23 juli 2011

Ankara, TK - Mausoleum van Ataturk

Het Mausoleum van Atatürk, de Vader des Vaderlands voor elke Turk. Het is een indrukwekkend monument boven op een heuvel, die de stad beheerst. Vele scholen komen hier in gedisciplineerde drommen naartoe, zelfs kinderen uit de kleuterklas trekken, netjes hand-in-hand, voorbij. Soldaten in strakke pakken lopen houterig de wacht en ik weet niet goed hoe serieus ze zichzelf wel nemen. Het is net een poppenkast, zo strak en stram, maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Binnen in de grootse ruimte liggen de resten van Atatürk onder een massaal grafmonument versierd met een aantal kransen. Dit is wat we altijd op TV te zien krijgen wanneer een of ander staatshoofd een officieel bezoek brengt aan Turkije en hier dan een krans komst leggen.

Als goede Turk  confronteert onze gids ons met het museum dat onder het monument ligt waar voornamelijk overgrote schilderijen hangen. Ik vind het allemaal een beetje overdreven, met een vleugje communistische propaganda, maar de vele afschuwelijke en roemrijke taferelen van Atatürk die hier uitgebeeld worden, zijn op zich wel heel mooi van stijl, kleur en compositie. Nu heeft die Atatürk echt wel heel veel voor Turkije gedaan, dat geef ik grif toe.

Als kolonel Mustapha Kemal (de latere Atatürk) heeft hij in 1915 de geallieerden teruggedrongen in Gallipoli. Maar toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, waren het de geallieerden (omdat Turkije de kant van Duitsland gekozen had) die Turkije bezetten, zelfs Istanbul. Zo eigenden Frankrijk, Engeland en Italië, zich allemaal een stuk van het land toe. Atatürk vlucht dan weg uit Istanbul en landt met een klein bootje in een dorp aan de Zwarte Zee op 19 mei 1919, een dag die nu nog gevierd wordt als het begin van de Turkse Onafhankelijkheid. Met de Turkse bevolking aan zijn kant begint hij de strijd om Turkije voor de Turken te veroveren en pas in 1922 komt er een eind aan deze Onafhankelijkheidsoorlog. Atatürk had grote bewondering voor de Europese cultuur en levensstijl en zag een modern, verwesterd Turkije voor zich. Hij voert stelselmatig een groot aantal hervormingen door, vooral op sociaal gebied. Een paar voorbeelden daarvan zijn dat activiteiten van religieuze sekten verboden worden, de westerse kalender wordt ingevoerd, het dragen van de fez wordt verboden, het metrisch stelsel wordt toegepast, bijnamen en persoonlijke titels worden afgeschaft, achternamen worden aangenomen, godsdienstig vertoon in het openbaar wordt afgeschaft, een moderne wetgeving die losstaat van de godsdienst wordt geïntroduceerd, vrouwen krijgen stemrecht, het Latijnse alfabet wordt in gebruik genomen, enz. Zijn basisprincipes zijn eigenlijk gewoon gezond verstand, ook toegepast op het dagelijkse bestuur van Turkije gebaseerd op de Turkse manier van denken en leven. Toen Atatürk in 1938 overleed, lagen de funderingen klaar voor een moderne staat. Hij is, naar mijn mening, alleen te vroeg overleden. Had hij langer geleefd, dan zou Turkije misschien al lang deel van Europa uitmaken …

13 juli 2011

Pella, GR

Het is intussen vijf jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben en het kleine museumpje is nu vervangen door een groots opgezet nieuw gebouw met ruimte voor uitbreiding.

Het bordje Museum brengt me inderdaad waar ik moet zijn, maar de aankomst daar is een beetje rommelig. De weg houdt ineens op bij een stuk braakliggende land voor een nietszeggend betonnen gebouw. Maar goed dat ik foto’s van het museum gezien heb, want niets wijst er op dat ik hier moet zijn. Als ik mijn auto op het veldje naast een paar andere voertuigen parkeer, is het niet eens duidelijk waar de ingang wel is. Boven op een soort balkon staan een paar heren te roken en die verwijzen mij naar links en zo kom ik dan toch binnen. De juffertjes aan de balie hebben het druk met hun onderlinge babbeltje, maar ik krijg toch met een glimlach te horen dat het vandaag museumdag is en de toegang dus gratis is. Vooruit dan maar!

