25 augustus 2012

"Die Rückkehr der Götter" in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen

Een bijzondere ontmoeting met antieke goden en godinnen die van 13 januari t/m 2 september 2012 te zien is in het Römisch-Germanisches Museum. Stukken die meer dan driehonderd jaar lang in het bezit van Pruisische keurvorsten en koningen waren om hun kastelen van Berlijn en Postdam te sieren, zijn thans ondergebracht in verschillende musea in Berlijn op het z.g. Museum Insel. Maar niet alle stukken zijn daar echt te zien want veel is gewoon opgeslagen in de bergingsruimte. De voorwerpen lopen uiteen van marmeren beelden tot terracotta en bronzen beelden in alle maten en groottes.

De Griekse goden blijven ons na meer dan 2000 jaren nog steeds boeien, van de machtige Zeus en zijn gemalin Hera met de tweelinggoden Apollo en Artemis tot de beeldschone Aphrodite en de wijngod Dionysus. Zelfs de Romeinen konden hier niets op aanmerken en gaven ze alleen nieuwe namen. Zo werd Zeus tot Jupiter omgedoopt en Hera tot Juno; Artemis werd gelijkgesteld met Diana, Aphrodite met Venus, Dionysus met Bacchus, Poseidon met Neptunus, Athena met Minerva, enz.

Nu staan ze hier opgesteld onder hun Griekse en/of Romeinse naam, meestal Romeinse kopieën uit de 1ste-2de eeuw van onze jaartelling. De beelden en schalen zijn keurig gepresenteerd met duidelijke uitleg in drie talen, kundig in de spotlights gezet zodat elk stuk helemaal tot zijn recht komt. Dit valt me vooral op bij een bijna levensgroot beeld van Diana waar alleen haar lichaam met zwierige rok van bewaard is gebleven. Veel van deze beelden zijn echter in recentere tijden gerestaureerd of bijgewerkt, iets wat de Duitsers blijkbaar graag deden. Zo staat hier een pracht van een marmeren Apollo met harp, waarvan blijkt dat alleen de torso origineel is – nou, het is dat ze het zeggen maar het is voor een leek als ik echt niet te zien.

Ik mag hier jammer genoeg geen foto’s nemen, dat schijnt ook zo de mode te zijn tegenwoordig en dat betreur ik vooral bij het zien van de unieke Aphrodite uit Cnidos, nou ja, haar hoofd dan. Ze kijkt me al het ware aan, het hoofd iets naar links rustend in een bijna vragende houding en het is alsof ze elk ogenblik zal opkijken. Ik kan me nu dus helemaal indenken dat men van alle windstreken naar deze Aphrodite in Cnidos kwam kijken, de eerste naakt uitbeelding van een vouw in de geschiedenis die door niemand minder dan Praxiteles werd gemaakt! Mijn dag kan niet meer stuk!

10 augustus 2012

Paard & Ruiter – van Homerus tot Djenghis Khan

“Paard & Ruiter – van Homerus tot Djenghis Khan” is de titel van een tentoonstelling die van 16 mei tot 16 september 2012 loopt in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.

Een kort filmpje bij het binnen komen maakt meteen duidelijk dat het paard oorspronkelijk uit de steppes van Centraal Azië afkomstig is en via Mesopotamië in Turkije beland is om vandaar Griekenland te bereiken. Het hoort een soort dubbeltentoonstelling te zijn over twee tot de verbeelding sprekende culturen, de Griekse die beschouwd wordt als de bakermat van onze beschaving en het Mongoolse rijk van Djenghis Khan, die het grootste imperium ooit stichtte.

