2 september 2011

Side, TK - Archeologisch Museum


Rechts van de Triomfboog van Vespasianus en de resten van een Nympheum, ligt het Archeologisch Museum van Side, vlak langs de hoofdstraat. Dat museum is in de oude Romeinse Baden ondergebracht, die hier bijzonder goed bewaard gebleven zijn en waar men in stijl een soort betonnen overkoepeling overheen gezet heeft. Het is net echt. Vooral ook omdat de marmeren vloeren en muren van de bassins zo goed bewaard gebleven zijn.

Tussen de beelden en andere resten van de collectie vind ik geen uitschieters, ofschoon er best mooie stukken bij staan. Wat mij echter opvalt, is Pamphylische sarcofaag uit de 2de eeuw met een schitterend hoogreliëf van dansende cupidootjes onder het schuine dak dat afgezet is met leeuwenkoppen.

En dan deze inscriptie in de eigen taal van Side die ik nog niet eerder tegenkomen ben! De taal die hier in de oudheid gesproken werd leek op geen andere bekende taal of dialect, zeker niet op Grieks! Hij was helemaal eigen aan Side, zeker als we Arrianus moeten geloven (er waarom zouden we dat niet?). Er zijn inscripties en geldstukken teruggevonden met dit unieke schrift in deze unieke taal, die respectievelijk teruggaan tot de 3de en 5de eeuw v.C. Twee stenen met dergelijke opschriften zijn dus te zien in dit kleine museum van Side. Hoe dan ook, de taal van Side kan alleen maar een Anatolische taal zijn, eigen aan Pamphylië want hij is vreemd genoeg niet verwant aan het Griekse dialect van Sillyum of Aspendos, die in de buurt liggen. Grieks kwam pas na Alexanders veroveringen in voege en we hebben een inscriptie uit ongeveer 300 v.C. die dat staaft. Opwindend toch weer zoiets!

Ik heb het museum heerlijk voor mij alleen en ga er net op tijd uit voor de horde schoolkinderen er joelend binnenstroomt. Ik loop nog even de tuin door waar zoals steeds de minder mooie stukken ondergebracht zijn, maar hier is de belichting dan weer heel goed om mijn foto’s te nemen. Achter deze Baden die nu Museum zijn, ligt ook een soort werkatelier en hier wordt een rijkversierde sarcofaag weer aan elkaar gezet. Wat een puzzelwerk! Daar sta je niet bij stil als je een museum bezoekt hé?

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]

22 augustus 2011

Konya, TK – Mevlana Mausoleum

In Konya staat natuurlijk het Mevlana Museum, ook wel Mausoleum van Mevlana genoemd, op het programma. Het museum is in feite een uitgebreide vorm van de oorspronkelijk derwisjwoning, waar nu de tombe van Mevlâna staat. Het is een ommuurd complex met daarbinnen verschillende gebouwen met koepeldaken met in top de opvallende groenbetegelde torenkoepel van het hoofdgebouw. Het is meteen duidelijk dat dit een bedevaartsoord is voor de moslims want Mevlâna wordt gezien als een van de grootste mystici van de islamitische wereld. Zelf heeft hij dat niet gewild, want zijn ideologie luidde: “het echte mausoleum moet in je hart gebouwd worden”.
                                                           
Recht voor me, ongeveer in het midden van de marmeren plavuizen, ligt de ablutiefontein zoals men die bij de moskeeën aantreft, de sardivan. Mannen en vrouwen gebruiken hem voor de rituele wassing. Vóór het betreden van de Semahane, t.t.z. de Ceremoniezaal, krijg ik plastic sokjes die ik over mijn schoeisel hoor te trekken en dan mag ik binnen. Oorspronkelijk werden hier de dansceremonies uitgevoerd, maar nu is het een tentoonstellingsruimte. Rechts liggen een paar schitterende vertrekken die in elkaar overlopen en waar de in groene zijde gehulde tombe van Mevlâna staat. De muren zijn versierd met zwarte en vergulde kalligrafieën op warmkleurige ondergrond. Het Mausoleum telt 65 sarcofagen, die van de mannen versierd met een tulband en die van de vrouwen zonder. Ze zijn bedekt met zijdefluweel en Osmaanse tapijten. Hoog boven in de muren, net onder de bogen, filteren kleurrijke glas-in-lood ramen het zonlicht. Er hangen kristallen luchters en pastelkleurige lampionlampen, die allen bijdragen tot een heel unieke sfeer. Behalve de kleding van Mevlâna, worden hier ook zijn muziekinstrumenten en kostbare manuscripten bewaard, en in een parelmoeren kistje zou zowaar zijn baard bewaard worden.
                                                           
Er is echt veel volk, vooral vrouwen, die overal op de muurtjes en stoepjes even uitrusten als je ze al niet binnen bent tegengekomen. Het is een mengelmoes van kleding, al kan ik niet van klederdracht spreken, maar ingewijden moeten vast kunnen vertellen uit welke streek ze komen. Vandaag is het namelijk een lang weekend i.v.m. de Dag van de Jeugd morgen, die Atatürk ingesteld heeft. Veel gesluierde pelgrimsvrouwen uit het hele land stromen hier blijkbaar naartoe en het respect en de eerbied die ze uitstralen is bijna tastbaar.

