplineerde drommen naartoe, zelfs kinderen uit de kleuterklas trekken, netjes hand-in-hand, voorbij. Soldaten in strakke pakken lopen houterig de wacht en ik weet niet goed hoe serieus ze zichzelf wel nemen. Het is net een poppenkast, zo strak en stram, maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Binnen in de grootse ruimte liggen de resten van Atatürk onder een massaal grafmonument versierd met een aantal kransen. Dit is wat we altijd op TV te zien krijgen wanneer een of ander staatshoofd een officieel bezoek brengt aan Turkije en hier dan een krans komst leggen.

Als goede Turk  confronteert onze gids ons met het museum dat onder het monument ligt waar voornamelijk overgrote schilderijen hangen. Ik vind het allemaal een beetje overdreven, met een vleugje communistische propaganda, maar de vele afschuwelijke en roemrijke taferelen van Atatürk die hier uitgebeeld worden, zijn op zich wel heel mooi van stijl, kleur en compositie. Nu heeft die Atatürk echt wel heel veel voor Turkije gedaan, dat geef ik grif toe.

Als kolonel Mustapha Kemal (de latere Atatürk) heeft hij in 1915 de geallieerden teruggedrongen in Gallipoli. Maar toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, waren het de geallieerden (omdat Turkije de kant van Duitsland gekozen had) die Turkije bezetten, zelfs Istanbul. Zo eigenden Frankrijk, Engeland en Italië, zich allemaal een stuk van het land toe. Atatürk vlucht dan weg uit Istanbul en landt met een klein bootje in een dorp aan de Zwarte Zee op 19 mei 1919, een dag die nu nog gevierd wordt als het begin van de Turkse Onafhankelijkheid. Met de Turkse bevolking aan zijn kant begint hij de strijd om Turkije voor de Turken te veroveren en pas in 1922 komt er een eind aan deze Onafhankelijkheidsoorlog. Atatürk had grote bewondering voor de Europese cultuur en levensstijl en zag een modern, verwesterd Turkije voor zich. Hij voert stelselmatig een groot aantal hervormingen door, vooral op sociaal gebied. Een paar voorbeelden daarvan zijn dat activiteiten van religieuze sekten verboden worden, de westerse kalender wordt ingevoerd, het dragen van de fez wordt verboden, het metrisch stelsel wordt toegepast, bijnamen en persoonlijke titels worden afgeschaft, achternamen worden aangenomen, godsdienstig vertoon in het openbaar wordt afgeschaft, een moderne wetgeving die losstaat van de godsdienst wordt geïntroduceerd, vrouwen krijgen stemrecht, het Latijnse alfabet wordt in gebruik genomen, enz. Zijn basisprincipes zijn eigenlijk gewoon gezond verstand, ook toegepast op het dagelijkse bestuur van Turkije gebaseerd op de Turkse manier van denken en leven. Toen Atatürk in 1938 overleed, lagen de funderingen klaar voor een moderne staat. Hij is, naar mijn mening, alleen te vroeg overleden. Had hij langer geleefd, dan zou Turkije misschien al lang deel van Europa uitmaken …

13 juli 2011

Pella Archeologisch Museum, GR

Het is intussen vijf jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben en het kleine museumpje is nu vervangen door een groots opgezet nieuw gebouw met ruimte voor uitbreiding.

Het bordje Museum brengt me inderdaad waar ik moet zijn, maar de aankomst daar is een beetje rommelig. De weg houdt ineens op bij een stuk braakliggende land voor een nietszeggend betonnen gebouw. Maar goed dat ik foto’s van het museum gezien heb, want niets wijst er op dat ik hier moet zijn. Als ik mijn auto op het veldje naast een paar andere voertuigen parkeer, is het niet eens duidelijk waar de ingang wel is. Boven op een soort balkon staan een paar heren te roken en die verwijzen mij naar links en zo kom ik dan toch binnen. De juffertjes aan de balie hebben het druk met hun onderlinge babbeltje, maar ik krijg toch met een glimlach te horen dat het vandaag museumdag is en de toegang dus gratis is. Vooruit dan maar!

Meteen rechts blijkt een video te draaien maar het zaaltje zit vol toeristen, blijkbaar van een of andere bus. Ook verderop in het hoekje waar uitleg gegeven wordt over de opgravingen is dat het geval. Nou, dat nu dus maar eventjes niet. Er schijnt heel wat te doen geweest te zijn over het feit of je hier al dan niet foto’s mag nemen en tot nu toe heb ik van iedereen gehoord dat dit volstrekt verboden was. Geen leuk vooruitzicht natuurlijk.

Middenin de ruimte staan twee afbeeldingen van Alexander. De ene is een kopie van de Hellenistische kop van een jonge Alexander die hier gevonden is (momenteel is het origineel uitgeleend aan Oxford). De andere stelt Alexander voor als Pan. Ik waag het er toch maar op om een foto te nemen, er staan ook nergens bordjes dat het niet mag. Dan zie ik dat andere bezoekers ook staan te kieken en er wordt door de zaalwachters niet op gereageerd. Is dat boffen!

Op het binnenplein ligt een stuk mozaïek afkomstig uit het Heiligdom van Darron, de god van de genezing (Darron betekent letterlijk: hij die de gezondheid schenkt) samen met een paar nietszeggende grafstenen.