De muziek van de Alexander-film komt me al meteen tegemoet bij het binnenkomen, want Alexander de Grote en zijn geliefde Bucephalus mogen natuurlijk niet ontbreken. In feite begint dit deel van de tentoonstelling met de opkomst van het paard als rijdier. Als trekdier was het paard in Griekenland al in 17de-16de eeuw v.C. bekend, later werd het voor wagens gespannen bij speciale processies, races of om de veldheren in oorlogstijd te vervoeren. In die dagen boden die wagens slechts ruimte voor één of maximaal twee man. Bij de bouw van dit vervoermiddel kwam er geen spijker aan te pas, het hout werd in elkaar gepast en het geheel werd dan bekleed met natgemaakte ongelooide huiden die ervoor zorgden dat alles goed op zijn plaats bleef zitten. De bodem van die wagens waren dan weer gemaakt van repen ongelooide huid die dan gelijk als schokdemper dienst deden. De twee wielen telden vier spaken en de velgen werden verstevigd met ijzeren banden of ook weer bekleed met huiden. Het gebruik van een paardenbit was niet bekend, en zo werden de paarden met een nek- en buikriem ingespannen. Normaal werden maximaal twee paarden ingezet, maar vanaf de 8ste eeuw v.C. blijkt dat men ook twee extra paarden liet meelopen die niet onder het juk vastgemaakt werden. Hierbij moet ik even terugdenken aan wat ik op de tentoonstelling The First Emperor gezien heb, want daar liepen inderdaad ook twee paarden mee die buiten het span opgesteld waren… Leuk hé?

In het oude Griekenland (de tentoonstelling beslaat de periode van 1300-300 v.C.) was het paard een statussymbool bij uitstek en dat was zeker het geval bij de wagenrennen. De eer van de winnaar kwam dan in eerste instantie toe aan de eigenaar van de paarden, daarna aan de paarden en in allerlaatste instantie aan de wagenmenner! Niet te geloven zoiets. Races voor bereden paarden zijn bekend vanaf 648 v.C. toen ze een vast onderdeel werden van de Olympische Spelen. Wie het zich kon permitteren ging te paard op jacht, vooral bij het jagen op herten en everzwijnen.

Bij het oorlogvoeren werden ook paarden ingezet natuurlijk, eerst om de strijders met de wagen naar het strijdtoneel te brengen, maar vanaf de 7de en 6de eeuw v.C. werden ook ruiters ingezet, maar dan meestal alleen voor verrassingsaanvallen. Echte confrontaties van man tot man te paard kwamen pas in de 5de eeuw v.C. op gang en het was Alexander de Grote die daadwerkelijk de cavalerie een duidelijke en belangrijke rol liet spelen.

Dit alles wordt hier rijkelijk geïllustreerd met afbeeldingen op vazen, schalen en potten (of scherven daarvan), kleine terracotta figuurtjes, munten (inclusief Alexander natuurlijk) maar ook met grotere afbeeldingen op gipsen afgietsels van friezen van het Parthenon bv. Al met al best interessant, met goede uitleg die het allemaal tot leven brengen.

De Mongoolse afdeling komt er daarentegen karig van af, ofschoon die toch de periode van 600 tot 1400 n.C. beslaat. Een paar houten zadels, wat pijlen en bogen, kleding, muziekinstrumenten, maar paarden of ruiters heb ik daar niet gezien behalve op twee of drie levensgrote foto’s. Bijzonder is natuurlijk wel dat in die tijd de stijgbeugels gekend zijn waardoor de Mongoolse krijger veel meer bewegingsvrijheid kreeg. Naar zeggen worden hier recente archeologische vondsten uit de rotsgraven van Mongolië tentoongesteld – stukken in bruikleen van het Instituut voor Archeologie van de Academie van Wetenschappen in Mongolië. Men hoort hier een beeld te krijgen van de samenleving waarin mens en paard één waren, maar dat komt niet echt uit de verf. Jammer zoiets.

Voor de jeugd is dan een volledig ingerichte yurt opgesteld, een beetje in de verdrukking in een achterkamertje. Binnen krijg je wel een goed idee hoe de steppebewoners leefden, maar om je deze yurt in de Mongoolse steppes in te beelden … daar heb je echt veel verbeelding voor nodig hoor!