Meteen rechts blijkt een video te draaien maar het zaaltje zit vol toeristen, blijkbaar van een of andere bus. Ook verderop in het hoekje waar uitleg gegeven wordt over de opgravingen is dat het geval. Nou, dat nu dus maar eventjes niet. Er schijnt heel wat te doen geweest te zijn over het feit of je hier al dan niet foto’s mag nemen en tot nu toe heb ik van iedereen gehoord dat dit volstrekt verboden was. Geen leuk vooruitzicht natuurlijk.

Middenin de ruimte staan twee afbeeldingen van Alexander. De ene is een kopie van de Hellenistische kop van een jonge Alexander die hier gevonden is (momenteel is het origineel uitgeleend aan Oxford). De andere stelt Alexander voor als Pan. Ik waag het er toch maar op om een foto te nemen, er staan ook nergens bordjes dat het niet mag. Dan zie ik dat andere bezoekers ook staan te kieken en er wordt door de zaalwachters niet op gereageerd. Is dat boffen!

Op het binnenplein ligt een stuk mozaïek afkomstig uit het Heiligdom van Darron, de god van de genezing (Darron betekent letterlijk: hij die de gezondheid schenkt) samen met een paar nietszeggende grafstenen.

Daarachter ligt dan de eerste zaal, gewijd aan de huizen van Pella met heel uitnodigend een grote houten deur waar het originele bronsbeslag op gereconstrueerd is. De deur lijkt opvallend veel op de stenen deuren van de Macedonische graftombes. Het dagelijkse leven lag dikwijls echt niet ver van het leven in het hiernamaals. De echte blikvangers zijn de mozaïeken van Dionysos met zijn thyrsusstaf die op een panter zit en de andere die een leeuwjacht voorstelt met links de figuur van Alexander en rechts die van Craterus. In het oude museum hingen deze mozaïeken aan de wand en waren dus makkelijk te fotograferen. Nu liggen ze op de grond, het zijn tenslotte vloermozaïeken, maar het valt echt niet mee om er een plaatje van te schieten. Van de overige grote mozaïeken van Pella zijn foto’s gemaakt op ware schaal en liggen op die manier te kijk. Hier ben ik niet van onder de indruk, maar ja aangezien de site zelf momenteel gesloten i.v.m. de bezuinigingen in Griekenland, moet ik het hier maar mee doen. Ook de grote ronde marmeren tafel met inlegwerk heeft hier een plaatsje gevonden, een ambacht die duidelijk door artiesten uit de Italiaanse Renaissance gekopieerd werd.

Men heeft geprobeerd hier een beeld te geven van de indeling en de versiering van de huizen van Pella. Interessant is bij voorbeeld de reconstructie van een ligbed (kline) dat bij de symposia gebruikt werd en waarvan de sierlijke bronzen versiering bewaard gebleven is (de houten constructie is uiteraard vergaan), en een lange vitrine vol met terracotta en bronzen gebruiksvoorwerpen die vrijwel puntje gaaf lijken te zijn: gewichten voor het weefgetouw, kleine terracotta beeldjes van huisgoden, spiegels, wapens, drinkbekers, strigilis, kannen, dobbelstenen, etc. Een origineel stuk muur met verschillende ingekleurde vakken van polychroom pleisterwerk uit het oude museum is hier ook bij geplaatst aangezien die afkomstige is van een van de villa’s. Als je denkt dat de Pompeanen iets uitgevonden hebben, dan heb je het helemaal mis want deze wand dateert wel uit de 2de eeuw v.C.! Je krijgt een vrij goed beeld van het dagelijkse leven van de bewoners, niet alleen met de indeling van de huizen en de meubilering, maar ook een idee van hun kleding, hun bezigheden, hun huisrituelen en wat ze verder deden aan sport en vertier.

Natuurlijk blijf ik langer staan bij de verzameling geldstukken die op de Agora van Pella gevonden is, want ik weet zeker dat ik hier Alexander en zijn vader Philippus op terug kan vinden. Dat lukt natuurlijk. Geweldig weer om de familie daar tegen te komen!

