21 juni 2011

Bodrum, TK - Archeologisch Museum

Wat in Bodrum in mijn ogen dan echt wél de moeite waard is, dat is een bezoek aan het Archeologisch Museum, ook wel onderwater museum genoemd. Dit ligt binnen de muren van de zogenaamde Petrusburcht – voor liefhebbers van dit soort gebouwen, heel interessant – maar een must voor elke liefhebber van oudheden. Hier wordt namelijk de scheepsvracht tentoongesteld van een schip dat rond 1350 v.C. bij Uluburun, voor de zuidwest kust van Turkije is vergaan. Het oudste wrak ter wereld heet dat te zijn, en het is absoluut de moeite waard!
                       
De resten van het schip lagen op een diepte van 30 meter en de experts hebben maar liefst 22.430 maal moeten duiken om de hele lading boven te halen, want ze konden nooit langer dan 20 minuten achter elkaar onder water blijven. Archeologen zijn tot de conclusie gekomen dat dit schip met zijn rijke lading onderweg was van Egypte naar de Zwarte Zee toen het door een zware storm overvallen werd.

Die lading is trouwens zo wel het een en ander, en tijdens een van mijn reizen met Peter Sommer, kreeg ik de volledige inventaris te horen. Zo tellen we 234 staven kopererts (gegoten in de vorm van een dierenhuid) van elk 10 ton afkomstig uit Cyprus; ruwe tinerts voor het vervaardigen van brons (koper + tin) uit Perzië; een gouden scarabee van Nefertiti; gouden oorringen; het oudste boek ter wereld, t.t.z. twee houten aan elkaar gebonden plankjes die ooit met was bekleed waren; lapis lazuli uit Afghanistan; amforen en potten voor het transport van olijven en wijn; wapens, een bronzen dolk, een drietand, ivoor en ebbenhout uit Syrië; 175 schijven ruw glas dat met kobalt en turkoois ingekleurd was, ook afkomstig uit Syrië; 11 stenen ankers; een zilveren armband, wat afgedankt goud en zilver dat weer versmolten kon worden; amber uit de landen rond de Oostzee; olielampen, struisvogeleieren uit Afrika, touwen en twijndraad, een klankkast voor een luit, gemaakt van het carapax van een schildpad; gewichten voor weegschalen, etc. Het duizelt voor je ogen! Ik had geen idee wat men allemaal zo vervoerde en versleepte in de oudheid, behalve wat amforen met olie of wijn of potten met ingelegd vlees en groenten. Dit slaat werkelijk alles en een groot deel van de lading ligt hier dan net zo uitgestald als toen hij gevonden werd. Uiterst kunstig gedaan hoor!
                       
Ik leer hier ook dat men het schip heeft kunnen dateren aan de hand van de scarabee van Nefertiti. Een scarabee mocht alleen gemaakt worden bij het leven van een farao, dus in dit geval terwijl Nefertiti nog leefde. Vandaar dus de datum van 1350 v.C. Knap hé? Dat ene kleine stukje dat dan zo doorslaggevend is voor de hele vondst – wonderlijk!
                       
Op speciaal verzoek, waarschijnlijk als je de juiste mensen kent, wordt ook de zaal van Koningin Ada geopend. Hier word je verwelkomd door een levensgroot wassen beeld van Koningin Ada, 41-43 jaar oud, getooid met al haar juwelen: gouden kroon, ringen, armbanden, kettingen en gouden versieringen op haar jurk. Het is net echt.

Koningin Ada is mij bekend omdat zij Alexander de Grote als haar zoon ontving toen hij in 334 v.C. door Alinda trok op weg naar Halicarnassos. Het was namelijk zo dat zij na de dood van haar man die ook haar broer was, de troon van Halicarnassos zou bestijgen. Maar dit was buiten haar jongste broer, Pixodaros, gerekend die haar binnen vier jaar al had verbannen naar het afgelegen Alinda. Na zijn dood werd zijn schoonzoon Orontobates aangesteld als satraap en opvolger totdat Alexander de Grote daar aankwam. Alexander herstelde Koningin Ada weer in ere op de troon nadat hij Halicarnassos veroverd had. Een verhaal voor een sprookje toch?
                       