De sfeer hier is trouwens moeilijk te omschrijven want er hangt iets “oosters” in de lucht, iets van de sprookjes van Duizend-en-een-nacht, maar ook iets van warmte en dankbaarheid waar iedereen zielsverwant is. Raar als ik dat zelf zo lees, maar dit is de beste omschrijving die ik kan geven. Met de groep waar in bij hoor, zijn we blijkbaar de enige niet-moslims die hier rondlopen, maar niemand neemt er aanstoot aan of kijkt ons vreemd of vijandig aan. De echt fanatieke hoofddoekjes lopen blijkbaar in onze westerse steden rond. Raar, hé?
                                                           
In de ruimtes tegenover het Mausoleum is een fijne tentoonstelling ingericht met taferelen uit het dagelijkse leven van de Derwisjen, met levensgrote poppen in authentieke kleding. Meer uitleg over dit schitterende museum/mausoleum is bij voorbeeld op deze site van ExploreTurkey te lezen.

Het wordt me hier duidelijk gemaakt dat onze vertaling van “dansende derwisjen” eigenlijk niet juist is. In feite kan iedereen Mevlana worden, t.t.z. dat je kunt leren dansen, al is dansen ook weer niet de juiste term, het is eerder ronddraaien. Men zou dus eerder van “draaiende Mevlana’s” moeten spreken. Derwisj wordt je alleen maar als Allah het wil, het is iets tussen Hem en jou. Je hoort dan het goede te doen tegenover de anderen, je medemens te helpen.

Iets verderop is een groot modern Cultureel Centrum opgetrokken van metaal en glas in een keurige parkaanleg. Het is hier dat het jaarlijkse Mevlana Festival gehouden wordt, een feestelijk gebeuren dat elk jaar trouw op de Turkse TV uitgezonden wordt – de moeite van het kijken waard, zeker als je zelf nooit tot in Konya geraakt bent.
mei 2005

13 augustus 2011

Sofia, BU - Archeologisch Museum

Mijn wens is eigenlijk om naar het Nationaal Museum te gaan voor het Tracische goud. Die droom wordt meteen de bodem ingeslagen want niet alleen ligt dat museum aan de andere kant van de stad, maar de verzameling is bovendien op tournee door Amerika voor drie jaar. Wat een tegenvaller!


Het Archeologisch Museum daarentegen ligt tegenover het Presidentiële Paleis en staat bekend als zijnde het oudste museum van de stad.
                                                           
Er is niet veel volk, maximum een man of tien, heerlijk om deze indrukken in alle rust op te nemen. 

De Tracische afdeling blijkt boven te liggen, achter een hek en nog een hek voor een deur met smalle trap naar boven. Daar begint de collectie bij 8.000 jaar vóór Christus, niet te bevatten! De voorwerpen liggen allemaal achter glas en zijn zeer goed tentoongesteld met spots en uitleg, ook in het Engels. De blikvangers zijn uiteraard de juwelen: zilveren en gouden beslagwerk voor de harnassen, gouden borstplaten en dodenmaskers in de stijl van Agamemnon en een paar schitterende gouden kronen. 

Ik ben ook erg onder de indruk van de Romeinse invloed in Bulgarije die tot de 5de-6de eeuw heeft stand gehouden. Zo bv. een eigen soort Tanagra beeldjes, heel kunstig en levendig, en een op brons gegraveerd oorkonde, een soort diploma van een Romeinse soldaat, die als een moderne laptop staat opgesteld. Ik mag gelukkig hier binnen wel fotograferen.

Pure juweeltjes staan hier te pronken hoor! 

3 augustus 2011

Zeugma, TK - Museum van Gaziantep

Voor mij is Gaziantep een bestemming op zich, want in het plaatselijke museum zijn schitterende Romeinse mozaïeken ondergebracht die ik absoluut wil zien.

Nou die zijn inderdaad schitterend, want in tegenstelling tot de gangbare techniek om kleine gekleurde steentjes te gebruiken hebben de kunstenaars hier veelvuldig marmer en zelfs glas gebruikt waardoor de kleuren veel sprekender en helderder zijn. Wat een pracht! Ik ben er helemaal opgewonden van en wil alles tegelijk zien en lezen en fotograferen. De vloeren zijn trouwens met kennis van zaken tentoongesteld, soms liggend met daarvoor een verhoging om een beter overzicht te krijgen, dan weer staande tegen de muur. Alles keurig met uitleg en plattegrond, jeetje, ik kan hier wel een halve dag doorbrengen! Van op de gaanderij op de eerste verdieping heb ik dan weer een schitterend overzicht. Soms zijn ook de fleurige muurfresco’s bewaard gebleven en keurig in situ geplaatst.

Al deze mozaïeken, fresco’s en andere vondsten zijn afkomstig uit Zeugma (het Griekse Seleucos), ooit een Romeinse garnizoensstad aan de Eufraat, die de oostelijke grens van het Romeinse Rijk vormde. Nu zijn de Turken al een aantal jaren dammen op de Eufraat en de Tigris aan het bouwen zodat de arme oostelijke provincies zich kunnen ontwikkelen. Dit is een gigantisch project dat de naam GAP gekregen heeft (het Zuidoost-Anatolië-Project) en de 22 dammen moeten er voor zorgen dat er een gebied zo groot als heel België bevloeid kan worden en dus vruchtbare grond kan opleveren. Duizenden mensen moesten hun dorpen verlaten en elders een onderkomen vinden.

Ook de ruïnes van het oude Zeugma ontkwamen niet aan dit lot en in allerijl hebben archeologen uit alle windstreken gered wat maar te redden viel. Een schijntje is dat natuurlijk, maar de vooruitgang is niet te stuiten, zo blijkt hier als elders. Een deel van de mozaïeken maar ook een aantal fresco’s staan hier te pronken en voor een volledig overzicht verwijs ik mijn lezers gewoon door naar mijn foto’s – die spreken boekdelen.

