24 december 2018

De Steen van Rosette

Leuk, een close-up van de Steen van Rosette die je zelf kunt manipuleren.

Deze grijs en roze granodiorite stela uit 196 v.C. is 112 cm lang, 76 cm breed en 28 cm dik. Maar het gaat natuurlijk om de inscriptie, nl. een decreet betreffende Ptolemeus V dat in drie verschillende talen weergegeven wordt: hiëroglief (14 regels), demotisch (32 regels) en Grieks (54 regels). 

Met dit decreet wordt de koninklijke cultus van de 13-jarige Ptolemeus V bevestigd ter gelegenheid van de eerste verjaardag van zijn kroning.



De Steen van Rosette is te zien in het British Museum in Londen.

30 november 2018

De onderwereld, het leven na de dood


Onder deze vrij vertaalde titel van “Underworld: Imagining the Afterlife” loopt er momenteel een tentoonstelling in de Getty Villa in Malibu, California.



De hamvraag is: Wat geloofden de oude Grieken dat er zou gebeuren nadat ze stierven?

Georganiseerd rond een monumentale grafurn die door het Nationaal Archeologisch Museum in Napels in bruikleen is gegeven voor conservatie in de Getty Villa, verkent deze tentoonstelling afbeeldingen van de Onderwereld zoals die te vinden is in de kunst van Griekenland en Zuid-Italië (Groot-Griekenland).

De tentoongestelde werken benadrukken de wens om ook na de dood een goed bestaan te leiden en de manieren waarop de mens een gelukkiger leven in het hiernamaals kon bereiken.

Underworld: Imagining the Afterlife loopt nog tot en met 18 maart 2019

25 oktober 2018

Een kijkje in het Bardo Museum in Tunis

Na de veelbelovende stukken die in 2015 tijdens de tentoonstelling over Carthago in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden (Nederland) te zien waren, lagen mijn verwachtingen voor het Bardo Museum in Tunis uiteraard zeer hoog.


Gezien de spanningen in Tunesië moest ik me wel aansluiten bij een georganiseerde toer en hier kreeg ik maar één uur om alles te zien! De aandacht van de gidsen en dus van de toeristen is daar vooral gericht op de vele mozaïeken afkomstig uit de rijke Romeinse villa’s die voornamelijk geconcentreerd waren in en rond Carthago.

Ikzelf wilde dan de uitzonderlijke collectie Punische kunst zien en dat bleek een stuk moeilijker te zijn. De zaal met de tophets (grafsteles) lag op de eerste verdieping die maar schaars verlicht was. Bovendien was er een enorme weerschijn op het glas de vitrines (een algemeen euvel in het hele museum), waardoor het bijna onmogelijk was om een behoorlijke foto te nemen. Voor de sarcofagen moest ik in de kelder zijn maar daar aangekomen bleek uitgerekend die zaal gesloten te zijn. Bovendien waren de bordjes met uitleg niet altijd te vinden en de hele layout van het museum was op zijn minst gezegd, verwarrend.


Uitgaande van de ruime keuze aan voorwerpen die in Leiden te zien waren ben ik hier echt niet aan mijn trekken gekomen! Vreselijk jammer zoiets natuurlijk. Ik heb dus maar een paar stukken herkend, zoals de godin met het hoofd van een leeuwin uit Tinissut (1ste eeuw n.C), en een groepje van drie kleinere bronzen waaronder een Sater (125-100 v.C.) en Eros (100 v.C.) afkomstig van een scheepswrak in Mahdia

Pronkstukken als het opvallende Punische kuras van verguld brons uit Ksour as-Saf (3rde-2de eeuw v.C.) of de dronken Heracles in brons uit Thibar (2de eeuw n.C.) of enige van de grote glazen asurnen heb ik dus moeten missen.

[Klik hier om alle foto's van het Bardo museum te bekijken]

27 september 2018

Uitgelicht: parfumflesjes voor soldaten?

Parfum is en was in mijn ogen een luxe waar de vrouwen van weten te genieten, maar blijkbaar waren de mannen in de oudheid ook zeer ijdel.