Verder zijn er tussen deze dikke muren natuurlijk sporen van de Kruisvaarders en van de Ridders van Rhodes te vinden, met stoere, degelijke en sombere vertrekken en gangen – een weerspiegeling van de tijd waarin ze leefden, denk ik dan. Maar ja, daar moet je van houden - ik heb namelijk iets tegen die Kruisvaarders. Nee, geef mij Alexander maar!


                        voorjaar 2007

Manisa, TK - Museum van Sardes

Manisa is een dikke stip op de kaart, ongeveer 16 km ten noorden van Izmir, en met een beetje geluk kan ik er, via de autobaan die ik nu uitgeprobeerd heb, in goed twee uur zijn. Het is nog lekker koel (20 graden!) als ik uit Kusadasi wegrijd ofschoon het kwik een uur later al op 26 graden staat. De autobaan is er echt een volgens onze normen, met een goed wegdek, bordjes voor parking, picknick en benzine, keurig in het groen zoals een mens dat zou verwachten. Bij Izmir moet ik er af en beland ik in het stadsverkeer met zigeuners die bij de stoplichten staan te bedelen. Ik sluit alle ramen en vergrendel de deuren, men kan nooit weten nietwaar? Wegwerken en omleidingen, het is uitkijken om de bordjes richting Istanbul-Manisa niet te missen. Als ik op de grote weg zit en denk dat ik kan doorrijden heb ik het goed mis want ook hier is het wegdek aan vernieuwing toe en gaan we even zo vrolijk van drie banen over naar één en dan weer terug. Bovendien moet ik weer een van die oost-west bergruggen over met steil klimmen en dalen.
                                                           
Iets na tienen rijd ik dan toch Manisa binnen, een brede boulevard met groene middenstrook en een 70 km zone waarin alle lichten op groen staan. Een bordje museum verwacht ik niet meteen, maar centrum zal ook wel goed zijn. Zo beland ik in de drukke straatjes, half geasfalteerd met vele kuilen en modderplassen. Allerlei bordjes waar ik niet wijzer van word, dan is de straat afgezet, verboden links af te slaan, en evengoed gaat de auto voor mij er in. Ik volg dus maar en probeer de draad weer op te pakken maar linksaf mag ook weer niet, dus dan maar rechtdoor tussen de dolmussen, bussen, taxi’s en tractors. Het blijft slalommen en ik begin me af te vragen of ik het niet beter zou opgeven. Maar, oh heilige voorzienigheid, aan de rotonde voor me staat plots een bordje “Müze”. In de hoop dat er maar één museum is, ga ik er op af. Ik had ergens gelezen dat het in een afgedankte moskee ondergebracht is, en jawel in het smalle steile straatje is het gele bordje aan de boom getimmerd en wijst een eenmanspoortje aan, de ingang van het museum, naast de moskee. Nu een plaatsje voor mijn auto vinden en voorbij het volgende kruispunt is er ruimte langs de hoge stoep, vlak voor de deur van de bakkerij waar de bakker wat verkoeling zoekt. Ik groet hem maar vriendelijk, tenslotte staat mijn auto voor zijn deur; mag dat wel? Ik voel me nu echt als een vreemde eend in de bijt, alsof ik in een ander tijdperk loop, in een vreemde straat met opschriften waar ik geen hoogte van krijg.
                                                           
Bij het museum word ik meteen gestopt door de veiligheidsdienst, vier agenten met het geweer in aanslag. Jeetje, is de waar zo kostbaar? Er wordt een mannetje bij geroepen die net zijn kruiwagen met onkruid gevuld heeft, en vanachter het loket links van een paar treden krijg ik mijn toegangsbewijs. Hij loopt netjes met me mee de poort door, waar ik op het vierkante binnenplein van de moskee beland dat rondom met glas is dichtgemaakt. Hij gaat me voor, de ene zaal na de andere waar hij gewillig het licht aansteekt en bij het verlaten van het lokaal weer netjes uitdoet.