Voor mijn doen is dit bezoek uiteraard weer eens te kort, maar ik ben toch ontzettend blij dat ik deze mozaïeken met eigen ogen heb mogen bewonderen!

[Klik hier voor foto's van Zeugma uit het Museum van Gaziantep]

23 juli 2011

Ankara, TK - Mausoleum van Ataturk

Het Mausoleum van Atatürk, de Vader des Vaderlands voor elke Turk. Het is een indrukwekkend monument boven op een heuvel, die de stad beheerst. Vele scholen komen hier in gedisciplineerde drommen naartoe, zelfs kinderen uit de kleuterklas trekken, netjes hand-in-hand, voorbij. Soldaten in strakke pakken lopen houterig de wacht en ik weet niet goed hoe serieus ze zichzelf wel nemen. Het is net een poppenkast, zo strak en stram, maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Binnen in de grootse ruimte liggen de resten van Atatürk onder een massaal grafmonument versierd met een aantal kransen. Dit is wat we altijd op TV te zien krijgen wanneer een of ander staatshoofd een officieel bezoek brengt aan Turkije en hier dan een krans komst leggen.

Als goede Turk  confronteert onze gids ons met het museum dat onder het monument ligt waar voornamelijk overgrote schilderijen hangen. Ik vind het allemaal een beetje overdreven, met een vleugje communistische propaganda, maar de vele afschuwelijke en roemrijke taferelen van Atatürk die hier uitgebeeld worden, zijn op zich wel heel mooi van stijl, kleur en compositie. Nu heeft die Atatürk echt wel heel veel voor Turkije gedaan, dat geef ik grif toe.

Als kolonel Mustapha Kemal (de latere Atatürk) heeft hij in 1915 de geallieerden teruggedrongen in Gallipoli. Maar toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, waren het de geallieerden (omdat Turkije de kant van Duitsland gekozen had) die Turkije bezetten, zelfs Istanbul. Zo eigenden Frankrijk, Engeland en Italië, zich allemaal een stuk van het land toe. Atatürk vlucht dan weg uit Istanbul en landt met een klein bootje in een dorp aan de Zwarte Zee op 19 mei 1919, een dag die nu nog gevierd wordt als het begin van de Turkse Onafhankelijkheid. Met de Turkse bevolking aan zijn kant begint hij de strijd om Turkije voor de Turken te veroveren en pas in 1922 komt er een eind aan deze Onafhankelijkheidsoorlog. Atatürk had grote bewondering voor de Europese cultuur en levensstijl en zag een modern, verwesterd Turkije voor zich. Hij voert stelselmatig een groot aantal hervormingen door, vooral op sociaal gebied. Een paar voorbeelden daarvan zijn dat activiteiten van religieuze sekten verboden worden, de westerse kalender wordt ingevoerd, het dragen van de fez wordt verboden, het metrisch stelsel wordt toegepast, bijnamen en persoonlijke titels worden afgeschaft, achternamen worden aangenomen, godsdienstig vertoon in het openbaar wordt afgeschaft, een moderne wetgeving die losstaat van de godsdienst wordt geïntroduceerd, vrouwen krijgen stemrecht, het Latijnse alfabet wordt in gebruik genomen, enz. Zijn basisprincipes zijn eigenlijk gewoon gezond verstand, ook toegepast op het dagelijkse bestuur van Turkije gebaseerd op de Turkse manier van denken en leven. Toen Atatürk in 1938 overleed, lagen de funderingen klaar voor een moderne staat. Hij is, naar mijn mening, alleen te vroeg overleden. Had hij langer geleefd, dan zou Turkije misschien al lang deel van Europa uitmaken …

13 juli 2011

Pella Archeologisch Museum, GR

Het is intussen vijf jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben en het kleine museumpje is nu vervangen door een groots opgezet nieuw gebouw met ruimte voor uitbreiding.

Het bordje Museum brengt me inderdaad waar ik moet zijn, maar de aankomst daar is een beetje rommelig. De weg houdt ineens op bij een stuk braakliggende land voor een nietszeggend betonnen gebouw. Maar goed dat ik foto’s van het museum gezien heb, want niets wijst er op dat ik hier moet zijn. Als ik mijn auto op het veldje naast een paar andere voertuigen parkeer, is het niet eens duidelijk waar de ingang wel is. Boven op een soort balkon staan een paar heren te roken en die verwijzen mij naar links en zo kom ik dan toch binnen. De juffertjes aan de balie hebben het druk met hun onderlinge babbeltje, maar ik krijg toch met een glimlach te horen dat het vandaag museumdag is en de toegang dus gratis is. Vooruit dan maar!

Meteen rechts blijkt een video te draaien maar het zaaltje zit vol toeristen, blijkbaar van een of andere bus. Ook verderop in het hoekje waar uitleg gegeven wordt over de opgravingen is dat het geval. Nou, dat nu dus maar eventjes niet. Er schijnt heel wat te doen geweest te zijn over het feit of je hier al dan niet foto’s mag nemen en tot nu toe heb ik van iedereen gehoord dat dit volstrekt verboden was. Geen leuk vooruitzicht natuurlijk.

Middenin de ruimte staan twee afbeeldingen van Alexander. De ene is een kopie van de Hellenistische kop van een jonge Alexander die hier gevonden is (momenteel is het origineel uitgeleend aan Oxford). De andere stelt Alexander voor als Pan. Ik waag het er toch maar op om een foto te nemen, er staan ook nergens bordjes dat het niet mag. Dan zie ik dat andere bezoekers ook staan te kieken en er wordt door de zaalwachters niet op gereageerd. Is dat boffen!

