9 oktober 2011

Topkapi Museum, Istanbul

In het Topkapi complex beland ik in het zg. Derde Hof. De ingang ervan is de prachtig versierde Poort der Gelukzaligheid. Hier is de onderkant van het dak met goudmotieven gedecoreerd en op de witte wanden boven de bogen en zuilen zijn kleine landschaptafereeltjes geschilderd, eigenlijk heel modern en fris. In dit hof kom ik ogen tekort, maar mijn prioriteit is toch wel vanzelfsprekend, de schatkamer waar DE reuzendiamant hoort te liggen.

Deze Schatkamer blijkt onderverdeeld te zijn in vier aparte zalen. In de eerste zaal valt een met diamanten ingelegde maliënkolder op, uiteraard alleen voor ceremonieel gebruik, en een schattig met parels ingelegd beeldje van een prins onder een baldakijntje, een diplomatiek geschenk uit India. Misschien de mooiste voorwerpen staan in de tweede zaal, met o.a. de Topkapı-dolk uit 1714, door de eigen goudsmeden van de sultan vervaardigd met 3 enorme smaragden er in. Hij was bedoeld als cadeau voor de sjah van Perzië, maar die stierf voordat de dolk af was. Er staan ook een aantal “aigrettes” te pronken, een soort reuzenpin met pluimen van reigers of paradijsvogels, versierd met robijnen, smaragden, diamanten en parels op een gouden ondergrond, die de sultan voor op zijn tulband prikte. Wat een dingen! Net als in de vorige zaal staar ik vol bewondering naar de schrijfdoosjes, kruiken en kannen van rotskristal bekleed met robijnen en smaragden. Hoe konden ze in ’s hemelsnaam rotskristal uitsnijden, uithouwen en uithollen, vraag ik me af?  Het klapstuk, de 86-karaat grote diamant, ligt in de derde zaal, naast een paar “kleinere” diamanten van 58 en 45 karaat. Hier staat ook een vergulde troon, die sultan Murat III in 1574 van de gouverneur van Egypte ontving en die gebruikt werd voor staatsceremoniën. Een raar ding in onze Westerse ogen, groot en breed op korte poten, en je moet je indenken dat er een enorm kussen in lag waarop de sultan dan met gekruiste benen en een wijde pofbroek in plaatsnam. In de vierde zaal staat nog zo een troon, ingelegd met diamanten en edelstenen, een geschenk van de sjah van Perzië die in ruil hiervoor genoemde Topkapı-dolk zou krijgen. Opvallend is wel dat er geen vrouwenjuwelen te zien zijn maar ik verneem dat die eigendom van de vrouwen bleven terwijl de juwelen van de sultans terug aan de staat vervielen. Aardig toch!

Na de Schatkamer loop ik langs de schitterende Bibliotheek van Ahmet III uit 1719 met haar mooie tegels en inlegwerk van parelmoer en ivoor naar de overkant. Daar pronkt het Paviljoen van de Heilige Mantel, dat enkele van de heiligste relieken van de islam bevat (en ik maar denken dat die in Mekka te zoeken zijn!). De heiligste schat is de mantel die ooit door de profeet Mohammed werd gedragen, en die mag je alleen van verre bewonderen want hij ligt in een gouden kist, achter glas bovendien. Aan de standaard voor de kist hangen ook twee zwaarden van Mohammed en zijn pijl en boog (toch niet zo vredelievend?). Ook achter glas uiteraard, worden nog een tand en wat haar en baardhaar van de profeet bewaard, alsmede een brief die hij met eigen hand geschreven zou hebben. Dit is een bedevaartsoord voor de moslims en het is ook niet verwonderlijk dat een geestelijke hier dag en nacht passages uit de Koran reciteert. Hier kom ik ook de meeste vrouwen met hoofddoekjes tegen.

Ik heb nog even tijd om terug te lopen naar het museum met de kostuumcollectie dat naast de Schatkamer ligt. Ik had nl. gelezen dat het traditie was dat als een sultan overleed zijn gewaden opgevouwen werden en in afgesloten zakken bewaard werden. Het is een verrassende collectie van geweven en bedrukte kledingstukken, uiteenlopend van zijde tot katoen en gewone grijze serge, met echt enorme broeken. Een bezoek aan de zaal met de portretten van de sultans zit er niet meer in.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten