31 juli 2012

Afrasiab, Oezbekistan

Van het Museum van Afrasiab verwacht ik echt heel veel want dit is per slot van rekening het antieke Samarkand, het Maracanda van Alexander de Grote!

Meteen al bij het binnenkomen word ik geconfronteerd met een half duistere zaal waar alle vier muren bedekt zijn met levendige fresco’s. Ze werden in 1965 ontdekt in de ruïnes van een paleis daterend uit de 7de-8ste eeuw (ofschoon andere bronnen spreken van een privé-huis) en staan dus nu hier te pronken. Volgens een Chinese tekst zijn hier de “Vier Heersers van de Wereld” uitgebeeld: China, India, Iran en Turkije. De Chinese muur is makkelijk te herkennen met een festival waar de Keizerin op een boot vaart terwijl de Keizer aan het jagen is. De Iranese Wereld beeldt een religieuze rouwstoet uit Samarkand uit te ere van de voorvaders tijdens het Nowruz festival. Op de oostelijk muur wordt India weergegeven als land van astrologen en pygmeeën, maar dit fresco verkeert in zeer slechte staat. Van de Turkse delegatie is niet uit te maken wie of wat hier precies bedoeld is. De stukken zijn allemaal een beetje fragmentarisch en voor de menselijke figuren moet je wel creatief zijn om er gezichten en kostuums in te zien. Gelukkig staat er bij elk onderdeel een reconstructieschets van het tafereel. Duidelijker zijn dan weer de dieren te herkennen: paarden, olifanten, panters en grote vogels die er uitzien als zwanen en voor Zoroastrische offeranden bestemd waren.

In feite is het museum opgesplitst in vijf vertrekken, elk met een eigen (chronologisch) thema. De eerste ruimte is gewijd aan het verloop van de opgravingen zelf, met kaarten en maquettes. In de tweede ruimte wordt de vroege geschiedenis van Samarkand toegelicht, teruggaand tot de 4de eeuw v.C. met o.a. aardewerk uit de 6de-4de eeuw v.C., een gereconstrueerde kalkoven en wat stenen- en metaalgereedschap. Daarna komt de zaal met Alexander de Grote die de stad in 329 v.C. veroverde, voor mij natuurlijk hét hoogtepunt! Een schaalmodel van Afrasiab moet aantonen hoe geniaal Alexander te werk is gegaan bij de belegering van stad – alsof ik dat nog niet wist! Hier liggen ook wat gebruiksvoorwerpen, wapens en geldstukken, maar van de Alexandermunten zijn alleen foto’s te zien. Jammer is dat, ze hadden toch best wel minstens één echte munt van Alexander kunnen presenteren? Wel hangt er een grote kaart aan de muur met zijn hele veldtocht doorheen Azië, dat kan ik zelfs in het Oezbeeks lezen. Ook aanwezig is een verzameling Greco-Bactrische munten met o.a. de heersers met wat ik een tropenhelm noem – heel kenmerkend. In de vierde zaal komen stukken uit de 1ste-4de eeuw n.C. aan de beurt, waarin vooral het spirituele leven van de bewoners in de tijd van Zoroaster centraal staat – de Islam komt pas later (7de eeuw). De vijfde en laatste ruimte is eveneens gewijd aan de religieuze belevenis van de inwoners van Samarkand. Hier zijn voorwerpen te zien die betrekking hebben tot de verering van het vuur, een huiskapel, muurschilderingen, fragmenten van houten beelden, etc. Aangezien het Zoroastrisme met de komst van Islam totaal verwoest werd, blijkt Afrasiab het beste voorbeeld te zijn van de geloofsbelijdenis uit die tijd.

Afrasiab zelf strekt zich uit over een oppervlakte van maar liefst 220 hectares en ligt verborgen onder een 8-12 meter dikke laag aarde. Sinds eind 19de eeuw worden er hier met horten en stoten opgravingen uitgevoerd die o.a. een paleis uit de tijd van de Samanieden hebben blootgelegd. Maar Afrasiab, waarschijnlijk genoemd naar de legendarische koning van Turan, ligt ook aan de Zijderoute, eeuwenlang de belangrijkste verkeersader tussen India, China en Europa. Geen wonder dus dat we hier brede straten en hoge verdedigingswallen aantreffen, terwijl de huizen op zijn minst luxueus ingericht waren – getuigen de fresco’s die in het museum ondergebracht zijn. Maar er is ook een rijke verzameling aardewerk, gereedschap, terracotta beeldjes en geldstukken gevonden waarvan een deel (ik vermoed de mooiste stukken) in de Hermitage in St Petersburg beland is (de opgravingen werden voornamelijk door de Russen uitgevoerd) maar een niet te onderschatten aantal voorwerpen staat hier in het aanpalende museum.

