12 juni 2012

Poppen van Damal, Turkije

Onlangs zag ik toevallig een uitzending op de Turkse TV waarin folklorepoppen aangekleed werden. Een dameskransje zat gemoedelijk en met oneindig geduld kleine kraaltjes te rijgen die in diagonale figuren op de boezem van de jurkjes vastgemaakt werden. Ik schat die popjes een 20 à 30 cm groot, dus ga maar even na. Ik stond versteld van dat priegelwerk, wat moest dat nou?

Bleek nu dat die vrouwen zelf ook al een dergelijke jurk van effen fluweel droegen, daarbij gebruik makend van verschillende kleuren voor de rok het jakje en de mouwen. De rokken en de rand van het jak waren bovendien afgezet met gouden biezen. Daar overheen, als een trotse borstwering, droegen ze dan dat kralen paneel. Hun hoge ronde hoofddeksels waren ook al met van die kleine kraaltjes versierd, met aan de zijkanten clusters van kralenkettingen en achteraan verschillende zijden sjaaltjes in effen bonte kleuren. De poppen die ze aan het maken waren bleken zuivere kopieën te zijn.

Ik heb zoiets nog niet eerder gezien en vond het ontzettend jammer dat ik de uitvoerige uitleg van die ene dame niet kon verstaan. Het was duidelijk dat er veel aandacht aan details gehecht werd en dat hun kleren, voor henzelf én voor de poppen, met heel veel zorg vervaardigd werden. Af en toe kwamen er beelden door van jonge meisjes of oudere vrouwen die in hun pronkkledij door smalle dorpsstraatjes liepen in een ruw besneeuwd landschap. Ik bekeek de gezichten van die vrouwen met meer aandacht, langgerekte gezichten met lichte ogen en donker haar, een heel ander type mensen dat wat ik in west en zuid Turkije tot nu toe gezien heb. Het een bij het ander voegend, kwam ik tot de conclusie dat dit ergens in noordoost Turkije moest zijn. Maar ja, dat is gissen natuurlijk.

Aan het einde van het programma (ik had het begin niet gezien), las ik een titel Damal bebekleri. Poppen van Damal? Waar ligt Damal? Ik de kaart er bij gehaald, en ja hoor, Damal ligt zoals ik verwachtte in noordoost Turkije boven Kars en dicht bij de grens met Georgië. Maar het poppenverhaal intrigeerde me nog steeds en dus ging ik eens op het Internet kijken - daar vind je toch alles zeker?

Nou, ik heb het inderdaad gevonden, al was de uitleg toch maar summier voor mijn doen. Damal ligt namelijk aan een oude verbindingweg tussen Europa en Centraal Azië, dwars over de Kaukasus. Lange tijd was dit het gebied van de Turkmenen, waarna het ten prooi viel aan herhaaldelijke conflicten tussen de Georgiërs en Armeniërs. Verder stond hier vermeld dat de lappenpoppen van Damal beroemd zijn en zelfs vele prijzen gewonnen hebben op handwerk festivals. Nou dat was dat dan.

Ik vraag me nu wel af of er iemand is die mij iets meer over deze poppen kan vertellen? Hoe is deze folklore ontstaan? Waarom worden die poppen nu nog gemaakt? Gaat deze bijzondere kleding nog terug tot de tijd van de Turkmenen? Hebben de kleuren van de jurken en kralen een bepaalde betekenis? Is dit gebaseerd op een zekere traditie of herdenken ze hiermee een bepaalde gebeurtenis? Wie koopt die poppen trouwens? Zijn ze meer dan een louter souvenir?

Op het Internet wordt ook vermeld dat er op een bepaalde tijd van het jaar (wanneer zeggen ze niet), één van de bergen een schaduw projecteert die met het profiel van Ataturk overeenkomt en dat hier jaarlijks heel veel mensen op af komen. Nu heb ik die beelden ook gezien in de TV uitzending en de gelijkenis is inderdaad heel frappant. Valt hier nog meer over te vertellen, vraag ik me af?

Wie het weet mag het zeggen. Ik ben zeer benieuwd naar het commentaar van mijn lezers!

9 juni 2012

De grote tumulus van Vergina, Griekenland

Er is hier schitterend werk verricht. Om deze Koninklijke graven en de andere resten die hier gevonden zijn te bewaren voor het nageslacht, heeft men een ondergrondse ruimte ingericht om al deze monumenten bij een constante temperatuur en vochtigheidsgraad te beschermen. Tussen de tombes in werd een expositieruimte aangelegd voor de kostbare vondsten uit de graven. Daarna werd de tumulus weer opgeworpen in zijn oorspronkelijk staat, en dat is wat ik nu te zien krijg.