Daarachter ligt dan de eerste zaal, gewijd aan de huizen van Pella met heel uitnodigend een grote houten deur waar het originele bronsbeslag op gereconstrueerd is. De deur lijkt opvallend veel op de stenen deuren van de Macedonische graftombes. Het dagelijkse leven lag dikwijls echt niet ver van het leven in het hiernamaals. De echte blikvangers zijn de mozaïeken van Dionysos met zijn thyrsusstaf die op een panter zit en de andere die een leeuwjacht voorstelt met links de figuur van Alexander en rechts die van Craterus. In het oude museum hingen deze mozaïeken aan de wand en waren dus makkelijk te fotograferen. Nu liggen ze op de grond, het zijn tenslotte vloermozaïeken, maar het valt echt niet mee om er een plaatje van te schieten. Van de overige grote mozaïeken van Pella zijn foto’s gemaakt op ware schaal en liggen op die manier te kijk. Hier ben ik niet van onder de indruk, maar ja aangezien de site zelf momenteel gesloten i.v.m. de bezuinigingen in Griekenland, moet ik het hier maar mee doen. Ook de grote ronde marmeren tafel met inlegwerk heeft hier een plaatsje gevonden, een ambacht die duidelijk door artiesten uit de Italiaanse Renaissance gekopieerd werd.

Men heeft geprobeerd hier een beeld te geven van de indeling en de versiering van de huizen van Pella. Interessant is bij voorbeeld de reconstructie van een ligbed (kline) dat bij de symposia gebruikt werd en waarvan de sierlijke bronzen versiering bewaard gebleven is (de houten constructie is uiteraard vergaan), en een lange vitrine vol met terracotta en bronzen gebruiksvoorwerpen die vrijwel puntje gaaf lijken te zijn: gewichten voor het weefgetouw, kleine terracotta beeldjes van huisgoden, spiegels, wapens, drinkbekers, strigilis, kannen, dobbelstenen, etc. Een origineel stuk muur met verschillende ingekleurde vakken van polychroom pleisterwerk uit het oude museum is hier ook bij geplaatst aangezien die afkomstige is van een van de villa’s. Als je denkt dat de Pompeanen iets uitgevonden hebben, dan heb je het helemaal mis want deze wand dateert wel uit de 2de eeuw v.C.! Je krijgt een vrij goed beeld van het dagelijkse leven van de bewoners, niet alleen met de indeling van de huizen en de meubilering, maar ook een idee van hun kleding, hun bezigheden, hun huisrituelen en wat ze verder deden aan sport en vertier.

Natuurlijk blijf ik langer staan bij de verzameling geldstukken die op de Agora van Pella gevonden is, want ik weet zeker dat ik hier Alexander en zijn vader Philippus op terug kan vinden. Dat lukt natuurlijk. Geweldig weer om de familie daar tegen te komen!

Bijna ongemerkt loop ik zo de volgende zaal binnen die gewijd is aan de vondsten op en rond de Agora, veelal uit de 3de eeuw v.C. Veel van deze voorwerpen werden in de waterputten van de winkeltjes langs de Agora gevonden waar aardewerken potten en beeldjes vervaardigd werden. Dit wordt heel levendig geïllustreerd met de reconstructie van een dergelijke winkel die een rijke verzameling vertoont van potten, vazen en vaasjes, kannen, schalen, maar ook veel votiefbeeldjes van Aphrodite, Cybele, Herakles, enz., soms ook de mallen die hiervoor gebruikt werden. Er zijn ook een heel aantal amfora’s te zien van verschillend formaat en model volgens dat ze gebruikt werden voor olie, wijn of graan (grotere). Ze droegen ook de zegel van hun maker of stad van herkomst, en er is zelfs een wijnamfoor bij helemaal uit Noord-Afrika!

Langs de Agora lag het stadsarchief, waar papyrusrollen voorzien van kleine kleizegels opgeslagen lagen. Sommige documenten werden door de koning zelf opgesteld, andere door de magistraten van Pella, de marktopzichters, of waren uit andere steden afkomstig zoals Edessa – en elk document had zo zijn eigen afbeelding op de zegel. Op die van Pella bij voorbeeld was een grazende koe te zien, maar sommige van deze zegels zijn fijne kunstwerkjes. Ik vergaap me natuurlijk weer aan de keur van terracotta kopjes van dames met uiterst sierlijke coiffures …

In de zaal hierachter wordt het Heiligdom van Darron toegelicht met een grote luchtfoto aan de muur en daarnaast een tekening hoe het er uit heeft moeten zien. Een zeer eigenaardige constructie, moet ik zeggen: rond met drie asymmetrische ronde torens. Op de vloer ervoor ligt een rond bloemenmozaïek dat daar gevonden is samen met de inscriptie die verwijst naar deze god die eigenlijk alleen bekend was van Hesychius [Hesychius van Alexandrië is een auteur uit de 5de eeuw die een lexicon heeft samengesteld met over de 51.000 bijzondere Griekse woorden en uitdrukkingen]. Een werk dat voor het taalgebruik in Tracië en oud Macedonië zeer waardevol is] en waarvoor hier in Pella voor het eerst bewijsmateriaal gevonden is. Verder wat terracotta beeldjes, potten en offergaven uit de heiligdommen van Aphrodite en Cybele, en van Demeter. Hier mag ik ineens niet meer fotograferen. Het wordt wel heel vriendelijk gezegd, maar waarom daar wel en hier niet … Raar hoor! Hier hoor ik ook voor het eerst over een graf met fresco’s van zes filosofen, maar veel meer wordt er niet over verteld en ik vraag me wel af of het filosofen zijn die Alexander gekend zou hebben. Een open vraag natuurlijk weer …

Logischerwijze wordt in de laatste zaal aandacht besteed aan de doden, van prehistorische urnen tot de vierkanten kalkstenen tombes uit de 5de eeuw v.C. Natuurlijk ontbreken ook hier de offergaven niet zoals terracotta beeldjes, potjes, schaaltjes, juwelen, wapens en resten van de bank waarop de dode opgebaard lag. Het hout hiervan is allang vergaan, maar de benen en ivoren figuurtjes en andere versiersels zijn wel bewaard gebleven, alsmede de glazen knobbeldecoratie op de poten. Wat een fijn werk toch!

