14 maart 2008

China’s Terracotta Leger in het British Museum in Londen

Deze tentoonstelling loopt al sinds september 2007 maar aangezien ik de tijd had tot april 2008, dacht ik dat begin januari een goede timing was voor mijn reisplannen. Niets was minder waar want toen ik mijn ticket wilde bestellen op het internet bleek alles al uitverkocht te zijn! Nee toch? Ik wilde het natuurlijk niet opgeven en heb het toch geprobeerd via een e-mailtje naar het British Museum. Daar werd me aangeraden om telefonisch contact op te nemen. Zo gezegd, zo gedaan en ja, gelukkig, ik kon nog terecht op een zondag in januari om tien over tienen ’s ochtends. Prima hoor, al moest ik hiervoor om vijf uur uit de veren - een mens moet er wat voor over hebben.
 
Uiteindelijk was deze tentoonstelling wat ik verwachtte, niets minder maar ook niets meer. Nu moet ik zeggen dat het British Museum danig reclame gemaakt had rond dit hele gebeuren en samen met de BBC een goede documentaire in elkaar gestoken had om zowel een overzicht van de geschiedenis te geven als een beeld van de voorbereidingen voor deze tentoonstelling. Zeer volledig en overzichtelijk, zoals altijd. Ik kwam dus beslagen ten ijs en ik ben nu heel blij dat ik deze soldaten en andere kunstvoorwerpen met eigen oog gezien heb.
 
Het begon allemaal met Ying Zheng, de latere Qin Shi Huangdi (de Eerste Keizer), die in 259 v.C. geboren werd. Op zijn dertiende werd hij tot koning uitgeroepen van Qin (uitgesproken als tchin), één van de zeven grote rijken die met elkaar rivaliseerden in het oostelijke deel van China. Dankzij zijn militaire strategie en geperfectioneerde wapens wist Qin de andere oorlogszuchtige staten te veroveren en te annexeren, waardoor er in China voor het eerst in de geschiedenis één groot rijk tot stand kwam. Als je dan bedenkt dat het Chinese keizerrijk pas in 1912 is ondergegaan, dan besef je hoe belangrijk dit wel was.
                    
Maar als je het mij vraagt, regeerde Qin als een despoot en een tiran want hij ging letterlijk en figuurlijk over lijken om zijn doel te bereiken. Natuurlijk moest hij zijn nieuwe rijk organiseren, maar ten koste van wat!
 
Een van zijn meest indrukwekkende vernieuwingen was welhet standaardiseren. Zo bepaalde hij dat er in zijn rijk slechts één enkele taalgesproken en geschreven werd, eenzelfde munt gebruikt werd, namelijk een rondkoperen geldstuk met een vierkant gat in het midden (de Chinezen geloofden dat de aarde vierkant was en de overkoepelende hemel rond), vaste maten en gewichten gehanteerd werden, een zelfde breedte gebruikt werd voor alle wagens zodat alle karrensporen gelijk waren, etc. Hij legde een wegennet aan van 6.000 km lang,groef irrigatiekanalen en bouwde de eerste Grote Muur aan de noordelijke grens om mogelijke invasies af te weren (niets te maken met de Chinese Muur waar we nu naar gaan kijken). Hij smeedde zijn onderdanen samen in eenheden van 5 à 10 families, waarbinnen iedereen verantwoordelijk was voor de fouten van één van hen. Het komt hierop neer dat de menselijke waarde absoluut nihil was. Hij regeerde volgens een systeem waarin de goede daden beloond en de slechte daden gestraft werden, wat juist het tegenovergestelde was van de leer van Confucius (551-479 v.C.) die goede daden en moreel hoog aansloeg. Qin heeft trouwens alle wetenschappelijke boeken verbrand en honderdenvolgelingen van Confucius levend begraven – een mooi heerschap!
                  