Op het binnenplein ligt een stuk mozaïek afkomstig uit het Heiligdom van Darron, de god van de genezing (Darron betekent letterlijk: hij die de gezondheid schenkt) samen met een paar nietszeggende grafstenen.

Daarachter ligt dan de eerste zaal, gewijd aan de huizen van Pella met heel uitnodigend een grote houten deur waar het originele bronsbeslag op gereconstrueerd is. De deur lijkt opvallend veel op de stenen deuren van de Macedonische graftombes. Het dagelijkse leven lag dikwijls echt niet ver van het leven in het hiernamaals. De echte blikvangers zijn de mozaïeken van Dionysos met zijn thyrsusstaf die op een panter zit en de andere die een leeuwjacht voorstelt met links de figuur van Alexander en rechts die van Craterus. In het oude museum hingen deze mozaïeken aan de wand en waren dus makkelijk te fotograferen. Nu liggen ze op de grond, het zijn tenslotte vloermozaïeken, maar het valt echt niet mee om er een plaatje van te schieten. Van de overige grote mozaïeken van Pella zijn foto’s gemaakt op ware schaal en liggen op die manier te kijk. Hier ben ik niet van onder de indruk, maar ja aangezien de site zelf momenteel gesloten i.v.m. de bezuinigingen in Griekenland, moet ik het hier maar mee doen. Ook de grote ronde marmeren tafel met inlegwerk heeft hier een plaatsje gevonden, een ambacht die duidelijk door artiesten uit de Italiaanse Renaissance gekopieerd werd.

Men heeft geprobeerd hier een beeld te geven van de indeling en de versiering van de huizen van Pella. Interessant is bij voorbeeld de reconstructie van een ligbed (kline) dat bij de symposia gebruikt werd en waarvan de sierlijke bronzen versiering bewaard gebleven is (de houten constructie is uiteraard vergaan), en een lange vitrine vol met terracotta en bronzen gebruiksvoorwerpen die vrijwel puntje gaaf lijken te zijn: gewichten voor het weefgetouw, kleine terracotta beeldjes van huisgoden, spiegels, wapens, drinkbekers, strigilis, kannen, dobbelstenen, etc. Een origineel stuk muur met verschillende ingekleurde vakken van polychroom pleisterwerk uit het oude museum is hier ook bij geplaatst aangezien die afkomstige is van een van de villa’s. Als je denkt dat de Pompeanen iets uitgevonden hebben, dan heb je het helemaal mis want deze wand dateert wel uit de 2de eeuw v.C.! Je krijgt een vrij goed beeld van het dagelijkse leven van de bewoners, niet alleen met de indeling van de huizen en de meubilering, maar ook een idee van hun kleding, hun bezigheden, hun huisrituelen en wat ze verder deden aan sport en vertier.

Natuurlijk blijf ik langer staan bij de verzameling geldstukken die op de Agora van Pella gevonden is, want ik weet zeker dat ik hier Alexander en zijn vader Philippus op terug kan vinden. Dat lukt natuurlijk. Geweldig weer om de familie daar tegen te komen!

Bijna ongemerkt loop ik zo de volgende zaal binnen die gewijd is aan de vondsten op en rond de Agora, veelal uit de 3de eeuw v.C. Veel van deze voorwerpen werden in de waterputten van de winkeltjes langs de Agora gevonden waar aardewerken potten en beeldjes vervaardigd werden. Dit wordt heel levendig geïllustreerd met de reconstructie van een dergelijke winkel die een rijke verzameling vertoont van potten, vazen en vaasjes, kannen, schalen, maar ook veel votiefbeeldjes van Aphrodite, Cybele, Herakles, enz., soms ook de mallen die hiervoor gebruikt werden. Er zijn ook een heel aantal amfora’s te zien van verschillend formaat en model volgens dat ze gebruikt werden voor olie, wijn of graan (grotere). Ze droegen ook de zegel van hun maker of stad van herkomst, en er is zelfs een wijnamfoor bij helemaal uit Noord-Afrika!

Langs de Agora lag het stadsarchief, waar papyrusrollen voorzien van kleine kleizegels opgeslagen lagen. Sommige documenten werden door de koning zelf opgesteld, andere door de magistraten van Pella, de marktopzichters, of waren uit andere steden afkomstig zoals Edessa – en elk document had zo zijn eigen afbeelding op de zegel. Op die van Pella bij voorbeeld was een grazende koe te zien, maar sommige van deze zegels zijn fijne kunstwerkjes. Ik vergaap me natuurlijk weer aan de keur van terracotta kopjes van dames met uiterst sierlijke coiffures …

In de zaal hierachter wordt het Heiligdom van Darron toegelicht met een grote luchtfoto aan de muur en daarnaast een tekening hoe het er uit heeft moeten zien. Een zeer eigenaardige constructie, moet ik zeggen: rond met drie asymmetrische ronde torens. Op de vloer ervoor ligt een rond bloemenmozaïek dat daar gevonden is samen met de inscriptie die verwijst naar deze god die eigenlijk alleen bekend was van Hesychius [Hesychius van Alexandrië is een auteur uit de 5de eeuw die een lexicon heeft samengesteld met over de 51.000 bijzondere Griekse woorden en uitdrukkingen]. Een werk dat voor het taalgebruik in Tracië en oud Macedonië zeer waardevol is] en waarvoor hier in Pella voor het eerst bewijsmateriaal gevonden is. Verder wat terracotta beeldjes, potten en offergaven uit de heiligdommen van Aphrodite en Cybele, en van Demeter. Hier mag ik ineens niet meer fotograferen. Het wordt wel heel vriendelijk gezegd, maar waarom daar wel en hier niet … Raar hoor! Hier hoor ik ook voor het eerst over een graf met fresco’s van zes filosofen, maar veel meer wordt er niet over verteld en ik vraag me wel af of het filosofen zijn die Alexander gekend zou hebben. Een open vraag natuurlijk weer …

Logischerwijze wordt in de laatste zaal aandacht besteed aan de doden, van prehistorische urnen tot de vierkanten kalkstenen tombes uit de 5de eeuw v.C. Natuurlijk ontbreken ook hier de offergaven niet zoals terracotta beeldjes, potjes, schaaltjes, juwelen, wapens en resten van de bank waarop de dode opgebaard lag. Het hout hiervan is allang vergaan, maar de benen en ivoren figuurtjes en andere versiersels zijn wel bewaard gebleven, alsmede de glazen knobbeldecoratie op de poten. Wat een fijn werk toch!