Het koninklijk paleis van Pella dat toch heel wat vondsten heeft moeten opleveren wordt maar karig bedeeld. Ik moet het met wat luchtfoto’s en plattegronden doen, plus drie Ionische kapitelen die er wel schitterend uitzien en eigenlijk heel veelbelovend zijn!

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]

3 juli 2011

De Piramides, een van de Zeven Wereldwonderen

Daar staan ze dan, de Drie Grote Piramiden. Er omheen en in buurt staan nog een aantal kleinere piramiden en trappiramiden, tussen de 80 en de 100 stuks naar het schijnt! Ineens houdt de stad op en rijden we de helling op naar het Gizeh-Plateau, waar dit Wereldwonder staat. Ook hier de nodige controles door de metaaldetectors en ik heb er deze keer wel begrip voor. Stel je voor dat een of andere fanaat de boel hier komt opblazen, dat risico kun je natuurlijk niet lopen. Later zie ik ook op diverse plaatsen nog gewapende patrouilles met jeeps en zwaailichten rondrijden. Zelfs van op de kamelen houdt de politie de mensenmassa in de gaten, want zij kunnen toch op plaatsen komen waar de jeep onbruikbaar is, denk ik zo.

De eerste piramide die we tegenkomen is meteen de grootste, die van Cheops, gebouwd rond 2550 v.C. Ik ga naast zo een blok staan en ben verwonderd dat hij tot aan mijn schouder reikt. Wat een dingen! Hier liggen dus 2,5 miljoen blokken opgestapeld als een blokkendoos, in een perfecte driehoek van 146 meter hoog. Dat is anderhalf maal de hoogte van het Atomium, bedenk ik, maar dit lijkt groter gewoon omdat de massa breder en imposanter is. De ingang die nu gebruikt wordt is ooit door grafrovers gemaakt want de oorspronkelijke entree ligt nog iets hogerop aan deze noordzijde. Ik kan hier geen afstand nemen om de piramide op de foto te krijgen, maar naar het schijnt kan dat verderop wel waar we dan de Drie Grote Piramiden bij elkaar kunnen zien. Je kunt de afstand tussen deze piramiden trouwens niet belopen, tenzij je daar heel veel tijd voor uittrekt, en we worden met de bus van de ene uitkijkpost naar de andere gebracht.

De tweede piramide is die van Chefren, de zoon van Cheops, en die heeft nog zijn afwerkinglaag op het tjoepie, een dikke witte kalklaag waarmee alle drie de piramiden oorspronkelijk bedekt waren. Hierdoor leken ze echt wel te schitteren in het helle woestijnlicht. Deze piramide van Chefren (2520-2494 v.C.) is tien meter kleiner dan die van Cheops maar staat wel tien meter hoger op deze hoogvlakte, dus lijken beide even groot. Als enige was de uiterste top van deze piramide ooit bedekt met een laagje goud. Dat moet wel wat geweest zijn!

Het zijn echt wel enorme steenmassa’s waar ik tussen kom te staan en een juiste hoek om de Drie Grote Piramiden op de gevoelige plaat vast te leggen schijn ik niet te kunnen vinden. Ach, wat maakt het ook uit, waarschijnlijk zal ik alleen maar kunnen zeggen welke piramide er wel op staat en welke niet. Een piramide is een piramide, zo dacht ik er tot nu toe zelf trouwens ook over.

De derde en kleinste piramide is die van Mykerinos, “slechts” 65 meter hoog, ofschoon de basis toch nog wel 105 meter lang is. Hij ligt een paar honderd meter verderop en we komen er niet dichtbij. Deze piramiden is, in tegenstelling tot die van Cheops en Chefren, niet te bezoeken. Natuurlijk wil ik graag binnen een kijkje nemen, maar ik blijk de enige liefhebber te zijn …. Nou ja, alleen vind ik het toch een beetje eng, dus dan maar niet.

We krijgen uiteraard de geijkte theorieën te horen over de bouw van de piramides, over de zandhellingen waarover de tonnen wegende blokken op boomstammen omhoog gerold werden; dat het boeren waren die in de wintermaanden toch niet op hun akkers konden werken en geen slaven die deze arbeid verrichtten; dat de Grote Piramide op 20 jaar tijd overeind gezet werd, etc. Ik laat dat maar over mij heengaan, goed wetende dat dit de huidige overtuiging is van archeologen en egyptologen waar ik zelf helemaal niets van geloof.

Ik kan het niet helpen, maar de logische redeneringen van Erich von Däniken zijn volgens mij nog door geen enkele archeoloog of deskundige op overtuigende wijze weerlegd, en i.v.m. de 2,5 miljoen blokken van de Grote Piramide citeer ik: “Het gewicht varieert van één tot veertig ton, maar de meeste [blokken] wegen ongeveer drie ton. Als er twintig jaar aan de piramide is gebouwd, zijn er dus jaarlijks 125.000 stenen verwerkt. Het lijkt me een redelijke veronderstelling dat zelfs de oude Egyptenaren wel eens een vrije dag hadden. Ook zonder vakbonden waren er bepaalde feestdagen. Laten we daarom uitgaan van 300 werkdagen per jaar. Delen we die 125.000 stenen door 300 dagen, dan komen we op 416,6 stenen per dag. Bij dat soort cijfer kijken we niet op een uurtje meer of minder, dus ga ik ervan uit dat de piramidebouwers 12 uur per dag werkten… delen we 416 stenen door 12 uur, dan houden we 34 stenen per uur over – dat wil zeggen elke twee minuten één blok steen. Maar in deze simpele berekening gaan we uit van kant-en-klare stenen, en dat klopt natuurlijk niet”. Knappe jongen die een betere verklaring kan geven!