[Klik hier om alle foto's van het Museum in Afrasiab te bekijken]

16 juli 2012

Het Klooster van Baskovo, BU

Vandaag staat het Klooster van Baskovo op het programma, het tweede klooster van Bulgarije na dat van Rila, dat in 1083 gebouwd werd door twee broers die militair commandant waren in het leger van de Byzantijnse Keizer Alexis Commenus. De bus zet ons aan de voet van een schuine hobbelstraat af, die we zelf ad pedibus naar boven moeten lopen. Langs de kant staan er heel wat fonteinen die hun water uit veelvuldige kraantjes laten lopen. Het doet me denken aan de landelijke wegen in Italië van vroeger waar ook regelmatig een verkoelende waterplaats stond.

Ook dit klooster is verre van streng en sober, maar warm en levendig met kleurrijke fresco’s binnen en buiten met fijn houtsnijwerk. Er zijn nog maar vier monniken in dit complex, ooit onderdak verlenend aan een 140 van hen. We mogen hier de refter binnen, een lang smal vertrek met middenin een lange stenen tafel met aan weerskanten dito banken. De muurschilderingen lijken wel die van een kerk te zijn, met alle standaardelementen er in, en dit blijkt ook de opzet want de monniken moesten zo dikwijls ter kerke gaan voor hun gebeden dat ze anders niet aan eten toe kwamen. Ze waren toch wel slim, hoor! De aangrenzende keuken is uiteraard veel kleiner dan van Rila maar ruikt ook weer naar rook en roet. Het trekgat boven in de tuitvormige koepel is trouwens niet zo groot, weer een donkere business, niets voor mij.

Het klooster van Baskovo telt maximaal twee verdiepingen en, net als in Rila, staat de kerk uit 1604 midden in het complex. Hij is gewijd aan St. Nikolaas en bevat een schitterende icoon van Maria met Kind, waarschijnlijk Grieks aangezien hij in zilver gevat is. Deze icoon, uit ongeveer 1310, schijnt miraculeus te zijn want het is herhaaldelijk voorgekomen dat Maria het klooster en de monniken voor onheil behoed heeft. Ze wordt dus in grote eer gehouden en er zijn dan ook vele plaatselijke bedevaartgangers die aan de stalletjes een doekje kopen als offergave, buiten de kaarsjes die natuurlijk alom branden. Hier ligt ook, heel uitzonderlijk, de laatste patriarch en abt van het klooster begraven. De muurschilderingen zijn niet te zien in deze donkere ruimte, maar wel die van de onderste kerk gewijd aan de Aartsengelen Michaël en Gabriël waar, vreemd genoeg, de mensen gezellig tegenaan leunen!

Het klapstuk is toch het fresco buiten aan de muur van de refter dat het grootste van het land heet te zijn. De artiest geeft een ideale visie van het klooster weer, zelfs met gebouwen die ooit op de bouwplannen gestaan hebben maar nooit verwezenlijkt werden. Middenin prijkt een afbeelding van de icoon van Maria met het Kind die op het klooster neerdaalt. In een lange monnikenprocessie, waarin zelfs moslims meelopen, wordt de icoon drie maal rond de kerk gedragen. Het is een prachtige schildering, zo fris en kleurrijk alsof hij pas gisteren gemaakt werd. Het geheel wordt geflankeerd door twee medaillons, links met de afbeelding van St. Joris en rechts met die van St. Dimitri. Ongetwijfeld een schitterend geheel.

Ook rond het binnenplein staan hier de nodige fonteinen en daar wordt vooral door de pelgrims, grif gebruik van gemaakt.

[Klik hier om alle foto's van het klooster te bekijken]

3 juli 2012

Het graf van Koning Philippus II van Macedonië in Vergina

Aan de hand van een schaalmodel wordt de opbouw en indeling van het graf van Koning Philippus II van Macedonië duidelijk gemaakt: een grote dubbele deur, geflankeerd door twee of vier halve zuilen, gaf toegang tot een rechthoekig voorportaal, met daarachter de feitelijke grafkamer.