Het koninklijk paleis van Pella dat toch heel wat vondsten heeft moeten opleveren wordt maar karig bedeeld. Ik moet het met wat luchtfoto’s en plattegronden doen, plus drie Ionische kapitelen die er wel schitterend uitzien en eigenlijk heel veelbelovend zijn!

[Klik hier om alle foto's van het museum te bekijken]

3 juli 2011

De Piramides, een van de Zeven Wereldwonderen

Daar staan ze dan, de Drie Grote Piramiden. Er omheen en in buurt staan nog een aantal kleinere piramiden en trappiramiden, tussen de 80 en de 100 stuks naar het schijnt! Ineens houdt de stad op en rijden we de helling op naar het Gizeh-Plateau, waar dit Wereldwonder staat. Ook hier de nodige controles door de metaaldetectors en ik heb er deze keer wel begrip voor. Stel je voor dat een of andere fanaat de boel hier komt opblazen, dat risico kun je natuurlijk niet lopen. Later zie ik ook op diverse plaatsen nog gewapende patrouilles met jeeps en zwaailichten rondrijden. Zelfs van op de kamelen houdt de politie de mensenmassa in de gaten, want zij kunnen toch op plaatsen komen waar de jeep onbruikbaar is, denk ik zo.

De eerste piramide die we tegenkomen is meteen de grootste, die van Cheops, gebouwd rond 2550 v.C. Ik ga naast zo een blok staan en ben verwonderd dat hij tot aan mijn schouder reikt. Wat een dingen! Hier liggen dus 2,5 miljoen blokken opgestapeld als een blokkendoos, in een perfecte driehoek van 146 meter hoog. Dat is anderhalf maal de hoogte van het Atomium, bedenk ik, maar dit lijkt groter gewoon omdat de massa breder en imposanter is. De ingang die nu gebruikt wordt is ooit door grafrovers gemaakt want de oorspronkelijke entree ligt nog iets hogerop aan deze noordzijde. Ik kan hier geen afstand nemen om de piramide op de foto te krijgen, maar naar het schijnt kan dat verderop wel waar we dan de Drie Grote Piramiden bij elkaar kunnen zien. Je kunt de afstand tussen deze piramiden trouwens niet belopen, tenzij je daar heel veel tijd voor uittrekt, en we worden met de bus van de ene uitkijkpost naar de andere gebracht.

De tweede piramide is die van Chefren, de zoon van Cheops, en die heeft nog zijn afwerkinglaag op het tjoepie, een dikke witte kalklaag waarmee alle drie de piramiden oorspronkelijk bedekt waren. Hierdoor leken ze echt wel te schitteren in het helle woestijnlicht. Deze piramide van Chefren (2520-2494 v.C.) is tien meter kleiner dan die van Cheops maar staat wel tien meter hoger op deze hoogvlakte, dus lijken beide even groot. Als enige was de uiterste top van deze piramide ooit bedekt met een laagje goud. Dat moet wel wat geweest zijn!

Het zijn echt wel enorme steenmassa’s waar ik tussen kom te staan en een juiste hoek om de Drie Grote Piramiden op de gevoelige plaat vast te leggen schijn ik niet te kunnen vinden. Ach, wat maakt het ook uit, waarschijnlijk zal ik alleen maar kunnen zeggen welke piramide er wel op staat en welke niet. Een piramide is een piramide, zo dacht ik er tot nu toe zelf trouwens ook over.

De derde en kleinste piramide is die van Mykerinos, “slechts” 65 meter hoog, ofschoon de basis toch nog wel 105 meter lang is. Hij ligt een paar honderd meter verderop en we komen er niet dichtbij. Deze piramiden is, in tegenstelling tot die van Cheops en Chefren, niet te bezoeken. Natuurlijk wil ik graag binnen een kijkje nemen, maar ik blijk de enige liefhebber te zijn …. Nou ja, alleen vind ik het toch een beetje eng, dus dan maar niet.

We krijgen uiteraard de geijkte theorieën te horen over de bouw van de piramides, over de zandhellingen waarover de tonnen wegende blokken op boomstammen omhoog gerold werden; dat het boeren waren die in de wintermaanden toch niet op hun akkers konden werken en geen slaven die deze arbeid verrichtten; dat de Grote Piramide op 20 jaar tijd overeind gezet werd, etc. Ik laat dat maar over mij heengaan, goed wetende dat dit de huidige overtuiging is van archeologen en egyptologen waar ik zelf helemaal niets van geloof.