Ik ga nog even door met mijn denkpuzzel. Chefren is dertig jaar na zijn vader Cheops aan de bouw van zijn eigen piramide begonnen. Die moet dan al af geweest zijn. Maar ook hier haal ik mijn vriend von Däniken erbij die vertelt over de bevindingen van de egyptologe Eva Eggebrecht: “... pas onlangs is bekend dat alleen al in de eerste tachtig jaar van de 4de dynastie in totaal 8.974.000 m3 bouwmateriaal is verwerkt in de piramiden van Snofru (2575-2551 v.C.), Cheops (2551-2528 v.C.), Djedefre (2575-2551 v.C.) en Chefren (2520-2494 v.C.). In deze tachtig jaar zijn maar liefst 12.066.000 steenblokken uit de rots gehouwen en vervolgens geslepen, opgemeten, gepolijst, vervoerd en op de juiste plaats in het betreffende monument aangebracht. Dat komt neer op 413 blokken per dag! En dan hebben we het nog niet eens over de graafwerkzaamheden, het egaliseren van het terrein, de productie en reparatie van gereedschappen, het opbouwen van sleephellingen en steigers, de aanvoer van het materiaal en de voeding van de arbeiders.” En dat allemaal met behulp van boomstammen die in het Nijldal überhaupt niet voorkomen? Nou ja, ik stoor de gids maar niet met deze theorieën, maar de vragen blijven bij mij wel open natuurlijk!

Ik schiet mijn prentjes, ze lijken allemaal op elkaar, maar voor mij betekent elke stop en elke stap een nieuwe aanblik. Ik zal hier niet meer terugkomen dus moet ik het nu allemaal wel vastleggen! Tussen en rondom de piramiden ziet het er rommelig uit met opgegraven stukken muur en puin, hier en daar een paar vierkanten zuilen of een ingangspoort naar wat allemaal omschreven wordt als tempels en tombes. Het zal wel, denk ik, ga dat maar uitzoeken! Herodotus beschreef ook al zoiets in de 5de eeuw v.C. Ik zal het hem nog eens moeten vragen zeker?

Aan de zuidkant weerkaatsen de piramiden het volle zonlicht en zijn de steenblokken tot aan de top duidelijk te onderscheiden. Jammer dat aan deze zijde van de piramide van Cheops een langwerpig modern museum is neergezet om één van de daar gevonden Nijlboten in onder te brengen. Dit is één van de gouden boten die in het graf aan de farao werd meegegeven om zijn oversteek naar het hiernamaals te maken, maar omdat de boten de piramide niet in konden, werden ze hier aan de zuidkant begraven. Een goed idee om daarvoor hier ter plaatse een museum te bouwen, maar waarom daarmee nu de best belichte kant van de piramide bedorven moest worden, snap ik niet. Maar ja, wie ben ik, hè?

En dan ligt daar in de diepte, heel plots en vreemd, de Sfinx, geklemd tussen de piramides en de souvenirwinkeltjes aan de rand van de stad. En ik maar denken dat de Sfinx aan de woestijnkant van de piramides stond! Dit unieke en raadselachtige bouwwerk ligt benauwd in een diepe rechthoekige put, zielig eigenlijk. Maar het is en blijft een mysterieuze kop die van boven op dat leeuwenlichaam de mensenmassa hooghartig aanstaart. Met hele hordes drommen ze inmiddels de lange weg op, vreemd genoeg niet eens zoveel westerlingen maar wel veel moslims al dan niet Egyptenaren, hele klassen en hele families bij elkaar in een bonte luidruchtige mengeling.

Nou dat was het dan. Ben ik hiervan nou onder de indruk, vraag ik me af? Ik weet het eigenlijk niet. Het is net of het verhaal klopt, een soort bevestiging dat de piramiden inderdaad bestaan omdat ik ze nu zelf gezien heb. Hoe groot en kolossaal dit allemaal is of in hoeverre dit alles tot de verbeelding spreekt, dat kan ik niet eens zeggen. Het is gewoon niet aan de orde. Vreemd vind ik dit van mezelf want ik heb hier nu toch het enige nog bestaande Wereldwonder met eigen ogen aanschouwd en ik ben er niet eens opgewonden over? Is het te kolossaal? Is het de drukte en de commercie er omheen waardoor ik de sfeer niet echt kan proeven? Of komt het door de stad Cairo zelf waar niets van uit gaat en die me niet kan boeien? Het blijven open vragen.

21 juni 2011

Bodrum, TK - Archeologisch Museum

Wat in Bodrum in mijn ogen dan echt wél de moeite waard is, dat is een bezoek aan het Archeologisch Museum, ook wel onderwater museum genoemd. Dit ligt binnen de muren van de zogenaamde Petrusburcht – voor liefhebbers van dit soort gebouwen, heel interessant – maar een must voor elke liefhebber van oudheden. Hier wordt namelijk de scheepsvracht tentoongesteld van een schip dat rond 1350 v.C. bij Uluburun, voor de zuidwest kust van Turkije is vergaan. Het oudste wrak ter wereld heet dat te zijn, en het is absoluut de moeite waard!
                       
De resten van het schip lagen op een diepte van 30 meter en de experts hebben maar liefst 22.430 maal moeten duiken om de hele lading boven te halen, want ze konden nooit langer dan 20 minuten achter elkaar onder water blijven. Archeologen zijn tot de conclusie gekomen dat dit schip met zijn rijke lading onderweg was van Egypte naar de Zwarte Zee toen het door een zware storm overvallen werd.