Bijna ongemerkt loop ik zo de volgende zaal binnen die gewijd is aan de vondsten op en rond de Agora, veelal uit de 3de eeuw v.C. Veel van deze voorwerpen werden in de waterputten van de winkeltjes langs de Agora gevonden waar aardewerken potten en beeldjes vervaardigd werden. Dit wordt heel levendig geïllustreerd met de reconstructie van een dergelijke winkel die een rijke verzameling vertoont van potten, vazen en vaasjes, kannen, schalen, maar ook veel votiefbeeldjes van Aphrodite, Cybele, Herakles, enz., soms ook de mallen die hiervoor gebruikt werden. Er zijn ook een heel aantal amfora’s te zien van verschillend formaat en model volgens dat ze gebruikt werden voor olie, wijn of graan (grotere). Ze droegen ook de zegel van hun maker of stad van herkomst, en er is zelfs een wijnamfoor bij helemaal uit Noord-Afrika!

Langs de Agora lag het stadsarchief, waar papyrusrollen voorzien van kleine kleizegels opgeslagen lagen. Sommige documenten werden door de koning zelf opgesteld, andere door de magistraten van Pella, de marktopzichters, of waren uit andere steden afkomstig zoals Edessa – en elk document had zo zijn eigen afbeelding op de zegel. Op die van Pella bij voorbeeld was een grazende koe te zien, maar sommige van deze zegels zijn fijne kunstwerkjes. Ik vergaap me natuurlijk weer aan de keur van terracotta kopjes van dames met uiterst sierlijke coiffures …

In de zaal hierachter wordt het Heiligdom van Darron toegelicht met een grote luchtfoto aan de muur en daarnaast een tekening hoe het er uit heeft moeten zien. Een zeer eigenaardige constructie, moet ik zeggen: rond met drie asymmetrische ronde torens. Op de vloer ervoor ligt een rond bloemenmozaïek dat daar gevonden is samen met de inscriptie die verwijst naar deze god die eigenlijk alleen bekend was van Hesychius [Hesychius van Alexandrië is een auteur uit de 5de eeuw die een lexicon heeft samengesteld met over de 51.000 bijzondere Griekse woorden en uitdrukkingen. Een werk dat voor het taalgebruik in Tracië en oud Macedonië zeer waardevol is] en waarvoor hier in Pella voor het eerst bewijsmateriaal gevonden is. Verder wat terracotta beeldjes, potten en offergaven uit de heiligdommen van Aphrodite en Cybele, en van Demeter. Hier mag ik ineens niet meer fotograferen. Het wordt wel heel vriendelijk gezegd, maar waarom daar wel en hier niet … Raar hoor! Hier hoor ik ook voor het eerst over een graf met fresco’s van zes filosofen, maar veel meer wordt er niet over verteld en ik vraag me wel af of het filosofen zijn die Alexander gekend zou hebben. Een open vraag natuurlijk weer …

Logischerwijze wordt in de laatste zaal aandacht besteed aan de doden, van prehistorische urnen tot de vierkanten kalkstenen tombes uit de 5de eeuw v.C. Natuurlijk ontbreken ook hier de offergaven niet zoals terracotta beeldjes, potjes, schaaltjes, juwelen, wapens en resten van de bank waarop de dode opgebaard lag. Het hout hiervan is allang vergaan, maar de benen en ivoren figuurtjes en andere versiersels zijn wel bewaard gebleven, alsmede de glazen knobbeldecoratie op de poten. Wat een fijn werk toch!

Het koninklijk paleis van Pella dat toch heel wat vondsten heeft moeten opleveren wordt maar karig bedeeld. Ik moet het met wat luchtfoto’s en plattegronden doen, plus drie Ionische kapitelen die er wel schitterend uitzien en eigenlijk heel veelbelovend zijn!
[Klik hier op Pella GR om alle foto's van het museum te bekijken]

3 juli 2011

De Piramides, een van de Zeven Wereldwonderen

Daar staan ze dan, de Drie Grote Piramiden. Er omheen en in buurt staan nog een aantal kleinere piramiden en trappiramiden, tussen de 80 en de 100 stuks naar het schijnt! Ineens houdt de stad op en rijden we de helling op naar het Gizeh-Plateau, waar dit Wereldwonder staat. Ook hier de nodige controles door de metaaldetectors en ik heb er deze keer wel begrip voor. Stel je voor dat een of andere fanaat de boel hier komt opblazen, dat risico kun je natuurlijk niet lopen. Later zie ik ook op diverse plaatsen nog gewapende patrouilles met jeeps en zwaailichten rondrijden. Zelfs van op de kamelen houdt de politie de mensenmassa in de gaten, want zij kunnen toch op plaatsen komen waar de jeep onbruikbaar is, denk ik zo.