Er loopt hier een brede houten trap naar beneden, naar de indrukwekkende ingang van het graf. De façade staat volop in de spotlights en ik voel me erheen aangetrokken als en mot naar het licht. De grote beschermende glazen of plexiglas wand valt me pas later op. Ik heb alleen maar oog voor de majestueuze entree met haar frisse, uiterst fijne kleuren. Ik ben even teleurgesteld dat ik niet binnen mag, maar zoveel mensen zouden de temperatuur in de ruimte omhoog drijven en de decoratieve verflaag aantasten. Begrijpelijk is het dus wel. Ik staar vol bewondering naar de heldere kleuren die de eeuwen getrotseerd hebben. De gesloten deur is geflankeerd door twee Dorische zuilen in half reliëf met aan weerszijde een platte zuil met bovenop blauwe en rode afwerking. Daarboven zijn de trigliefen donkerblauw geschilderd met dito druppels, rustende op een felrode rand. Als een kroon op geheel loopt over de hele breedte (5,60 meter) een fresco dat een jachttafereel voorstelt, in volle actie in een bosrijke omgeving. Ook dit is van hoogstaande kwaliteit met schitterende pastelkleuren. Een van de jagers te paard zou mogelijk Alexander voorstellen. Het geheel zit geklemd tussen een ajourrand van afwisselend rood en blauw, en ook daarboven zijn de reliëfranden ingekleurd alsof het gisteren gebeurd is. Ik sta me te vergapen aan deze kleurenrijkdom, die ik even helemaal voor mezelf alleen heb, alsof ik op een speciale audiëntie ontvangen word. Ik ben er helemaal van onder de indruk als ik na verloop van tijd de kreunende trap weer oploop. Een complete verrassing, want ik had wel gelezen over de vondsten in het graf maar dat de tombe zelf zo indrukwekkend en zo veelkleurig was, daar had ik geen idee van!

Het lichaam van Philippus is volgens het toen geldende Macedonisch gebruik gecremeerd. De overgebleven botjes zijn in wijn gewassen en keurig in een doek gewikkeld die dan zorgvuldig in een gouden kist of larnax geplaatst werden samen met zijn koningskroon van gouden eikenbladeren. Deze larnax staat hier te pronken met zijn 7,820 kilo gehamerd puur goud! Bovenop de deksel is het Macedonische stersymbool met 16 stralen aangebracht tussen twee rozetten gevuld met blauw email. Aan de zijkanten zijn reliëfs met palmetten en lotusknoppen te zien met dwars in het midden een doorlopende rij geëmailleerde rozetten. De poten van de kist zijn ook weer met rozetten versierd die eindigen in leeuwenpoten. Wat een pracht!

De eikenbladeren kroon waar alle spotjes op staan is de zwaarste en meest indrukwekkende uit de Griekse oudheid. Voor wie het precies wil weten: hij telt 313 blaadjes en 68 eikeltjes, en weegt precies 714 gram a.u.b.! Dit zijn uiteraard de grote blikvangers want je kunt er niet naast kijken, maar er staat nog meer. Zo bv. het leren kuras van Philippus dat met ijzer en goud beslagen en bewerkt is, zijn gouden pijlkoker waarop gevechten in volle actie uitgebeeld zijn die doen denken aan Scythische reliëfs, zijn ingelegd zwaard en zijn enorm schild (nou ja, ik vind het enorm want ik had niet verwacht dat het zo groot zou zijn, zeker 1 meter diameter. Hij moet wel heel sterk geweest zijn, hoor!). Buiten zijn persoonlijke wapen bezittingen zijn er ook een groot aantal kostbare gebruiksvoorwerpen bijgezet in het graf, zoals bronzen kommen, schalen en vazen, zilveren wijnkannen en zeefjes, bronzen lampen, enz. Sommige objecten zien er trouwens ook weer zo gaaf uit alsof ze pas gisteren gemaakt zijn.

Het houten banketbed is wel zwaar aangetast door de tand des tijds, maar de glazen, gouden en ivoren versieringen zijn goed bewaard gebleven. Over de lange kant van de bank liep een fries dat een koninklijke jachtpartij voorstelde waar Philippus zelf aan deelnam, maar ook zijn zoon Alexander en andere Macedonische edelen. Wat Alexander betreft is dit het enige portret waarvan men met zekerheid weet dat hij er voor geposeerd heeft. Men heeft geprobeerd om deze bank te reconstrueren en de stukjes van de puzzel op hun plaats te zetten. Wat een monnikenwerk!