Ik kan het niet helpen, maar de logische redeneringen van Erich von Däniken zijn volgens mij nog door geen enkele archeoloog of deskundige op overtuigende wijze weerlegd, en i.v.m. de 2,5 miljoen blokken van de Grote Piramide citeer ik: “Het gewicht varieert van één tot veertig ton, maar de meeste [blokken] wegen ongeveer drie ton. Als er twintig jaar aan de piramide is gebouwd, zijn er dus jaarlijks 125.000 stenen verwerkt. Het lijkt me een redelijke veronderstelling dat zelfs de oude Egyptenaren wel eens een vrije dag hadden. Ook zonder vakbonden waren er bepaalde feestdagen. Laten we daarom uitgaan van 300 werkdagen per jaar. Delen we die 125.000 stenen door 300 dagen, dan komen we op 416,6 stenen per dag. Bij dat soort cijfer kijken we niet op een uurtje meer of minder, dus ga ik ervan uit dat de piramidebouwers 12 uur per dag werkten… delen we 416 stenen door 12 uur, dan houden we 34 stenen per uur over – dat wil zeggen elke twee minuten één blok steen. Maar in deze simpele berekening gaan we uit van kant-en-klare stenen, en dat klopt natuurlijk niet”. Knappe jongen die een betere verklaring kan geven!

Ik ga nog even door met mijn denkpuzzel. Chefren is dertig jaar na zijn vader Cheops aan de bouw van zijn eigen piramide begonnen. Die moet dan al af geweest zijn. Maar ook hier haal ik mijn vriend von Däniken erbij die vertelt over de bevindingen van de egyptologe Eva Eggebrecht: “... pas onlangs is bekend dat alleen al in de eerste tachtig jaar van de 4de dynastie in totaal 8.974.000 m3 bouwmateriaal is verwerkt in de piramiden van Snofru (2575-2551 v.C.), Cheops (2551-2528 v.C.), Djedefre (2575-2551 v.C.) en Chefren (2520-2494 v.C.). In deze tachtig jaar zijn maar liefst 12.066.000 steenblokken uit de rots gehouwen en vervolgens geslepen, opgemeten, gepolijst, vervoerd en op de juiste plaats in het betreffende monument aangebracht. Dat komt neer op 413 blokken per dag! En dan hebben we het nog niet eens over de graafwerkzaamheden, het egaliseren van het terrein, de productie en reparatie van gereedschappen, het opbouwen van sleephellingen en steigers, de aanvoer van het materiaal en de voeding van de arbeiders.” En dat allemaal met behulp van boomstammen die in het Nijldal überhaupt niet voorkomen? Nou ja, ik stoor de gids maar niet met deze theorieën, maar de vragen blijven bij mij wel open natuurlijk!

Ik schiet mijn prentjes, ze lijken allemaal op elkaar, maar voor mij betekent elke stop en elke stap een nieuwe aanblik. Ik zal hier niet meer terugkomen dus moet ik het nu allemaal wel vastleggen! Tussen en rondom de piramiden ziet het er rommelig uit met opgegraven stukken muur en puin, hier en daar een paar vierkanten zuilen of een ingangspoort naar wat allemaal omschreven wordt als tempels en tombes. Het zal wel, denk ik, ga dat maar uitzoeken! Herodotus beschreef ook al zoiets in de 5de eeuw v.C. Ik zal het hem nog eens moeten vragen zeker?

Aan de zuidkant weerkaatsen de piramiden het volle zonlicht en zijn de steenblokken tot aan de top duidelijk te onderscheiden. Jammer dat aan deze zijde van de piramide van Cheops een langwerpig modern museum is neergezet om één van de daar gevonden Nijlboten in onder te brengen. Dit is één van de gouden boten die in het graf aan de farao werd meegegeven om zijn oversteek naar het hiernamaals te maken, maar omdat de boten de piramide niet in konden, werden ze hier aan de zuidkant begraven. Een goed idee om daarvoor hier ter plaatse een museum te bouwen, maar waarom daarmee nu de best belichte kant van de piramide bedorven moest worden, snap ik niet. Maar ja, wie ben ik, hè?

En dan ligt daar in de diepte, heel plots en vreemd, de Sfinx, geklemd tussen de piramides en de souvenirwinkeltjes aan de rand van de stad. En ik maar denken dat de Sfinx aan de woestijnkant van de piramides stond! Dit unieke en raadselachtige bouwwerk ligt benauwd in een diepe rechthoekige put, zielig eigenlijk. Maar het is en blijft een mysterieuze kop die van boven op dat leeuwenlichaam de mensenmassa hooghartig aanstaart. Met hele hordes drommen ze inmiddels de lange weg op, vreemd genoeg niet eens zoveel westerlingen maar wel veel moslims al dan niet Egyptenaren, hele klassen en hele families bij elkaar in een bonte luidruchtige mengeling.

Nou dat was het dan. Ben ik hiervan nou onder de indruk, vraag ik me af? Ik weet het eigenlijk niet. Het is net of het verhaal klopt, een soort bevestiging dat de piramiden inderdaad bestaan omdat ik ze nu zelf gezien heb. Hoe groot en kolossaal dit allemaal is of in hoeverre dit alles tot de verbeelding spreekt, dat kan ik niet eens zeggen. Het is gewoon niet aan de orde. Vreemd vind ik dit van mezelf want ik heb hier nu toch het enige nog bestaande Wereldwonder met eigen ogen aanschouwd en ik ben er niet eens opgewonden over? Is het te kolossaal? Is het de drukte en de commercie er omheen waardoor ik de sfeer niet echt kan proeven? Of komt het door de stad Cairo zelf waar niets van uit gaat en die me niet kan boeien? Het blijven open vragen.

