23 december 2011

Sagalassos tentoonstelling in Tongeren, België 2x

Intussen ben ik twee maal naar deze tentoonstelling geweest, gewoon door omstandigheden. De eerste keer kwam ik een beetje beteuterd terug want ik had er eerlijk gezegd meer van verwacht ofschoon ik wel het fijne gevoel had van “er weer even te zijn”.  (cfr. ... naar Sagalassos...) 


Er valt veel te lezen op de opeenvolgende panelen zodat iemand die de stad niet kent of er nooit geweest is echt een volledig overzicht van de geschiedenis en de vondsten krijgt. Maar uit de voorwerpen in de vitrines maak ik op dat het Museum van Burdur niet zijn mooiste stukken opgestuurd heeft. Zo zie ik geen enkel beeld uit de schitterende groep die in het grootse Nympheion gevonden is en de twee friezen van het Heroon zijn niet de meest gave van het prachtige stel. Verder wat kleinere beeldjes, geldstukken, lampjes en uiteraard keramiek. Het reuze beeld van Keizer Marcus Aurelius – nou ja, een hoofd en anderhalf been – staat benauwd in een tussenhalletje waardoor je hem ondanks zijn afmetingen nog makkelijk voorbij loopt.

Midden in de ruimte is een schaalmodel van Sagalassos geplaatst, heel herkenbaar, maar jammer dat hij in het wit is op een witte ondergrond. Wat kleur van rode daken bij voorbeeld had het geheel veel meer diepte gegeven, maar ja, wie ben ik? Met behulp van een aantal touch screen computers kun je met knopjes de voornaamste gebouwen opvragen voor uitleg en foto’s, maar er is geen poging gedaan om die gebouwen dan ook op het witte model aan te duiden. Het zou veel sprekender geweest zijn om met een druk op een knopje het betreffende gebouw in het licht te zetten, dan weet je toch meteen waar je bent? Maar goed, ik zal wel weer eens lastig doen…

Rondom deze modelbouw wordt het landschap van Sagalassos geprojecteerd op een scherm van 360 graden; het geluid van de wind vind ik daar wel heel herkenbaar. Verder zijn er een paar schermen met nuttige 3D voorstellingen die voor mij te vlug gingen en ook te kort waren. Voor de kinderen zijn er dan weer een stuk of vijf computers die de geschiedenis van Sagalassos vertellen in een soort Asterix striptekening, maar ik heb er geen kind gezien – wel grote mensen die er mee zaten te spelen.

Dit was het dan … tot dat ik onlangs een tweede maal ging kijken. Tot mijn allergrootste verbazing ontdekte ik bij dit bezoek dat er nog een vervolgdeel op deze expositie was, (vrij) duidelijk aangegeven met pijltjes op de vloer en langs de wand “vervolg tentoonstelling”. Ik kan me haast niet indenken dat die er bij mijn eerste bezoek ook waren – had ik toch moeten zien en ook de vriendin die toen bij me was. Toch niet mogelijk dat we dit allebei gemist hebben?

Enfin, dit is in elk geval de kers op de taart en op zichzelf het bezoek dubbel en dwars waard. De pronkstukken uit het Museum van Burdur zijn inderdaad hierheen gebracht, prachtig opgesteld in een donkere ruimte middenin de floodlights en een veld klaprozen zoals we die rond Sagalassos zo vaak tegenkomen. Zo blijken alle friezen met de Menaden uit het Heroon hier aanwezig te zijn, alsmede het hoofd van de betreffende held waarvan sommige veronderstellen dat het Alexander de Grote moet zijn. Ook een van de meest gave beelden uit het Nympheon van de Boven Agora dat Dionysus met Satyr voorstelt. Verder een paar uitgelezen reliëfs van Zeus en van Poseidon, en dan een vierkanten crematie-urn uit Hellenistische tijd en een grote ronde urn uit de Romeinse tijd. Het kolossale pronkstuk staat dan weer in een andere zaal in het volle licht, namelijk een voet, een stuk been en het gave hoofd van keizer Hadrianus waar men in het British Museum als eerste mee heeft gepronkt! Nee maar, en dit alles had ik zomaar gemist? Niet te geloven toch!