Die lading is trouwens zo wel het een en ander, en tijdens een van mijn reizen met Peter Sommer, kreeg ik de volledige inventaris te horen. Zo tellen we 234 staven kopererts (gegoten in de vorm van een dierenhuid) van elk 10 ton afkomstig uit Cyprus; ruwe tinerts voor het vervaardigen van brons (koper + tin) uit Perzië; een gouden scarabee van Nefertiti; gouden oorringen; het oudste boek ter wereld, t.t.z. twee houten aan elkaar gebonden plankjes die ooit met was bekleed waren; lapis lazuli uit Afghanistan; amforen en potten voor het transport van olijven en wijn; wapens, een bronzen dolk, een drietand, ivoor en ebbenhout uit Syrië; 175 schijven ruw glas dat met kobalt en turkoois ingekleurd was, ook afkomstig uit Syrië; 11 stenen ankers; een zilveren armband, wat afgedankt goud en zilver dat weer versmolten kon worden; amber uit de landen rond de Oostzee; olielampen, struisvogeleieren uit Afrika, touwen en twijndraad, een klankkast voor een luit, gemaakt van het carapax van een schildpad; gewichten voor weegschalen, etc. Het duizelt voor je ogen! Ik had geen idee wat men allemaal zo vervoerde en versleepte in de oudheid, behalve wat amforen met olie of wijn of potten met ingelegd vlees en groenten. Dit slaat werkelijk alles en een groot deel van de lading ligt hier dan net zo uitgestald als toen hij gevonden werd. Uiterst kunstig gedaan hoor!
                       
Ik leer hier ook dat men het schip heeft kunnen dateren aan de hand van de scarabee van Nefertiti. Een scarabee mocht alleen gemaakt worden bij het leven van een farao, dus in dit geval terwijl Nefertiti nog leefde. Vandaar dus de datum van 1350 v.C. Knap hé? Dat ene kleine stukje dat dan zo doorslaggevend is voor de hele vondst – wonderlijk!
                       
Op speciaal verzoek, waarschijnlijk als je de juiste mensen kent, wordt ook de zaal van Koningin Ada geopend. Hier word je verwelkomd door een levensgroot wassen beeld van Koningin Ada, 41-43 jaar oud, getooid met al haar juwelen: gouden kroon, ringen, armbanden, kettingen en gouden versieringen op haar jurk. Het is net echt.

Koningin Ada is mij bekend omdat zij Alexander de Grote als haar zoon ontving toen hij in 334 v.C. door Alinda trok op weg naar Halicarnassos. Het was namelijk zo dat zij na de dood van haar man die ook haar broer was, de troon van Halicarnassos zou bestijgen. Maar dit was buiten haar jongste broer, Pixodaros, gerekend die haar binnen vier jaar al had verbannen naar het afgelegen Alinda. Na zijn dood werd zijn schoonzoon Orontobates aangesteld als satraap en opvolger totdat Alexander de Grote daar aankwam. Alexander herstelde Koningin Ada weer in ere op de troon nadat hij Halicarnassos veroverd had. Een verhaal voor een sprookje toch?
                       
Verder zijn er tussen deze dikke muren natuurlijk sporen van de Kruisvaarders en van de Ridders van Rhodes te vinden, met stoere, degelijke en sombere vertrekken en gangen – een weerspiegeling van de tijd waarin ze leefden, denk ik dan. Maar ja, daar moet je van houden - ik heb namelijk iets tegen die Kruisvaarders. Nee, geef mij Alexander maar!


Manisa, TK - Museum van Sardes

Manisa is een dikke stip op de kaart, ongeveer 16 km ten noorden van Izmir, en met een beetje geluk kan ik er, via de autobaan die ik nu uitgeprobeerd heb, in goed twee uur zijn. Het is nog lekker koel (20 graden!) als ik uit Kusadasi wegrijd ofschoon het kwik een uur later al op 26 graden staat. De autobaan is er echt een volgens onze normen, met een goed wegdek, bordjes voor parking, picknick en benzine, keurig in het groen zoals een mens dat zou verwachten. Bij Izmir moet ik er af en beland ik in het stadsverkeer met zigeuners die bij de stoplichten staan te bedelen. Ik sluit alle ramen en vergrendel de deuren, men kan nooit weten nietwaar? Wegwerken en omleidingen, het is uitkijken om de bordjes richting Istanbul-Manisa niet te missen. Als ik op de grote weg zit en denk dat ik kan doorrijden heb ik het goed mis want ook hier is het wegdek aan vernieuwing toe en gaan we even zo vrolijk van drie banen over naar één en dan weer terug. Bovendien moet ik weer een van die oost-west bergruggen over met steil klimmen en dalen.
                                                           
Iets na tienen rijd ik dan toch Manisa binnen, een brede boulevard met groene middenstrook en een 70 km zone waarin alle lichten op groen staan. Een bordje museum verwacht ik niet meteen, maar centrum zal ook wel goed zijn. Zo beland ik in de drukke straatjes, half geasfalteerd met vele kuilen en modderplassen. Allerlei bordjes waar ik niet wijzer van word, dan is de straat afgezet, verboden links af te slaan, en evengoed gaat de auto voor mij er in. Ik volg dus maar en probeer de draad weer op te pakken maar linksaf mag ook weer niet, dus dan maar rechtdoor tussen de dolmussen, bussen, taxi’s en tractors. Het blijft slalommen en ik begin me af te vragen of ik het niet beter zou opgeven. Maar, oh heilige voorzienigheid, aan de rotonde voor me staat plots een bordje “Müze”. In de hoop dat er maar één museum is, ga ik er op af. Ik had ergens gelezen dat het in een afgedankte moskee ondergebracht is, en jawel in het smalle steile straatje is het gele bordje aan de boom getimmerd en wijst een eenmanspoortje aan, de ingang van het museum, naast de moskee. Nu een plaatsje voor mijn auto vinden en voorbij het volgende kruispunt is er ruimte langs de hoge stoep, vlak voor de deur van de bakkerij waar de bakker wat verkoeling zoekt. Ik groet hem maar vriendelijk, tenslotte staat mijn auto voor zijn deur; mag dat wel? Ik voel me nu echt als een vreemde eend in de bijt, alsof ik in een ander tijdperk loop, in een vreemde straat met opschriften waar ik geen hoogte van krijg.
                                                           