Het blijkt uiteindelijk maar om een paar zalen te gaan, maar de collectie is netjes verzorgd en chronologisch opgezet van de oude Bronstijd tot en met de Romeins-Byzantijnse tijd. De uitleg is heel summier, en de meeste voorwerpen komen inderdaad uit Sardes. Van de 11.000 voorwerpen die ze daar gevonden hebben liggen er hier anders geen eens 110. Hoe zit dat nou? Open vraag. Misschien achter de deur waar “Archeologisch Museum” opstaat en die gesloten is, wegens restauratie – zegt men.
                                                           
Terug bij de bakker voor de deur moet ik toch even informeren naar de driehoekige koeken van bladerdeeg, waarvan ik denk dat ze met appel gevuld zijn, zoals bij ons. Maar nee, er ziet helemaal niets in. Nou ja, geef hem toch maar want hij ziet er wel erg smakelijk uit. Mijn koek wordt kundig in een stuk grauw papier gevouwen en ik krijg nog een mini plastic tasje om hem te dragen, 0,25 YTL a.u.b. Het zijn toch prijzen waar je niet van terug hebt. Ja, en dan is die koek nog ontzettend lekker ook!
                                                            Sept 2005

8 juni 2011

Varna, Archeologisch Museum - Bulgarije

Ik wil natuurlijk naar het Archeologisch Museum van Varna nadat Sofia en Plovdiv in het water gevallen zijn, en er zijn blijkbaar nog liefhebbers. Dus zo gezegd, zo gedaan. Maar als we in Varna uit de overvolle bus stappen heerst er al meteen paniek: een van mijn medereizigers wordt bestolen op het moment dat we uit de lijnbus stappen terwijl we zo voorzichtig waren. Zijn vrouw, ziet dat de rits van haar eigen tasje ook openstaat maar daar is niets uit gestolen omdat er een tube zalf bovenop lag. Gelukkig geen onoverkomelijk euvel zoals een paspoort (ligt in het hotel) of geld of creditcard, maar je staat toch even raar te kijken want we zijn zo dikwijls gewaarschuwd, we houden elkaar in het oog, en evengoed gebeurt het.
                                                           
Het Archeologisch Museum, eens de grootste meisjesschool van de Balkan, is maar gedeeltelijk open, de rest wordt gerestaureerd en gemoderniseerd. De collectie van de Traciërs (ja, eindelijk lukt het!) is adembenemend. Het is inderdaad het oudste goud ter wereld en na wat vergelijken blijkt deze beschaving ook nog ouder te zijn dan die van de Soemeriërs of de Babyloniërs. Ik vraag me af waar de bakermat van onze beschaving nu wel te zoeken is, blijkbaar niet aan de samenvloeiing van Eufraat en Tigris zoals in onze geschiedenisboekjes staat. Ik zie geen bord dat ik niet mag fotograferen dus neem ik een aantal foto’s van deze schatten – helemaal zo gek nog niet. De voorwerpen, 28 stuks in totaal, komen uit een graftombe uit 4600-4200 vóór Christus, armbanden, bijlen, ringen, appliques, enz. Ik geloof mijn ogen niet!
                                                           
Begin van onze jaartelling vallen de Romeinen het land binnen en hun invloed loopt door tot de 5de, zelfs 6de eeuw, langzaam overvloeiend in het Oost-Romeinse Rijk onder invloed van Byzantium. Een logisch gebeuren maar dat hier heel tastbaar is en uitvoerig geïllustreerd wordt. Ik ben helemaal in mijn nopjes!
                                                            juni 2004