In de antichambre van het graf van Philippus heeft men nog een, weliswaar kleinere, gouden larnax gevonden met dezelfde Macedonische sterversieringen, waarin de resten van een vrouw lagen gewikkeld in een purperen met goud bestikte doek. Men veronderstelt dat het om zijn laatste vrouw, Cleopatra, gaat. Ook hier werden kostbare gouden kronen en diademen gevonden, onmiskenbare getuigen van de weelde van de overledene. De houten banketbank in deze ruimte is ook vergaan maar de fijn uitgewerkte ivoren figuurtjes met gouden haar en accessoires getuigen van uiterst kundig vakmanschap.

Ik loop hier een paar maal terug en nog eens rond. Alles fonkelt en schittert zo mooi in de felle spotjes die de voorwerpen te voorschijn toveren. Het komt zeer koninklijk en waardig over en men zou bijna vergeten dat deze voorwerpen 2.500 jaar onder de grond gezeten hebben. Wat een voorrecht om dit te mogen zien! Wat een genot!

12 juni 2012

Poppen van Damal, Turkije

Onlangs zag ik toevallig een uitzending op de Turkse TV waarin folklorepoppen aangekleed werden. Een dameskransje zat gemoedelijk en met oneindig geduld kleine kraaltjes te rijgen die in diagonale figuren op de boezem van de jurkjes vastgemaakt werden. Ik schat die popjes een 20 à 30 cm groot, dus ga maar even na. Ik stond versteld van dat priegelwerk, wat moest dat nou?

Bleek nu dat die vrouwen zelf ook al een dergelijke jurk van effen fluweel droegen, daarbij gebruik makend van verschillende kleuren voor de rok het jakje en de mouwen. De rokken en de rand van het jak waren bovendien afgezet met gouden biezen. Daar overheen, als een trotse borstwering, droegen ze dan dat kralen paneel. Hun hoge ronde hoofddeksels waren ook al met van die kleine kraaltjes versierd, met aan de zijkanten clusters van kralenkettingen en achteraan verschillende zijden sjaaltjes in effen bonte kleuren. De poppen die ze aan het maken waren bleken zuivere kopieën te zijn.

Ik heb zoiets nog niet eerder gezien en vond het ontzettend jammer dat ik de uitvoerige uitleg van die ene dame niet kon verstaan. Het was duidelijk dat er veel aandacht aan details gehecht werd en dat hun kleren, voor henzelf én voor de poppen, met heel veel zorg vervaardigd werden. Af en toe kwamen er beelden door van jonge meisjes of oudere vrouwen die in hun pronkkledij door smalle dorpsstraatjes liepen in een ruw besneeuwd landschap. Ik bekeek de gezichten van die vrouwen met meer aandacht, langgerekte gezichten met lichte ogen en donker haar, een heel ander type mensen dat wat ik in west en zuid Turkije tot nu toe gezien heb. Het een bij het ander voegend, kwam ik tot de conclusie dat dit ergens in noordoost Turkije moest zijn. Maar ja, dat is gissen natuurlijk.

Aan het einde van het programma (ik had het begin niet gezien), las ik een titel Damal bebekleri. Poppen van Damal? Waar ligt Damal? Ik de kaart er bij gehaald, en ja hoor, Damal ligt zoals ik verwachtte in noordoost Turkije boven Kars en dicht bij de grens met Georgië. Maar het poppenverhaal intrigeerde me nog steeds en dus ging ik eens op het Internet kijken - daar vind je toch alles zeker?

Nou, ik heb het inderdaad gevonden, al was de uitleg toch maar summier voor mijn doen. Damal ligt namelijk aan een oude verbindingweg tussen Europa en Centraal Azië, dwars over de Kaukasus. Lange tijd was dit het gebied van de Turkmenen, waarna het ten prooi viel aan herhaaldelijke conflicten tussen de Georgiërs en Armeniërs. Verder stond hier vermeld dat de lappenpoppen van Damal beroemd zijn en zelfs vele prijzen gewonnen hebben op handwerk festivals. Nou dat was dat dan.