Bij het museum word ik meteen gestopt door de veiligheidsdienst, vier agenten met het geweer in aanslag. Jeetje, is de waar zo kostbaar? Er wordt een mannetje bij geroepen die net zijn kruiwagen met onkruid gevuld heeft, en vanachter het loket links van een paar treden krijg ik mijn toegangsbewijs. Hij loopt netjes met me mee de poort door, waar ik op het vierkante binnenplein van de moskee beland dat rondom met glas is dichtgemaakt. Hij gaat me voor, de ene zaal na de andere waar hij gewillig het licht aansteekt en bij het verlaten van het lokaal weer netjes uitdoet.

Het blijkt uiteindelijk maar om een paar zalen te gaan, maar de collectie is netjes verzorgd en chronologisch opgezet van de oude Bronstijd tot en met de Romeins-Byzantijnse tijd. De uitleg is heel summier, en de meeste voorwerpen komen inderdaad uit Sardes. Van de 11.000 voorwerpen die ze daar gevonden hebben liggen er hier anders geen eens 110. Hoe zit dat nou? Open vraag. Misschien achter de deur waar “Archeologisch Museum” op staat en die gesloten is, wegens restauratie – zegt men.
                                                           
Terug bij de bakker voor de deur moet ik toch even informeren naar de driehoekige koeken van bladerdeeg, waarvan ik denk dat ze met appel gevuld zijn, zoals bij ons. Maar nee, er ziet helemaal niets in. Nou ja, geef hem toch maar want hij ziet er wel erg smakelijk uit. Mijn koek wordt kundig in een stuk grauw papier gevouwen en ik krijg nog een mini plastic tasje om hem te dragen, 0,25 YTL a.u.b. Het zijn toch prijzen waar je niet van terug hebt. Ja, en dan is die koek nog ontzettend lekker ook!
                                                            Sept 2005

8 juni 2011

Varna, Archeologisch Museum - Bulgarije

Ik wil natuurlijk naar het Archeologisch Museum van Varna nadat Sofia en Plovdiv in het water gevallen zijn, en er zijn blijkbaar nog liefhebbers. Dus zo gezegd, zo gedaan. Maar als we in Varna uit de overvolle bus stappen heerst er al meteen paniek: een van mijn medereizigers wordt bestolen op het moment dat we uit de lijnbus stappen terwijl we zo voorzichtig waren. Zijn vrouw, ziet dat de rits van haar eigen tasje ook openstaat maar daar is niets uit gestolen omdat er een tube zalf bovenop lag. Gelukkig geen onoverkomelijk euvel zoals een paspoort (ligt in het hotel) of geld of creditcard, maar je staat toch even raar te kijken want we zijn zo dikwijls gewaarschuwd, we houden elkaar in het oog, en evengoed gebeurt het.
                                                           
Het Archeologisch Museum, eens de grootste meisjesschool van de Balkan, is maar gedeeltelijk open, de rest wordt gerestaureerd en gemoderniseerd. De collectie van de Traciërs (ja, eindelijk lukt het!) is adembenemend. Het is inderdaad het oudste goud ter wereld en na wat vergelijken blijkt deze beschaving ook nog ouder te zijn dan die van de Soemeriërs of de Babyloniërs. Ik vraag me af waar de bakermat van onze beschaving nu wel te zoeken is, blijkbaar niet aan de samenvloeiing van Eufraat en Tigris zoals in onze geschiedenisboekjes staat. Ik zie geen bord dat ik niet mag fotograferen dus neem ik een aantal foto’s van deze schatten – helemaal zo gek nog niet. De voorwerpen, 28 stuks in totaal, komen uit een graftombe uit 4600-4200 vóór Christus, armbanden, bijlen, ringen, appliques, enz. Ik geloof mijn ogen niet!
                                                           
Begin van onze jaartelling vallen de Romeinen het land binnen en hun invloed loopt door tot de 5de, zelfs 6de eeuw, langzaam overvloeiend in het Oost-Romeinse Rijk onder invloed van Byzantium. Een logisch gebeuren maar dat hier heel tastbaar is en uitvoerig geïllustreerd wordt. Ik ben helemaal in mijn nopjes!
                                                            juni 2004

28 mei 2011

Milete, TK

Milete is natuurlijk veel meer dan wat ik tijdens een georganiseerde rondreis van de stad gezien heb. Ik besluit om vandaag eens grondig poolshoogte te gaan nemen.

Het museum ligt een paar honderd meter van het grootse theater dat je al van verre kunt zien en het lijkt mij een must om Milete echt in beeld te brengen. Er staan wel een paar auto’s voor de deur maar alle toegangshekken en deuren blijken gesloten te zijn. Aan een mannetje dat aan de overkant in de schaduw zit vraag ik of ik binnen kan. Nee, is het antwoord, het museum is gesloten. Ja, dat zie ik ook, maar voor hoelang? Een uur, een dag? Nee, gesloten voor restauratie, zegt hij. Nou moe! Dat zul je altijd zien! Dit is dan een museum dat ik nu echt wel wil zien en uitgerekend nu is het gesloten! Ik mag wel naar de stukken die buiten langs de weg staan, kijken. Ja, allicht, maar daar liggen er genoeg van in het veld rondom ook.