Zelf dronk Qin Shi Huangdi uit jade bekers en at hij van gouden borden want deze materies zouden hem een langer leven garanderen (zie bekers en kommetjes van de tentoonstelling). Dit verhaal doet me denken aan het jadekleurige porselein dat ik in het Topkapi Paleis in Istanbul gezien heb. De Ottomaanse Sultans geloofden dat jade het eventuele gif in hun voedsel kon neutraliseren. Nu weet ik waar ze dat idee vandaan gehaald hebben! Qin voerde zijn obsessie voor een eeuwig leven zover door dat hij zelfs kwik en andere vreemdsoortige drankjes dronk. Uiteindelijk heeft hij zichzelf vergiftigd, denkik, want ondanks alle voorzorgen is hij in 210 v.C. gestorven. Hij was toen pas 49 jaar oud.
 
Maar ik moet toegeven dat Qin een zeer actiefleven geleid heeft want buiten zijn hervormingen en oorlogen, werd moeite nog geld gespaard om zijn wegen, stadswallen en paleizen te bouwen. Aangezien hij in het hiernamaals in dezelfde luxe wilde voortleven, bouwde hij dertig jaar lang aan een uitgebreid graf in zijn hoofdstad Xian yang, modern Xi’an. Dit graf is enorm en beslaat een oppervlakte van maar liefst 56 km2. De tombe zelf ligt in het midden maar in de weide omtrek worden vele verborgen putten stilaan uitgegraven. De eerste vondst dateert uit 1974 toen een plaatselijke boer bij het graven van een nieuwe bron, een terracotta hoofd vond. Sindsdien werden er, verspreid over drie putten, niet minder dan 7.000 terracotta soldaten blootgelegd. Het moet wel een adembenemend gezicht zijn om dit leger daar ter plekke opgesteld te zien! Hier op de tentoonstelling moeten we helaas onze verbeelding laten werken als we tegenover de uitverkoren delegatie staan. Aan het einde van de tour wachten ze op me – weet ik.
                  
De collectie bevat een ruime keus aan voorwerpen, van drinkbekers en terracotta dakpannen tot koperen geldstukken en bronzen klokken. De gewichten en maatkommen vallen op, want zoiets past toch alleen bij ons metrisch stelsel, zou je denken?
                  
Naast een geknielde boogschutter die nog sporen van verf op zijn harnas draagt, prijkt een interessante reconstructie van een kruisboog en aangezien alle houten elementen vergaan zijn, ook een verzameling pijlpunten die op bamboestokken gemonteerd werden; als de stokken braken, konden ze makkelijk vervangen worden. Ook lansen en zwaarden van hoge kwaliteit en vakmanschap staan ten toon.
                  
Grote bronzen vaten wat verderop doen me denken aan dito stukken uit het graf van Philippus van Macedonië in Vergina (Griekenland), ofschoon die toch een goede tweehonderd jaar ouder zijn. Verder staan hier bronzen klokken in typisch Aziatische vorm, kunstig versierd en waarop nog te zien is waar er op geslagen werd want deze klokken hadden geen klepel! Ook liggen hier fijn uitgewerkte bronzenomhulsels waar vierkanten houten balken in pasten. De balken klikten dan gewoon in elkaar waardoor de bouwwerken aan de lopende band uitgevoerd konden worden. Prefab, en het woord was nog niet eens uitgevonden!
                  
De voorwerpen zijn kundig tentoongesteld en voorzien van duidelijke uitleg. Ik vind dit heel prettig, zeker omdat ik niet graag met zo een praatpaal rondloop. Ik vind dat voortdurende gekwetter in mijn oor gewoon storend en bovendien verwarrend omdat ik evengoed de bordjes wil lezen. Ik kan me gewoon beter concentreren als ik naar de voorwerpen kijk en alle feiten in mijn eigen tempo op een rijtje kanzetten. Maar natuurlijk zit niet iedereen zo in elkaar en de meeste mensen luisteren nu eenmaal liever naar de uitleg dan dat ze de moeite doen om die af te lezen.
                 