De eerste piramide die we tegenkomen is meteen de grootste, die van Cheops, gebouwd rond 2550 v.C. Ik ga naast zo een blok staan en ben verwonderd dat hij tot aan mijn schouder reikt. Wat een dingen! Hier liggen dus 2,5 miljoen blokken opgestapeld als een blokkendoos, in een perfecte driehoek van 146 meter hoog. Dat is anderhalf maal de hoogte van het Atomium, bedenk ik, maar dit lijkt groter gewoon omdat de massa breder en imposanter is. De ingang die nu gebruikt wordt is ooit door grafrovers gemaakt want de oorspronkelijke entree ligt nog iets hogerop aan deze noordzijde. Ik kan hier geen afstand nemen om de piramide op de foto te krijgen, maar naar het schijnt kan dat verderop wel waar we dan de Drie Grote Piramiden bij elkaar kunnen zien. Je kunt de afstand tussen deze piramiden trouwens niet belopen, tenzij je daar heel veel tijd voor uittrekt, en we worden met de bus van de ene uitkijkpost naar de andere gebracht.

De tweede piramide is die van Chefren, de zoon van Cheops, en die heeft nog zijn afwerkinglaag op het tjoepie, een dikke witte kalklaag waarmee alle drie de piramiden oorspronkelijk bedekt waren. Hierdoor leken ze echt wel te schitteren in het helle woestijnlicht. Deze piramide van Chefren (2520-2494 v.C.) is tien meter kleiner dan die van Cheops maar staat wel tien meter hoger op deze hoogvlakte, dus lijken beide even groot. Als enige was de uiterste top van deze piramide ooit bedekt met een laagje goud. Dat moet wel wat geweest zijn!

Het zijn echt wel enorme steenmassa’s waar ik tussen kom te staan en een juiste hoek om de Drie Grote Piramiden op de gevoelige plaat vast te leggen schijn ik niet te kunnen vinden. Ach, wat maakt het ook uit, waarschijnlijk zal ik alleen maar kunnen zeggen welke piramide er wel op staat en welke niet. Een piramide is een piramide, zo dacht ik er tot nu toe zelf trouwens ook over.

De derde en kleinste piramide is die van Mykerinos, “slechts” 65 meter hoog, ofschoon de basis toch nog wel 105 meter lang is. Hij ligt een paar honderd meter verderop en we komen er niet dichtbij. Deze piramiden is, in tegenstelling tot die van Cheops en Chefren, niet te bezoeken. Natuurlijk wil ik graag binnen een kijkje nemen, maar ik blijk de enige liefhebber te zijn …. Nou ja, alleen vind ik het toch een beetje eng, dus dan maar niet.

We krijgen uiteraard de geijkte theorieën te horen over de bouw van de piramides, over de zandhellingen waarover de tonnen wegende blokken op boomstammen omhoog gerold werden; dat het boeren waren die in de wintermaanden toch niet op hun akkers konden werken en geen slaven die deze arbeid verrichtten; dat de Grote Piramide op 20 jaar tijd overeind gezet werd, etc. Ik laat dat maar over mij heengaan, goed wetende dat dit de huidige overtuiging is van archeologen en egyptologen waar ik zelf helemaal niets van geloof.

Ik kan het niet helpen, maar de logische redeneringen van Erich von Däniken zijn volgens mij nog door geen enkele archeoloog of deskundige op overtuigende wijze weerlegd, en i.v.m. de 2,5 miljoen blokken van de Grote Piramide citeer ik: “Het gewicht varieert van één tot veertig ton, maar de meeste [blokken] wegen ongeveer drie ton. Als er twintig jaar aan de piramide is gebouwd, zijn er dus jaarlijks 125.000 stenen verwerkt. Het lijkt me een redelijke veronderstelling dat zelfs de oude Egyptenaren wel eens een vrije dag hadden. Ook zonder vakbonden waren er bepaalde feestdagen. Laten we daarom uitgaan van 300 werkdagen per jaar. Delen we die 125.000 stenen door 300 dagen, dan komen we op 416,6 stenen per dag. Bij dat soort cijfer kijken we niet op een uurtje meer of minder, dus ga ik ervan uit dat de piramidebouwers 12 uur per dag werkten… delen we 416 stenen door 12 uur, dan houden we 34 stenen per uur over – dat wil zeggen elke twee minuten één blok steen. Maar in deze simpele berekening gaan we uit van kant-en-klare stenen, en dat klopt natuurlijk niet”. Knappe jongen die een betere verklaring kan geven!