Ik zal dus echt eens terug moeten komen, het blijft alleen de vraag wanneer. Wanneer zullen ze klaar zijn met hun zo genaamde restauraties? Als ze zover zijn, wordt die bericht zeker bijgewerkt.

Tussen haakjes moet ik hier volledigheidshalve wel aan toevoegen dat, zoals altijd, de mooiste stukken in grote musea elders te vinden zijn. De meest belangrijke vondsten staan te pronken het Archeologisch Museum van Istanbul en in het Pergamon Museum in Berlijn – die ik beide zeker kan aanraden!

9 mei 2011

Tripoli, Archeologisch Museum - Libië

Als we om 9 uur wegrijden richting Jamahiriya (Nationaal) Museum breekt de zon door. Het ziet er meteen een stuk fleuriger uit, maar het blijft wel fris met een strakke wind uit noorden. Voor de poort in een solide fort met hoge dikke muren mogen we uitstappen want hier binnen ligt het museum. Nou, veiliger kan bijna niet hé? Aan de voeten van het fort strekt zich een groots opgezet plein uit waar het tussen het stratenpatroon vol staat met auto’s; tegenover de kustlijn pronkt een wit 19de eeuw gebouw dat duidelijk Italiaanse trekken vertoont.

Ik popel natuurlijk om meteen naar de Griekse en Romeinse afdeling te gaan, zeker als ik al bij het binnenkomen geconfronteerd word met twee schitterende beelden, Romeinse kopies van de Griekse beeldhouwer Praxiteles (4de eeuw v.C.), afkomstig uit de Thermen van Hadrianus in Leptis Magna - dat is toch niet mis zeker? Links staat de zogenaamde Diadomenos, een jonge atleet die het lint van de overwinning om zijn hoofd aan het binden is, en rechts de Apollo-Antinoüs met het lichaam gekopieerd van de Apollo in Delphi en het hoofd van Antinoüs, de boezemvriend van Keizer Hadrianus. Sjonge, wat schitterend! Ik kan er al meteen niet genoeg van krijgen en vergeet daarbij bijna om een kiekje te nemen van het Romeinse Mausoleum (4de eeuw n.C.) uit Ghirza dat er net voor staat. Ghirza was een van die Romeinse grensfortificaties in de zuidelijke woestijn, vlakbij Misrata. Los ervan staat een valse deur, compleet met ketting, helemaal in steen uitgewerkt.

Tegenover dit Mausoleum hangt een groot vloermozaïek uit de 2de eeuw n.C., afkomstig uit de Romeinse villa van Dar Buk Ammera bij Zliten. Het bijzondere hiervan is dat gekleurd marmer inlegwerk (opus sectile) afgewisseld wordt met mozaïeken die duidelijk omlijnd zijn (opus vermiculatum). De centrale taferelen stellen voornamelijk vissen voor, maar in de randen staan minder vreedzame taferelen uitgebeeld ter ere van de gladiatoren.

In de volgende zaal hangt een grote landkaart van Libië waar je met een druk op de knop verschillende lichtjes kunt laten branden om zo de oude karavaanroutes te ontdekken, de antieke Punische steden t.o.v. de Griekse kolonies, de verschillende musea en oasen, etc. Altijd prettig om in een vreemd land wat duidelijkheid te krijgen. Ook de gebergtes, rivieren en woestijngebieden zijn duidelijk aangegeven – aardrijkskunde en geschiedenis gaan nu eenmaal grotendeels hand in hand en zeker in dit land.

Schrille contrasten plots wanneer we (uiteraard) met allerlei portretten en spreuken van Ghaddafi geconfronteerd worden en we hier zelfs een fel turquoise VW van hem zien staan! Wat propaganda hoort er blijkbaar toch ook bij.

Via kopies van een aantal prehistorische muurschilderingen en zichten van de Libische woestijn, beland ik in de Cyrene-zaal, waar een houten maquette van de Agora te bewonderen is. Dit zegt mij niet veel want ik ben er nog niet geweest en ik heb geen idee naar welke gebouwen ik aan het staren ben, maar dit moet wel heel leerzaam zijn na afloop van mijn reis. In de buurt staan ook de eerste grafbeelden zonder gezicht afkomstig uit de necropolis van Cyrene. Dit zijn godinnen waarvan men veronderstelt dat ze Persephone, de godin van de onderwereld en echtgenote van Hades, moeten voorstellen. Ernaast pronkt de onmiskenbare Minerva (de Romeinse tegenhanger van Athena) die goed te herkennen is aan de uil op haar arm, en de speer en het schild die ze vasthoudt. Ik ben wel in de ban van het detailwerk, knap hoor! Verder staat hier nog een Dionysus met sater en panter, niet zo goed bewaard, en een onthoofde Vrouwe Fortuna met prachtig gedrapeerde tunica, beide gevonden op het Oude Forum van Leptis Magna.

De enorme Leptis Magna-zaal bestaat eigenlijk uit drie delen. Aan de muur rechts hangt een levensgrote en veelbelovende foto van de Agora van Leptis Magna. Ik kan me hier even geen voorstelling van maken … Het is te groot en te overweldigend, zeker met al de buitenmaatse beelden en koppen van Ceres, godin van de oogst, en van de Romeinse keizers die hier eventjes defileren: Augustus, Tiberius, Claudius, Germanicus, zelfs met Augustus’ vrouw Livia en zijn kleindochter, Agrippina de Oudere. Knap hoe ze die allemaal uit elkaar kunnen houden, maar ieder zijn vak waarschijnlijk. Je zou bijna vergeten te kijken naar het schitterende mozaïek met de Vier Jaargetijden, dat ook uit de villa van Dar Buk Ammera in Zliten komt. Die villa moet ook wel de moeite van het bekijken waard zijn, ofschoon hij niet op ons programma staat.