Er hangen wat landkaarten om de veroveringen van Qinaan te duiden, er draait een korte diavoorstelling die een goed idee geeft van patrouillerende soldaten tussendwangarbeiders en werklieden, en op de hoge ronde binnenmuren van deze aangepaste bibliotheekruimte zweven wit-zwart beelden van de terracottafiguren.
 
Het blijft aanschuiven tussen de rijen vitrines met de rest van de mensen, en langzaam aan nader ik dan de “piece de resistance” waar de terracotta soldaten hun opwachting maken.
 
Maar eerst loopt de mensenstroom nog langs een lange stoet figuurtjes die op gereduceerde schaal het hele fabricageproces van de terracotta figuren laat zien. De klei wordt aangevoerd en in hun respectievelijke mallen geperst. Blijkt dat hoofden, armen, benen en torso’s apart gemaakt werden, om daarna aan de lopende band gemonteerd te worden. Dan krijgt elk gezicht zijn individuele trekken en haarstijl. Volgens de kenners is dit met zoveel zorg gedaan dat men aan het gezicht onmiddellijk kan zien uit welke streek elk individu komt. Sommigen dragen hun haar in een knot of met vlechten,anderen hebben weer een soort muts op.
                  
Hun harnas verschilt ook volgens het legeronderdeel waartoe ze behoorden. Zo draagt de wagen menner het langste harnas dat zelfs tot over zijn handen reikt, de cavaleriesoldaten dragen een harnas zonder mouwen, terwijl de infanterie en de boogschutters korte jakjes hebben. De lichte infanterie daarentegen, de meest mobile eenheid van Qin’s leger, draagt helemaal geen bescherming om zich sneller te kunnen verplaatsen (Dat ze hierdoor erg kwetsbaar waren is natuurlijk helemaal niet aan de orde!). Er bestond ook zoiets als “quality control” waar elke werkplaatsverplicht was om zijn naam op het geproduceerde stuk te zetten. Als de terracotta figuren klaar waren, werden ze met militaire precisie volgens rang en stand opgesteld in de daarvoor voorziene ruimtes. Een hele onderneming! Deze grote legergroeperingen maken nu deel uit van het Museum of Terracotta Warriors in Xi’an.
 
De terracotta figuren zijn erg sprekend en vrij groot als je bedenkt dat de Chinees in die dagen ook niet lang was. De generaals werden iets groter uitgebeeld dan de gewone soldaat, ongeveer 190 cm en zij dragen ook een herkenbare hoofdtooi in de vorm van een vogelstaart - zelfs de neuzen van hun schoenen krullen iets omhoog. Achter het paardenspan is een ruwere constructie van de wagen geplaatst waarop de wagenmenner heeft plaats genomen. Ik kan hier toch niet goed uit wijs want ik zie niet waar nu precies de ene soldaat achter de menner en de twee aan de andere kant van het span op gestaan hebben. Misschien is de wagen niet helemaal waarheidsgetrouw afgebeeld?
  
Oorspronkelijk waren al deze beelden en figuren met heldere kleuren beschilderd. Er wordt verondersteld dat de terracotta soldaten echte mensen moesten uitbeelden, en ze zullen er zeker heel echt uigezien hebben ook, vooral met hun bogen en zwaarden! Het is moeilijk om zich dat nog voor te stellen want de verfsporen zijn minimaal en de meeste wapens zijn al kort na de bouw gestolen. Om ons een idee te geven hoe schitterend dit werk wel was is hier een kopie van de boogschutter aan de ingang opgesteld in volle kleurenpracht. Het komt over als een schok, net als wanneer je het Parthenon in Athene voor het eerst in de originele verf ziet!
                   