In verschillende musea ben ik eerder een aantal mooi beschilderde terracotta vaasjes tegengekomen die er uit zien als een krijger met zijn helm op het hoofd met bovenop een schenktuitje. Leuke, sprekende gezichten zijn dit die meteen de aandacht trekken. Maar wat niet meteen opvalt is dat dit parfumflesjes zijn. Nee, maar!

Zo vinden we in het KMKG (Jubelparkmuseum) in Brussel bv een exemplaar dat in Oost-Griekenland gevonden is en gedateerd wordt op 580-550 v.C. en een faience versie die de naam draagt van Farao Amasis en uit 560-540 v.C. dateert.

Een ander dergelijk parfumflesje uit 600-590 v.C. is te vinden in het Museum van Cerveteri, Italië.

Ongetwijfeld zijn er nog veel meer van dergelijke parfumflesjes waar we tijdens een snel museumbezoek overheen kijken. Het loont dus de moeite om ook naar de kleinere voorwerpen te kijken en daar wat meer tijd voor uit te trekken!

12 augustus 2018

Digitale toegang tot het Met Museum in New-York

Het grootste deel van de kunstwerken in het Metropolitan Museum in New-York, en dat zijn er tot nu toe 375.000, is nu gratis online beschikbaar en kan gedownload worden voor privé of commercieel gebruik.

[Bronze medallion of Alexander the Great,16th century. MET]

Het volstaat om naar de link van Creative Commons (CC0) te gaan en daar te kiezen voor een onderwerp of artiest. Hiermee is 6.000 jaar geschiedenis voor iedereen toegankelijk dankzij een simpele muisklik.

De MET is niet het eerste museum dat hiermee uitpakt. Eerder deelde The National Gallery of Art in Washington al 45.000 kunstwerken en het Rijksmuseum in Amsterdam heeft de teller op 300.000 stuks staan.

We kunnen dus voortaan genieten van een paar grote musea vanuit onze luie stoel!

8 juli 2018

Uitgelicht: kralen hoofdjes uit de Punische tijd


Opvallend, dikwijls komisch maar uiterst uniek zijn de kralen hoofdjes die in elke collectie Punische voorwerpen opdagen, t.t.z. uit Fenicië of uit de tijd van Carthago’s grootmacht.

[Fenicische glaspasta gezichtjes, 7de-3de eeuw v.C.
Museum voor Oudheden in Leiden]


Ze zijn gemaakt van glaspasta, meestal niet groter dan een knikker maar dwingen door hun kleuren en expressie altijd wel om aandacht.

[Glaspasta gezichtjes uit Carthago, 4de-3de eeuw v.C.]


We kijken er eigenlijk heel snel overheen, maar eens dat we ze opgemerkt hebben blijven ze constant opduiken vanuit een of andere verlaten hoek van de tentoonstellingsvitrine.

[Egyptisch (600 v.C.) en Fenicisch (6de eeuw v.C.)
glazen hoofdjes. APM Amsterdam] 


Goed opletten dus de volgende keer als er sprake is van Carthaagse of Fenicische kunst!

2 juni 2018

De Getty Villa in een nieuw jasje


Op woensdag 18 april 2018 is het eindelijk zover en wordt de Getty Villa in Malibu na een jaar grondige vernieuwing weer opengesteld voor het publiek.



De vertrouwde thematische tentoonstelling heeft nu plaatsgemaakt voor een chronologisch verloop. Het bezoek begint dus nu met kunst uit de Neolithische periode om te eindigen met het late Romeinse Keizerrijk. De Villa heeft bovendien ruimte gemaakt voor een speciale zaal waarin de klassieke oudheid in eigen context belicht wordt (Classical World in Context) met kunstwerken afkomstig uit landen die nauw betrokken waren bij het oude Griekenland en Rome.

Tegelijkertijd pakt het museum uit met een bijzondere tentoonstelling, Palmyra: Loss and Remembrance die een speciale ode brengt aan deze ooit zo rijke stad in Syrië. Centraal hierin worden de vele grafportretten van mannen, vrouwen en kinderen belicht met stukken en foto’s uit eigen collectie, maar ook een bijzondere sculptuur uit de verzameling van de Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Deze tentoonstelling loopt tot mei 2019.

Klik hier voor meer info en om uw gratis toegangskaarten te bestellen.

3 april 2018

Nemea is voorlopig gesloten!