Ik vraag me nu wel af of er iemand is die mij iets meer over deze poppen kan vertellen? Hoe is deze folklore ontstaan? Waarom worden die poppen nu nog gemaakt? Gaat deze bijzondere kleding nog terug tot de tijd van de Turkmenen? Hebben de kleuren van de jurken en kralen een bepaalde betekenis? Is dit gebaseerd op een zekere traditie of herdenken ze hiermee een bepaalde gebeurtenis? Wie koopt die poppen trouwens? Zijn ze meer dan een louter souvenir?

Op het Internet wordt ook vermeld dat er op een bepaalde tijd van het jaar (wanneer zeggen ze niet), één van de bergen een schaduw projecteert die met het profiel van Ataturk overeenkomt en dat hier jaarlijks heel veel mensen op af komen. Nu heb ik die beelden ook gezien in de TV uitzending en de gelijkenis is inderdaad heel frappant. Valt hier nog meer over te vertellen, vraag ik me af?

Wie het weet mag het zeggen. Ik ben zeer benieuwd naar het commentaar van mijn lezers!

9 juni 2012

De grote tumulus van Vergina, Griekenland

Er is hier schitterend werk verricht. Om deze Koninklijke graven en de andere resten die hier gevonden zijn te bewaren voor het nageslacht, heeft men een ondergrondse ruimte ingericht om al deze monumenten bij een constante temperatuur en vochtigheidsgraad te beschermen. Tussen de tombes in werd een expositieruimte aangelegd voor de kostbare vondsten uit de graven. Daarna werd de tumulus weer opgeworpen in zijn oorspronkelijk staat, en dat is wat ik nu te zien krijg.

Het is hier koel en donker, komende uit het felle zonlicht is het even tasten en wennen. Indrukwekkend! Dit museum heeft ernaar gestreefd om een neutrale omgeving te creëren waarin de voorwerpen zelf in de spotlights komen te staan en dat is gelukt.

Ik word naar links verwezen, daar waar een tiental grafstèles een erehaag vormen op weg naar de resten iets verderop. Nu zijn er over heel Griekenland honderden en misschien wel duizenden grafstèles te vinden, al dan niet in de musea en ik heb, eerlijk gezegd, zoiets van dat ik die nu wel voor bekeken hou. Maar deze Macedonische stèles tonen niet alleen sporen van verf, nee, ze zijn rijkelijk beschilderd met kleuren die na 2 ½ duizend jaar nog zo helder zijn als op de dag van gisteren. Slanke rechthoekige stèles met een bescheiden rood geschilderde strik om zijn middel met daaronder de naam van de overledene; een andere stèle met een palmetkroon met donkerblauwe nerven en lichtroze randen; dan een stèle die een volledig afscheidstafereel toont zoals ik dat eerder in reliëf gezien heb maar nu geschilderd met tere kleuren en contouren; weer andere stèles in varianten van de vorige, telkens met de naam van de overledene er op alsof je verondersteld wordt ze gekend te hebben. Oh! Wat Jammer dat ik hier niet mag fotograferen.

Met een trapje op beland ik aan een ingezakte Heroon uit de 3de eeuw v.C. dat ik van bovenaf mag bewonderen. Daar achter ligt een geplunderd graf dat De Tombe van Persephone genoemd wordt naar de fresco’s die daar gevonden zijn. Deze werden er uit verwijderd en hangen nu aan de muur er achter. Schitterende scènes vol betovering en verdriet die op zeer menselijke manier zijn weergegeven. Buiten de drie vrouwelijke figuren, herkent men de godin Demeter, treurende over het verlies van haar dochter. Dit is werk van hoog artistiek niveau dat wel eens aan Nikomachos toegeschreven kon worden.

Iets verderop, nog steeds in dezelfde tumulus, ligt een kleiner en iets recenter graf, dat het Prinsengraf genoemd wordt. Ook dit graf was ongeschonden en bevatte nog alle gaven, inclusief kostbaar vaatwerk en wapens. De dode was een jongeling van ongeveer 14 jaar die lid van de koninklijke familie geweest moet zijn en er gaan geruchten dat dit de zoon van Alexander zou kunnen zijn. Zijn resten werden in een zilveren urn (hydra) bewaard waarop een gouden kroon rustte. Het smalle fries dat langs de binnenwand van de grafkamer loopt stelt een paardenrace met wagenmenners voor die nu nog heel levendig van kleur moet zijn, want daar mag ik natuurlijk ook niet in. Wel mag ik, net als bij Philippus de trap af naar de ingang van de tombe, soberder dan de vorige façade maar toch ook weer met heel mooie kleuren op de trigliefen. Het fries dat daarboven over de hele breedte liep is vergaan, men denkt dat het op dierenhuid of hout geschilderd was.