Het is hier koel en donker, komende uit het felle zonlicht is het even tasten en wennen. Indrukwekkend! Dit museum heeft ernaar gestreefd om een neutrale omgeving te creëren waarin de voorwerpen zelf in de spotlights komen te staan en dat is gelukt.

Ik word naar links verwezen, daar waar een tiental grafstèles een erehaag vormen op weg naar de resten iets verderop. Nu zijn er over heel Griekenland honderden en misschien wel duizenden grafstèles te vinden, al dan niet in de musea en ik heb, eerlijk gezegd, zoiets van dat ik die nu wel voor bekeken hou. Maar deze Macedonische stèles tonen niet alleen sporen van verf, nee, ze zijn rijkelijk beschilderd met kleuren die na 2 ½ duizend jaar nog zo helder zijn als op de dag van gisteren. Slanke rechthoekige stèles met een bescheiden rood geschilderde strik om zijn middel met daaronder de naam van de overledene; een andere stèle met een palmetkroon met donkerblauwe nerven en lichtroze randen; dan een stèle die een volledig afscheidstafereel toont zoals ik dat eerder in reliëf gezien heb maar nu geschilderd met tere kleuren en contouren; weer andere stèles in varianten van de vorige, telkens met de naam van de overledene er op alsof je verondersteld wordt ze gekend te hebben. Oh! Wat Jammer dat ik hier niet mag fotograferen.

Met een trapje op beland ik aan een ingezakte Heroon uit de 3de eeuw v.C. dat ik van bovenaf mag bewonderen. Daar achter ligt een geplunderd graf dat De Tombe van Persephone genoemd wordt naar de fresco’s die daar gevonden zijn. Deze werden er uit verwijderd en hangen nu aan de muur er achter. Schitterende scènes vol betovering en verdriet die op zeer menselijke manier zijn weergegeven. Buiten de drie vrouwelijke figuren, herkent men de godin Demeter, treurende over het verlies van haar dochter. Dit is werk van hoog artistiek niveau dat wel eens aan Nikomachos toegeschreven kon worden.

Iets verderop, nog steeds in dezelfde tumulus, ligt een kleiner en iets recenter graf, dat het Prinsengraf genoemd wordt. Ook dit graf was ongeschonden en bevatte nog alle gaven, inclusief kostbaar vaatwerk en wapens. De dode was een jongeling van ongeveer 14 jaar die lid van de koninklijke familie geweest moet zijn en er gaan geruchten dat dit de zoon van Alexander zou kunnen zijn. Zijn resten werden in een zilveren urn (hydra) bewaard waarop een gouden kroon rustte. Het smalle fries dat langs de binnenwand van de grafkamer loopt stelt een paardenrace met wagenmenners voor die nu nog heel levendig van kleur moet zijn, want daar mag ik natuurlijk ook niet in. Wel mag ik, net als bij Philippus de trap af naar de ingang van de tombe, soberder dan de vorige façade maar toch ook weer met heel mooie kleuren op de trigliefen. Het fries dat daarboven over de hele breedte liep is vergaan, men denkt dat het op dierenhuid of hout geschilderd was.

De zilveren hydra met de gouden eikenbladeren kroon staat apart in de spotlights, een juweel! Ook hier weer prachtige ivoren beeldjes die ooit de statiebank versierden. Ik vergaap me aan de finesse waarmee bv. de vingers en het haar uitgewerkt zijn! Niet te geloven!

Het is allemaal zo mooi en zo bijzonder dat ik nog een tweede rondje museum doe, zeker nu dat de kakelende en kwetterende Griekse vrouwenbond eindelijk afdruipt. De meest opvallende voorwerpen en taferelen wil ik goed in mijn geest graveren, vooral omdat ik toch al geen foto’s mag nemen.

Als ik na 2 uur ronddwalen terug buiten sta, is het opmerkelijk stil. Op een handjevol toeristen na is de ruimte rond de tumulus verlaten. Bij de snack onder de bomen geniet ik van mijn thee en water en rust. Natuurlijk lopen mijn gedachten nog in het museum en het antieke Aegae rond, de tijd overbruggen is altijd moeilijk. De souvenirwinkeltjes prijzen Alexander in alle maten en vormen aan, maar hij lijkt helemaal niet, vind ik. Goedkope kitsch. Wel koop in nu een boekje over Aegae en het tumulus museum want daar staan wel plaatjes in van de dingen die ik zelf niet mocht fotograferen.