21 juni 2011

Bodrum, TK - Archeologisch Museum

Wat in Bodrum in mijn ogen dan echt wél de moeite waard is, dat is een bezoek aan het Archeologisch Museum, ook wel onderwater museum genoemd. Dit ligt binnen de muren van de zogenaamde Petrusburcht – voor liefhebbers van dit soort gebouwen, heel interessant – maar een must voor elke liefhebber van oudheden. Hier wordt namelijk de scheepsvracht tentoongesteld van een schip dat rond 1350 v.C. bij Uluburun, voor de zuidwest kust van Turkije is vergaan. Het oudste wrak ter wereld heet dat te zijn, en het is absoluut de moeite waard!
                       
De resten van het schip lagen op een diepte van 30 meter en de experts hebben maar liefst 22.430 maal moeten duiken om de hele lading boven te halen, want ze konden nooit langer dan 20 minuten achter elkaar onder water blijven. Archeologen zijn tot de conclusie gekomen dat dit schip met zijn rijke lading onderweg was van Egypte naar de Zwarte Zee toen het door een zware storm overvallen werd.

Die lading is trouwens zo wel het een en ander, en tijdens een van mijn reizen met Peter Sommer, kreeg ik de volledige inventaris te horen. Zo tellen we 234 staven kopererts (gegoten in de vorm van een dierenhuid) van elk 10 ton afkomstig uit Cyprus; ruwe tinerts voor het vervaardigen van brons (koper + tin) uit Perzië; een gouden scarabee van Nefertiti; gouden oorringen; het oudste boek ter wereld, t.t.z. twee houten aan elkaar gebonden plankjes die ooit met was bekleed waren; lapis lazuli uit Afghanistan; amforen en potten voor het transport van olijven en wijn; wapens, een bronzen dolk, een drietand, ivoor en ebbenhout uit Syrië; 175 schijven ruw glas dat met kobalt en turkoois ingekleurd was, ook afkomstig uit Syrië; 11 stenen ankers; een zilveren armband, wat afgedankt goud en zilver dat weer versmolten kon worden; amber uit de landen rond de Oostzee; olielampen, struisvogeleieren uit Afrika, touwen en twijndraad, een klankkast voor een luit, gemaakt van het carapax van een schildpad; gewichten voor weegschalen, etc. Het duizelt voor je ogen! Ik had geen idee wat men allemaal zo vervoerde en versleepte in de oudheid, behalve wat amforen met olie of wijn of potten met ingelegd vlees en groenten. Dit slaat werkelijk alles en een groot deel van de lading ligt hier dan net zo uitgestald als toen hij gevonden werd. Uiterst kunstig gedaan hoor!
                       
Ik leer hier ook dat men het schip heeft kunnen dateren aan de hand van de scarabee van Nefertiti. Een scarabee mocht alleen gemaakt worden bij het leven van een farao, dus in dit geval terwijl Nefertiti nog leefde. Vandaar dus de datum van 1350 v.C. Knap hé? Dat ene kleine stukje dat dan zo doorslaggevend is voor de hele vondst – wonderlijk!
                       
Op speciaal verzoek, waarschijnlijk als je de juiste mensen kent, wordt ook de zaal van Koningin Ada geopend. Hier word je verwelkomd door een levensgroot wassen beeld van Koningin Ada, 41-43 jaar oud, getooid met al haar juwelen: gouden kroon, ringen, armbanden, kettingen en gouden versieringen op haar jurk. Het is net echt.

Koningin Ada is mij bekend omdat zij Alexander de Grote als haar zoon ontving toen hij in 334 v.C. door Alinda trok op weg naar Halicarnassos. Het was namelijk zo dat zij na de dood van haar man die ook haar broer was, de troon van Halicarnassos zou bestijgen. Maar dit was buiten haar jongste broer, Pixodaros, gerekend die haar binnen vier jaar al had verbannen naar het afgelegen Alinda. Na zijn dood werd zijn schoonzoon Orontobates aangesteld als satraap en opvolger totdat Alexander de Grote daar aankwam. Alexander herstelde Koningin Ada weer in ere op de troon nadat hij Halicarnassos veroverd had. Een verhaal voor een sprookje toch?
                       
Verder zijn er tussen deze dikke muren natuurlijk sporen van de Kruisvaarders en van de Ridders van Rhodes te vinden, met stoere, degelijke en sombere vertrekken en gangen – een weerspiegeling van de tijd waarin ze leefden, denk ik dan. Maar ja, daar moet je van houden - ik heb namelijk iets tegen die Kruisvaarders. Nee, geef mij Alexander maar!


Manisa, TK - Museum van Sardes

Manisa is een dikke stip op de kaart, ongeveer 16 km ten noorden van Izmir, en met een beetje geluk kan ik er, via de autobaan die ik nu uitgeprobeerd heb, in goed twee uur zijn. Het is nog lekker koel (20 graden!) als ik uit Kusadasi wegrijd ofschoon het kwik een uur later al op 26 graden staat. De autobaan is er echt een volgens onze normen, met een goed wegdek, bordjes voor parking, picknick en benzine, keurig in het groen zoals een mens dat zou verwachten. Bij Izmir moet ik er af en beland ik in het stadsverkeer met zigeuners die bij de stoplichten staan te bedelen. Ik sluit alle ramen en vergrendel de deuren, men kan nooit weten nietwaar? Wegwerken en omleidingen, het is uitkijken om de bordjes richting Istanbul-Manisa niet te missen. Als ik op de grote weg zit en denk dat ik kan doorrijden heb ik het goed mis want ook hier is het wegdek aan vernieuwing toe en gaan we even zo vrolijk van drie banen over naar één en dan weer terug. Bovendien moet ik weer een van die oost-west bergruggen over met steil klimmen en dalen.
                                                           