De zilveren hydra met de gouden eikenbladeren kroon staat apart in de spotlights, een juweel! Ook hier weer prachtige ivoren beeldjes die ooit de statiebank versierden. Ik vergaap me aan de finesse waarmee bv. de vingers en het haar uitgewerkt zijn! Niet te geloven!

Het is allemaal zo mooi en zo bijzonder dat ik nog een tweede rondje museum doe, zeker nu dat de kakelende en kwetterende Griekse vrouwenbond eindelijk afdruipt. De meest opvallende voorwerpen en taferelen wil ik goed in mijn geest graveren, vooral omdat ik toch al geen foto’s mag nemen.

Als ik na 2 uur ronddwalen terug buiten sta, is het opmerkelijk stil. Op een handjevol toeristen na is de ruimte rond de tumulus verlaten. Bij de snack onder de bomen geniet ik van mijn thee en water en rust. Natuurlijk lopen mijn gedachten nog in het museum en het antieke Aegae rond, de tijd overbruggen is altijd moeilijk. De souvenirwinkeltjes prijzen Alexander in alle maten en vormen aan, maar hij lijkt helemaal niet, vind ik. Goedkope kitsch. Wel koop in nu een boekje over Aegae en het tumulus museum want daar staan wel plaatjes in van de dingen die ik zelf niet mocht fotograferen.

4 juni 2012

"Die Rückkehr der Götter" in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen

Een bijzondere ontmoeting met antieke goden en godinnen die van 13 januari t/m 2 september 2012 te zien is in het Römisch-Germanisches Museum. Stukken die meer dan driehonderd jaar lang in het bezit van Pruisische keurvorsten en koningen waren om hun kastelen van Berlijn en Postdam te sieren, zijn thans ondergebracht in verschillende musea in Berlijn op het z.g. Museum Insel. Maar niet alle stukken zijn daar echt te zien want veel is gewoon opgeslagen in de bergingsruimte. De voorwerpen lopen uiteen van marmeren beelden tot terracotta en bronzen beelden in alle maten en groottes.

De Griekse goden blijven ons na meer dan 2000 jaren nog steeds boeien, van de machtige Zeus en zijn gemalin Hera met de tweelinggoden Apollo en Artemis tot de beeldschone Aphrodite en de wijngod Dionysus. Zelfs de Romeinen konden hier niets op aanmerken en gaven ze alleen nieuwe namen. Zo werd Zeus tot Jupiter omgedoopt en Hera tot Juno; Artemis werd gelijkgesteld met Diana, Aphrodite met Venus, Dionysus met Bacchus, Poseidon met Neptunus, Athena met Minerva, enz.

Nu staan ze hier opgesteld onder hun Griekse en/of Romeinse naam, meestal Romeinse kopieën uit de 1ste-2de eeuw van onze jaartelling. De beelden en schalen zijn keurig gepresenteerd met duidelijke uitleg in drie talen, kundig in de spotlights gezet zodat elk stuk helemaal tot zijn recht komt. Dit valt me vooral op bij een bijna levensgroot beeld van Diana waar alleen haar lichaam met zwierige rok van bewaard is gebleven. Veel van deze beelden zijn echter in recentere tijden gerestaureerd of bijgewerkt, iets wat de Duitsers blijkbaar graag deden. Zo staat hier een pracht van een marmeren Apollo met harp, waarvan blijkt dat alleen de torso origineel is – nou, het is dat ze het zeggen maar het is voor een leek als ik echt niet te zien.

Ik mag hier jammer genoeg geen foto’s nemen, dat schijnt ook zo de mode te zijn tegenwoordig en dat betreur ik vooral bij het zien van de unieke Aphrodite uit Cnidos, nou ja, haar hoofd dan. Ze kijkt me al het ware aan, het hoofd iets naar links rustend in een bijna vragende houding en het is alsof ze elk ogenblik zal opkijken. Ik kan me nu dus helemaal indenken dat men van alle windstreken naar deze Aphrodite in Cnidos kwam kijken, de eerste naakt uitbeelding van een vouw in de geschiedenis die door niemand minder dan Praxiteles werd gemaakt! Mijn dag kan niet meer stuk!