Het is niet verwonderlijk dat er 700.000 mensen gewerkt hebben om dit legertje voor het hiernamaals tot stand te brengen. Hoeveel meer mensen hebben er geleden en zijner gestorven bij het uitvoeren van Qin’s andere bouwprojecten en oorlogen, vraag ik me af?
Volledigheidshalve moetik wel zeggen dat het feitelijke Graf van Qin ShiHuangdi nog steeds diep onder een aarden piramide van 76 meter hoog ligt, en een oppervlakte van 350 m2 beslaat. De archeologen en experts weten niet zeker wat ze van eventuele opgravingen kunnen verwachten en ze zijn bang om onherstelbare schade aan te richten. Verschillende onderzoeken wijzen in de richting van een op schaal uitgevoerde voorstelling van het universum waarbij de kosmos met juwelen in het plafond is aangegeven is terwijl de rivieren en meren uit kwik bestaan. Het dak van de tombe zelf zou met parels versierd zijn die de sterren en planeten moeten voorstellen. Er is wel een hoog kwikgehalte gemeten op de Lishan heuvel, zoals de plek nu heet. Het is dus wachten wat nieuwe technologie ons kan brengen…
 
Tegenover het legertje terracotta soldaten, generaals en wagenmenners op deze tentoonstelling, staat een replica van een bronzen reiskoets, een schaalmodel, inclusief het paardenspan (het origineel was te fragiel om verplaatst te worden). De paarden zijn zeer alert en het is een beetje vreemd dat slechts de twee middelste dieren aan de boom vastzitten. Om nu te voorkomen dat de twee buitenste paarden tegen de middelste opbotsen, dragen deze laatste een soort kegel op hun flank. Nou,zoiets heb ik toch nooit eerder gezien! De bronzen koets had ook “ramen”, t.t.z. dat er in de uiterst dunne bronsplaten kleine gaatjes geprikt waren om toch voor wat verkoeling onderweg te zorgen. De achterdeur van de koets staat op een kieren ik kan zo door de perforaties in de wanden naar buiten kijken. Wat een verfijning toch al, zoveel eeuwen geleden!
                    
Het spreekt bijna vanzelf dat de huidige Chinezen uiterst trots zijn op Qin Shi Huangdi en hem beschouwen als één van de grootste leiders in de geschiedenis, maar ik heb zo toch mijn twijfels. Onwillekeurig ben ik hem sinds het begin van de tentoonstelling aan het vergelijken met Alexander de Grote, die ruwweg gesproken honderd jaar eerder leefde. Waarom vind ik Alexander nu zo groot en kan ik zo weinig waardering uitspreken voor Keizer Qin? Waarschijnlijk ligt dat in de meer menselijke benadering van Alexander, ofschoon er van hem ook gezegd is dat hij weinig respect voor zijn medemensen toonde, maar hij buitte de overwonnen volkeren niet uit, liet de regering dikwijls in handen van de overwonnen heerser en tolereerde het plaatselijke geloof, tenzij de bevolking zijn vertrouwen geschonden had natuurlijk. Dit kan niet gezegd worden van Qin, ofschoon het een feit is dat zijn kastensysteem en hiërarchie meer dan twee duizend jaar bleven bestaan. We kennen intussen allemaal het verhaal uit de film “De laatste Keizer” waarin duidelijk gemaakt wordt dat de sterk verouderde regeringsopvattingen wel moesten wijken voor de begrippen van de 20ste eeuw. Dus ja,Qin heeft wel wat bereikt natuurlijk.
 
Eenmaal terug buiten blijft de gedachte aan Alexander de Grote me vervolgen. Wat zou er gebeurd zijn als beide heersers elkaar ontmoet hadden? Een absurd ideenatuurlijk want Qinwas nog niet eens geboren toen Alexander stierf, maar bedenk eens wat een enorm impact dit op onze huidige wereld gehad zou hebben!Een fascinerende gedachtegang …!
 
Wie nu wat dichter inde buurt alsnog de terracotta soldaten wil zien, kan terecht in het Drents Museum in Assen (Nederland) waar de tentoonstelling nog tot eind augustus 2008 loopt.