Iets na tienen rijd ik dan toch Manisa binnen, een brede boulevard met groene middenstrook en een 70 km zone waarin alle lichten op groen staan. Een bordje museum verwacht ik niet meteen, maar centrum zal ook wel goed zijn. Zo beland ik in de drukke straatjes, half geasfalteerd met vele kuilen en modderplassen. Allerlei bordjes waar ik niet wijzer van word, dan is de straat afgezet, verboden links af te slaan, en evengoed gaat de auto voor mij er in. Ik volg dus maar en probeer de draad weer op te pakken maar linksaf mag ook weer niet, dus dan maar rechtdoor tussen de dolmussen, bussen, taxi’s en tractors. Het blijft slalommen en ik begin me af te vragen of ik het niet beter zou opgeven. Maar, oh heilige voorzienigheid, aan de rotonde voor me staat plots een bordje “Müze”. In de hoop dat er maar één museum is, ga ik er op af. Ik had ergens gelezen dat het in een afgedankte moskee ondergebracht is, en jawel in het smalle steile straatje is het gele bordje aan de boom getimmerd en wijst een eenmanspoortje aan, de ingang van het museum, naast de moskee. Nu een plaatsje voor mijn auto vinden en voorbij het volgende kruispunt is er ruimte langs de hoge stoep, vlak voor de deur van de bakkerij waar de bakker wat verkoeling zoekt. Ik groet hem maar vriendelijk, tenslotte staat mijn auto voor zijn deur; mag dat wel? Ik voel me nu echt als een vreemde eend in de bijt, alsof ik in een ander tijdperk loop, in een vreemde straat met opschriften waar ik geen hoogte van krijg.
                                                           
Bij het museum word ik meteen gestopt door de veiligheidsdienst, vier agenten met het geweer in aanslag. Jeetje, is de waar zo kostbaar? Er wordt een mannetje bij geroepen die net zijn kruiwagen met onkruid gevuld heeft, en vanachter het loket links van een paar treden krijg ik mijn toegangsbewijs. Hij loopt netjes met me mee de poort door, waar ik op het vierkante binnenplein van de moskee beland dat rondom met glas is dichtgemaakt. Hij gaat me voor, de ene zaal na de andere waar hij gewillig het licht aansteekt en bij het verlaten van het lokaal weer netjes uitdoet.

Het blijkt uiteindelijk maar om een paar zalen te gaan, maar de collectie is netjes verzorgd en chronologisch opgezet van de oude Bronstijd tot en met de Romeins-Byzantijnse tijd. De uitleg is heel summier, en de meeste voorwerpen komen inderdaad uit Sardes. Van de 11.000 voorwerpen die ze daar gevonden hebben liggen er hier anders geen eens 110. Hoe zit dat nou? Open vraag. Misschien achter de deur waar “Archeologisch Museum” op staat en die gesloten is, wegens restauratie – zegt men.
                                                           
Terug bij de bakker voor de deur moet ik toch even informeren naar de driehoekige koeken van bladerdeeg, waarvan ik denk dat ze met appel gevuld zijn, zoals bij ons. Maar nee, er ziet helemaal niets in. Nou ja, geef hem toch maar want hij ziet er wel erg smakelijk uit. Mijn koek wordt kundig in een stuk grauw papier gevouwen en ik krijg nog een mini plastic tasje om hem te dragen, 0,25 YTL a.u.b. Het zijn toch prijzen waar je niet van terug hebt. Ja, en dan is die koek nog ontzettend lekker ook!
                                                            Sept 2005

8 juni 2011

Varna, Archeologisch Museum - Bulgarije

Ik wil natuurlijk naar het Archeologisch Museum van Varna nadat Sofia en Plovdiv in het water gevallen zijn, en er zijn blijkbaar nog liefhebbers. Dus zo gezegd, zo gedaan. Maar als we in Varna uit de overvolle bus stappen heerst er al meteen paniek: een van mijn medereizigers wordt bestolen op het moment dat we uit de lijnbus stappen terwijl we zo voorzichtig waren. Zijn vrouw, ziet dat de rits van haar eigen tasje ook openstaat maar daar is niets uit gestolen omdat er een tube zalf bovenop lag. Gelukkig geen onoverkomelijk euvel zoals een paspoort (ligt in het hotel) of geld of creditcard, maar je staat toch even raar te kijken want we zijn zo dikwijls gewaarschuwd, we houden elkaar in het oog, en evengoed gebeurt het.
                                                           
Het Archeologisch Museum, eens de grootste meisjesschool van de Balkan, is maar gedeeltelijk open, de rest wordt gerestaureerd en gemoderniseerd. De collectie van de Traciërs (ja, eindelijk lukt het!) is adembenemend. Het is inderdaad het oudste goud ter wereld en na wat vergelijken blijkt deze beschaving ook nog ouder te zijn dan die van de Soemeriërs of de Babyloniërs. Ik vraag me af waar de bakermat van onze beschaving nu wel te zoeken is, blijkbaar niet aan de samenvloeiing van Eufraat en Tigris zoals in onze geschiedenisboekjes staat. Ik zie geen bord dat ik niet mag fotograferen dus neem ik een aantal foto’s van deze schatten – helemaal zo gek nog niet. De voorwerpen, 28 stuks in totaal, komen uit een graftombe uit 4600-4200 vóór Christus, armbanden, bijlen, ringen, appliques, enz. Ik geloof mijn ogen niet!
                                                           
Begin van onze jaartelling vallen de Romeinen het land binnen en hun invloed loopt door tot de 5de, zelfs 6de eeuw, langzaam overvloeiend in het Oost-Romeinse Rijk onder invloed van Byzantium. Een logisch gebeuren maar dat hier heel tastbaar is en uitvoerig geïllustreerd wordt. Ik ben helemaal in mijn nopjes!
                                                            juni 2004