Ik ga nog even door met mijn denkpuzzel. Chefren is dertig jaar na zijn vader Cheops aan de bouw van zijn eigen piramide begonnen. Die moet dan al af geweest zijn. Maar ook hier haal ik mijn vriend von Däniken erbij die vertelt over de bevindingen van de egyptologe Eva Eggebrecht: “... pas onlangs is bekend dat alleen al in de eerste tachtig jaar van de 4de dynastie in totaal 8.974.000 m3 bouwmateriaal is verwerkt in de piramiden van Snofru (2575-2551 v.C.), Cheops (2551-2528 v.C.), Djedefre (2575-2551 v.C.) en Chefren (2520-2494 v.C.). In deze tachtig jaar zijn maar liefst 12.066.000 steenblokken uit de rots gehouwen en vervolgens geslepen, opgemeten, gepolijst, vervoerd en op de juiste plaats in het betreffende monument aangebracht. Dat komt neer op 413 blokken per dag! En dan hebben we het nog niet eens over de graafwerkzaamheden, het egaliseren van het terrein, de productie en reparatie van gereedschappen, het opbouwen van sleephellingen en steigers, de aanvoer van het materiaal en de voeding van de arbeiders.” En dat allemaal met behulp van boomstammen die in het Nijldal überhaupt niet voorkomen? Nou ja, ik stoor de gids maar niet met deze theorieën, maar de vragen blijven bij mij wel open natuurlijk!

Ik schiet mijn prentjes, ze lijken allemaal op elkaar, maar voor mij betekent elke stop en elke stap een nieuwe aanblik. Ik zal hier niet meer terugkomen dus moet ik het nu allemaal wel vastleggen! Tussen en rondom de piramiden ziet het er rommelig uit met opgegraven stukken muur en puin, hier en daar een paar vierkanten zuilen of een ingangspoort naar wat allemaal omschreven wordt als tempels en tombes. Het zal wel, denk ik, ga dat maar uitzoeken! Herodotus beschreef ook al zoiets in de 5de eeuw v.C. Ik zal het hem nog eens moeten vragen zeker?

Aan de zuidkant weerkaatsen de piramiden het volle zonlicht en zijn de steenblokken tot aan de top duidelijk te onderscheiden. Jammer dat aan deze zijde van de piramide van Cheops een langwerpig modern museum is neergezet om één van de daar gevonden Nijlboten in onder te brengen. Dit is één van de gouden boten die in het graf aan de farao werd meegegeven om zijn oversteek naar het hiernamaals te maken, maar omdat de boten de piramide niet in konden, werden ze hier aan de zuidkant begraven. Een goed idee om daarvoor hier ter plaatse een museum te bouwen, maar waarom daarmee nu de best belichte kant van de piramide bedorven moest worden, snap ik niet. Maar ja, wie ben ik, hè?

En dan ligt daar in de diepte, heel plots en vreemd, de Sfinx, geklemd tussen de piramides en de souvenirwinkeltjes aan de rand van de stad. En ik maar denken dat de Sfinx aan de woestijnkant van de piramides stond! Dit unieke en raadselachtige bouwwerk ligt benauwd in een diepe rechthoekige put, zielig eigenlijk. Maar het is en blijft een mysterieuze kop die van boven op dat leeuwenlichaam de mensenmassa hooghartig aanstaart. Met hele hordes drommen ze inmiddels de lange weg op, vreemd genoeg niet eens zoveel westerlingen maar wel veel moslims al dan niet Egyptenaren, hele klassen en hele families bij elkaar in een bonte luidruchtige mengeling.

Nou dat was het dan. Ben ik hiervan nou onder de indruk, vraag ik me af? Ik weet het eigenlijk niet. Het is net of het verhaal klopt, een soort bevestiging dat de piramiden inderdaad bestaan omdat ik ze nu zelf gezien heb. Hoe groot en kolossaal dit allemaal is of in hoeverre dit alles tot de verbeelding spreekt, dat kan ik niet eens zeggen. Het is gewoon niet aan de orde. Vreemd vind ik dit van mezelf want ik heb hier nu toch het enige nog bestaande Wereldwonder met eigen ogen aanschouwd en ik ben er niet eens opgewonden over? Is het te kolossaal? Is het de drukte en de commercie er omheen waardoor ik de sfeer niet echt kan proeven? Of komt het door de stad Cairo zelf waar niets van uit gaat en die me niet kan boeien? Het blijven open vragen.