29 mei 2012

Sagalassos tentoonstelling in Tongeren 2011-2012 in foto's

Zoals beloofd ben ik terug naar Tongeren gegaan om foto's te nemen van de pronkstukken uit het Museum van Burdur. Dit is dan het uiteindelijke resultaat, een compilatie van alle beelden. Geniet er van!



Wie mijn foto's met uitleg op zijn gemak wil bekijken, kan op deze fotolink terecht.

19 mei 2012

Ptolemaïs, Libië

Het museum ligt ook hier weer aan de ingang van het terrein. Nou ja, museum is hier net als elders een groot woord voor wat in feite een grote opslagruimte is, zij het wel dat de voorwerpen min of meer tentoongesteld worden, al dan niet voorzien van een bordje met uitleg. Maar goed, het is beter dan niets en de vondsten worden op deze manier goed bewaard terwijl ze tegelijkertijd toegankelijk zijn voor het geïnteresseerde publiek zoals wij. Ik vergaap me hier aan de fijne mozaïekpaneeltjes die blijkbaar vanuit Alexandrië ingevoerd werden om hier ergens een keurplaatsje te krijgen in het midden van een grove mozaïek dat door plaatselijke ambachtslieden gelegd werd. Hier schittert zeker het Medusamozaïek dat uit de Palazzo delle Colonne komt, samen met twee fragmenten met hanen en vissen, alsmede een groot mozaïektapijt waar de vier jaargetijden op staan afgebeeld met onderaan twee panters. Wat een pracht!

Naast een onthoofde Bacchus en een elegante Venus met het hoofd van Demeter (een rare combinatie!) beide uit de 2de eeuw n.C.  en afkomstig uit bovengenoemde Villa, staan hier een aantal beschilderde zuilen en kunstig uitgewerkte Korinthische kapitelen waarin de gezichten van Zeus en Mars verwerkt zijn – ook weer iets nieuws! Verder hangen er een paar luchtfoto’s o.a. van de bewuste villa en ik ben nu toch echt wel benieuwd wat ik daar ter plaatse nog te zien zal krijgen. Tussen allerlei architectonische details staat ook een stuk sarcofaag met diep uitgewerkt reliëf en volgens onze gids zou hier Achilles op horen te staan, met achter hem zijn moeder Thetis. Opvallend, op zijn minst, maar ik vraag me eigenlijk af wat hij hier komt doen …

En dan wacht mij hier een verrassing, een wat gehavend paneel dat gevonden werd op de Via Porticata. Hierop staan namelijk een aantal goederen vermeld met hun respectievelijke prijs zoals vastgesteld in een bevelschrift van Diocletianus uit 301 n.C. Dat zoiets überhaupt bestaan heeft! Uit dezelfde Via Porticata komt het bijzonder sierlijk reliëf met zes dansende Maenaden. In de oudheid was dit een heel bekend onderwerp, ooit een sokkel waarop het beeld van de toneelschrijver Euripides stond. Het origineel stamt uit Athene en werd in 405 v.C. gemaakt, maar dit is de best bewaarde (Romeinse) kopie. De in extase verkerende Maenaden, volgelingen van Dionysos, zijn bijzonder sierlijk in hun wapperend gewaad, wuivend met thyros staf en zwaaiend met hun tamboerijnen. Jammer dat het in latere jaren als rand voor de waterput gebruikt is, maar ondanks dat is het geheel toch heel goed bewaard gebleven.

[Klik hier om alle foto's uit het Museum van Ptolemaïs te bekijken]

4 mei 2012

Het Observatorium van Ulugbek, Samarkand, UZ

Nou ja, “observatorium” is misschien wel een groot woord voor de kolossale sextant die Ulugbek hier in Samarkand, Oezbekistan, anno 1428 liet bouwen, maar het is wel een unicum en eentje waar je niet naast kunt kijken. Door zijn tijdgenoten werd dit monument beschreven als een rond gebouw van drie verdiepingen dat helemaal bekleed was met geglazuurde tegels. Ter gelegenheid van de 600ste verjaardag van Ulugbek in 1994 heeft men de plek van dit observatorium grondig opgeknapt, inclusief een soort plattegrond van de constructie vlak naast de toegangspoort, en in 2010 werd er een uiterst interessant museum aan toegevoegd.