Natuurlijk heb ik ook hier foto’s genomen, te bekijken op Sagalassos/Tongeren, alleen niet van deze laatste pronkstukken want toen had ik mijn toestel niet bij me. Ik moet dus echt nog eens teruggaan en dat kan gelukkig aangezien de tentoonstelling nog tot juni 2012 loopt. Intussen zijn de missende stukken wel te bekijken via de link van mijn bezoek aan het Museum van Burdur zelf.

16 december 2011

Het Museum van Milete is weer open!

Eindelijk is het zover, het Museum van Milete is weer open voor het publiek! Hoe lang het gesloten geweest is, weet ik niet precies want mijn laatste poging om er binnen te geraken dateert van 2007. Tot mijn groot ongenoegen kreeg ik toen de laconieke mededeling dat het gesloten was voor restauratie, een van die typische excuses als ze geen zin hebben om de deur open te zetten voor de toerist – leek me toen (cfr: Milete, TK).

Nu dat de vondsten van dit schitterende gebied eindelijk weer te zien zijn, wordt daar vreemd genoeg maar weinig gewag van gemaakt in de plaatselijke pers. Zelfs het Hurriyet Daily News meldt dit maar terloops in een algemeen bericht van november 2011 over musea in Turkije. Jammer toch zoiets.

Zelf kreeg ik deze informatie ook maar indirect onder ogen, via een berichtje van Heinrich Hall op het Travel Blog van Peter Sommer Travel Miletus Museum reopenedwaaruit blijkt dat men hier een splinternieuw gebouw heeft neergezet. De rijke vondsten van de afgelopen eeuw krijgen dus nu eindelijk een onderkomen en lopen uiteen van het late Neolithicum (ong. 3500 v.C.) tot de 16de eeuw van onze jaartelling. Van belang zijn de voorwerpen uit de Bronstijd toen Milete nauwe banden met Kreta en het Griekse vasteland onderhield, alsook uit de Archaïsche Periode in de 6de eeuw v.C. toen Milete een leidinggevend centrum van Griekse cultuur was want hiervan is uit de huidige resten van de stad moeilijk iets te zien daar hij helemaal opnieuw gebouwd werd na de totale verwoesting door de Perzen in 439 v.C.

Voor foto’s van een aantal voorwerpen uit het museum verwijs ik eveneens naar genoemd artikel “Miletus Museum reopened”.

Ondanks dat dit “maar” een plaatselijk museum is, werd er voldoende zorg besteed aan de uitleg die eveneens in het Engels te lezen staat. Een extra reden om hier binnen te gaan is dat er ook voorwerpen uit de naburige stad Priëne en uit het schrijn van Apollo in Didyma getoond worden. Reden te over om in die hoek zelf ook eens een kijkje te gaan nemen toch?

9 december 2011

Musea in Turkije, keuze genoeg!


Bij al de archeologische sites die Turkije rijk is, hoort natuurlijk ook een heel aantal musea, genoeg om je hoofd op hol te brengen, zeker als je daarbij nog bedenkt dat er niet op alle sites behoorlijke opgravingen hebben plaatsgevonden en dat die dus ook niet als “geregistreerd” te boek staan.

Zo las ik onlangs in de Hurriyet Daily News dat Turkije momenteel minstens 189 musea telt, 141 graftombes en 131 ruines die opengesteld zijn voor het publiek. Een groot aantal, maar eigenlijk (vind ik) heel weinig voor een land dat zo groot is als Turkije. In elk geval hopen ze eind van dit jaar (2011) daar nog een aantal musea aan toe te voegen zoals het Archeologisch Museum van Bursa, het Museum van Burdur (was dat dan nog niet meegeteld?), het Turks en Islamitisch Museum van Erzurum, het Archeologisch en Etnografisch Museum van Tekirdağ, het Akhisar Museum in Manisa, het Museum van het Topkapi Paleis met de verblijven van Karamustafa Pasa en van Revan en met de Mecidiye Torens, de Derwisj cellen in het Mevlana Museum van Konya en het Galata Mevlehinanesi Museum in Istanbul.