In de hoek en bijna verloren staan dan weer twee opvallen beelden. Het ene is dat van Diana, volgens mij ook een Romeinse kopie van een Grieks origineel want het is precies hetzelfde als wat ik eerder in het Louvre in Parijs en in het Museum van Antalya gezien heb! Hallo! Leuk je weer te zien, Diana! Het andere beeld is van de godin Cybele, later in Efeze aanbeden als Artemis met de vele borsten (of wat ze al dan niet voorstellen) dat meteen doet denken aan hetzelfde rijke beeld dat in Efeze te bewonderen is.

In het middelste gedeelte ligt een groot mozaïek met geometrische figuren uit de Villa van de Nereiden in Tajura, aan de westkant van Tripoli, met in het midden het hoofd van de zeegod, Amfitritus. En links staat een rijtje keizers aangetreden uit de 2de eeuw n.C. hoofdzakelijk gevonden in het theater van Leptis Magna.

In het derde deel zijn volgens mij de pronkstukken van het Museum te vinden, in elk geval schitterende stukken uit de Thermen van Hadrianus in Leptis Magna! De booggewelven van deze baden uit de 2de eeuw n.C. zijn gewoon ingestort en zodoende werden de beelden die er toen in stonden gelukkig niet geplunderd. Meteen valt mijn oog op een schitterende Apollo die op een lier speelt. Wat een pracht! En zo gaaf! Zelfs zijn handen en vingers kun je bewonderen – je ziet bijna hoe hij de snaren bespeelt. En dan kun je hem bovendien nog eens goed in de ogen kijken ook, want de verfsporen zijn nog duidelijk herkenbaar. Ik kan er niet genoeg van krijgen en fotografeer hem aan alle kanten, voor en achter, van boven en van opzij, van verre en van dichtbij. Al die andere beelden hier moeten dus ook zo beschilderd geweest zijn … mijn verbeelding gaat even op hol hoor! In een nis achter Apollo staat een welgebouwde Mars, de god van de oorlog, ook weer een kopie van een Grieks beeld dat van de hand van Polykleitus hoort te zijn. Apollo is goed omringd door verschillende elegante dames, met o.a. Isis die een diadeem draagt waarop de zon en de maan uitgebeeld zijn en een Muze die heel aandachtig zit te luisteren – misschien wel naar het spel van Apollo … In een glazen schrijn rust verderop een lief cupidootje, dat ooit deel uitmaakte van een huisfontein uit het einde van de 2de eeuw n.C.

Helemaal achteraan hangen vier mozaïeken uit de Villa van de Nijl (2de eeuw) in Leptis Magna. Hierop staat de Nijl uitgebeeld als een man met baard die op een nijlpaard rijdt, en op weg naar een altaar de Griekse woorden voor “veel geluk” uitspreekt. Saters dansen in het rond en begeleiden het nijlpaard in een vrolijke stoet. Kunstig werk is dit!

Ik moet echt alle zeilen bijzetten om het allemaal in me op te nemen en kan gelukkig af en toe een bordje met uitleg meepikken, waar ik dan ook een foto van neem als geheugensteuntje. Je mag namelijk je handtas hier niet mee naar binnen nemen, alleen maar je fototoestel. Ik heb dus niets om op te schrijven terwijl ik toch speciaal daarvoor een kleine blocnote meegenomen had.

De tocht gaat nu verder naar boven. Hier zijn wat kleinere beelden uit Leptis Magna ondergebracht, met o.a. een beeld van Caracalla als kind, een Venus en een beeld van Faustina, de vrouw van Marcus Aurelius, maar er is hier maar weinig verlichting en dus doet alles een beetje somber aan. Opvallend is dan wel weer de zaal waar de originele reliëfs van de Boog van Septimius Severus opgesteld staan, een bewijs van politieke loyaliteit van de inwoners van Leptis Magna in de 3de eeuw. Het was de bedoeling om hier de goede harmonie binnen het keizerlijke gezin tot uiting te brengen en zodoende staat Septimus Severus afgebeeld tussen zijn twee zoons, Caracalla en Geta.

Nog even een blik werpen op de glazen Romeinse urnen, en dan houd ik het wel voor gezien want de rest is Byzantijns en Islamitisch – niet meteen mijn kopje thee. Nee, hier doen we het mee voor deze keer.
 mei 2010
[Alle foto's zijn te zien door te klikken op Tripoli Museum]

28 april 2011

Aleppo, SY

Bij de hoofdingang van het Archeologisch Museum word ik aangestaard door een groep donkere basaltfiguren die boven op gelijkaardige dieren staan (leeuwen en stieren) allemaal met eng aandoende ingelegde witte ogen. Deze beelden zijn afkomstig uit de neo-hittietische nederzetting van Tell Khallaf en dateren uit de IJzertijd – heel bijzonder, maar echt mooi kan ik dit niet vinden.

Er mag ook hier binnen niet gefotografeerd worden en zolang we tussen beelden en spijkerschrifttabletten uit Ebla, Ugarit en Aleppo lopen vind ik het niet zo erg, maar dan volgt uiteraard de voor mij interessante Griekse, Romeinse en Byzantijnse periode met aardewerk, beelden, mozaïeken, glaswerk en munten. Ja, en laat ik hier nu toch een pracht van een zilveren munt van een jonge Alexander de Grote zien liggen – eentje nog zonder ramshoorns! Er liggen nog meer Alexandermunten, maar deze ene is toch wel echt een uitschieter hoor! Wat een pech dat ik het zonder foto moet stellen! De rest van het museum vervalt meteen in het niet…
Dec 2009