Van 1971 tot 2004 hebben de Amerikaanse archeologen opgravingen verricht in Nemea en een keur aan gebouwen maar ook aan voorwerpen uitgegraven. Men zou dus verwachten dat al deze inspanningen beloond werden maar niets is minder waar. Sinds december 2017 hangt er een bordje aan het toegangshek met de boodschap dat de site en het museum gesloten zijn wegens een tekort aan bewakingspersoneel. Niet te geloven, toch?


De geïnteresseerde toerist komt er bekaaid van af maar heel waarschijnlijk kunnen de illegale verzamelaars er intussen wel vrij hun gang gaan, denk ik dan?

De man die al die jaren deze opgravingen geleid heeft, Professor Stephen G. Miller van de University of California, Berkeley, pikt dit niet zomaar en heeft een zure brief naar het Griekse Ministerie voor Cultuur gestuurd, waarvan hieronder de tekst:

Today was a bright, sunny day with temperatures around 12oC. I decided to go for a walk to the museum, about 15 minutes distant from the office. It was wonderful, but when I arrived the museum and the archaeological site were closed as they have been since November 23. There were two rented cars in the parking lot, and eight people looking over the fence at the Temple of Nemean Zeus. They were two families with a husband and wife and two teenage children each.

It emerged that they were neighbors from Santa Cruz, California, and that one of the wives had been a student at the University of California at Berkeley while I was still actively teaching there. She had heard about my work at Nemea then, and had managed to persuade her husband, and then her neighbors, to come to Greece during the Christmas break this year with a visit to Nemea as the highlight. They were all very disappointed that Nemea was closed and asked me how that had happened.

I tried to explain that, at least for the last 50 years, the Greek state had decided that tourists only came to Greece for the island beaches in the summer months. Hence, at least in the recent past, a very small crew of guards was on duty for the whole year, and supplemental guards hired from April until October. I confessed that I did not understand why 17 additional staff was added at Nemea for those seven months, when 12 would have been adequate and the other five kept for the winter when the site closes at 3 p.m. shortly before the sun goes down. During the summer it is open for an additional 4-5 hours which requires more personnel.

I also found it difficult to explain why, in 2016, our Society for the Revival of the Nemean Games was allowed to pay for four extra guards for the first four months which netted nearly €11,000 in ticket sales for the Ministry of Culture, but this year our written offer, supported by the local archaeological office, has been ignored.

At this point one of the men pulled out a guide book, opened it and asked if I knew Stephen Miller. I admitted that I am Stephen Miller and that I had, since 1973, created the archaeological site of Nemea, constructed and equipped the museum, discovered the stadium with its vaulted entrance tunnel (which I subsequently consolidated), reconstructed several columns of the temple, planted trees and grass and flowers, fenced the whole area, and carried out maintenance such as painting and cutting weeds, especially in the stadium. I had also published many of my discoveries, some in guide books that are locked away inside the museum. I am now very frustrated that my discoveries were not being shared with visitors. The Ministry of Culture seems uninterested in the pedagogical aspects of ancient Greece.

They asked me about the story of the discovery of the starting line in 1974 after 12 weeks of excavation without any sign of previous human life in the emerging earth. That happened on our last day of excavation, Friday, July 19, 1974. I explained the joy we felt, which was turned upside the next day when Cyprus was invaded. One of the boys asked if there was any way to get into the stadium. He had been looking forward to standing on the ancient line like ancient Greek athlete. Again I apologized that my discoveries were locked away.

I also explained that everything I have done at Nemea has been done with funds raised from private donors, mostly Americans of non-Greek ancestry. In fact, two of the seven marble plaques with their names could be seen in the distance behind the locked entrance gate. I had persuaded those people to invest in Greece, and now their investment is wasted. So is mine.

We shook hands and said good-by, and I expressed the hope that they might come back. Surely Nemea will open again someday. One of the mothers noted that the holiday period is best for all of their families to come to Greece. She was surprised that Greece did not understand that.

Stephen G. Miller
Professor emeritus
University of California, Berkeley

9 maart 2018

Succes van het Nationaal Archeologisch Museum in Athene

Afgelopen jaar, in 2017, heeft het Nationaal Archeologisch Museum in Athene (NAM) een nieuw record aantal bezoekers gehaald, namelijk meer dan een half miljoen kijkers!