Intussen is er ook een heel aantal musea gerenoveerd geweest. Voor wie het precies wil weten, geef ik hierbij het hele rijtje weer: het Aksaray Museum, het Sanliurfa Museum, de graftombes van Sultan Ibrahim en Sultan Mustafa I in de Aya Sofia, het Museum van Bergama (zaal met kleine voorwerpen), het Museum van Elazig, dat van Çorum Boğazköy, Çorum Alacahöyük, Manisa (etnografische afdeling), het Museum van Adana (tuin en zaal met stenen voorwerpen), het Museum van Atatürk in Konya, het Tokat Latifoglu Museum en nog een paar afdelingen van het Topkapi Paleis.


We kunnen gelukkig ook weer terecht in de volgende musea: het Elmali Museum in Antalya, het Bafra Museum in Samsun, het Zeugma Museum in Gaziantep (ik wist niet dat dit gesloten geweest was ...), het Museum voor Hettitische Archeologie in Eskisehir en eindelijk ook het Museum van Milete in Aydin.


Meer dan genoeg om alle zonaanbidders van het strand te halen, dunkt mij ....

3 december 2011

Sabratha, Libië

In de rotonde buiten het Archeologisch Museum staan verschillende beelden zonder uitleg en ik vermoed gewoon dat ze of uit het theater of uit een van de baden afkomstig zijn. De dames dragen bijzonder elegante drappages en naar ik lees moet een van hen Flavia Domitilla, de vrouw van Vespasianus voorstellen die in Sabratha geboren is. Verder is er ook een onbekende keizer aanwezig.

Eenmaal binnen ben ik me meteen in de ban van het schitterende mozaïek met de Triomf van Bacchus die in het bovenste medaillon wordt afgebeeld, staande in een wagen die getrokken wordt door een stel panters. Het centrale medaillon toont een vrij agressieve leeuwenkop met uitmuntend detailwerk en onderaan een even verzorgde panterkop. Echt iets om je aan te vergapen! Leuk is dan het kleine drempelmozaïek uit een van de baden waarop duidelijk de stringili te herkennen is, t.t.z. het gebogen ijzer waarmee men de olie van zijn lichaam schraapte, aangevuld door de wijze spreuk “Salvom lavisse” (het is gezond om je te wassen) boven een paar sandalen en sponzen.

En dan al die fresco’s! Het zijn maar kleine stukken, details van figuurtjes in volle actie, maar schitterend uitgevoerd. Als ik aan onze gids vraag waar ze vandaan komen, zegt hij steevast ‘van het huis van Leda’. Ja, voor een deel misschien wel maar toch niet allemaal? Ben ik nu zo argwanend of willen ze mij in de maling nemen? Het antwoord blijf ik verschuldigd, maar mijn twijfels blijven wel bestaan ofschoon wel vaststaat dat deze fresco’s uit de Byzantijnse periode dateren. De bijzondere godin Concordia Africana staat op een ereplaatje in een nis, geflankeerd met twee zuilen waar de oorspronkelijke rode verfsporen nog goed te zien zijn, ook tussen en onder het Korinthische kapiteel.

En dan is er het enorme mozaïek uit de Basilica van Justinianus. Als je al geen idee had van de grootte van deze Basilica, kun je daar bij het zien van deze mozaïeken allang niet meer aan twijfelen. Het is een prachtig stuk werk vol met Byzantijnchristelijke symboliek, zoals de grote wijnrank rond de pronkende pauw (teken van onsterfelijkheid) en de vogel in een kooi (de menselijke ziel die gevangen zit in het lichaam); de feniks stelt dan weer de wederopstanding voor. Dit schitterende mozaïektapijt ligt in een aparte zaal met aan de korte kant een bovengalerij vanwaar je het geheel heel goed kunt overzien. Aan de muren aan weerskanten hangen lange smalle geometrische mozaïeken die oorspronkelijk in de zijschepen lagen. Je komt ogen te kort! In de vitrines rondom ligt een keur aan olielampjes, tussen glazen en bronzen voorwerpen. Helemaal achterin de zaal hangt bijna onopgemerkt een hoefijzervormig bovenblad van een altaar uit de overgangsperiode van heidense offerandes naar de christelijke tijd, iets waar ik in Syrië op gewezen werd. Bijzonder om dat hier nu ook terug te vinden.

Er is geen ruimte of tijd voorzien voor het Punische Museum dat trouwens naar wat ik hoor, meestal gesloten is.

[Klik hier om alle foto's van het Museum te bekijken]