De afmetingen van deze sextant zijn buitenmaats met een radius van 40,20 meter, waarvan een deel ondergronds ligt en in de rots is uitgehouwen. Dit is wat er nog van overblijft en wat ik te zien krijg. Ik ben echt wel even sprakeloos van de grootsheid en de afmetingen, wellicht ook omdat het geheel in het half duister ligt en daardoor des te meer tot de verbeelding spreekt.

Met dit buitenmaatse instrument kon Ulugbek en zijn volgelingen de zon, de maan en de sterren bestuderen – iets wat in die tijd helemaal niet bestond. Deze enorme sextant was met uiterste precisie op de zuid-noord meridiaan gericht en alle observaties zijn door Ulugbek en zijn tijdgenoten trouw te boek gesteld. De precisie is des te opvallender omdat deze astronomen niet over optische instrumenten beschikten. De tabellen die ze samenstelden bevatten gegevens over 1018 sterren. Bijzonder verdienste is de zuivere berekening van het jaar dat werd vastgelegd op 365 dagen, 6 uren, 10 minuten en 8 seconden, wat heel dicht bij de huidige cijfers ligt van 365 dagen, 6 uren, 9 minuten en 9,6 seconden – een verschil van minder dan 1 minuut! Na de dood van Ulugbek werd dit observatorium verwoest en geplunderd door religieuze fanatici. Die zijn wel zo grondig te werk gegaan dat de resten pas in 1908 weer ontdekt werden toen een archeoloog de eerste documenten terugvond die naar deze plek verwezen. Dankzij deze documenten hebben mensen van het vak dit observatorium kunnen reconstrueren, zij het dan op kleinere schaal, wat in het museum te zien is inclusief een doorsnee zicht.

In het museum liggen tevens een aantal boeken over astrologie die geschreven zijn geïnspireerd op Ulugbek, zoals de Tabulae Long.Aclat.Stellarum Fixarum Ulugbeighi uit 1665 dat in het Latijn is opgesteld en een ander oeuvre in het Arabisch waar ik de auteur niet van genoteerd heb. Hier ligt ook een stenen fragment van het astronomische instrument dat in 1908 opgegraven is en met een tekening terug op zijn oorspronkelijk plek geplaatst is. Leuk zoiets. Aan de ingang hangt trouwens een portret van Ulugbek in hoogsteigen persoon met voor hem een wereldbol waarvan hier ook een kopie te zien is – het origineel behoort namelijk tot een privé-collectie in Engeland. Aan weerskanten van dit portret is een fresco te zien waar Ulugbek op uitgebeeld staat te midden van andere wijzen en geleerden – eentje trouwens met het sterrenbeeld op de achtergrond en de bewuste wereldbol voor de voeten van Ulugbek. Het astrolabium dat hij op het andere fresco in zijn handen houdt, is hier ook te zien in een versie uit de 17de eeuw. Ja, echt iets heel bijzonders om te zien en heel zorgvuldig tentoongesteld.

14 april 2012

Fethiye, TK

Het Archeologisch Museum van Fethiye is er niet eentje om er speciaal naartoe te gaan, wel natuurlijk als je in de buurt bent en een liefhebber bent bovendien – mijn geval uiteraard.

Het is ook maar heel klein en een beetje verouderd museum maar er staan wel een paar voorwerpen die de moeite waard zijn. Zo bijvoorbeeld ligt hier het originele mozaïek uit de Tempel van Apollo in Letoon (4de eeuw v.C.) te pronken samen met de originele stele waarop de wet van Pixodaros, satraap van Karië, te lezen staat zowel in het Grieks als in het Lycisch en in het Aramees en die dateert uit de tijd van Artaxerxes. De kopies van deze stukken hadden mijn nieuwsgierigheid gewekt tijdens een eerder bezoek aan Letoon, dat op zich natuurlijk ook de moeite waard is.

Ook te bewonderen is een kleinere stele uit Tlos, die op zeer unieke wijze verklapt hoeveel de burgers moesten betalen voor de herstellingswerken nadat de stad door een aardbeving getroffen was.

Er zijn hier natuurlijk ook de gebruikelijke voorwerpen te zien zoals glaswerk, aarden potten, munten uit verschillende perioden in verschillende metalen, gouden juwelen and delen van beelden, vooral Romeins dan.

Zoals altijd ben ik heel blij om de voorwerpen met eigen ogen te zien. Een bezoekje aan de nabij gelegen Turkse Konditorei voor een echte Turkse koffie met pistachebaklava rondt mijn bezoek af – allicht !