Het succes is te danken aan verschillende initiatieven die het museum de afgelopen jaren heeft doorgevoerd. Onder dit hoofdstuk vallen de tijdelijke tentoonstellingen zoals bv. die over het “Scheepswrak van Anticythera” of over “Odysseus”, maar ook het unieke programma “Verborgen Museum” waardoor de bezoekers een kijkje achter de schermen kunnen nemen. 

In 2017 heeft het NAM bovendien deelgenomen aan meer dan honderd research projecten en heeft 403 voorwerpen in bruikleen gegeven aan landen in Europa, Azië en de Verenigde Staten.

Voor 2018 hoopt het museum haar succes te vergroten met nieuwe initiatieven, waaronder een belangrijke tentoonstelling over het concept van schoonheid.

15 februari 2018

Een goede kennismaking met Medusa

Medusa kennen we het best als een beetje enge figuur met doordringende ogen en slangenharen. Ze pronkte dus regelmatig op de borst van een kuras omdat zij iedereen die haar aanstaarde in steen kon veranderen.

[Foto van MET Museum]

Dat was zo in de 5de eeuw v.C., maar in de loop der eeuwen kreeg zij meer vrouwelijke trekken en werd haar groteske gezicht zelfs knap. In meer recente tijden wed Medusa het prototype van de femme fatale, een combinatie van vrouwelijkheid, erotiek, geweld en dood.

Deze evolutie wordt in het MET Museum in New York onder de loep genomen in een speciale tentoonstelling Dangerous Beauty: Medusa in Classical Art die nog het hele jaar 2018 te bezoeken is.


Buiten Medusa wordt hier ook aandacht besteed aan andere vrouwelijke mythische figuren zoals de sfinxen, sirenes en het zeemonster Scylla die ook allemaal mettertijd andere vormen aannamen.

16 januari 2018

Het Louvre Abu Dhabi is open

Geld is uiteraard geen probleem in Abu Dhabi en het is dus niet te verwonderen dat kosten noch moeite gespaard werden bij de bouw van hun Louvre Abu Dhabi Museum.

De naam Louvre is een tijdelijke promotiestunt die $1.15 miljard gekost heeft en 30 jaar geldig is. Gedurende de eerste tien jaar zal het Louvre in Parijs deel van zijn werken maar ook van andere Franse instellingen zoals het Musée Quai d’Orsay, de Bibliothèque Nationale en het Centre Pompidou aan Abu Dhabi in bruikleen geven. Intussen kunnen ze dan in de UAE een eigen collectie opbouwen.

Momenteel staan er zo een 600 kunstwerken ten toon, waarvan de helft uit Franse musea afkomstig is, verspreid over 23 zalen. Het bijzondere is dat hier een interculturele collectie is ondergebracht waarin westerse kunst zij aan zij staat met niet-westerse – een heel gedurfde combinatie.

Zo zien we hier een bronzen beeldje van de Egyptische godin Isis die baby Horus aan het voeden is uit 800-400 v.C., een 14de-eeuwse ivoren Madonna met Kind uit Frankrijk en een 19de-eeuwse houten Moeder met Kind uit de Kongo die elk het moederschap uitbeelden doorheen de eeuwen en uit verschillende beschavingen. Drie gouden dodenmaskers uit het antieke China, Peru en Syrië bevestigen dan weer hoe de onsterfelijkheid en de herinnering aan de doden een gemeenschappelijk element is in culturen wereldwijd.



Op deze manier hopen ze in Abu Dhabi bezoekers uit de hele wereld te bereiken met kunst die iedereen aanspreekt. De wereldwijde culturele geschiedenis komt jammer genoeg niet aan bod. Ook worden onderwerpen als slavernij en oorlog vermeden terwijl ideologische repressie, zowel politiek als godsdienstig, handig omzeild worden. De bedoeling is om de mensheid in een nieuw licht te stellen en te streven naar openheid en harmonie ofschoon dit totaal niet past bij het huidige regeringsbeleid van dat land.

Het museum complex zelf moet wel feeëriek zijn met het zonlicht dat kunstig door het dak gefilterd wordt en zorgt voor een steeds veranderend schaduwspel over de kunstwerken binnen. 

[Foto's uit New York Times]